donderdag 9 januari 2014

Boek van Gates schetst een ongeïnteresseerde Obama

Het nieuwe boek van voormalig minister van defensie Robert Gates met de eenvoudige titel Duty (“Plicht”) baart veel opzien in Washington. Gates geldt onder zowel Republikeinen als Democraten als een kundige, objectieve man en als één van de beste ministers van defensie sinds de Tweede Wereldoorlog. Dat juist hij zo’n kritisch boek over president Obama schrijft komt hard aan.

Het boek van Gates is erg emotioneel. Zijn intense liefde voor de strijdkrachten en zijn frustraties over president Obama, die volgens hem geen greintje sympathie voor de soldaten aan het front had, speelden mee in zijn beslissing in 2011 om ontslag te nemen. Zijn emoties begonnen zijn beoordelingsvermogen in de weg te zitten.

Het boek staat vol van kritiek op politiek Washington en dat beperkt zich niet tot de regering Obama. Over zijn tijd onder diens voorganger merkt Gates op dat vice-president Cheney wel degelijk op zoek leek te zijn naar een onnodig militair conflict in Iran. En terwijl Gates veel van de noodmaatregelen van Bush na 11 september 2001 begrijpelijk vond, raakte hij gaandeweg toch gefrustreerd dat Bush die in de loop der jaren niet systematisch herzag om dwalingen zoals het martelen en het geheime uitleveren van gevangenen uit te bannen.

Ook heeft Gates weinig geduld met parlementariërs die alleen maar oog hebben voor hun eigen herverkiezing. Veel senatoren zijn volgens hem hypocriete windbuilen en leden van het Huis van Afgevaardigden noemt hij “onbeschoft, gemeen en dom.”

Het meest spraakmakende van het boek is echter de kritiek op president Obama. Gates beschrijft een president die weliswaar lang delibereert – in tegenstelling tot Bush, die zich moeilijk van diepe overtuigingen liet afbrengen – maar die volkomen ongeïnteresseerd was in de missie. Met betrekking tot Afghanistan merkt Gates op: “De president [Obama] vertrouwt zijn bevelhebber in het veld niet, kan [president] Karzai niet uitstaan, gelooft niet in zijn eigen strategie en vindt het ook niet eens ‘zijn’ oorlog. Voor hem draait het alleen maar om terugtrekken.”

Ook vond Gates dat Obama zich teveel liet leiden door jonge, onervaren adviseurs uit zijn eigen kring ten nadele van de oudere experts, en dat vice-president Joe Biden de geest van de president vergiftigde door constant te herhalen dat militairen niet te vertrouwen zijn.

Het boek presenteert een enigszins tegenstrijdig beeld van president Obama, want naast presidentiële desinteresse en onkunde beschrijft Gates ook dat Obama herhaaldelijk, tegen advies van anderen in, de juiste tactische beslissingen heeft genomen. Maar in het boek is Obama ook een president die het verschil tussen strategie en tactiek niet kent en alleen maar over de korte termijn nadenkt. Het boek draagt flink bij aan het beeld van Obama als een zelfzuchtige, ongeïnteresseerde man die liever golf speelt dan regeert. Meer nog dan dat: Gates schetst een man die weinig eigen meningen heeft en zich te makkelijk door zijn adviseurs laat sturen.

Tenslotte krijgt ook Hilary Clinton, de gedoodverfde presidentskandidate in 2016, een flinke veeg uit de pan. Clinton gaf enkele jaren later in het bijzijn van Gates toe dat haar tegenstand tegen de inzet van meer soldaten in Irak in 2007 niets met militaire maar alles met electorale tactiek in de aanloop naar voorverkiezingen in Iowa te maken had. (De president gaf schoorvoetend toe dat dezelfde calculaties bij hem hadden meegespeeld.) De rasechte militair Gates was diep geschokt dat Clinton en Obama de levens van soldaten ondergeschikt maakten aan de stembus.

Rich Lowry, redacteur van het conservatieve opinieblad National Review, merkte droogjes op dat niemand echt verrast kan zijn over de onthullingen van Gates. Toch is het een schok om je argwaan over de machtigste man van de wereld door zo’n objectieve bron bevestigd te zien.

woensdag 1 januari 2014

Media VS voeren Democratische propaganda

Het artikel van David Kirkpatrick in de New York Times van 28 december jl. over de toedracht van de aanslag op het Amerikaanse consulaat in het Libische Benghazi in september 2012 heeft in Amerika voor opschudding gezorgd. Kirkpatrick maakt korte metten met de kritiek van Republikeinse politici die in de aanslag een actie van al-Qaeda zien en de regering Obama al meer dan een jaar betichten van incompetentie en het opzetten van een doofpotaffaire.

Kirkpatrick verwerpt die beschuldigingen. Volgens zijn eigen research klopt de versie van de regering Obama grotendeels: het was een actie uit onvrede over een beledigend anti-islamfilmpje op Youtube, in korte tijd georganiseerd door locale extremisten zonder directe banden met al-Qaeda.

Het artikel van deze gerenommeerde journalist is indrukwekkend, maar er klopt van alles niet aan. Thomas Joscelyn en Stephen Hayes van The Weekly Standard, die al sinds vorig jaar uitgebreid over de zaak berichten, vinden Kirkpatricks argumentatie ondeugdelijk. Ook twee vooraanstaande leden van de parlementaire commissie voor inlichtingen, een Democraat en een Republikein, spreken zijn conclusies tegen.

Kirkpatrick heeft ontegenzeggelijk veel werk verzet en nieuwe details aan het licht gebracht, maar de feiten die hij aanvoert kan de brede consensus van de inlichtingendiensten over de betrokkenheid van aan al-Qaeda gelieerde groepen niet weerleggen. Dat hij zijn conclusies niet aan de uitgebreide dossiers van de congressionele onderzoekscommissie verantwoordt is laakbaar. Daarom verdient zijn artikel dan ook niet de aandacht die het in de nationale en internationale pers heeft gekregen.

Conservatieve politici en journalisten zien in de publicatie van dit zeer controversiële artikel – op de voorpagina nog wel – en twee dagen later gevolgd door een ondersteunend redactioneel commentaar , een boude, aggressieve zet door linkse journalisten in een poging het besmette blazoen van Hilary Clinton in deze zaak te reinigen.

In veler ogen heeft Clinton zichzelf destijds als minister van buitenlandse zaken flink geblameerd door zeer twijfelachtig optreden in de maanden voor de aanslag (dringende verzoeken van de ambassadeur om meer beveiliging van het consulaat werden genegeerd), door geheimzinnigheid erna en door haar schofferende optreden voor de onderzoekscommissie in januari 2013. Desondanks is Clinton de gedoodverfde Democratische kandidate voor het presidentsschap in 2016.

Het zou helaas niet de eerste keer zijn dat Amerikaanse journalisten politiek werk voor de Democraten uitvoeren. Het tijdschrift Newsweek was in 2008 zo openlijk op de hand van kandidaat Barack Obama (die meerdere keren op de cover stond) dat critici schamperden over een omdoping van het tijdschrift tot Obamaweek.

Conservatieve journalisten klagen al sinds 2008 dat de pers veel te weinig kritische vragen aan Barack Obama en zijn kabinetsleden stelt. Slechts de onaflatende reeks blunders rond het inwerkingtreden van Obamacare dwingt enkele media de afgelopen maanden tot een beperkte mate van scepsis jegens de regering.

Het is een publiek geheim dat de politieke pers in groten getale op Democratische hand is. Peilingen onder journalisten in Washington geven aan dat 93 procent Democratisch stemt, en de meesten van hen geven het openlijk toe. Dat is een ongezond hoog percentage. Zo’n situatie leidt zelfs onder de beste omstandigheden tot onbedoelde zelfrecensie en eenzijdige berichtgeving. Het verhaal van Kirkpatrick toont dat perfect aan: ondanks zijn harde werk en brede kennis negeerde hij in zijn verhaal willens en wetens een aantal belangrijke aspecten, omdat ze niet in zijn persoonlijke straatje pasten.

Een vrije pers is onmisbaar voor het goed functioneren van een democratie. Met slechts enkele media die openlijk kritisch tegenover de Democratische partij staan (bijv. FOX News en de opinieredactie van de Wall Street Journal) is er nauwelijks nog sprake van een breed scala aan opinies in de Amerikaanse media. Dat draagt ongetwijfeld bij aan de politieke verharding in de VS. Het baart ook zorgen over de waarborging van de vrijheid.

donderdag 14 november 2013

Obama maakt van de zorg een puinhoop

Onderstaand artikel is op 14 november 2013 in het Nederlands Dagblad gepubliceerd.

Enkele weken geleden ontvingen mijn vrouw en ik de gevreesde brief: een flinke premieverhoging voor onze ziektekostenverzekering. Nu betalen we ongeveer 7800 dollar per jaar, straks wordt dat ongeveer 9600 dollar. De verzekeringsmaatschappij gaf als reden op: Obamacare.

Wij hebben overigens nog geluk. Miljoenen Amerikanen krijgen te horen dat hun polis met ingang van 1 januari wordt opgezegd, omdat hij niet meer voldoet aan de strengere minimumeisen voor een basisverzekering, waaronder verplichte dekking voor bijvoorbeeld prenatale zorg en psychiatrische zorg.

Regels voor minimale dekking zijn op zich redelijk, maar uit de tienduizenden bladzijden regels en voetnoten die uit Obamacare voortkomen, is weinig zinnigs op te maken. Zo zijn de eisen van de regering om meer zaken in het basispakket op te nemen en tegelijk een goedkoper product beschikbaar te maken onverenigbaar.

Aanpassingen

Verzekeraars worden gedwongen flinke aanpassingen in hun polissen door te voeren, met als gevolg minder keuzemogelijkheden. Verzekeraars bieden in sommige staten nog maar één polis aan.

Dat staat haaks op een harde belofte van president Obama, die zei: ‘Als je tevreden bent met je verzekering of je huidige arts, dan mag je die houden. Punt.’ Volgens uitgelekte documenten uit 2010 wist de president toen al dat die belofte niet haalbaar was, maar bleef hij die desondanks talloze keren herhalen.

Man van vijftig

Elke verzekeraar kan aanbieden wat hij wil. Hij kan dus een product personaliseren op de wensen en eisen van individuele consumenten en groepen. Dus als je een man van vijftig bent, kun je een verzekering kopen waarin prenatale zorg niet is gedekt. Maar nu vindt de regering dat prenatale zorg zo basaal is dat ook alleenstaande senioren dat verplicht in hun pakket moeten hebben – en daarvoor dus premie moeten betalen.

En in het pakket voor opa en oma wordt anticonceptie verplicht opgenomen. Die verplichte anticonceptieverzekering zit veel christenen overigens flink dwars, want sommige vormen van anticonceptie kunnen eventueel een vroege abortus opwekken; iets wat christenen verwerpen. Waarom worden ze gedwongen daarvoor verzekerd te zijn en er premie voor te betalen?

Amateurisme

Tot dusver gaat de aandacht in de media vooral uit naar de problemen met de website van de federale overheid waar consumenten nieuwe gesubsidieerde polissen kunnen vinden. Dat is begrijpelijk, want IT-experts zijn het erover eens dat die website een schandalig stuk amateurisme is. Landelijk hebben zich in oktober slechts vijftigduizend mensen kunnen inschrijven, in plaats van de verwachte half miljoen, omdat de website nagenoeg niet functioneert.

Maar de website is niet het echte probleem, want die kan wel gerepareerd worden. Belangrijker zijn bijvoorbeeld de vragen over het proces achter de aanbesteding van de Obamacare-website. Het Congres wil graag weten hoe het bedrijf dat de website heeft gemaakt, is gekozen. En hoe het ministerie de voortgang en opbouw van het project heeft gemanaged.

Geen concurrentie

Dat dit proces faliekant heeft gefaald, is overduidelijk. Het lijkt zo te zijn dat er geen concurrentie was bij het aanbesteden: CGI Federal heeft de job gewoon gekregen. Waarom is dat bedrijf gekozen, terwijl ze in Canada al zo’n slechte reputatie hadden opgebouwd? En wat betekent het dat de directeur van dat bedrijf een oude schoolkameraad van Michelle Obama is?

Economen maken zich nog veel meer zorgen over de economische gevolgen van Obamacare. Zij zien als gevolg van de gigantische berg regelgeving flinke kostenverhogingen voor artsen en klinieken. Veel klinieken weigeren de nieuwe polissen te accepteren, omdat die te lage vergoedingen bieden.

nationaal ziekenfonds

Intussen staan veel consumenten voor het blok. Sommige mensen kunnen via Obamacare goedkopere, gesubsidieerde polissen kopen, maar velen ook niet. Veel mensen hebben, vanwege hun inkomen, ook geen recht op zo’n gesubsidieerde polis. En door de technische problemen met de Obamacare-website kunnen veel consumenten, al zouden ze het willen, zelfs geen nieuwe polis vinden, zodat ze vanaf 1 januari onverzekerd raken.

Sommige conservatieve complottheoretici beweren dat de technologische chaos onderdeel van een snood plan is om privéverzekeringen de nek om te draaien en een nationaal ziekenfonds in te voeren. Dat is onzin. Het is gewoon onkunde van een overmoedige regering die de verwerkelijking van veel linkse wensdromen belooft, maar niet de knowhow in huis heeft het ook uit te voeren.


Chaos

Als miljoenen Amerikanen op 1 januari onverzekerd raken, is dat niet alleen een afgang voor de Obama-regering: het is ook een financiële ramp voor die gezinnen en voor het nieuwe systeem, dat zonder voldoende deelnemers niet rendabel kan zijn. Wat doet de regering om chaos op 1 januari te voorkomen?

maandag 28 oktober 2013

Economie en privacy ook in geding bij haperend Obamacare

Toen de Republikeinen hun zorgen over ernstige mankementen in de nieuwe gezondheidswet Obamacare inzet maakten van onderhandelingen over een begroting, leed de partij flink gezichtsverlies. Nu ernstige onvolkomenheden in het nieuwe verzekeringssysteem zichtbaar worden krijgt de partij alsnog gelijk.

Op 1 oktober begon de inschrijftermijn voor ziektekostenpolissen en gingen de onder Obamacare gecreëerde marktplaatsen (healthcare exchanges) voor ziektekostenpolissen van start. Maar met name de website die de federale overheid voor burgers in 36 staten runt (de overige staten hebben hun eigen webportaal) blijkt zo slecht ontworpen dat ze momenteel nauwelijks functioneert. Politici van beide partijen vragen nu de regering om opheldering over de klaarblijkelijke onkunde achter het opzetten van het nieuwe systeem.

De problemen zijn zo erg dat veel mensen er niet in slagen zich überhaupt als gebruiker aan te melden, laat staan een polis af te sluiten. Het is zeer te betwijfelen dat de benodigde zeven miljoen mensen om het systeem rendabel te maken zich zullen inschrijven. Het product dat Obamacare belooft via de exchanges staat daardoor flink onder druk. Want, zo schrijft beleidsanalist Yuval Levin in National Review Online: “Als de website niet werkt, kan het product niet werken en dan kan de verzekeringsmarkt niet in stand worden gehouden.”

Zulke waarschuwingen werden vorige maand nog afgedaan als bangmakerij van rechtse Obamahaters. Maar steeds meer experts op IT-gebied en kenners van verzekeringsbeleid steken hun zorgen over de wankelheid van de website en de organisatie erachter niet onder stoelen of banken. Een IT-expert bekend met de Obamacare-website liet weten dat de problemen zo erg zijn dat alleen een migratie van de data naar een compleet nieuw te ontwerpen structuur op lange termijn uitkomst kan bieden. Dat kan een dure grap worden en zal zeker een jaar op zich laten wachten.

Ook de privacy is in het geding. Aangezien consumenten flink veel privacy-gevoelige gegevens moeten opgeven, is de website aantrekkelijk voor hackers en spionnen. Zelfs een oppervlakkige inspectie door internetbeveiligingsfirma TrustedSec toonde aan dat er gigantische gaten in de beveiliging van de website zitten, waar hackers grif misbruik van kunnen maken.

Daarnaast maken sommige critici voor de financiële gezondheid van de verzekeringsmaatschappijen. Zij waarschuwen voor een zogenaamde “doodsspiraal”. Daarmee bedoelen ze een vicieuze cirkel waarin maat-schappijen door een gebrek aan klanten jaar na jaar hun premies opkrikken om genoeg risicodekkend kapitaal binnen te krijgen, maar daarbij ook steeds meer klanten wegjagen, totdat het bedrijf uiteindelijk failliet gaat. Levin verwerpt die mogelijkheid, omdat federale subsidies aan consumenten zulke premiestijgingen grotendeels onzichtbaar maken en maatschappijen dus langer liquide blijven. Toch waarschuwt ook hij voor ernstige structurele problemen met het nieuwe stelsel.

De opzet van het nieuwe stelsel getuigt van verwijtbaar wanbeheer en beunhazerij. De internetfirma CGI Federal die de website ontwierp is onderdeel van een Canadees bedrijf met al meerdere dure flaters op het blazoen. Dat het bedrijf met de Obamacare-website een wanproduct heeft geleverd staat buiten kijf.

Maar ook Obama’s ministerie van gezondheid treft een goed deel van de blaam. Onkunde onder ambtenaren, een veel te late start en politieke overwegingen moesten haast wel tot dit resultaat leiden.

Het is prematuur om Obamacare nu al dood te verklaren. Op de korte termijn is het zeker mogelijk om de toegangsproblemen tot de website te verhelpen. Maar als de IT-experts gelijk hebben in hun analyse zal het systeem niet erg lang stabiel kunnen blijven draaien.

Het echte probleem is echter niet een haperende website, maar het proces daarachter. Wat tot dusver over dat proces bekend is suggereert een ongekende mate van incompetentie binnen de regering Obama. Daar mogen burgers – en politici van beide partijen – zich best zorgen over maken.

vrijdag 11 oktober 2013

Feiten en fabels over de federale sluiting, het schuldenplafond en Obamacare

Op 1 oktober werd een noodmaatregel van kracht, waarbij delen van de Amerikaanse federale overheid op slot gingen of op halve kracht gingen draaien. Dit was het gevolg van het uitblijven van een overeenkomst tussen de partijen in het Congres over een begroting voor de federale overheid voor het nieuwe fiscale jaar dat op 1 oktober begon. Om geld te sparen werden niet-essentiële diensten gesloten en personeel naar huis gestuurd.

Is de hele overheid echt gesloten?

Nee. Het betreft alleen de diensten die door de federale (nationale) overheid worden bestuurd. Dus locale, regionale en staatsdiensten (van de 50 individuele staten) draaien gewoon door. Scholen en bibliotheken zijn gewoon open. Veel diensten in de hoofdstad Washington, zoals ministeries, parken, musea en de Library of Congres, zijn wel gesloten, omdat de federale overheid veel van die diensten beheert. Ook zijn veel nationale parken in het land en locale kantoren van federale overheidsdiensten, zoals de belastingdienst of immigratiekantoren, gesloten.

Toch zijn er ook veel uitzonderingen bij federale diensten. De ‘sluiting’ raakt alleen diensten die door de jaarlijkse begroting worden gefinancierd, zoals parken. Diensten die over andere gelden beschikken (bijv. veel rechtbanken) of onder regels voor zogenaamde ‘verplichte uitgaven’ vallen (bijv. veel sociale diensten en uitkeringen) draaien gewoon door. Ook blijven de strijdkrachten en nationale politiediensten gewoon operationeel, al wordt ook daar beknibbeld op niet-essentiële diensten, bijvoorbeeld door een verlof voor freelance-personeel.

De doorsneeburger buiten Washington DC merkt van de sluiting dus voorlopig weinig of niets.

Is een federale sluiting ongewoon?

Het is niet echt heel gebruikelijk, maar het is zeker niet uiterst zeldzaam. Sinds 1976 is zo’n sluiting 18 keer voorgekomen. Het is wel al 18 jaar geleden sinds de vorige sluiting (onder Bill Clinton) dus het lijkt voor jongere burgers heel erg ongewoon. Onder Ronald Reagan vond er zes keer een sluiting plaats.

Beide partijen hebben disputen over allerlei zaken aan het debat over de begroting gehangen. Dat gebeurde ook in 2011 onder president Obama, maar destijds werd op het laatste moment een sluiting van de federale overheid voorkomen door een compromis over het schuldenplafond; dat compromis leidde toen tot de Budget Control Act (de zog. “sequestratie”) waarin er flink werd bezuinigd op federale uitgaven.

Mag zo’n sluiting wel volgens de grondwet?

De Amerikaanse Grondwet zegt niets over deze procedure. Het is gewoon een administratieve maatregel om geld te bezuinigen als er geen nieuwe begroting wordt goedgekeurd en departementen dus geen nieuwe gelden krijgen toegewezen.

Is de overheid nu blut?

Nee. Er komen nog steeds belastinggelden binnen. De regering Obama heeft het recht om die gelden toe te wijzen aan de belangrijkste diensten en kostenposten.

Maar kan de federale overheid blut raken als dit lang genoeg duurt?

Dat is erg onwaarschijnlijk, want dan moet het wel erg lang duren.

Maar als Amerika het schuldenplafond bereikt dan is de overheid wel blut, toch?

Nee, ook dan niet. Het schuldenplafond betekent niet dat de overheid blut is. Het betekent dat de overheid volgens de wet geen nieuw geld mag lenen. In wezen is de creditcard dan opgebruikt. Het Congres moet dan een nieuwe wet maken om meer ruimte op de federale creditcard te creëren. Maar in de tussentijd komt er ook dan nog steeds belastinggeld binnen, dus helemaal zonder geld zit de overheid niet.

Zei Christine Lagarde van het IMF niet dat Amerika op 17 oktober in een staat van wanbetaling raakt?

Ja, dat zei ze, maar dat is niet waar. Je wordt niet ‘automatisch’ een wanbetaler. Dat word je alleen als je actief besluit je schulden niet te betalen. Aangezien de regering Obama ook na 17 oktober nog steeds belastingen blijft innen, is er in ieder geval genoeg geld om deze maand zowel de staatsschuld als de AOW (Social Security) te betalen. President Obama zou dus moeten besluiten de staatsschuld niet te betalen en dus er actief voor kiezen wanbetaler te worden. Dat is erg onwaarschijnlijk.

Maar het is wel zo dat het geld dat in kas is erg snel op zal zijn. Op 1 november moet er 55 miljard aan sociale zekerheid moeten worden betaald. De minister van Financiën, Jacob Lew, heeft laten weten dat er niet genoeg geld in kas is om dat te betalen en er zal niet genoeg belastinggeld binnenkomen om dat te bedekken. Als het schuldenplafond wordt bereikt zal er dan ook zeer waarschijnlijk erg grote onrust ontstaan op de wereldmarkten met ernstige gevolgen voor de wereldeconomie.

Is het niet erg oneerlijk van Republikeinen dat ze de president zo in het nauw drijven?

Ja. Bijna alle Amerikanen zijn het er over eens dat een federale sluiting en dit soort chantage met financiële gevolgen onder normale omstandigheden niet moeten kunnen plaatsvinden. Peilingen wijzen uit dat burgers erg boos zijn over het gekissebis en zowel president Obama en het Congres krijgen van burgers erg slechte rapportcijfers voor hun gedrag; Republikeinen in het Congres staan nu zelfs historisch laag gewaardeerd in peilingen.

Zijn Republikeinen dan helemaal gek geworden? Waarom spelen ze zo’n gevaarlijk spel met de wereldeconomie als inzet?

Dat is wat oppervlakkig geredeneerd. Republikeinen zijn zich zeer bewust van het hoge spel dat ze spelen, maar ze doen dat weloverwogen, in de overtuiging dat hun als minderheidspartij geen andere middelen ter beschikking staan om onder de huidige politieke verdeling hun stem te laten horen.

Republikeinen betichten president Obama en zijn partij ervan dat zij sinds zijn aantreden nooit serieus met hen hebben overlegd over de fiscale gezondheid van de regering. Het is zeker waar dat de president in vergelijking met zijn voorgangers erg weinig overleg heeft gehad met de oppositiepartij. Vergeet ook niet dat de Democraten zowel het Witte Huis als de Senaat beheersen; de Republikeinen hebben alleen de meerderheid in het Huis. Wetgeving kan alleen worden goedgekeurd als het Huis, de Senaat én de president allemaal instemmen (of als er een overgrote meerderheid een eventueel presidentieel veto kan overstemmen).

In het huidige debat eist de president een begroting zonder Republikeinse eisen eraan vast. In de ogen van de Republikeinen is dat een eis om maar dood te liggen en om te rollen. Ze willen met name in het debat over het schuldenplafond een stevig gesprek over de noodzaak om op te houden met steeds maar meer schulden te maken. Onder president Obama is de staatsschuld schrikbarend snel gestegen. Zijn regering heeft nu al, na vierenhalf jaar in zijn ambtstermijn, veel meer aan de staatsschuld toegevoegd dan zijn voorganger George W. Bush in de acht jaar dat hij president was. In die context is het wel een beetje onheus van de president dat hij de Republikeinen nu oproept om direct en zonder verdere eisen in te stemmen met een begroting en verhoging van het schuldenplafond. Fiscaal beleid mag best aan een breed debat worden onderworpen en Republikeinen menen dat het door de president voorgestelde beleid geen recht doet aan een aantal belangrijke, direct verwante problemen

Er zijn toch wel andere manieren om dat debat te hebben?

Niet echt. De Amerikaanse Grondwet geeft geen andere alternatieven dan debatten in het Congres. Republikeinen vinden dat er de afgelopen jaren te weinig inhoudelijk is gedebatteerd over de fiscale gezondheid van de VS. Het grote probleem is dat Amerika een twee-partijenstelsel heeft, dat polarisatie in de hand werkt: zodra één partij een meerderheid van de verschillende overheidstakken (Huis, Senaat, Witte Huis) in handen krijgt, domineert ze het debat. Republikeinen klagen met name dat er in 2009 en 2010, toen de Democraten alle drie in hun macht hadden, veel wetten zijn aangenomen zonder echte inbreng van de Republikeinse oppositie. Daaronder valt met name Obamacare, hetgeen zonder enige Republikeinse inbreng of steun is aangenomen en dus uitsluitend belangen van binnen de Democratische partij vertegenwoordigt.

Nu van Obamacare en nog meer van zulke wetten ook de werking en de economische gevolgen zichtbaar worden, waarvan er vele minder dan rooskleurig zijn, willen Republikeinen de Democraten dwingen tot een debat over economische en fiscale hervormingen. Als minderheidspartij hebben de Republikeinen weinig mogelijkheden om de door de Democraten gedomineerde Senaat en president Obama te dwingen naar hen te luisteren; de afgelopen tweeënhalf jaar – sinds de Republikeinen het Huis veroverden – is het overgrote meerendeel van de wetsvoorstellen die door het Huis van Afgevaardigden werden goedgekeurd door de Democratische Senaat niet eens behandeld of eenvoudigweg afgekeurd.

Republikeinen moeten ophouden met zeuren over Obamacare; die wet is door Huis en Senaat aangenomen en zelfs het Hooggerechtshof heeft het grondwettig verklaard.

Dat is hoogstens een kwart waarheid. Ja, de wet is door Huis en Senaat goedgekeurd, maar wel zonder een enkele Republikeinse stem. In 2010 hadden de Democraten zowel Huis als Senaat in hun macht en ze zijn met Obamacare als met een stoomwals over de Republikeinen gereden. Een inhoudelijk debat over Republikeinse belangen is er niet geweest. Obamacare is honderd procent Democratisch (alhoewel er ook binnen die partij verschillende vleugels met verschillende belangen waren, die herkenbaar zijn in de vele bijzondere regels en uitzonderingen).

Het Hooggerechtshof heeft in 2012 één bepaalde provisie van de wet grondwettig verklaard, maar alleen op een zeer pijnlijke voorwaarde: de regering Obama moest erkennen dat de verzekeringsplicht neerkomt op een belasting, iets dat Obama in 2010 en 2011 steevast had ontkend. Met de uitspraak bleef de verzekeringsplicht voorlopig overeind, maar andere onderdelen (en in een wet van meer dan tweeduizend pagina’s zijn er talloze onderdelen) staan nog ter discussie en worden nog door verschillende rechtbanken onder de loep genomen. De wet in haar geheel is nooit door het Hooggerechtshof beoordeeld.

Dat zal wel, maar intussen is de wet toch gewoon de wet?

Jazeker, maar dat betekent niet dat Republikeinse politici hun taak niet zouden mogen uitvoeren en publiekelijk de tekortkomingen van regeringsbeleid aan de kaak te stellen. Er is gerede bezorgdheid over de ernst van de tekortkomingen in Obamacare en dat het niet maar om schoonheidsfoutjes gaat. Republikeinen vrezen bijvoorbeeld dat de enorme premieverhogingen waartoe Obamacare voor veel reeds verzekerde Amerikanen dwingt (variërend van 15 procent tot 500 procent in sommige staten) een zware slag zal zijn voor een toch al wankele economie. Daarnaast dwingen andere regels veel bedrijven om andere keuzes te maken in hun ziektekosten, zodat de door de overheid gesubsidieerde polissen veel meer toeloop krijgen dan gepland; dat zou de overheidsuitgaven flink doen kunnen toenemen.

Over dat soort zaken willen Republikeinen een debat hebben en met de nadering van de inwerkingtreding van veel van zulke regels is er een zeker gevoel van urgentie.

Maar toch hè, Ted Cruz en de Tea Party zijn wel erg extremistisch. Die houden zelfs de gematigden binnen de Republikeinse partij in gijzeling.

Het is zeker waar dat er flinke onenigheid is in de Republikeinse partij over de juiste tactiek om de regering tot overleg te dwingen. Onder Tea Party-sympathisanten zijn er velen die kiezen voor een hardere confrontatie dan onder de partijleiders. Er kan een redelijke kritiek aan het adres van de Tea Party-leden worden gemaakt dat zij enkele misrekeningen hebben gemaakt in hun werkwijze, maar het is verkeerd daaruit te concluderen dat deze politici ideologisch anders of extremer zijn dan de meest andere Republikeinen. Er is immers unanimiteit binnen de partij over de problemen met het economische en fiscale beleid dat de regering Obama voert. De onenigheid is alleen over de vraag welke tactiek politiek het meest haalbaar is om de Democraten tot een debat te dwingen. Het label “Tea Party” is niet primair een ideologische term, maar staat eerder voor een groep (meestal jongere) politici die de urgentie van de problemen hoger inschatten en daardoor minder buigzaam zijn dan veel ervarener politici. Maar een lagere bereidheid om compromissen over essentiële onderwerpen te sluiten is niet hetzelfde als “extremistisch” zijn.

woensdag 2 oktober 2013

Politieke crisis in VS symptoom van groeiende ideologische oorlog

Alle nationale parken en andere federale instanties, zoals het Lincoln Memorial in Washington DC, zijn voor het publiek gesloten gedurende de sluiting van de federale overheid. (Foto: Scott Kirkwood/NPCA, CC)
Tijdens de debatten in het Amerikaanse Congres over het schuldenplafond en een tijdelijke begroting voor de federale overheid weken beide partijen geen duimbreed. Republikeins senator Ted Cruz protesteerde zelfs met een spreekmarathon van 21 uur tegen pogingen om in de precaire financiële situatie geld aan het haperende Obamacare toe te kennen.

Uit de commentaren van binnen- en buitenlandse media spreekt duidelijk dat er geen enkel begrip is voor een dergelijk harde inzet. Er wordt vooral geopperd dat de twee partijen hun verstand hebben verloren en dat men door kortzichtigheid het land en de eigen politieke positie zou vernietigen.

Ik deel de verontwaardiging, maar vrees dat de hoop op een terugkeer van de Amerikaanse politiek naar een soort politiek volgens het poldermodel misplaatst is. Uit die hoop spreekt een onderschatting van de diepte en de ernst van het politieke conflict in de VS. De samenloop van een aantal factoren drijft de twee partijen juist verder de loopgraven in.

Bij elke analyse van de Amerikaanse politiek valt mij op dat er in de media weinig begrip voor en interesse in de ideologische drijfveren van de Republikeinen is. Regelmatig wordt gemopperd dat de partij steeds rechtser, extremer of onredelijker wordt en daarmee de normale democratische processen saboteert. Dat is een erg oppervlakkige constatering.

Het is m.i. een terechte conclusie dat de Republikeinse partij ideologischer is geworden. De afwending van de gangbare compromissen in Washington komt echter ook voort uit de groeiende erkenning onder Republikeinen dat die gangbare praktijken steeds dieper doordrenkt raakten van de politieke corruptie. Op kosten van de belastingbetaler hebben politici van beide partijen zich decennia lang aan geld en macht verrijkt. Tijdens de afgelopen paar verkiezingen hebben Republikeinen zich ontdaan van flink wat politici die in veler ogen hun ziel aan de duivel hadden verkocht. De partij heeft onder president Bush ook een einde gemaakt aan de onderhandse koehandel over aanbesteding van lievelingsprojecten van individuele Congresleden.

Voor een belangrijk deel gaat het huidige conflict tussen Republikeinen en Democraten over dit probleem. Dat de senator Cruz de afgelopen week Obamacare inzet maakte van een hoog spel over financiën kan alleen worden begrepen als men inziet dat de ziektekostenwet Obamacare de belichaming en het toppunt van die oude praktijken is. De wet is een gigantisch veelkoppig monster dat bol staat van de corrupte deals en onwerkbare regelgeving. Republikeinen vrezen dat de wet, die op 1 januari van kracht moet worden en zonder enige Republikeinse inbreng of stem is goedgekeurd, het gezondheidssysteem van Amerika opblaast en het land in een hernieuwde economische crisis stort. Rapporten van talloze instanties wijzen op grove tekortkomingen die uitnodigen tot grootschalige fraude. Ook worden er nu al premiestijgingen variërend van 15 tot 500 procent voor consumenten bekendgemaakt, als direct gevolg van slecht doordachte wensen en eisen in Obamacare.

Ook de Democraten hebben zich ideologisch ingegraven. Als eerste echte sociaal-democratische president is president Obama er om ideologische reden van overtuigd dat een uitbreiding van de sociale welzijnsprogramma’s naar Europees model een morele verplichting is. Daarvoor is hij bereid een zeer hoge economische prijs te betalen en daarom biedt hij koppig tegenstand aan de oppositie die zijn program te duur vindt.

In een dergelijk ideologisch gechargeerd klimaat ligt een oplossing niet voor de hand. Op de korte termijn lijken wijzere koppen onder de Republikeinen een confrontatie te kunnen voorkomen, met name omdat men met Congresverkiezingen in 2014 een imagoverlies onder veel zwevende kiezers vreest. Maar op de lange termijn zal dit conflict zich enkel verscherpen, omdat het ten diepste gaat over onverenigbare visies van staatsinrichting, financiële haalbaarheid en sociaal welzijn.

maandag 1 juli 2013

Godsdienstvrijheid VS onder druk na uitspraak hof

Een versie van dit artikel is op 8 juli in het Nederlands Dagblad verschenen.

Sinds het aantreden van president Obama wordt er vanwege de overheid een steeds stricter secularistische houding zichtbaar. Christenen zien in recente ontwikkelingen het begin van een anti-christelijke staat.

Voorstanders van het homohuwelijk demonstreren voor het gebouw van het Amerikaanse Hooggerechtshof op 27 maart 2013 toen het hof de zaak behandelde. (Foto: Victoria Pickering; CC)




De uitspraak van het Hooggerechtshof in de zaak Windsor over de zog. DOMA-wet (Defense of Marriage Act) op 26 juni jl. baart christenen veel zorgen. Een belangrijk onderdeel van de wet, die voor federale doeleinden, zoals het toekennen van belastingvoordeel aan gehuwde partners, het homohuwelijk niet erkent, is volgens opperrechter Kennedy inherent discriminerend.

‘Vijanden van de mensheid’

Zijn collega-rechter, de conservatieve Antonin Scalia, erkende de gevaren van Kennedys argumentatie. Hij schreef een briesend minderheidsoordeel, waarin hij zich beklaagt over Kennedys hypocriete bewering dat het oordeel in de zaak Windsor geen effect heeft op het zelfbeschikkingsrecht van de individuele staten. De uitspraak is volgens hem een perfect juridisch handvat voor activisten om wetten in staten die het homohuwelijk verbieden ook daar ongrondwettig te laten verklaren. Lang hoefde Amerika niet te wachten. In Michigan gebruikte een rechter de uitspraak in Windsor al de dag erna om een beperking op ziektekostendekking voor homopartners ongrondwettig te verklaren.

Maar het is Kennedys harde woordkeuze waar Scalia met name over valt: tegenstanders van het homohuwelijk zijn in Kennedys redenering “vijanden van de menselijke waardigheid”, en zelfs hostes humani generis (“vijanden van de mensheid”), zo vat Scalia het oordeel van Kennedy samen.

Secularisering

Dit is slechts één van de meest in het oog springende voorbeelden van een secularisering van de Amerikaanse staat, die onder de huidige president zichtbaar versneld is. Daarbij wordt de vrijheid op godsdienst steeds vaker en botter met voeten getreden. Zo dwingt Obamacare (de gezondheidswet) christelijke werkgevers om anticonceptie en de ‘morning-after pill’ volledig te vergoeden, iets waar met name (maar niet uitsluitend) rooms-katholieke werkgevers – grondwettelijk beschermde – religieuze bezwaren tegen hebben.

In hun laatste nummer bericht het christelijke blad World Magazine dat de Amerikaanse strijdkrachten de laatste jaren systematisch worden gezuiverd van cultureel christelijke uitingen, zoals posters met kruizen of bijbels op bureau’s van officiers. Aalmoezeniers krijgen ook vaker te horen dat ze niet mogen evangeliseren, en tijdens een trainingsseminar worden evangelische christenen en rooms-katholieken naast Al Qaeda in een rijtje extremistische groepen geplaatst.

Hoewel Amerika verhoudingsgewijs nog steeds erg religieus is, kennen atheïstische activisten steeds beter de weg in de wandelgangen van het staatsapparaat. Ze vinden onder hoge ambtenaren, ministers en rechters vaak medestanders voor hun verlangen naar een van religie gezuiverd openbaar leven. Een grote rol daarbij speelt een wijdverbreide misvatting – gecreëerd door een invloedrijke, maar dubieuze uitspraak van het Hooggerechtshof in de zaak Everson uit 1947 – dat de Grondwet een stricte scheiding van kerk en staat eist.

Desinteresse

Pogingen van stricte secularisten om hun zin door te drijven, zeker via juridische weg, zijn niet nieuw. Wat wel nieuwe zorgen baart is de onmiskenbare desinteresse voor het verdedigen van godsdienstvrijheid onder Democraten. De regering Obama weigerde de DOMA-wet voor de rechtbank te verdedigen, en een zaak over een anti-homohuwelijkwet uit Californië werd door het Hooggerechtshof onontvankelijk verklaard, met name omdat de gouverneur (Democraat Jerry Brown) eveneens weigerde de wet te verdedigen.

Christenen vrezen dat het niet zal blijven bij een landelijke invoering van het homohuwelijk,  waarschijnlijk als gevolg van een gerechtelijke uitspraak van het Hooggerechtshof over enkele jaren. Marvin Olasky, redacteur van World Magazine, merkte op dat het onder die nieuwe maatschappelijke standaard gewoon zal worden gevonden dat christelijke instellingen (incl. universiteiten en hogescholen), die geen homohuwelijk erkennen, geen federale subsidies zullen mogen ontvangen, geen belastingvoordeel krijgen en dat dominees slechts nog op straffe van boetes en gevangenisstraf tegen homoseksualiteit kunnen preken.

Dat klinkt gechargeerd, maar gezien de harde woorden woorden in Kennedys DOMA-oordeel, waarin tegenstanders van het homohuwelijk nu al morele monsters worden genoemd, is die toekomst al erg dichtbij.

maandag 24 juni 2013

Leeslijst

Hier is weer een lijstje met leeslinkjes.

A Pro-Abortion Reversal of Roe?

Wesley J. Smith (FirstThings.com) - 14 juni 2013
Smith presenteert een volledig nieuw scenario in de strijd rond het recht op abortus. De wet in de VS wordt bepaald door een uitspraak van het Hooggerechtshof uit 1973, de zaak Roe v. Wade. Gezien vanuit het pro-life-perspectief lijkt de strijd te gaan om het langzaam ongedaan maken van stukjes van die uitspraak en zo het recht op abortus te beperken en dus de rechten van ongeborenen te vergroten. Smith ziet echter de mogelijkheid dat progressieve rechters binnen korte tijd het recht op abortus verbinden aan het gelijkheidsbeginsel van  man en vrouw en zodoende abortus tot onaantastbaar grondrecht verklaren.

Rand Paul's 'Here's to Crime Act'

Andrew McCarthy (NationalReview.com) - 12 juni 2013
Voormalig federaal aanklager McCarthy heeft zware kritiek op de juridische analfabetie van een wetsvoorstel van Republikeins senator Rand Paul (Kentucky), tegen het verzamelen van telefoon-metadata door de federale overheid. Volgens McCarthy heeft Paul van de Amerikaanse grondwet blijkbaar weinig begrepen. Interessant artikel als voorbeeld van interne kritiek bij conservatieve politici.

Rise in Illegal Crossings Roils Immigration Debate

Byron York (WashingtonExaminer.com) - 17 juni 2013
Tijdens een verhitte discussie liet Senator Charles (Chuck) Schumer (D-NY) zich per ongeluk ontvallen dat de Amerikaans-Mexicaanse grens nog steeds zo lek als een mandje is. En dat terwijl de voorvechter van de nieuwe immigratiewet officieel nog steeds beweert dat er tegenwoordig nog maar weinig immigranten illegaal de grens oversteken.

Gohmert, Others May Block All Immigration Bills in Judiciary Committee

Jonathan Strong (NationalReview.com) - 18 juni 2013
Nu de Senaat op het punt staat het wetsvoorstel voor immigratiehervorming goed te keuren, schrijft Jonathan Strong dat een groeiend aantal Republikeinen in het Huis van Afgevaardigden alle wetsvoorstellen over immigratiehervorming in het Huis zullen blokkeren, om te voorkomen dat Democraten later tijdens het zog. 'reconciliation'-proces alle Republikeinse elementen uit de wet zullen schrappen. Dan maar liever helemaal niets, roepen de Republikeinen.

The Lesson of Kermit Gosnell

John McCormack (TheWeeklyStandard.com) - 18 juni 2013
Het abortusproces van de eeuw heeft de gemoederen in Amerika flink doen oplaaien. Tijdens de rechtszaak tegen Dr. Kermit Gosnell kwam naar buiten hoe hij foetussen die al lang levensvatbaar waren na mislukte abortussen stelselmatig vermoordde. McCormack waarschuwt dat men zichzelf voor de gek houdt door te denken dat Gosnell een uitzondering is in de donkere wereld van de abortusindustrie.

Same-Sex Marriage and Religious Freedom, Fundamentally At Odds

Matthew J. Franck (Public Discourse) - 18 juni 2013
In dit artikel laat Matthew Franck zien dat er met de invoering van het homohuwelijk in de VS op den duur geen ruimte zal blijven bestaan voor vrijheid van godsdienst en dat bedrijven, privépersonen en organisaties hun bezwaren tegen homoseksualiteit en het homohuwelijk zullen moeten opgeven. De recente wetsverandering in Nederland waar gewetensbezwaren voor ambtenaren tegen het homohuwelijk niet langer erkend worden is een teken voor Amerika dat rap in dezelfde richting gaat, en verder.

Marco Rubio, We Hardly Knew Ye

Jonathan Strong (NationalReview.com) - 24 juni 2013
Strong laat zien dat Republikeins senator Marco Rubio (Florida) met zijn werk voor immigratiehervorming zijn principes verloochent.

Immigration-Reform Scare Tactics

John Fund (NationalReview.com) - 24 juni 2013
Democraten en andere voorstanders van legalisering van de 11 miljoen illegale immigranten in de VS gebruiken ook heel ordinaire bangmakerijen om Republikeinen te dwingen tegen hun principes te stemmen: een stem tegen immigratiehervorming zal leiden tot de dood van de Republikeinse partij. Fund gelooft er niets van.

Repeating Mistakes, Ignoring Solutions

Anthony Amore (Huffington Post) - 24 juni 2013
Wie niet echt iets aan versterkte grenscontrole (waaronder het bouwen van een hek) doet, dweilt met de kraan open. Amore argumenteert tegen het huidige wetsvoorstel voor immigratiehervorming omdat men te weinig aan een betere grens doet.