![]() |
| Donald Trump in Arizona, 19 maart 2016. Foto door Gage Skidmore (CC via Flickr) |
Veel Amerikanen
reageerden met ongeloof op de ontwikkelingen in de voorverkiezingen van deze
week. Met een monsterzege in Indiana verzekerde Donald Trump zich ervan dat de
kandidatuur voor het presidentsschap hem niet meer kan ontgaan. Zijn laatste
twee rivalen gooiden de handdoek in de ring, zodat de voorverkiezingen in de
resterende staten nog slechts een formaliteit zijn. Zelfs als Trump niet
daadwerkelijk de benodigde 1.237 gedelegeerden binnenhaalt tijdens die laatste
voorverkiezingen, zal hij dichtbij genoeg komen om nog voor de aanvang van de
conventie enkele zogenaamde “ongebonden gedelegeerden” (partijfunctionarissen
die op de conventie naar eigen geweten mogen stemmen) over te halen hem te
steunen om de chaos van een open conventie te voorkomen.
De gewaarwording
dat het Trump nu daadwerkelijk is gelukt om de nominatie binnen te halen werkt
als een schok in de Verenigde Staten en daarbuiten, maar met name binnen de
conservatieve beweging waarvan de Republikeinse partij traditioneel de
belangrijkste vertegenwordiger is. Trump is een noviteit in de Amerikaanse
politiek en hij heeft al menig politieke wetmatigheid met voeten getreden. Maar
de kans dat de vastgoedmagnaat ook in november de politieke zwaartekracht kan
negeren is zo goed als nihil. Een ruime meerderheid van de Amerikanen gruwelt
van Trump. Van de talloze opiniepeilingen over de vraag of Amerikanen liever
Donald Trump of Hillary Clinton als president zien wint Trump er bijna geen.
Trouwe conservatieve journalisten en academici, die al jaren argumenteren dat
Hillary zich schuldig heeft gemaakt aan grove schendingen van de wet,
concluderen nu openlijk dat Clinton de mindere van twee kwaden blijkt te zijn,
en dat is een aardverschuiving in de Amerikaanse politiek.
Republikeinen
moeten nu in het reine komen met twee welhaast onontkoombare feiten. Ten eerste
is het nu zo goed als zeker dat Hillary Clinton in november de
presidentsverkiezingen wint. Bijna alle peilingen wijzen uit dat Trump zelfs
doorgaans veilige conservatieve staten aan Clinton zal verliezen. Vergeet het
analytische geneuzel over “swing states” en het “Electorale College”. Hillary
Clinton stevent af op een dramatische overwinning met wellicht meer dan veertig
staten in haar kolom. De voorstelling dat Trump tussen nu en de verkiezingen
iets aan zijn imago kan veranderen lijkt me irreëel. Ook de hoop dat er voor
die tijd nog een dramatische wending komt in één van de onderzoeken naar
Hillary’s mogelijke ambtsmisbruik tijdens haar tijd als minister is volgens mij
niet realistisch. Hoewel het voor deze auteur als een paal boven water
vaststaat dat ze wel degelijk de wet op schandalige wijze aan haar laars heeft
gelapt – en dat de staatsveiligheid door haar gebruik van een onbeveiligde
privéserver ernstig in gevaar was – leidt een realistische inschatting van de
omstandigheden enkel tot de conclusie dat vervolging van Clinton
onwaarschijnlijk is. Voor vervolging in zulke zaken ligt de bewijslast erg hoog
en de regering-Obama zal zeker huiveren om de zeer gevoelige documenten die
nodig zijn voor een vervolging als bewijsmateriaal in te dienen. Ook de
politieke afweging dat een vervolging van Obama’s beoogde opvolgster niet in
het belang van de partij is speelt niet alleen maar op de achtergrond mee.
Het tweede
akelige feit is dat met de winst van Trump de Republikeinse partij in duigen
ligt. Er ontstaan nu al scheuren tussen een groep die, met variërende maten van
tegenzin, oproept tot een eensgezind steunen van de kandidaat enerzijds, en een
groeiend aantal principiële conservatieven die zweren nooit voor Trump te
zullen stemmen. Een dergelijke fundamentele splitsing moet binnen afzienbare
tijd wel leiden tot een daadwerkelijke scheuring van de partij.
Heel concreet is
de angst nu ook al groot dat de conservatief-liberale beweging ook in het
Congres flink in haar hemd komt te staan. De afkeer van Trump is zo groot dat
veel Republikeinse senatoren en afgevaardigden moeten rekenen op ongekende
tegenwind. De naam Trump zal ook hen besmetten met dezelfde drek. Robert Tracinski schrijft in het conservative opinieblad The Federalist dat Amerika nu direct een derde partij nodig heeft
waar bezwaarde Republikeinen naar toe kunnen vluchten om conservatief
gedachtegoed tegen de besmeurende invloed van Trump te beschermen en – niet
minder belangrijk – kandidaten een kans te geven zich van de
presidentskandidaat te distantiëren.
Hoe reëel zulke
plannen zijn valt te bezien. Hoewel Tracinski benadrukt dat Republikeinen nog
zes maanden de tijd hebben om zich in een andere partij te organiseren, zal het
moeilijk zijn om alle juridische papierwinkel voor oprichting van zo’n partij
en voor het melden van de kandidatuur van eventuele politici van de partij op
tijd in te dienen. Ook zullen bestaande kleine partijen, zoals de aan de
conservatieven geliëerde libertairen, niet blij zijn met de oproep om een nieuw
avontuur te beginnen, in plaats van aansluiting bij hen te zoeken.
Aan de andere
kant bestaat er binnen de conservatief-liberale intelligentsia wel degelijk
draagvlak voor een nieuwe partij. Vooraanstaande journalisten van conservatieve
publicaties zoals National Review, The
Weekly Standard en de reeds genoemde The
Federalist, alsmede een steeds indrukwekkendere lijst conservatieve
columnisten en academici geven openlijk te kennen tot de #NeverTrump-beweging
te behoren en alternatieven te zoeken.
Hoe de toekomst
van de Amerikaanse politiek eruit ziet is niet te voorspellen. De invloed van
de regering-Clinton in de komende vier of acht jaar op het politieke en
culturele klimaat van Amerika zal zeker niet voeren tot het helen van politieke
wonden. De verbeten zoektocht naar een nieuwe politieke identiteit aan
Democratische kant zorgt voor veel instabiliteit en dat proces zal ook na de
verkiezing van Hillary in november niet zijn afgesloten. Het enorme
enthousiasme voor haar rivaal Bernie Sanders, die als zeer goede tweede uit de
Democratische voorverkiezingen naar voren is gekomen, betekent dat de
aantrekkingskracht naar een meer Europees aandoend sociaal-democratisch model
flink aan het groeien is.
Zolang beide
partijen zich in flux bevinden is er echter nog weinig zinnigs te zeggen over
de richting van de Amerikaanse politiek. Ontwikkelingen in beide partijen
hebben indirect invloed op ontwikkelingen in de andere partij, aangezien de
woede die momenteel leidt tot de wilde sprongen van zowel Democratische als
Republikeinse kiezers met name voortkomt uit onvrede over de manier waarop de
leiders van beide partijen het politieke gevecht met de tegenpartij aangaan.
Amerikaanse kiezers willen een actievere, daadkrachtigere overheid om echte en
vermeende maatschappelijke problemen op te lossen. De politieke impasse in
Washington veroorzaakt steeds meer onvrede. Was deze onvrede eerst op de
tegenpartij gericht, in 2016 beginnen steeds meer kiezers hun pijlen te richten
op de leiding van ‘hun’ partij, die ze betichten van slappe compromissen en zelfs
heimelijk heulen met de tegenpartij.
Dat is een
ongezonde, enigszins neurotische politieke instelling, omdat het de drijfveren
van partijleiders te veel versimpelt en zich geen rekenschap geeft van de vele
politieke belangen die meespelen bij de keuzes van individuele politici, van
overheidsfunctionarissen, en van partijen als collectief. Het groeiende
ongeduld van kiezers met een “politieke klasse” of, zoals men het hier
neerbuigend noemt, het “establishment”, dat in de ogen van velen alleen maar
bezig is met zelfverrijking, drijft het politieke klimaat naar het kookpunt.
Het lijkt er dan ook op dat de verhoudingen in rap tempo zullen veranderen,
maar het zal in de nabije toekomst zeker niet leiden tot meer samenwerking
tussen de grote machtsblokken in de Amerikaanse politiek. Die strijd hangt nu
al als een donkere wolk boven het aankomende presidentschap van de eerste
vrouwelijke president van Amerika en het zal zeker de aankomende jaren een zeer
zware schaduw over alle beleidsvoorstellen van Hillary Clinton werpen.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten