vrijdag 11 oktober 2013

Feiten en fabels over de federale sluiting, het schuldenplafond en Obamacare

Op 1 oktober werd een noodmaatregel van kracht, waarbij delen van de Amerikaanse federale overheid op slot gingen of op halve kracht gingen draaien. Dit was het gevolg van het uitblijven van een overeenkomst tussen de partijen in het Congres over een begroting voor de federale overheid voor het nieuwe fiscale jaar dat op 1 oktober begon. Om geld te sparen werden niet-essentiële diensten gesloten en personeel naar huis gestuurd.

Is de hele overheid echt gesloten?

Nee. Het betreft alleen de diensten die door de federale (nationale) overheid worden bestuurd. Dus locale, regionale en staatsdiensten (van de 50 individuele staten) draaien gewoon door. Scholen en bibliotheken zijn gewoon open. Veel diensten in de hoofdstad Washington, zoals ministeries, parken, musea en de Library of Congres, zijn wel gesloten, omdat de federale overheid veel van die diensten beheert. Ook zijn veel nationale parken in het land en locale kantoren van federale overheidsdiensten, zoals de belastingdienst of immigratiekantoren, gesloten.

Toch zijn er ook veel uitzonderingen bij federale diensten. De ‘sluiting’ raakt alleen diensten die door de jaarlijkse begroting worden gefinancierd, zoals parken. Diensten die over andere gelden beschikken (bijv. veel rechtbanken) of onder regels voor zogenaamde ‘verplichte uitgaven’ vallen (bijv. veel sociale diensten en uitkeringen) draaien gewoon door. Ook blijven de strijdkrachten en nationale politiediensten gewoon operationeel, al wordt ook daar beknibbeld op niet-essentiële diensten, bijvoorbeeld door een verlof voor freelance-personeel.

De doorsneeburger buiten Washington DC merkt van de sluiting dus voorlopig weinig of niets.

Is een federale sluiting ongewoon?

Het is niet echt heel gebruikelijk, maar het is zeker niet uiterst zeldzaam. Sinds 1976 is zo’n sluiting 18 keer voorgekomen. Het is wel al 18 jaar geleden sinds de vorige sluiting (onder Bill Clinton) dus het lijkt voor jongere burgers heel erg ongewoon. Onder Ronald Reagan vond er zes keer een sluiting plaats.

Beide partijen hebben disputen over allerlei zaken aan het debat over de begroting gehangen. Dat gebeurde ook in 2011 onder president Obama, maar destijds werd op het laatste moment een sluiting van de federale overheid voorkomen door een compromis over het schuldenplafond; dat compromis leidde toen tot de Budget Control Act (de zog. “sequestratie”) waarin er flink werd bezuinigd op federale uitgaven.

Mag zo’n sluiting wel volgens de grondwet?

De Amerikaanse Grondwet zegt niets over deze procedure. Het is gewoon een administratieve maatregel om geld te bezuinigen als er geen nieuwe begroting wordt goedgekeurd en departementen dus geen nieuwe gelden krijgen toegewezen.

Is de overheid nu blut?

Nee. Er komen nog steeds belastinggelden binnen. De regering Obama heeft het recht om die gelden toe te wijzen aan de belangrijkste diensten en kostenposten.

Maar kan de federale overheid blut raken als dit lang genoeg duurt?

Dat is erg onwaarschijnlijk, want dan moet het wel erg lang duren.

Maar als Amerika het schuldenplafond bereikt dan is de overheid wel blut, toch?

Nee, ook dan niet. Het schuldenplafond betekent niet dat de overheid blut is. Het betekent dat de overheid volgens de wet geen nieuw geld mag lenen. In wezen is de creditcard dan opgebruikt. Het Congres moet dan een nieuwe wet maken om meer ruimte op de federale creditcard te creëren. Maar in de tussentijd komt er ook dan nog steeds belastinggeld binnen, dus helemaal zonder geld zit de overheid niet.

Zei Christine Lagarde van het IMF niet dat Amerika op 17 oktober in een staat van wanbetaling raakt?

Ja, dat zei ze, maar dat is niet waar. Je wordt niet ‘automatisch’ een wanbetaler. Dat word je alleen als je actief besluit je schulden niet te betalen. Aangezien de regering Obama ook na 17 oktober nog steeds belastingen blijft innen, is er in ieder geval genoeg geld om deze maand zowel de staatsschuld als de AOW (Social Security) te betalen. President Obama zou dus moeten besluiten de staatsschuld niet te betalen en dus er actief voor kiezen wanbetaler te worden. Dat is erg onwaarschijnlijk.

Maar het is wel zo dat het geld dat in kas is erg snel op zal zijn. Op 1 november moet er 55 miljard aan sociale zekerheid moeten worden betaald. De minister van Financiën, Jacob Lew, heeft laten weten dat er niet genoeg geld in kas is om dat te betalen en er zal niet genoeg belastinggeld binnenkomen om dat te bedekken. Als het schuldenplafond wordt bereikt zal er dan ook zeer waarschijnlijk erg grote onrust ontstaan op de wereldmarkten met ernstige gevolgen voor de wereldeconomie.

Is het niet erg oneerlijk van Republikeinen dat ze de president zo in het nauw drijven?

Ja. Bijna alle Amerikanen zijn het er over eens dat een federale sluiting en dit soort chantage met financiële gevolgen onder normale omstandigheden niet moeten kunnen plaatsvinden. Peilingen wijzen uit dat burgers erg boos zijn over het gekissebis en zowel president Obama en het Congres krijgen van burgers erg slechte rapportcijfers voor hun gedrag; Republikeinen in het Congres staan nu zelfs historisch laag gewaardeerd in peilingen.

Zijn Republikeinen dan helemaal gek geworden? Waarom spelen ze zo’n gevaarlijk spel met de wereldeconomie als inzet?

Dat is wat oppervlakkig geredeneerd. Republikeinen zijn zich zeer bewust van het hoge spel dat ze spelen, maar ze doen dat weloverwogen, in de overtuiging dat hun als minderheidspartij geen andere middelen ter beschikking staan om onder de huidige politieke verdeling hun stem te laten horen.

Republikeinen betichten president Obama en zijn partij ervan dat zij sinds zijn aantreden nooit serieus met hen hebben overlegd over de fiscale gezondheid van de regering. Het is zeker waar dat de president in vergelijking met zijn voorgangers erg weinig overleg heeft gehad met de oppositiepartij. Vergeet ook niet dat de Democraten zowel het Witte Huis als de Senaat beheersen; de Republikeinen hebben alleen de meerderheid in het Huis. Wetgeving kan alleen worden goedgekeurd als het Huis, de Senaat én de president allemaal instemmen (of als er een overgrote meerderheid een eventueel presidentieel veto kan overstemmen).

In het huidige debat eist de president een begroting zonder Republikeinse eisen eraan vast. In de ogen van de Republikeinen is dat een eis om maar dood te liggen en om te rollen. Ze willen met name in het debat over het schuldenplafond een stevig gesprek over de noodzaak om op te houden met steeds maar meer schulden te maken. Onder president Obama is de staatsschuld schrikbarend snel gestegen. Zijn regering heeft nu al, na vierenhalf jaar in zijn ambtstermijn, veel meer aan de staatsschuld toegevoegd dan zijn voorganger George W. Bush in de acht jaar dat hij president was. In die context is het wel een beetje onheus van de president dat hij de Republikeinen nu oproept om direct en zonder verdere eisen in te stemmen met een begroting en verhoging van het schuldenplafond. Fiscaal beleid mag best aan een breed debat worden onderworpen en Republikeinen menen dat het door de president voorgestelde beleid geen recht doet aan een aantal belangrijke, direct verwante problemen

Er zijn toch wel andere manieren om dat debat te hebben?

Niet echt. De Amerikaanse Grondwet geeft geen andere alternatieven dan debatten in het Congres. Republikeinen vinden dat er de afgelopen jaren te weinig inhoudelijk is gedebatteerd over de fiscale gezondheid van de VS. Het grote probleem is dat Amerika een twee-partijenstelsel heeft, dat polarisatie in de hand werkt: zodra één partij een meerderheid van de verschillende overheidstakken (Huis, Senaat, Witte Huis) in handen krijgt, domineert ze het debat. Republikeinen klagen met name dat er in 2009 en 2010, toen de Democraten alle drie in hun macht hadden, veel wetten zijn aangenomen zonder echte inbreng van de Republikeinse oppositie. Daaronder valt met name Obamacare, hetgeen zonder enige Republikeinse inbreng of steun is aangenomen en dus uitsluitend belangen van binnen de Democratische partij vertegenwoordigt.

Nu van Obamacare en nog meer van zulke wetten ook de werking en de economische gevolgen zichtbaar worden, waarvan er vele minder dan rooskleurig zijn, willen Republikeinen de Democraten dwingen tot een debat over economische en fiscale hervormingen. Als minderheidspartij hebben de Republikeinen weinig mogelijkheden om de door de Democraten gedomineerde Senaat en president Obama te dwingen naar hen te luisteren; de afgelopen tweeënhalf jaar – sinds de Republikeinen het Huis veroverden – is het overgrote meerendeel van de wetsvoorstellen die door het Huis van Afgevaardigden werden goedgekeurd door de Democratische Senaat niet eens behandeld of eenvoudigweg afgekeurd.

Republikeinen moeten ophouden met zeuren over Obamacare; die wet is door Huis en Senaat aangenomen en zelfs het Hooggerechtshof heeft het grondwettig verklaard.

Dat is hoogstens een kwart waarheid. Ja, de wet is door Huis en Senaat goedgekeurd, maar wel zonder een enkele Republikeinse stem. In 2010 hadden de Democraten zowel Huis als Senaat in hun macht en ze zijn met Obamacare als met een stoomwals over de Republikeinen gereden. Een inhoudelijk debat over Republikeinse belangen is er niet geweest. Obamacare is honderd procent Democratisch (alhoewel er ook binnen die partij verschillende vleugels met verschillende belangen waren, die herkenbaar zijn in de vele bijzondere regels en uitzonderingen).

Het Hooggerechtshof heeft in 2012 één bepaalde provisie van de wet grondwettig verklaard, maar alleen op een zeer pijnlijke voorwaarde: de regering Obama moest erkennen dat de verzekeringsplicht neerkomt op een belasting, iets dat Obama in 2010 en 2011 steevast had ontkend. Met de uitspraak bleef de verzekeringsplicht voorlopig overeind, maar andere onderdelen (en in een wet van meer dan tweeduizend pagina’s zijn er talloze onderdelen) staan nog ter discussie en worden nog door verschillende rechtbanken onder de loep genomen. De wet in haar geheel is nooit door het Hooggerechtshof beoordeeld.

Dat zal wel, maar intussen is de wet toch gewoon de wet?

Jazeker, maar dat betekent niet dat Republikeinse politici hun taak niet zouden mogen uitvoeren en publiekelijk de tekortkomingen van regeringsbeleid aan de kaak te stellen. Er is gerede bezorgdheid over de ernst van de tekortkomingen in Obamacare en dat het niet maar om schoonheidsfoutjes gaat. Republikeinen vrezen bijvoorbeeld dat de enorme premieverhogingen waartoe Obamacare voor veel reeds verzekerde Amerikanen dwingt (variërend van 15 procent tot 500 procent in sommige staten) een zware slag zal zijn voor een toch al wankele economie. Daarnaast dwingen andere regels veel bedrijven om andere keuzes te maken in hun ziektekosten, zodat de door de overheid gesubsidieerde polissen veel meer toeloop krijgen dan gepland; dat zou de overheidsuitgaven flink doen kunnen toenemen.

Over dat soort zaken willen Republikeinen een debat hebben en met de nadering van de inwerkingtreding van veel van zulke regels is er een zeker gevoel van urgentie.

Maar toch hè, Ted Cruz en de Tea Party zijn wel erg extremistisch. Die houden zelfs de gematigden binnen de Republikeinse partij in gijzeling.

Het is zeker waar dat er flinke onenigheid is in de Republikeinse partij over de juiste tactiek om de regering tot overleg te dwingen. Onder Tea Party-sympathisanten zijn er velen die kiezen voor een hardere confrontatie dan onder de partijleiders. Er kan een redelijke kritiek aan het adres van de Tea Party-leden worden gemaakt dat zij enkele misrekeningen hebben gemaakt in hun werkwijze, maar het is verkeerd daaruit te concluderen dat deze politici ideologisch anders of extremer zijn dan de meest andere Republikeinen. Er is immers unanimiteit binnen de partij over de problemen met het economische en fiscale beleid dat de regering Obama voert. De onenigheid is alleen over de vraag welke tactiek politiek het meest haalbaar is om de Democraten tot een debat te dwingen. Het label “Tea Party” is niet primair een ideologische term, maar staat eerder voor een groep (meestal jongere) politici die de urgentie van de problemen hoger inschatten en daardoor minder buigzaam zijn dan veel ervarener politici. Maar een lagere bereidheid om compromissen over essentiële onderwerpen te sluiten is niet hetzelfde als “extremistisch” zijn.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten