Dit artikel is op 16 mei 2013 in het Nederlands Dagblad gepubliceerd.
Op 11 september 2012 vielen terroristen een Amerikaanse diplomatieke buitenpost in Benghazi (Libië) aan. Na de uren durende belegering bleken ambassadeur Chris Stevens en drie andere diplomaten te zijn omgekomen. Zeker op de herdenkingsdag van de aanslagen van 11 september 2001 was deze terroristische aanslag op een Amerikaanse diplomatenpost een triest moment.
Al snel begon men vragen te stellen over de beveiliging
van deze buitenpost in Libië en hoe de regering Obama op de aanval had
gereageerd. Het weekeinde na de aanval werden de vragen indringender, nadat
VN-ambassadeur Susan Rice in vijf verschillende nieuwsshows had verklaard dat
de regering uitging van een ‘spontane demonstratie’ in navolging van eendere
protesten in Cairo tegen een anti-islamfilm op Youtube van een Amerikaanse
christen.
Republikeinen vroegen waarom het Witte Huis niet langer over een terroristische aanval sprak. Hoorzittingen met kabinetsleden in januari brachten weinig duidelijkheid. Met name toenmalig minister van buitenlandse zaken, Hillary Clinton, verweet de Republikeinen op getergde toon dat zij spijkers op laag water zochten. “Wat maakt het nu allemaal nog uit,” vroeg ze, “of het nu een spontane demonstratie was of een aanval van terroristen?”
Republikeinen vroegen waarom het Witte Huis niet langer over een terroristische aanval sprak. Hoorzittingen met kabinetsleden in januari brachten weinig duidelijkheid. Met name toenmalig minister van buitenlandse zaken, Hillary Clinton, verweet de Republikeinen op getergde toon dat zij spijkers op laag water zochten. “Wat maakt het nu allemaal nog uit,” vroeg ze, “of het nu een spontane demonstratie was of een aanval van terroristen?”
Uit Clintons opmerking sprak de wens van het Witte Huis dat het onderzoek naar de affaire Benghazi eindelijk gedaan zou zijn. Republikeinen waren echter ziedend over Clintons nietszeggende antwoord en vonden drie klokkenluiders die vorige week voor een parlementaire commissie getuigden.
Het schokkendst was het getuigenis van Gregory Hicks, de hoogste diplomaat in Libië na Stevens. Hij weerlegde de officiële verklaringen van het Witte Huis over de toedracht van de aanval. Hij had persoonlijk met Hillary Clinton gesproken en verklaarde dat de regering van het begin wist dat het een aanval van al-Qaeda-terroristen was.
Ook meende hij dat een militaire reddingsoperatie mogelijk was geweest – een troep mariniers stond al gereed – maar dat die van hogerhand tot twee keer toe werd afgeblazen. Tenslotte verklaarde hij dat hij door zijn superieuren was geïntimideerd om zijn mond te houden over de vele ongerijmdheden in de officiële verklaringen over Benghazi.
Enkele dagen later publiceerde The Weekly Standard verschillende versies van de door de CIA geschreven inlichtingensamenvatting over Benghazi. Uit een vergelijking bleek dat regeringsfunctionarissen in de latere versies alle verwijzingen naar terroristen hadden geschrapt.
Jay Carney, de woordvoerder van het Witte Huis, heeft vervolgens glashard gelogen, toen hij beweerde dat het Witte Huis slechts één enkel woord “om stilistische redenen” had geredigeerd – in werkelijkheid werd ongeveer de helft van de tekst geschrapt. Aangezien de betrokkenheid van al-Qaeda-terroristen in Libië publiekelijk bekend was, komen deze pogingen om essentiële feiten te verzwijgen uitermate klunzig over.
Tot dusver hadden de Democraten en de media weinig interesse in de zaak en spraken regelmatig over een heksenjacht op de president en Hillary Clinton, de gedoodverfde presidentskandidate voor de partij in 2016. Maar na deze laatste hoorzittingen beginnen ook zij vragen te stellen. Wie heeft de reddingsoperatie twee keer geannuleerd? En wie was verantwoordelijk voor het verdraaien van de inlichtingen over de toedracht van de aanval?
Wat in deze zaak vooral opvalt, is de politieke berekening vanuit het Witte Huis. Het heeft er alle schijn van dat de president afgelopen herfst alles aan zijn imago in de herverkiezingscampagne heeft opgeofferd. Daarvan is niet alleen de waarheid over Benghazi het slachtoffer geworden, maar ook vier diplomaten. Want een militaire interventie om hen te redden in het vredige, vrije Libië van na de Arabische Lente zou Obama’s fictie verstoren dat het islamistische terrorisme met Osama bin Laden ten onder is gegaan.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten