donderdag 14 november 2013

Obama maakt van de zorg een puinhoop

Onderstaand artikel is op 14 november 2013 in het Nederlands Dagblad gepubliceerd.

Enkele weken geleden ontvingen mijn vrouw en ik de gevreesde brief: een flinke premieverhoging voor onze ziektekostenverzekering. Nu betalen we ongeveer 7800 dollar per jaar, straks wordt dat ongeveer 9600 dollar. De verzekeringsmaatschappij gaf als reden op: Obamacare.

Wij hebben overigens nog geluk. Miljoenen Amerikanen krijgen te horen dat hun polis met ingang van 1 januari wordt opgezegd, omdat hij niet meer voldoet aan de strengere minimumeisen voor een basisverzekering, waaronder verplichte dekking voor bijvoorbeeld prenatale zorg en psychiatrische zorg.

Regels voor minimale dekking zijn op zich redelijk, maar uit de tienduizenden bladzijden regels en voetnoten die uit Obamacare voortkomen, is weinig zinnigs op te maken. Zo zijn de eisen van de regering om meer zaken in het basispakket op te nemen en tegelijk een goedkoper product beschikbaar te maken onverenigbaar.

Aanpassingen

Verzekeraars worden gedwongen flinke aanpassingen in hun polissen door te voeren, met als gevolg minder keuzemogelijkheden. Verzekeraars bieden in sommige staten nog maar één polis aan.

Dat staat haaks op een harde belofte van president Obama, die zei: ‘Als je tevreden bent met je verzekering of je huidige arts, dan mag je die houden. Punt.’ Volgens uitgelekte documenten uit 2010 wist de president toen al dat die belofte niet haalbaar was, maar bleef hij die desondanks talloze keren herhalen.

Man van vijftig

Elke verzekeraar kan aanbieden wat hij wil. Hij kan dus een product personaliseren op de wensen en eisen van individuele consumenten en groepen. Dus als je een man van vijftig bent, kun je een verzekering kopen waarin prenatale zorg niet is gedekt. Maar nu vindt de regering dat prenatale zorg zo basaal is dat ook alleenstaande senioren dat verplicht in hun pakket moeten hebben – en daarvoor dus premie moeten betalen.

En in het pakket voor opa en oma wordt anticonceptie verplicht opgenomen. Die verplichte anticonceptieverzekering zit veel christenen overigens flink dwars, want sommige vormen van anticonceptie kunnen eventueel een vroege abortus opwekken; iets wat christenen verwerpen. Waarom worden ze gedwongen daarvoor verzekerd te zijn en er premie voor te betalen?

Amateurisme

Tot dusver gaat de aandacht in de media vooral uit naar de problemen met de website van de federale overheid waar consumenten nieuwe gesubsidieerde polissen kunnen vinden. Dat is begrijpelijk, want IT-experts zijn het erover eens dat die website een schandalig stuk amateurisme is. Landelijk hebben zich in oktober slechts vijftigduizend mensen kunnen inschrijven, in plaats van de verwachte half miljoen, omdat de website nagenoeg niet functioneert.

Maar de website is niet het echte probleem, want die kan wel gerepareerd worden. Belangrijker zijn bijvoorbeeld de vragen over het proces achter de aanbesteding van de Obamacare-website. Het Congres wil graag weten hoe het bedrijf dat de website heeft gemaakt, is gekozen. En hoe het ministerie de voortgang en opbouw van het project heeft gemanaged.

Geen concurrentie

Dat dit proces faliekant heeft gefaald, is overduidelijk. Het lijkt zo te zijn dat er geen concurrentie was bij het aanbesteden: CGI Federal heeft de job gewoon gekregen. Waarom is dat bedrijf gekozen, terwijl ze in Canada al zo’n slechte reputatie hadden opgebouwd? En wat betekent het dat de directeur van dat bedrijf een oude schoolkameraad van Michelle Obama is?

Economen maken zich nog veel meer zorgen over de economische gevolgen van Obamacare. Zij zien als gevolg van de gigantische berg regelgeving flinke kostenverhogingen voor artsen en klinieken. Veel klinieken weigeren de nieuwe polissen te accepteren, omdat die te lage vergoedingen bieden.

nationaal ziekenfonds

Intussen staan veel consumenten voor het blok. Sommige mensen kunnen via Obamacare goedkopere, gesubsidieerde polissen kopen, maar velen ook niet. Veel mensen hebben, vanwege hun inkomen, ook geen recht op zo’n gesubsidieerde polis. En door de technische problemen met de Obamacare-website kunnen veel consumenten, al zouden ze het willen, zelfs geen nieuwe polis vinden, zodat ze vanaf 1 januari onverzekerd raken.

Sommige conservatieve complottheoretici beweren dat de technologische chaos onderdeel van een snood plan is om privéverzekeringen de nek om te draaien en een nationaal ziekenfonds in te voeren. Dat is onzin. Het is gewoon onkunde van een overmoedige regering die de verwerkelijking van veel linkse wensdromen belooft, maar niet de knowhow in huis heeft het ook uit te voeren.


Chaos

Als miljoenen Amerikanen op 1 januari onverzekerd raken, is dat niet alleen een afgang voor de Obama-regering: het is ook een financiële ramp voor die gezinnen en voor het nieuwe systeem, dat zonder voldoende deelnemers niet rendabel kan zijn. Wat doet de regering om chaos op 1 januari te voorkomen?

maandag 28 oktober 2013

Economie en privacy ook in geding bij haperend Obamacare

Toen de Republikeinen hun zorgen over ernstige mankementen in de nieuwe gezondheidswet Obamacare inzet maakten van onderhandelingen over een begroting, leed de partij flink gezichtsverlies. Nu ernstige onvolkomenheden in het nieuwe verzekeringssysteem zichtbaar worden krijgt de partij alsnog gelijk.

Op 1 oktober begon de inschrijftermijn voor ziektekostenpolissen en gingen de onder Obamacare gecreëerde marktplaatsen (healthcare exchanges) voor ziektekostenpolissen van start. Maar met name de website die de federale overheid voor burgers in 36 staten runt (de overige staten hebben hun eigen webportaal) blijkt zo slecht ontworpen dat ze momenteel nauwelijks functioneert. Politici van beide partijen vragen nu de regering om opheldering over de klaarblijkelijke onkunde achter het opzetten van het nieuwe systeem.

De problemen zijn zo erg dat veel mensen er niet in slagen zich überhaupt als gebruiker aan te melden, laat staan een polis af te sluiten. Het is zeer te betwijfelen dat de benodigde zeven miljoen mensen om het systeem rendabel te maken zich zullen inschrijven. Het product dat Obamacare belooft via de exchanges staat daardoor flink onder druk. Want, zo schrijft beleidsanalist Yuval Levin in National Review Online: “Als de website niet werkt, kan het product niet werken en dan kan de verzekeringsmarkt niet in stand worden gehouden.”

Zulke waarschuwingen werden vorige maand nog afgedaan als bangmakerij van rechtse Obamahaters. Maar steeds meer experts op IT-gebied en kenners van verzekeringsbeleid steken hun zorgen over de wankelheid van de website en de organisatie erachter niet onder stoelen of banken. Een IT-expert bekend met de Obamacare-website liet weten dat de problemen zo erg zijn dat alleen een migratie van de data naar een compleet nieuw te ontwerpen structuur op lange termijn uitkomst kan bieden. Dat kan een dure grap worden en zal zeker een jaar op zich laten wachten.

Ook de privacy is in het geding. Aangezien consumenten flink veel privacy-gevoelige gegevens moeten opgeven, is de website aantrekkelijk voor hackers en spionnen. Zelfs een oppervlakkige inspectie door internetbeveiligingsfirma TrustedSec toonde aan dat er gigantische gaten in de beveiliging van de website zitten, waar hackers grif misbruik van kunnen maken.

Daarnaast maken sommige critici voor de financiële gezondheid van de verzekeringsmaatschappijen. Zij waarschuwen voor een zogenaamde “doodsspiraal”. Daarmee bedoelen ze een vicieuze cirkel waarin maat-schappijen door een gebrek aan klanten jaar na jaar hun premies opkrikken om genoeg risicodekkend kapitaal binnen te krijgen, maar daarbij ook steeds meer klanten wegjagen, totdat het bedrijf uiteindelijk failliet gaat. Levin verwerpt die mogelijkheid, omdat federale subsidies aan consumenten zulke premiestijgingen grotendeels onzichtbaar maken en maatschappijen dus langer liquide blijven. Toch waarschuwt ook hij voor ernstige structurele problemen met het nieuwe stelsel.

De opzet van het nieuwe stelsel getuigt van verwijtbaar wanbeheer en beunhazerij. De internetfirma CGI Federal die de website ontwierp is onderdeel van een Canadees bedrijf met al meerdere dure flaters op het blazoen. Dat het bedrijf met de Obamacare-website een wanproduct heeft geleverd staat buiten kijf.

Maar ook Obama’s ministerie van gezondheid treft een goed deel van de blaam. Onkunde onder ambtenaren, een veel te late start en politieke overwegingen moesten haast wel tot dit resultaat leiden.

Het is prematuur om Obamacare nu al dood te verklaren. Op de korte termijn is het zeker mogelijk om de toegangsproblemen tot de website te verhelpen. Maar als de IT-experts gelijk hebben in hun analyse zal het systeem niet erg lang stabiel kunnen blijven draaien.

Het echte probleem is echter niet een haperende website, maar het proces daarachter. Wat tot dusver over dat proces bekend is suggereert een ongekende mate van incompetentie binnen de regering Obama. Daar mogen burgers – en politici van beide partijen – zich best zorgen over maken.

vrijdag 11 oktober 2013

Feiten en fabels over de federale sluiting, het schuldenplafond en Obamacare

Op 1 oktober werd een noodmaatregel van kracht, waarbij delen van de Amerikaanse federale overheid op slot gingen of op halve kracht gingen draaien. Dit was het gevolg van het uitblijven van een overeenkomst tussen de partijen in het Congres over een begroting voor de federale overheid voor het nieuwe fiscale jaar dat op 1 oktober begon. Om geld te sparen werden niet-essentiële diensten gesloten en personeel naar huis gestuurd.

Is de hele overheid echt gesloten?

Nee. Het betreft alleen de diensten die door de federale (nationale) overheid worden bestuurd. Dus locale, regionale en staatsdiensten (van de 50 individuele staten) draaien gewoon door. Scholen en bibliotheken zijn gewoon open. Veel diensten in de hoofdstad Washington, zoals ministeries, parken, musea en de Library of Congres, zijn wel gesloten, omdat de federale overheid veel van die diensten beheert. Ook zijn veel nationale parken in het land en locale kantoren van federale overheidsdiensten, zoals de belastingdienst of immigratiekantoren, gesloten.

Toch zijn er ook veel uitzonderingen bij federale diensten. De ‘sluiting’ raakt alleen diensten die door de jaarlijkse begroting worden gefinancierd, zoals parken. Diensten die over andere gelden beschikken (bijv. veel rechtbanken) of onder regels voor zogenaamde ‘verplichte uitgaven’ vallen (bijv. veel sociale diensten en uitkeringen) draaien gewoon door. Ook blijven de strijdkrachten en nationale politiediensten gewoon operationeel, al wordt ook daar beknibbeld op niet-essentiële diensten, bijvoorbeeld door een verlof voor freelance-personeel.

De doorsneeburger buiten Washington DC merkt van de sluiting dus voorlopig weinig of niets.

Is een federale sluiting ongewoon?

Het is niet echt heel gebruikelijk, maar het is zeker niet uiterst zeldzaam. Sinds 1976 is zo’n sluiting 18 keer voorgekomen. Het is wel al 18 jaar geleden sinds de vorige sluiting (onder Bill Clinton) dus het lijkt voor jongere burgers heel erg ongewoon. Onder Ronald Reagan vond er zes keer een sluiting plaats.

Beide partijen hebben disputen over allerlei zaken aan het debat over de begroting gehangen. Dat gebeurde ook in 2011 onder president Obama, maar destijds werd op het laatste moment een sluiting van de federale overheid voorkomen door een compromis over het schuldenplafond; dat compromis leidde toen tot de Budget Control Act (de zog. “sequestratie”) waarin er flink werd bezuinigd op federale uitgaven.

Mag zo’n sluiting wel volgens de grondwet?

De Amerikaanse Grondwet zegt niets over deze procedure. Het is gewoon een administratieve maatregel om geld te bezuinigen als er geen nieuwe begroting wordt goedgekeurd en departementen dus geen nieuwe gelden krijgen toegewezen.

Is de overheid nu blut?

Nee. Er komen nog steeds belastinggelden binnen. De regering Obama heeft het recht om die gelden toe te wijzen aan de belangrijkste diensten en kostenposten.

Maar kan de federale overheid blut raken als dit lang genoeg duurt?

Dat is erg onwaarschijnlijk, want dan moet het wel erg lang duren.

Maar als Amerika het schuldenplafond bereikt dan is de overheid wel blut, toch?

Nee, ook dan niet. Het schuldenplafond betekent niet dat de overheid blut is. Het betekent dat de overheid volgens de wet geen nieuw geld mag lenen. In wezen is de creditcard dan opgebruikt. Het Congres moet dan een nieuwe wet maken om meer ruimte op de federale creditcard te creëren. Maar in de tussentijd komt er ook dan nog steeds belastinggeld binnen, dus helemaal zonder geld zit de overheid niet.

Zei Christine Lagarde van het IMF niet dat Amerika op 17 oktober in een staat van wanbetaling raakt?

Ja, dat zei ze, maar dat is niet waar. Je wordt niet ‘automatisch’ een wanbetaler. Dat word je alleen als je actief besluit je schulden niet te betalen. Aangezien de regering Obama ook na 17 oktober nog steeds belastingen blijft innen, is er in ieder geval genoeg geld om deze maand zowel de staatsschuld als de AOW (Social Security) te betalen. President Obama zou dus moeten besluiten de staatsschuld niet te betalen en dus er actief voor kiezen wanbetaler te worden. Dat is erg onwaarschijnlijk.

Maar het is wel zo dat het geld dat in kas is erg snel op zal zijn. Op 1 november moet er 55 miljard aan sociale zekerheid moeten worden betaald. De minister van Financiën, Jacob Lew, heeft laten weten dat er niet genoeg geld in kas is om dat te betalen en er zal niet genoeg belastinggeld binnenkomen om dat te bedekken. Als het schuldenplafond wordt bereikt zal er dan ook zeer waarschijnlijk erg grote onrust ontstaan op de wereldmarkten met ernstige gevolgen voor de wereldeconomie.

Is het niet erg oneerlijk van Republikeinen dat ze de president zo in het nauw drijven?

Ja. Bijna alle Amerikanen zijn het er over eens dat een federale sluiting en dit soort chantage met financiële gevolgen onder normale omstandigheden niet moeten kunnen plaatsvinden. Peilingen wijzen uit dat burgers erg boos zijn over het gekissebis en zowel president Obama en het Congres krijgen van burgers erg slechte rapportcijfers voor hun gedrag; Republikeinen in het Congres staan nu zelfs historisch laag gewaardeerd in peilingen.

Zijn Republikeinen dan helemaal gek geworden? Waarom spelen ze zo’n gevaarlijk spel met de wereldeconomie als inzet?

Dat is wat oppervlakkig geredeneerd. Republikeinen zijn zich zeer bewust van het hoge spel dat ze spelen, maar ze doen dat weloverwogen, in de overtuiging dat hun als minderheidspartij geen andere middelen ter beschikking staan om onder de huidige politieke verdeling hun stem te laten horen.

Republikeinen betichten president Obama en zijn partij ervan dat zij sinds zijn aantreden nooit serieus met hen hebben overlegd over de fiscale gezondheid van de regering. Het is zeker waar dat de president in vergelijking met zijn voorgangers erg weinig overleg heeft gehad met de oppositiepartij. Vergeet ook niet dat de Democraten zowel het Witte Huis als de Senaat beheersen; de Republikeinen hebben alleen de meerderheid in het Huis. Wetgeving kan alleen worden goedgekeurd als het Huis, de Senaat én de president allemaal instemmen (of als er een overgrote meerderheid een eventueel presidentieel veto kan overstemmen).

In het huidige debat eist de president een begroting zonder Republikeinse eisen eraan vast. In de ogen van de Republikeinen is dat een eis om maar dood te liggen en om te rollen. Ze willen met name in het debat over het schuldenplafond een stevig gesprek over de noodzaak om op te houden met steeds maar meer schulden te maken. Onder president Obama is de staatsschuld schrikbarend snel gestegen. Zijn regering heeft nu al, na vierenhalf jaar in zijn ambtstermijn, veel meer aan de staatsschuld toegevoegd dan zijn voorganger George W. Bush in de acht jaar dat hij president was. In die context is het wel een beetje onheus van de president dat hij de Republikeinen nu oproept om direct en zonder verdere eisen in te stemmen met een begroting en verhoging van het schuldenplafond. Fiscaal beleid mag best aan een breed debat worden onderworpen en Republikeinen menen dat het door de president voorgestelde beleid geen recht doet aan een aantal belangrijke, direct verwante problemen

Er zijn toch wel andere manieren om dat debat te hebben?

Niet echt. De Amerikaanse Grondwet geeft geen andere alternatieven dan debatten in het Congres. Republikeinen vinden dat er de afgelopen jaren te weinig inhoudelijk is gedebatteerd over de fiscale gezondheid van de VS. Het grote probleem is dat Amerika een twee-partijenstelsel heeft, dat polarisatie in de hand werkt: zodra één partij een meerderheid van de verschillende overheidstakken (Huis, Senaat, Witte Huis) in handen krijgt, domineert ze het debat. Republikeinen klagen met name dat er in 2009 en 2010, toen de Democraten alle drie in hun macht hadden, veel wetten zijn aangenomen zonder echte inbreng van de Republikeinse oppositie. Daaronder valt met name Obamacare, hetgeen zonder enige Republikeinse inbreng of steun is aangenomen en dus uitsluitend belangen van binnen de Democratische partij vertegenwoordigt.

Nu van Obamacare en nog meer van zulke wetten ook de werking en de economische gevolgen zichtbaar worden, waarvan er vele minder dan rooskleurig zijn, willen Republikeinen de Democraten dwingen tot een debat over economische en fiscale hervormingen. Als minderheidspartij hebben de Republikeinen weinig mogelijkheden om de door de Democraten gedomineerde Senaat en president Obama te dwingen naar hen te luisteren; de afgelopen tweeënhalf jaar – sinds de Republikeinen het Huis veroverden – is het overgrote meerendeel van de wetsvoorstellen die door het Huis van Afgevaardigden werden goedgekeurd door de Democratische Senaat niet eens behandeld of eenvoudigweg afgekeurd.

Republikeinen moeten ophouden met zeuren over Obamacare; die wet is door Huis en Senaat aangenomen en zelfs het Hooggerechtshof heeft het grondwettig verklaard.

Dat is hoogstens een kwart waarheid. Ja, de wet is door Huis en Senaat goedgekeurd, maar wel zonder een enkele Republikeinse stem. In 2010 hadden de Democraten zowel Huis als Senaat in hun macht en ze zijn met Obamacare als met een stoomwals over de Republikeinen gereden. Een inhoudelijk debat over Republikeinse belangen is er niet geweest. Obamacare is honderd procent Democratisch (alhoewel er ook binnen die partij verschillende vleugels met verschillende belangen waren, die herkenbaar zijn in de vele bijzondere regels en uitzonderingen).

Het Hooggerechtshof heeft in 2012 één bepaalde provisie van de wet grondwettig verklaard, maar alleen op een zeer pijnlijke voorwaarde: de regering Obama moest erkennen dat de verzekeringsplicht neerkomt op een belasting, iets dat Obama in 2010 en 2011 steevast had ontkend. Met de uitspraak bleef de verzekeringsplicht voorlopig overeind, maar andere onderdelen (en in een wet van meer dan tweeduizend pagina’s zijn er talloze onderdelen) staan nog ter discussie en worden nog door verschillende rechtbanken onder de loep genomen. De wet in haar geheel is nooit door het Hooggerechtshof beoordeeld.

Dat zal wel, maar intussen is de wet toch gewoon de wet?

Jazeker, maar dat betekent niet dat Republikeinse politici hun taak niet zouden mogen uitvoeren en publiekelijk de tekortkomingen van regeringsbeleid aan de kaak te stellen. Er is gerede bezorgdheid over de ernst van de tekortkomingen in Obamacare en dat het niet maar om schoonheidsfoutjes gaat. Republikeinen vrezen bijvoorbeeld dat de enorme premieverhogingen waartoe Obamacare voor veel reeds verzekerde Amerikanen dwingt (variërend van 15 procent tot 500 procent in sommige staten) een zware slag zal zijn voor een toch al wankele economie. Daarnaast dwingen andere regels veel bedrijven om andere keuzes te maken in hun ziektekosten, zodat de door de overheid gesubsidieerde polissen veel meer toeloop krijgen dan gepland; dat zou de overheidsuitgaven flink doen kunnen toenemen.

Over dat soort zaken willen Republikeinen een debat hebben en met de nadering van de inwerkingtreding van veel van zulke regels is er een zeker gevoel van urgentie.

Maar toch hè, Ted Cruz en de Tea Party zijn wel erg extremistisch. Die houden zelfs de gematigden binnen de Republikeinse partij in gijzeling.

Het is zeker waar dat er flinke onenigheid is in de Republikeinse partij over de juiste tactiek om de regering tot overleg te dwingen. Onder Tea Party-sympathisanten zijn er velen die kiezen voor een hardere confrontatie dan onder de partijleiders. Er kan een redelijke kritiek aan het adres van de Tea Party-leden worden gemaakt dat zij enkele misrekeningen hebben gemaakt in hun werkwijze, maar het is verkeerd daaruit te concluderen dat deze politici ideologisch anders of extremer zijn dan de meest andere Republikeinen. Er is immers unanimiteit binnen de partij over de problemen met het economische en fiscale beleid dat de regering Obama voert. De onenigheid is alleen over de vraag welke tactiek politiek het meest haalbaar is om de Democraten tot een debat te dwingen. Het label “Tea Party” is niet primair een ideologische term, maar staat eerder voor een groep (meestal jongere) politici die de urgentie van de problemen hoger inschatten en daardoor minder buigzaam zijn dan veel ervarener politici. Maar een lagere bereidheid om compromissen over essentiële onderwerpen te sluiten is niet hetzelfde als “extremistisch” zijn.

woensdag 2 oktober 2013

Politieke crisis in VS symptoom van groeiende ideologische oorlog

Alle nationale parken en andere federale instanties, zoals het Lincoln Memorial in Washington DC, zijn voor het publiek gesloten gedurende de sluiting van de federale overheid. (Foto: Scott Kirkwood/NPCA, CC)
Tijdens de debatten in het Amerikaanse Congres over het schuldenplafond en een tijdelijke begroting voor de federale overheid weken beide partijen geen duimbreed. Republikeins senator Ted Cruz protesteerde zelfs met een spreekmarathon van 21 uur tegen pogingen om in de precaire financiële situatie geld aan het haperende Obamacare toe te kennen.

Uit de commentaren van binnen- en buitenlandse media spreekt duidelijk dat er geen enkel begrip is voor een dergelijk harde inzet. Er wordt vooral geopperd dat de twee partijen hun verstand hebben verloren en dat men door kortzichtigheid het land en de eigen politieke positie zou vernietigen.

Ik deel de verontwaardiging, maar vrees dat de hoop op een terugkeer van de Amerikaanse politiek naar een soort politiek volgens het poldermodel misplaatst is. Uit die hoop spreekt een onderschatting van de diepte en de ernst van het politieke conflict in de VS. De samenloop van een aantal factoren drijft de twee partijen juist verder de loopgraven in.

Bij elke analyse van de Amerikaanse politiek valt mij op dat er in de media weinig begrip voor en interesse in de ideologische drijfveren van de Republikeinen is. Regelmatig wordt gemopperd dat de partij steeds rechtser, extremer of onredelijker wordt en daarmee de normale democratische processen saboteert. Dat is een erg oppervlakkige constatering.

Het is m.i. een terechte conclusie dat de Republikeinse partij ideologischer is geworden. De afwending van de gangbare compromissen in Washington komt echter ook voort uit de groeiende erkenning onder Republikeinen dat die gangbare praktijken steeds dieper doordrenkt raakten van de politieke corruptie. Op kosten van de belastingbetaler hebben politici van beide partijen zich decennia lang aan geld en macht verrijkt. Tijdens de afgelopen paar verkiezingen hebben Republikeinen zich ontdaan van flink wat politici die in veler ogen hun ziel aan de duivel hadden verkocht. De partij heeft onder president Bush ook een einde gemaakt aan de onderhandse koehandel over aanbesteding van lievelingsprojecten van individuele Congresleden.

Voor een belangrijk deel gaat het huidige conflict tussen Republikeinen en Democraten over dit probleem. Dat de senator Cruz de afgelopen week Obamacare inzet maakte van een hoog spel over financiën kan alleen worden begrepen als men inziet dat de ziektekostenwet Obamacare de belichaming en het toppunt van die oude praktijken is. De wet is een gigantisch veelkoppig monster dat bol staat van de corrupte deals en onwerkbare regelgeving. Republikeinen vrezen dat de wet, die op 1 januari van kracht moet worden en zonder enige Republikeinse inbreng of stem is goedgekeurd, het gezondheidssysteem van Amerika opblaast en het land in een hernieuwde economische crisis stort. Rapporten van talloze instanties wijzen op grove tekortkomingen die uitnodigen tot grootschalige fraude. Ook worden er nu al premiestijgingen variërend van 15 tot 500 procent voor consumenten bekendgemaakt, als direct gevolg van slecht doordachte wensen en eisen in Obamacare.

Ook de Democraten hebben zich ideologisch ingegraven. Als eerste echte sociaal-democratische president is president Obama er om ideologische reden van overtuigd dat een uitbreiding van de sociale welzijnsprogramma’s naar Europees model een morele verplichting is. Daarvoor is hij bereid een zeer hoge economische prijs te betalen en daarom biedt hij koppig tegenstand aan de oppositie die zijn program te duur vindt.

In een dergelijk ideologisch gechargeerd klimaat ligt een oplossing niet voor de hand. Op de korte termijn lijken wijzere koppen onder de Republikeinen een confrontatie te kunnen voorkomen, met name omdat men met Congresverkiezingen in 2014 een imagoverlies onder veel zwevende kiezers vreest. Maar op de lange termijn zal dit conflict zich enkel verscherpen, omdat het ten diepste gaat over onverenigbare visies van staatsinrichting, financiële haalbaarheid en sociaal welzijn.

maandag 1 juli 2013

Godsdienstvrijheid VS onder druk na uitspraak hof

Een versie van dit artikel is op 8 juli in het Nederlands Dagblad verschenen.

Sinds het aantreden van president Obama wordt er vanwege de overheid een steeds stricter secularistische houding zichtbaar. Christenen zien in recente ontwikkelingen het begin van een anti-christelijke staat.

Voorstanders van het homohuwelijk demonstreren voor het gebouw van het Amerikaanse Hooggerechtshof op 27 maart 2013 toen het hof de zaak behandelde. (Foto: Victoria Pickering; CC)




De uitspraak van het Hooggerechtshof in de zaak Windsor over de zog. DOMA-wet (Defense of Marriage Act) op 26 juni jl. baart christenen veel zorgen. Een belangrijk onderdeel van de wet, die voor federale doeleinden, zoals het toekennen van belastingvoordeel aan gehuwde partners, het homohuwelijk niet erkent, is volgens opperrechter Kennedy inherent discriminerend.

‘Vijanden van de mensheid’

Zijn collega-rechter, de conservatieve Antonin Scalia, erkende de gevaren van Kennedys argumentatie. Hij schreef een briesend minderheidsoordeel, waarin hij zich beklaagt over Kennedys hypocriete bewering dat het oordeel in de zaak Windsor geen effect heeft op het zelfbeschikkingsrecht van de individuele staten. De uitspraak is volgens hem een perfect juridisch handvat voor activisten om wetten in staten die het homohuwelijk verbieden ook daar ongrondwettig te laten verklaren. Lang hoefde Amerika niet te wachten. In Michigan gebruikte een rechter de uitspraak in Windsor al de dag erna om een beperking op ziektekostendekking voor homopartners ongrondwettig te verklaren.

Maar het is Kennedys harde woordkeuze waar Scalia met name over valt: tegenstanders van het homohuwelijk zijn in Kennedys redenering “vijanden van de menselijke waardigheid”, en zelfs hostes humani generis (“vijanden van de mensheid”), zo vat Scalia het oordeel van Kennedy samen.

Secularisering

Dit is slechts één van de meest in het oog springende voorbeelden van een secularisering van de Amerikaanse staat, die onder de huidige president zichtbaar versneld is. Daarbij wordt de vrijheid op godsdienst steeds vaker en botter met voeten getreden. Zo dwingt Obamacare (de gezondheidswet) christelijke werkgevers om anticonceptie en de ‘morning-after pill’ volledig te vergoeden, iets waar met name (maar niet uitsluitend) rooms-katholieke werkgevers – grondwettelijk beschermde – religieuze bezwaren tegen hebben.

In hun laatste nummer bericht het christelijke blad World Magazine dat de Amerikaanse strijdkrachten de laatste jaren systematisch worden gezuiverd van cultureel christelijke uitingen, zoals posters met kruizen of bijbels op bureau’s van officiers. Aalmoezeniers krijgen ook vaker te horen dat ze niet mogen evangeliseren, en tijdens een trainingsseminar worden evangelische christenen en rooms-katholieken naast Al Qaeda in een rijtje extremistische groepen geplaatst.

Hoewel Amerika verhoudingsgewijs nog steeds erg religieus is, kennen atheïstische activisten steeds beter de weg in de wandelgangen van het staatsapparaat. Ze vinden onder hoge ambtenaren, ministers en rechters vaak medestanders voor hun verlangen naar een van religie gezuiverd openbaar leven. Een grote rol daarbij speelt een wijdverbreide misvatting – gecreëerd door een invloedrijke, maar dubieuze uitspraak van het Hooggerechtshof in de zaak Everson uit 1947 – dat de Grondwet een stricte scheiding van kerk en staat eist.

Desinteresse

Pogingen van stricte secularisten om hun zin door te drijven, zeker via juridische weg, zijn niet nieuw. Wat wel nieuwe zorgen baart is de onmiskenbare desinteresse voor het verdedigen van godsdienstvrijheid onder Democraten. De regering Obama weigerde de DOMA-wet voor de rechtbank te verdedigen, en een zaak over een anti-homohuwelijkwet uit Californië werd door het Hooggerechtshof onontvankelijk verklaard, met name omdat de gouverneur (Democraat Jerry Brown) eveneens weigerde de wet te verdedigen.

Christenen vrezen dat het niet zal blijven bij een landelijke invoering van het homohuwelijk,  waarschijnlijk als gevolg van een gerechtelijke uitspraak van het Hooggerechtshof over enkele jaren. Marvin Olasky, redacteur van World Magazine, merkte op dat het onder die nieuwe maatschappelijke standaard gewoon zal worden gevonden dat christelijke instellingen (incl. universiteiten en hogescholen), die geen homohuwelijk erkennen, geen federale subsidies zullen mogen ontvangen, geen belastingvoordeel krijgen en dat dominees slechts nog op straffe van boetes en gevangenisstraf tegen homoseksualiteit kunnen preken.

Dat klinkt gechargeerd, maar gezien de harde woorden woorden in Kennedys DOMA-oordeel, waarin tegenstanders van het homohuwelijk nu al morele monsters worden genoemd, is die toekomst al erg dichtbij.

maandag 24 juni 2013

Leeslijst

Hier is weer een lijstje met leeslinkjes.

A Pro-Abortion Reversal of Roe?

Wesley J. Smith (FirstThings.com) - 14 juni 2013
Smith presenteert een volledig nieuw scenario in de strijd rond het recht op abortus. De wet in de VS wordt bepaald door een uitspraak van het Hooggerechtshof uit 1973, de zaak Roe v. Wade. Gezien vanuit het pro-life-perspectief lijkt de strijd te gaan om het langzaam ongedaan maken van stukjes van die uitspraak en zo het recht op abortus te beperken en dus de rechten van ongeborenen te vergroten. Smith ziet echter de mogelijkheid dat progressieve rechters binnen korte tijd het recht op abortus verbinden aan het gelijkheidsbeginsel van  man en vrouw en zodoende abortus tot onaantastbaar grondrecht verklaren.

Rand Paul's 'Here's to Crime Act'

Andrew McCarthy (NationalReview.com) - 12 juni 2013
Voormalig federaal aanklager McCarthy heeft zware kritiek op de juridische analfabetie van een wetsvoorstel van Republikeins senator Rand Paul (Kentucky), tegen het verzamelen van telefoon-metadata door de federale overheid. Volgens McCarthy heeft Paul van de Amerikaanse grondwet blijkbaar weinig begrepen. Interessant artikel als voorbeeld van interne kritiek bij conservatieve politici.

Rise in Illegal Crossings Roils Immigration Debate

Byron York (WashingtonExaminer.com) - 17 juni 2013
Tijdens een verhitte discussie liet Senator Charles (Chuck) Schumer (D-NY) zich per ongeluk ontvallen dat de Amerikaans-Mexicaanse grens nog steeds zo lek als een mandje is. En dat terwijl de voorvechter van de nieuwe immigratiewet officieel nog steeds beweert dat er tegenwoordig nog maar weinig immigranten illegaal de grens oversteken.

Gohmert, Others May Block All Immigration Bills in Judiciary Committee

Jonathan Strong (NationalReview.com) - 18 juni 2013
Nu de Senaat op het punt staat het wetsvoorstel voor immigratiehervorming goed te keuren, schrijft Jonathan Strong dat een groeiend aantal Republikeinen in het Huis van Afgevaardigden alle wetsvoorstellen over immigratiehervorming in het Huis zullen blokkeren, om te voorkomen dat Democraten later tijdens het zog. 'reconciliation'-proces alle Republikeinse elementen uit de wet zullen schrappen. Dan maar liever helemaal niets, roepen de Republikeinen.

The Lesson of Kermit Gosnell

John McCormack (TheWeeklyStandard.com) - 18 juni 2013
Het abortusproces van de eeuw heeft de gemoederen in Amerika flink doen oplaaien. Tijdens de rechtszaak tegen Dr. Kermit Gosnell kwam naar buiten hoe hij foetussen die al lang levensvatbaar waren na mislukte abortussen stelselmatig vermoordde. McCormack waarschuwt dat men zichzelf voor de gek houdt door te denken dat Gosnell een uitzondering is in de donkere wereld van de abortusindustrie.

Same-Sex Marriage and Religious Freedom, Fundamentally At Odds

Matthew J. Franck (Public Discourse) - 18 juni 2013
In dit artikel laat Matthew Franck zien dat er met de invoering van het homohuwelijk in de VS op den duur geen ruimte zal blijven bestaan voor vrijheid van godsdienst en dat bedrijven, privépersonen en organisaties hun bezwaren tegen homoseksualiteit en het homohuwelijk zullen moeten opgeven. De recente wetsverandering in Nederland waar gewetensbezwaren voor ambtenaren tegen het homohuwelijk niet langer erkend worden is een teken voor Amerika dat rap in dezelfde richting gaat, en verder.

Marco Rubio, We Hardly Knew Ye

Jonathan Strong (NationalReview.com) - 24 juni 2013
Strong laat zien dat Republikeins senator Marco Rubio (Florida) met zijn werk voor immigratiehervorming zijn principes verloochent.

Immigration-Reform Scare Tactics

John Fund (NationalReview.com) - 24 juni 2013
Democraten en andere voorstanders van legalisering van de 11 miljoen illegale immigranten in de VS gebruiken ook heel ordinaire bangmakerijen om Republikeinen te dwingen tegen hun principes te stemmen: een stem tegen immigratiehervorming zal leiden tot de dood van de Republikeinse partij. Fund gelooft er niets van.

Repeating Mistakes, Ignoring Solutions

Anthony Amore (Huffington Post) - 24 juni 2013
Wie niet echt iets aan versterkte grenscontrole (waaronder het bouwen van een hek) doet, dweilt met de kraan open. Amore argumenteert tegen het huidige wetsvoorstel voor immigratiehervorming omdat men te weinig aan een betere grens doet.

zondag 16 juni 2013

Leeslijst

Hier is weer een lijstje met leeslinkjes. Dit heeft Americanicum onlangs gelezen en is het lezen waard:

Snowden Is Not MLK

Daniel Foster (NationalReview.com) - 13 juni 2013
Foster vat de discussie samen over de vraag of Edward Snowden, die het geheime NSA-programma naar de pers lekte, nu eigenlijk een held of een crimineel is. Foster verwerpt de voorstelling dat Snowden als klokkenluider en daarmee als held kan worden gezien, aangezien hij op geen enkele wijze heeft geprobeerd intern de problemen die hij zag aan te kaarten. In plaats daarvan heeft eigen rechter gespeeld en heeft hij meteen gevoelige informatie doorgespeeld aan de pers. En daarmee heeft hij niet alleen de wet, maar ook alle bestaande spelregels over burgerlijke ongehoorzaamheid overtreden.

Not 'Decimated': FBI Director Calls Al Qaeda 'Top Terrorist Threat to the Nation'

Jeryl Bier (WeeklyStandard.com) - 13 juni 2013
Bier merkt op dat FBI-directeur Robert Mueller de berichtgeving vanuit het Witte Huis over de  de strijd tegen het internationale terrorisme volledig tegenspreekt. In zijn verklaring tijdens een zitting van een Congres-commissie zei Mueller dat Al Qaeda wel degelijk een machtige terroristische organisatie blijft en "het belangrijkste gevaar voor de natie" is.

Too Taxing? Big Three Networks Abandon IRS Scandal

Geoffrey Dickens (MediaResearchCenter.com) - 13 juni 2013
Het viel de conservatieve media-waakhond Media Research Center op dat de drie tv-zenders ABC, NBC en CBS (de 'drie grote' commerciële zenders die via de ether te ontvangen zijn) nog geen 5 weken na het bekendworden van het grote schandaal bij de Belastingdienst (IRS) geen interesse meer hebben. Hoewel ze in de eerste week gezamenlijk maar liefst 52 aparte nieuwsitems aan de intimidatie van conservatieve, Republikeinse en pro-lifegroepen door de IRS wijdden, was er vorige week nog maar 1 verhaaltje. Voor de media is het schandaal over. Maar het parlementaire onderzoek loopt nog en de resultaten van dat onderzoek kunnen vergaande gevolgen voor Amerika hebben. Waarom loopt de pers nu al weg?

Why the IRS IG Stopped with an Audit

Gerald Walpin (NationalReview.com) - 14 juni 2013
Er zijn nog steeds veel vragen over het Belastingdienstschandaal in de VS. Walpin schrijft dat het eigenlijk erg raar is dat J. Russel George, de inspecteur-generaal van de Belastingdienst (IRS) enkel een zogenaamde "audit" heeft gedaan, hetgeen nauwelijks meer is dan een oriënterend vooronderzoek. Aangezien dat vooronderzoek zoveel verontrustende dingen opleverde, had hij gelijk moeten doorgaan met een officiëel onderzoek. Dat hij dat niet heeft gedaan heeft volgens Walpin één zeer voor de hand liggende reden: hij was bang door een misnoegde president aan de straat te worden gezet.

Washington Post Fact-Checker Retracts 'Pinocchios' for Trent Franks

John McCormack (WeeklyStandard.com) - 15 juni 2013
De linkse krant Washington Post heeft één van de meest geciteerde "fact checkers", een soort openbare ombudsman (Glenn Kessler) die de uitspraken van politici op waarheid controleert. McCormack toont (voor de zoveelste keer) aan dat de conclusies waar Kessler en eendere organisaties toe komen vaak weinig met de werkelijkheid te maken hebben, maar veel meer met de subjectieve oordelen van de feiten-checkers zelf. In dit voorbeeld moest Kessler zijn oordeel intrekken toen lezers hem erop attent maakten dat zijn vernietigende oordeel (4 pinokkio's) voor een vermeende leugen van Republikein Trent Franks over de relatie tussen verkrachting en abortus volledig berustte op een misinterpretatie (door Kessler) van de woorden van Franks. McCormack beschuldigt Kessler van erg slordig werk. 

zaterdag 8 juni 2013

Steeds meer verdeeldheid over immigratiehervorming

Senator Marco Rubio, één van de mede-indieners
 van het immigratiewetsvoorstel, tijdens  een toespraak maart 2013.
(foto  Sarah Elliot - CC)
Er begint steeds meer onenigheid te ontstaan over het wetsvoorstel om Amerika's immigratiesysteem te hervormen. Sinds begin van dit jaar is een comité van acht senatoren, waaronder vier Republikeinen en vier Democraten, bezig om een plan uit te werken dat een oplossing moet vinden voor de falende handhaving van de huidige immigratiewet. Met name de aanwezigheid van tussen de 11 en 16 miljoen illegale, hoofdzakelijk Mexicaanse immigranten in de VS is een steeds groter wordend maatschappelijk probleem.

Immigratiehervorming is al jaren een heikel thema in de VS. Republikeinen en Democraten zijn sterk verdeeld over de richting waarin hervormingsvoorstellen moeten gaan, ook omdat de twee partijen het probleem op verschillende manieren bezien. Voor Democraten is de aanwezigheid van een gigantische illegale onderklasse in de samenleving met name een humanitair probleem, zodat hun hervormingsvoorstellen er vooral op gericht zijn om de situatie voor de illegale immigranten te verbeteren: verwerven van legale status en daarmee toegang tot de legale arbeidsmarkt, zodat zij beter in hun eigen onderhouden kunnen voorzien. Republikeinen hechten een grotere waarde dan Democraten aan hervormingen die de onderliggende structurele problemen oplossen, zodat illegale immigratie op de lange termijn kan worden teruggedrongen en zo de humanitaire bijgevolgen kunnen worden voorkomen.

Het principeakkoord dat onder leiding van de jonge Republikeinse senator Marco Rubio en de Democratische veteraan Charles (Chuck) Schumer werd gesloten was veelbelovend, omdat het aan wensen van beide partijen leek te voldoen.  Het principeakkoord streefde naar een legale status voor illegale immigranten die aan een aantal strenge voorwaarden voldoen, gekoppeld aan een verbeterd volgsysteem voor legale visa-houders en een versteviging van de fysieke grens met Mexico, twee elementen die de constante toestroom van illegale immigranten moeten indammen.

Republikeinen eisen terecht dat die structurele factoren onderdeel zijn van het uiteindelijke totaalpakket, gezien de voorgeschiedenis van Amerikaanse immigratiewetgeving. Een dergelijke hervorming van de immigratiewetten werd ook al in de jaren tachtig onder Ronald Reagan uitgevoerd. Die hervorming is uitgelopen op een grootschalige amnestie voor illegale immigranten, maar zonder dat de grenzen effectief beter beschermd werden tegen de komst van weer een nieuwe golf van illegale grensoverschrijders. Pogingen om langs dezelfde weg het immigratiesysteem nog eens te hervormen liepen in 2007 spaak door het heftige verzet van een groep Republikeinen die vreesden dat het weer zou uitdraaien op niets meer dan het weggeven van Amerikaanse paspoorten.

Opnieuw beginnen er vragen te rijzen onder Republikeinen over de praktische invulling van het principeakkoord. Hoe meer er bekend wordt over de specifieke wetsteksten die momenteel in het comité worden geschreven, des te meer verzet rijst er onder Republikeinen. Zij zijn bang dat partijgenoot Rubio, die als zoon van Cubaanse immigranten een geloofwaardige Republikeinse stem in de overwegend Democratische Latino-gemeenschap is, zijn ziel aan de machtige Schumer aan het verkopen is. In het bijzonder vindt men dat de handhavingsaspecten te slordig worden uitgewerkt.

Republikeinen zijn erg achterdochtig jegens voorstellen die teveel speelruimte overlaten aan de minister van nationale veiligheid (Homeland Security), die verantwoordelijk is voor grensbescherming en immigratie. Zo voorziet het principeakkoord in een aantal mijlpalen die moeten worden bereikt voor volgende componenten in een getrapt traject in werking kunnen treden. Op die manier probeert het comité de belangen van Democraten (verbetering van de humanitaire situatie) en Republikeinen (de gaten in de wet en het immigratiesysteem dichttimmeren) in balans te houden.

Kritische stemmen in de conservatieve media zijn niet overtuigd dat de wetsteksten juridisch waterdicht zijn. Er wordt bijvoorbeeld bezwaar gemaakt tegen het feit dat de eerste stap in het traject een directe legalisering van de illegale immigranten is, hoewel zij in eerste instantie alleen een tijdelijke status krijgen. Advocaat Daniel Horowitz schampert op RedState.com dat de tijdelijkheid van die status binnen het huidige politieke kader een lachertje is. Als de regering later zou vastlopen op een andere mijlpaal is het volgens veel Republikeinen ondenkbaar dat het traject wordt afgebroken en de tijdelijke legale status van de immigranten dan weer zou worden ingetrokken. Dat is terecht, want dat zou een humanitaire crisis en een massale overtreding van internationale mensenrechtenverdragen tot gevolg hebben. Horowitz spreekt dan ook voor veel Republikeinen die eisen dat het verlenen van een legale status pas op een later tijdstip in het traject wordt geplaatst, nadat er op handhaving van immigratiewetten en grensbescherming wezenlijk meer is bereikt.

Verder zijn er ernstige twijfels dat de huidige regering in staat of zelfs van zin is om de wetgeving daadwerkelijk naar de letter uit te voeren. Mark Krikorian, directeur van het conservatieve Center for Immigration Studies, waarschuwde in National Review dat de manier waarop de mijlpalen worden gedefinieerd te weinig garanties biedt dat de regering daadwerkelijk verifieerbare stappen zal zetten om bijvoorbeeld een degelijk grenshek langs de grens met Mexico te plaatsen. Een eendere wet onder de Republikeinse president Bush werd niet nageleefd. Zouden de Democraat Obama en zijn minister van nationale veiligheid, Janet Napolitano, de tamelijk zware eisen voor zo'n grenshek wel uitvoeren? Krikorian gelooft van niet.

Uiteindelijk komt het er momenteel op neer dat de Republikeinen de Obama-regering niet vertrouwen. Het juridische steekspel over de immigratiewet van Arizona, die in 2011 door het Hooggerechtshof ongrondwettig werd verklaard omdat immigratiebeleid alleen aan de federale regering toekomt, zette het desinteresse van de huidige regering in het handhaven van immigratiewetgeving in het zoeklicht. Republikeinen zijn van mening dat de Democratische Partij via een kort legaliseringstraject voor illegale Latino's electoraal succes hopen te boeken. Sociologisch onderzoek toont aan dat Latino's overwegend links-progressief zijn in hun politieke denken. De Democratische Partij kan doorgaans op tweederden van de stemmen van Latino's rekenen.

Een snelle inburgering van 11 miljoen Latino's, waaronder in Texas en Arizona, zou tot een semi-permanente Democratische greep op het Witte Huis voeren, zo vrezen Republikeinen. Dit als gevolg van het huidige kiessysteem voor de president, waarin iedere staat als het ware "punten" krijgt, gemeten naar de omvang van de bevolking. Texas en Arizona, nu nog Republikeinse staten, zouden dan opeens stevig naar de Democraten gaan neigen. Met name door het electorale gewicht van Texas zou het dan zo goed als onmogelijk zijn voor Republikeinen om nog aan de benodigde 270 kiesmannen voor de winst van het Witte Huis te komen.

Met dat in het achterhoofd liggen Republikeinen dwars bij het doorvoeren van hervormingsvoorstellen die het een Democratische regering te makkelijk zou maken om immigranten van legalisering naar inburgering te laten doorstromen: zij vrezen voor hun voortbestaan. Er worden ook al voorstellen gedaan, bijvoorbeeld door politicoloog Peter Skerry van Boston College, om de huidige illegale immigranten alleen een permanente legale status te geven zonder mogelijkheid ooit staatsburger te worden. Zo zouden volgens Skerry veel illegalen toch waardigheid in de samenleving hebben, zonder het politieke gevaar waar Republikeinen voor vrezen. Zo'n voorstel lijkt echter weinig kans te hebben, omdat er gerede bezwaren zijn over de juridische rechten van zulke permanente niet-staatsburgers.

In het licht van een steeds langer wordende lijst schandalen in de huidige regering is een flinke dosis achterdocht over de betrouwbaarheid van Democraten als partner in de handhaving en uitvoering van immigratiewetten zeker geen teken van overdreven paranoia. Er zijn genoeg aanwijzingen dat delen van meerder ministeries sinds jaren systematisch in de macht van invloedrijke Democraten zijn gevallen die partijbelangen te vaak boven landsbelangen hebben laten gelden. Of dat eerder corruptie of incompetentie is blijft onduidelijk. Maar dat de Republikeinen gegronde redenen hebben om niet zomaar mee te gaan met de voorstellen van machtige Democraten zoals Charles Schumer moge duidelijk zijn.

vrijdag 24 mei 2013

Schandalen in Amerikaanse politiek door zwak leiderschap Obama


President Obama in een archieffoto met vlnr topadviseurs Valerie Jarrett, David Axelrod en Dan Pfeiffer
(Foto door het Witte Huis, 21 mei 2010 - PD)

Ondanks een zekere mate van Schadenfreude in de conservatieve pers is er nog steeds geen enkel bewijs dat president Obama op enige wijze betrokken was bij de twijfelachtige praktijken die zijn regering dezer dagen in zo’n kwaad daglicht plaatsen. Maar de lijst van schandaaltjes begint intussen wel erg lang te worden: Benghazi, de Belastingdienst (IRS), het opsporingsbevel tegen persbureau Associated Press, het corruptieschandaal binnen milieubureau EPA, het wapenschandaal ‘Fast and Furious’ -- en die lijst is daarmee nog niet volledig. Er zijn intussen wel erg veel wilde praktijken geconstateerd.

Symptomatisch voor de situatie is dat president Obama en zijn woordvoerders steevast beweren van niets te weten. Bob Schieffer van CBS reageerde afgelopen zondag geïrriteerd op de onnozele antwoorden van Obama-adviseur Dan Pfeiffer: Waarom stuurt het Witte Huis altijd functionarissen op pad die niets met de zaak te maken hebben, niets weten, of maar roepen dat het kleinigheden zijn. “Zo was het met Nixon en Watergate in het begin ook,” opperde hij.

Met zijn kritiek sluit de linkse Schieffer zich nu ook aan bij de conservatieve media. Is de president als hoogste manager van de federale regering immers niet verantwoordelijk voor het besturen van die regering en het ambtenarenapparaat dat daaronder resorteert? Columnist Mark Steyn van National Review schamperde dat de president maar doet alsof “de president van de VS” en “de regering van de VS” twee ongerelateerde entiteiten zijn die toevallig in naam iets op elkaar lijken.

Bill Kristol, redacteur van The Weekly Standard, verwoordde de Republikeinse kritiek als volgt: de vermenigvuldiging van dit soort schandaaltjes is een direct resultaat van de ideologische invalshoek en de bestuursstijl van president Obama. De president en zijn partij hebben de afgelopen vier jaar honderden miljarden dollars uitgegeven aan dure lievelingsprojecten die hebben geleid tot een ware explosie in de omvang (en de kosten) van het federale ambtenarenapparaat en het aantal wetten en regels waarmee Washington de economie probeert te besturen. De federale regering is nu zo log geworden dat het niet meer bestuurbaar is.

Vergelijkingen met de criminele praktijken van Nixon in Watergate gaan mank. Er zijn geen aanwijzingen dat president Obama persoonlijk betrokken is geweest bij de praktijken waarin zijn regering nu verstrikt raakt.

Maar dat gebrek aan verantwoordelijkheid en leiding geven is niet minder problematisch, want het heeft binnen de ministeries een machtsvacuüm geschapen. Als gevolg hebben lagere managers macht naar zich toegetrokken zonder dat er van bovenaf adequaat toezicht werd uitgeoefend. Zo kon een afdeling van de Belastingdienst drie jaar lang haar gang gaan met het intimideren van conservatieve politieke groepen: hogere managers controleerden de procedures van de afdeling niet of nauwelijks.

Wat de verschillende onderzoeken naar het doen en laten van de regering Obama zeker duidelijk maken is dat de president te veel aandacht heeft besteed aan het projecteren van een flink geretoucheerd imago en te weinig aan besturen. Dat mooie zelfportret heeft de pers in 2012 te makkelijk voor zoete koek geslikt. Als er tijdens de campagne meer aandacht was geweest voor de effectiviteit van Obama’s bestuur, in plaats van alleen maar voor het elan van zijn oraties, was een andere verkiezingsuitslag absoluut denkbaar geweest.

President Obama lijkt een ‘ceremonieel presidentsschap’ te verkiezen met weinig taken naast het houden van toespraken. Maar daarin voorziet de Amerikaanse grondwet niet. Die omschrijft de president niet maar als staatshoofd, maar ook als leider van de regering. Als die taak hem niet interesseert, had Barack Obama niet naar de baan moeten solliciteren.

dinsdag 14 mei 2013

Schandaal rond Benghazi groeit

Dit artikel is op 16 mei 2013 in het Nederlands Dagblad gepubliceerd.


Het getuigenis van drie ‘klokkenluiders’ en de publicatie van officiële documenten van het Witte Huis suggereren dat de president en zijn kabinet de levens van vier diplomaten hebben opgeofferd ten dienste van Obama’s politieke visie op de Arabische wereld.

Op 11 september 2012 vielen terroristen een Amerikaanse diplo­matieke buitenpost in Benghazi (Libië) aan. Na de uren durende belegering bleken ambas­sa­deur Chris Stevens en drie andere diplomaten te zijn omgekomen. Zeker op de herdenkingsdag van de aan­slagen van 11 september 2001 was deze terroristische aanslag op een Amerikaanse diplomatenpost een triest moment.

Al snel begon men vragen te stellen over de beveiliging van deze buitenpost in Libië en hoe de regering Obama op de aanval had gereageerd. Het weekeinde na de aanval werden de vragen indringender, nadat VN-ambassadeur Susan Rice in vijf verschillende nieuwsshows had verklaard dat de regering uitging van een ‘spontane demon­stra­tie’ in navolging van eendere protesten in Cairo tegen een anti-islamfilm op Youtube van een Amerikaanse christen.

Republikeinen vroegen waarom het Witte Huis niet langer over een terroristische aanval sprak. Hoorzittingen met kabinetsleden in januari brachten weinig duidelijk­heid. Met name toenmalig minister van buitenlandse zaken, Hillary Clinton, verweet de Republikeinen op getergde toon dat zij spijkers op laag water zochten. “Wat maakt het nu allemaal nog uit,” vroeg ze, “of het nu een spontane demonstratie was of een aanval van terroristen?”

Uit Clintons opmerking sprak de wens van het Witte Huis dat het onderzoek naar de affaire Benghazi eindelijk gedaan zou zijn. Republikeinen waren echter ziedend over Clintons nietszeggende antwoord en vonden drie klokken­lui­ders die vorige week voor een parlementaire commissie getuigden.

Het schokkendst was het getuigenis van Gregory Hicks, de hoogste diplomaat in Libië na Stevens. Hij weerlegde de officiële verklaringen van het Witte Huis over de toedracht van de aan­val. Hij had persoonlijk met Hillary Clinton gesproken en verklaarde dat de regering van het begin wist dat het een aanval van al-Qaeda-terroristen was.

Ook meende hij dat een militaire reddingsoperatie mogelijk was geweest – een troep mariniers stond al gereed – maar dat die van hogerhand tot twee keer toe werd afgeblazen. Tenslotte verklaarde hij dat hij door zijn superieuren was geïntimideerd om zijn mond te houden over de vele ongerijmd­heden in de officiële verklaringen over Benghazi.

Enkele dagen later publiceerde The Weekly Standard verschillende versies van de door de CIA geschreven inlichtingensamenvatting over Benghazi. Uit een vergelijking bleek dat regeringsfunctio­narissen in de latere versies alle verwijzingen naar terroristen hadden geschrapt.

Jay Carney, de woord­voerder van het Witte Huis, heeft vervolgens glashard gelogen, toen hij beweerde dat het Witte Huis slechts één enkel woord “om stilistische redenen” had geredigeerd – in werkelijkheid werd ongeveer de helft van de tekst geschrapt. Aangezien de betrokkenheid van al-Qaeda-terroristen in Libië publiekelijk bekend was, komen deze pogingen om essentiële feiten te verzwijgen uitermate klunzig over.

Tot dusver hadden de Democraten en de media weinig interesse in de zaak en spraken regelmatig over een heksenjacht op de president en Hillary Clinton, de gedoodverfde presidentskandidate voor de partij in 2016. Maar na deze laatste hoorzittingen beginnen ook zij vragen te stellen. Wie heeft de reddingsoperatie twee keer geannuleerd? En wie was verantwoordelijk voor het verdraaien van de inlichtingen over de toedracht van de aanval?

Wat in deze zaak vooral opvalt, is de politieke berekening vanuit het Witte Huis. Het heeft er alle schijn van dat de president afgelopen herfst alles aan zijn imago in de herverkiezings­campagne heeft opgeofferd. Daarvan is niet alleen de waarheid over Benghazi het slachtoffer geworden, maar ook vier diplomaten. Want een militaire interventie om hen te redden in het vredige, vrije Libië van na de Arabische Lente zou Obama’s fictie verstoren dat het islamis­tische terrorisme met Osama bin Laden ten onder is gegaan.

vrijdag 19 april 2013

Democraten hebben strengere vuurwapenregels zelf verknoeid

Dit artikel is op 20 april 2013 in het Reformatorisch Dagblad verschenen.

Democraten die strengere regels voor het bezit en de verkoop van vuurwapens wilden, hebben kansen daarop zelf verspeeld door te proberen knudderige en controversiële voorstellen hardhandig door te drukken.

Al maanden horen we dat het moment eindelijk was aangebroken: na de tragedie in Newtown was het hart van zelfs de hardvochtigste pro-vuurwapenpoliticus week genoeg geworden om eindelijk de vuurwapenwaanzin in Amerika te doorbreken. Het bezit van vuurwapens zou niet langer cool zijn en Washington zou redelijke beperkingen kunnen invoeren om het aantal vuurwapenincidenten drastisch terug te dringen.

Deze week stierf alle hoop op zo’n doorbraak toen de kern van het wetsvoorstel, het zog. Toomey-Manchin amendement, dat een criminele achtergrondcontrole voor alle wapenverkopen in de VS verplicht stelde, niet het benodigde aantal stemmen haalde. Van het ambitieuze wetsvoorstel blijft nu een tandenloze tijger over. Hoe is het fout gelopen?

Wie het debat gevolgd heeft, weet het antwoord. En hoewel er flink veel vingers wijzen naar de vermaledijde wapenlobbygroep National Rifle Association (NRA) die haar invloed onder twijfelende senatoren flink heeft laten gelden, moest ook professor Adam Winkler van UCLA in het linkse-progressieve opinieblad The New Republic toegeven dat de regering Obama door een onprofessionele aanpak de zaak heeft weggegeven.

De kritiek van Winkler en het meerendeel van de linkse media richt zich grotendeels op de tactiek die toegepast is. Winkler klaagt over de onnodige vertragingen bij het indienen van de voorstellen zodat de oppositie tijd kreeg om zich te verweren. Hij heeft ergens wel gelijk dat zo kansen zijn verspeeld, maar hij laat zich gaandeweg wel enorm in de kaart kijken. Want zijn reactie steunt impliciet de harde machtspolitiek die de Democraten sinds 2009 voeren: zoveel mogelijk de eigen zin door de strot van de oppositie drukken, hoe onbezonnen ook, voor Amerika weer naar de stembus gaat. Door die tactiek zit Amerika nu bijvoorbeeld met Obama’s grootste success opgezadeld: een onbetaalbare ‘hervorming’ van het gezondheidsstelsel waar nu al de financiële wielen van afvallen.

Voorstanders van de wapenwethervormingen hebben zich blind gestaard op peilingen die aantoonden dat rond de negentig procent van de Amerikanen strengere regels voor de verkoop van wapens steunden. Maar dat wil niet zeggen dat dit specifieke voorstel deugde. Uiteindelijk waren er ook een aantal Democraten die genoeg bedenkingen hadden bij de opzet van het criminele controlesysteem dat ze tegen het voorstel stemden.

Het wetsvoorstel was van het begin gedoemd te mislukken, omdat het intellectueel zo knudderig was. Democratische voorvechters gaven zowel in debatten als in openbare toespraken blijk van het feit dat ze geen verstand van vuurwapens hadden. Semi-automatische vuurwapens werden herhaaldelijk met automatische geweren verward. Eén parlementariër wist niet eens wat een magazijn was, maar ze wilde wel bepaalde soorten verbieden. Als gevolg werden er voorstellen gedaan die technisch of juridisch niet haalbaar waren.

De uitbreiding van controles bij wapenverkoop was nog één van de minst twijfelachtige voorstellen. Beschamender was de hernieuwde roep om ‘aanvalswapens’ te verbieden, terwijl vuurwapenkenners weten dat deze categorie alleen in  de fantasie van politici bestaat: het is een juridische term voor een door politici willekeurig gekozen aantal vuurwapens op grond van willekeurig gekozen kenmerken (welhaast identieke vuurwapens met licht andere kenmerken blijven buiten beschouwing).

De wil om vuurwapens beter te reguleren bestaat wel degelijk. Republikeinen, waaronder senatoren Ted Cruz en Charles Grassley, hebben genoeg voorstellen gedaan, maar naar hen wordt  nauwelijks geluisterd. In plaats daarvan jagen Democraten luchtkastelen na. Geen letter van de Democratische voorstellen zou de factoren hebben aangepakt die Adam Lanza in staat stelden dood en verderf te zaaien.

Het is een goede zaak dat de ‘loyale oppositie’ een punt heeft gezet achter alle krokodillentranen, emotionele chantage, en machtsspelletjes van president Obama en zijn partij. Wellicht dat er snel eens een echt debat over vuurwapenwetgeving komt – als de Democraten eens een cursus over vuurwapens hebben genomen.

donderdag 28 maart 2013

Juridische weg naar homohuwelijk VS bedreigt godsdienstvrijheid

Deze week hield het Amerikaanse Hooggerechtshof hoorzittingen over twee afzonderlijke zaken rond het homohuwelijk. Christenen vrezen dat de uitspraak, die in juni wordt verwacht, de godsdienstvrijheid zal beperken en de samenleving zwaar zal beschadigen.

Op het juridische vlak wordt het Hooggerechtshof gevraagd of twee afzonderlijke wetten grondwettelijk zijn: (1) de Californische wet die homohuwelijken verbiedt (bekend als “Proposition 8”) en (2) de federale wet die het huwelijk voor federale doeleinden uitsluitend als heterohuwelijk definieert (bekend als “Defense of Marriage Act” of DOMA).


Volgens de voorstanders van het homohuwelijk draait het om een eenvoudige vraag van gelijkheid en fairness. Het huwelijk is, zo argumenteerde Ted Olson, de advocaat die de homobeweging vertegenwoordigt, een fundamenteel recht. Dus mag de staat niet ongeoorloofd discrimineren op grond van seksuele geaardheid. Door homo’s uit te sluiten van het huwelijk zouden gezinnen, inclusief kinderen in gezinnen met homoseksuele ouders, zowel emotioneel als financieel geschaad worden.


Dit is een wel erg simplistische voorstelling van een sociologisch zeer gecompliceerd vraagstuk, waarin de laatste tien jaar veel verschuivingen hebben plaatsgevonden. Eén belangrijk en complicerend verschil met bijvoorbeeld Nederland is dat men in Amerika de juridische weg heeft gekozen. In feite is dat een poging om de moeizame parlementaire weg te omzeilen en het homohuwelijk in één klap landelijk in te voeren. 


Een dergelijke ondemocratische stap heeft zware consequenties. Dat bleek al in 2003 toen het provinciale Hooggerechtshof in Massachusetts het homohuwelijk in die staat dwingend oplegde. Als direct resultaat werden christelijke adoptiebureau’s gedwongen om kinderen ook bij homoparen te plaatsen. Boston Catholic Charities -- een van de grootste liefdadigheidsinstellingen in die staat -- weigerde hieraan gevolg te geven en sloot de deuren van hun adoptiebureau om rechtsvervolging te voorkomen.

Christenen vrezen dat de uitspraak van het Hooggerechtshof, die in juni wordt verwacht, op eendere wijze de vrijheid van godsdienst in heel Amerika expliciet ondergeschikt maakt aan het verbod op discriminatie van homoseksuelen. Chai Feldblum van Georgetown University, adviseur van President Obama en zelf prominent voorstander van het homohuwelijk, zei in 2006 al dat zij zich geen juridische situatie kon voorstellen, waarin godsdienstvrijheid zwaarder kon wegen dan het recht van homoseksuelen op seksuele vrijheid.

De redacteur van National Review Rich Lowry schreef deze week bezorgd dat het Hooggerechtshof op het punt staat “alle tegenstand tegen het homohuwelijk illegitiem te verklaren.” Maar daarbij zal het niet blijven. Ryan Anderson van het conservatieve Heritage Institute schreef vorige week samen met Sherif Girgis en Robert George dat de Amerikaanse homobeweging er expliciet op uit is om de betekenis van het huwelijk volledig uit te hollen. Ze verwezen naar auteur Michelangelo Signorile die zei dat “de meest subversieve daad die lesbiennes en homoseksuele mannen kunnen ondernemen [is] om het begrip ‘huwelijk’ volledig te veranderen.”

De schade die een dwingende juridische uitspraak aan het instituut van het huwelijk, aan de godsdienstvrijheid en aan de maatschappij in het algemeen kan toevoegen is theoretisch enorm. En dat terwijl er geschat wordt dat slechts drie tot vijf procent van de Amerikanen homoseksueel is. Maar Amerika valt ten prooi aan een samenloop van woest secularisme en ongebreidelde seksualiteit.

De Amerikaanse homobeweging overdrijft de betekenis van vier tamelijk marginale referenda over het homohuwelijk. Amerika is over dit thema sterk verdeeld en een bindende uitspraak van het Hooggerechtshof zal, net als bij de controversiële abortusuitspraak Roe v. Wade uit 1973, de temperatuur van het publieke debat alleen maar verder opdrijven. Homorechten zijn bij uitstek een zaak voor de volksvertegenwoordiging en niet voor de rechter.


donderdag 21 maart 2013

Republikeinse Partij in identiteitscrisis

Dit artikel is op 25 maart in het Nederlands Dagblad verschenen.

Nu bijna vijf maanden na de verkiezingen maken de Republikeinen met enige afstand flink balans op. De partij verloor de presidentsverkiezingen en ook veel van de federale ambten en de vraag is waarom.

De meest gehoorde visie op het verlies van de Republikeinse Partij is dat men door de tijd is voorbijgestreefd. De partij houdt vast aan achterhaalde beleidsvoorstellen die niet meer toepasbaar zijn op een electoraat dat er etnisch en cultureel anders uitziet dan in de gloriejaren onder Ronald Reagan. Men wijst op de tanende steun onder bevolkingsgroepen die flink groeien (latino’s en Aziatische immigranten) en jonge volwassenen stemmen steeds minder vaak Republikeins. De Republikeinen worden steeds meer een partij van oudere blanken in de zuidelijke staten.

Verder wordt gewaarschuwd dat de partij slecht inspeelt op socioculturele veranderingen. Het afgelopen decennium is de houding van Amerikanen t.o.v. het homohuwelijk faliekant omgeslagen zodat een ruime meerderheid nu vóór invoering is. De tolerantere houding naar homo’s tekende zich in november toen drie staten via een volksstemming het homohuwelijk invoerden. Het Republikeinse verzet tegen het homohuwelijk -- alsmede een aantal andere rechten waar de homolobby voor vecht -- is steeds meer een achterhoedegevecht.

Het advies aan de partij dat velen aan de partijleiding geven is om vooral een flinke ommezwaai te maken jegens immigranten en te werken aan een legale status voor de miljoenen illegale latino’s. Over het homohuwelijk zijn de meningen wat meer verdeeld, maar ook wat dat thema betreft zijn er genoeg luide stemmen die de partij raden om dat ook maar te omarmen.

Deze visie komt overigens niet alleen van linkerzijde, hoewel het commentaar van de New York Times direct na de verkiezingen wel erg triomfantelijk was: “Republikeinen zouden eens morele waarden voor alle gezinnen moeten gaan voorstaan, ook homoseksuele gezinnen -- en ook het recht op abortus en het recht op gezondheidszorg -- omdat dat de juiste doelen zijn voor het land waarin we leven, niet het land waarin zij zich wanen.” Ook een analyse van een partijcomité sprak afgelopen week eender in het rapport Growth and Opportunity Project.

Dat rapport is -- terecht -- erg kritisch ontvangen door de rechtse media. De redactie van het invloedrijke National Review verwijst het naar de prullenbak als “oppervlakkig” en “opportunistisch.” Pete Spiliakos schrijft op de christelijke opiniewebsite First Things dat het argument voor grootschalige legalisering van illegale latino’s als strategie naar het hart van latino-Amerikanen intellectueel schamel is. Hij vindt dat opportunistische critici teveel nadruk leggen op het belang dat latino’s aan immigratiehervorming zouden hechten.

In werkelijkheid is het volgens Spiliakos juist het ontbreken van een geloofwaardig economisch beleid dat alle kiezersgroepen van de partij afstoot. De campagne van 2012 was dan ook een pure anti-campagne tegen het beleid van Obama, maar zonder te articuleren waar de partij zelf voor stond. De economische beleidsvoorstellen die wel vaak worden geopperd, hoe serieus of intellectueel ook (met name belastingverlagingen voor “banenscheppers”), klinken allemaal als weggevertjes aan de superrijken. Dat spreekt latino’s net zo min aan als blanke jongeren met een beginsalaris.

De partij moet daarom beleid formuleren dat jonge gezinnen oplossingen biedt voor de hoge belastingdruk, rijzende verzekeringspremies onder Obamacare en zorgen over de toegankelijkheid van gezondheidszorg.

Juist hier heeft conservatisme meer te bieden dan Obama’s gestuurde economische beleid dat na vier jaar nog steeds verzand ligt in hoge werkloosheid en malaise. Laat de partij liever stemmen winnen door de superioriteit van het eigen gedachtegoed aan te tonen in plaats van gehoor te geven aan de oproep om basisprincipes op immigratiewetgeving, het huwelijk, enz. op te geven. Dat is sowieso verdacht advies, vooral als het vanuit linkse hoek komt.

vrijdag 1 maart 2013

Obama’s guerrillaoorlog tegen de oppositie


De regering Obama schuwt geen enkel middel om de oppositie buitenspel te zetten en de wil van de president door te zetten. Dat komt de democratie en de toon in Washington niet ten goede.

Toen Bob Woodward van de Washington Post onlangs berichtte dat president Obama had gelogen over de bezuinigingsmaatregel bekend als de ‘sequester’ moest hij van een vriend in het Witte Huis een scheldkannonade aanhoren. Die vriend, economisch adviseur Gene Sperling, verontschuldigde zich per e-mail, maar kon het toch niet nalaten om Woodward te vertellen dat hij “spijt zou krijgen” van zijn opstelling.

Linkse media hebben sinds bekendworden van dit incident vooral met Woodward de draak gestoken. Als ‘dreigement’ stelt het immers weinig voor. Toch maken velen zich zorgen over de boodschap die desondanks steeds vaker uit het Witte Huis naar de pers begint door te sijpelen. Enkele andere linkse journalisten (o.a. Ron Fournier van National Journal en Lanny Davis van de Washington Times) hebben zich vorige week ook beklaagd over schunnige taal van functionarissen in het Witte Huis. Zelfs de Democratisch gezinde pers wil dit niet afdoen als hersenspinsel van rechtse complottheoristen.

Want Bob Woodward is niet de eerste de beste. Sinds hij in de jaren 70 de Republikeinse president Richard Nixon over het Watergate-schandaal liet struikelen, geldt hij als icoon voor de linkse media. Maar de laatste jaren is Woodward erg kritisch geworden over de onkunde en ruwe regeerstijl van president Obama.

Woodward is met name niet te spreken over de manier waarop de president de onderhandelingen over het fiscale beleid van de regering manipuleert. Een compromis over de zogenaamde sequester is altijd binnen handbereik geweest, maar Woodward stemt zonder omhalen in met de klacht van de Republikeinen dat president Obama geen vinger heeft uitgestoken. In plaats daarvan reist hij al weken lang door het land om in toespraken allerlei doemscenario’s over de aanstaande financiële crisis te verkopen die hij dan op het bordje van ‘obstructionistische Republikeinen’ schuift. Woodward noemt die opstelling “waanzin” en heeft de regering Obama al tweemaal op onwaarheden betrapt.

Peilingen tonen aan dat de president grotendeels succes heeft met deze tactiek, want een meerderheid van de Amerikanen geeft Republikeinen de schuld voor de huidige impasse. Dat is het regelrechte gevolg van een veel te weinig kritische pers t.o.v. Barack Obama over de afgelopen vijf jaar. Het Obama-team heeft flink gebruik gemaakt van de welwillendheid onder linkse journalisten (een ruime meerderheid in Washington) om het Democratische standpunt in een zo positief mogelijk licht te plaatsen en de oppositie zo kritisch mogelijk te bejegenen. Het beeld dat veel Amerikanen van de Republikeinen hebben is erg negatief. Dat ligt zeker ten dele aan de vakkundige propaganda-campagne van het Witte Huis.

De guerrillaoorlog van het Witte Huis beperkt zich echter geenszins tot het choreograferen van een positief mediabeeld. Wie de kritische vragen stelt die de linkse massamedia totnogtoe te zelden stelt, ziet achter de façade van dat mediabeeld een breder patroon van een hardhandige bewindsvoering.

Dat Democratische senatoren de rijen sloten en de overduidelijk onbekwame Chuck Hagel tot Minister van Defensie benoemden is een zorgelijk teken voor de besluitvorming in Washington. Dat er nog steeds geen duidelijkheid is over de vraag waarom de president gemoedelijk naar bed is gegaan nadat hem op 11 september 2012 werd verteld dat een Amerikaanse diplomatieke post in Libië onder vuur van terroristen lag zegt veel over de manier waarop politiek Washington naar de pijpen van de president danst.

Er zijn te veel vragen over machtsmisbruik van hooggeplaatste functionarissen in de regering Obama en de manier waarop ministeries geld uitgegeven en regels uitvaardigen. Omdat de stellers van die vragen conservatieven zijn, blijven ze veelal onbeantwoord. Met de harde manier waarop het Witte Huis nu ook tegen linkse journalisten tekeergaat heeft de president wellicht zijn hand overspeeld.

donderdag 24 januari 2013

Clinton maakt van Benghazi-hoorzitting een doofpot





Gisteren hielden zowel het Huis van Afgevaardigden als de Senaat hoorzittingen met minister Hillary Clinton van Buitenlandse Zaken over de terroristische aanval in Benghazi. Het was de eerste keer dat Clinton beschikbaar was voor een hoorzitting, nadat ze in december lange tijd ziek was door een virus, een hersenschudding en tenslotte ook nog een behandeling voor een bloedprop. Met name Republikeinse politici hadden hooggespannen verwachtingen voor het getuigenis van Clinton.

Te hooggespannen, blijkt nu. De opzet van de hoorzittingen was zo gemanipuleerd en de vragen van de Congresleden waren dermate knudderig dat Clinton alle moeilijke vragen heeft kunnen omzeilen. Amerika weet nu niets meer over de gang van zaken op 11 september 2012 dan voor haar getuigenis. Door het samenvoegen van de hoorzittingen van Senaat en het Huis in één gecombineerde zitting was er voor individuele commissieleden veel minder tijd om vragen te stellen. Bovendien lieten commissieleden zich verleiden om door dit tijdgebrek een hele reeks vragen in één keer te stellen, zodat Clinton de vrijheid had om de makkelijkste eruit te kiezen en die te beantwoorden.

Daardoor blijven de belangrijkste vragen onbeantwoord. We weten nog steeds niet, wie er uiteindelijk verantwoordelijk was voor het afwijzen van extra beveiliging voor het consulaat in Benghazi ondanks herhaalde verzoeken om meer beveiliging. Welke afwegingen speelden mee bij die afwegingen? Afgelopen herfst getuigden andere medewerkers van Buitenlandse Zaken al dat het niets met budgettaire overwegingen te maken had. Vandaag moest Clinton toegeven dat financiële beperkingen wel degelijk een rol hebben gespeeld.

Daarnaast is het al maanden duidelijk dat het Witte Huis van Benghazi een doofpotaffaire heeft gemaakt. In de weken na 11 september vertelden hooggeplaatste kabinetsleden -- met name Susan Rice, maar niet Clinton zelf  maar Clinton zelf ook -- allerlei grove leugens over de terroristische aanval. Veel van wat er in de eerste 10 dagen door het Witte Huis over Benghazi werd meegedeeld bleek achteraf niet waar te zijn, zoals de bewering dat de aanval het resultaat was van een 'spontane' woedeuitbarsting van een groep moslims die zich gekrenkt voelde door een onnozel Youtube-filmpje met een gebrek aan multiculturele gevoeligheid. Maar wie is verantwoordelijk voor het fabriceren van die leugens? Wie heeft toestemming gegeven om de maker van de film -- die niets te maken had met de aanval in Libië -- door het leger te laten arresteren en tot op heden in de gevangenis te laten zitten?

Dat antwoorden op zulke basale vragen niet boven water zijn gekomen tekent wel degelijk een flinke incompetentie aan de kant van Congresleden, en met name de Republikeinen, die veel van die basale vragen niet stelden of zich door Clinton te makkelijk een oor lieten aannaaien. Dat de Republikeinen geen gecoördineerde strategie hadden tekent de staat van wanorde binnen de partij. De president overtroeft de oppositie met veel te veel gemak.

CORRECTIE
Mike DeVine van het rechtse blog Red State maakte me enkele uren na plaatsen van dit artikel erop attent dat Hillary Clinton zelf ook de hopeloze leugen over de internetfilm als reden voor de aanval heeft verteld, en nog wel tegen de nabestaanden van de aanval toen de kisten in Amerika aankwamen.