dinsdag 14 mei 2013

Schandaal rond Benghazi groeit

Dit artikel is op 16 mei 2013 in het Nederlands Dagblad gepubliceerd.


Het getuigenis van drie ‘klokkenluiders’ en de publicatie van officiële documenten van het Witte Huis suggereren dat de president en zijn kabinet de levens van vier diplomaten hebben opgeofferd ten dienste van Obama’s politieke visie op de Arabische wereld.

Op 11 september 2012 vielen terroristen een Amerikaanse diplo­matieke buitenpost in Benghazi (Libië) aan. Na de uren durende belegering bleken ambas­sa­deur Chris Stevens en drie andere diplomaten te zijn omgekomen. Zeker op de herdenkingsdag van de aan­slagen van 11 september 2001 was deze terroristische aanslag op een Amerikaanse diplomatenpost een triest moment.

Al snel begon men vragen te stellen over de beveiliging van deze buitenpost in Libië en hoe de regering Obama op de aanval had gereageerd. Het weekeinde na de aanval werden de vragen indringender, nadat VN-ambassadeur Susan Rice in vijf verschillende nieuwsshows had verklaard dat de regering uitging van een ‘spontane demon­stra­tie’ in navolging van eendere protesten in Cairo tegen een anti-islamfilm op Youtube van een Amerikaanse christen.

Republikeinen vroegen waarom het Witte Huis niet langer over een terroristische aanval sprak. Hoorzittingen met kabinetsleden in januari brachten weinig duidelijk­heid. Met name toenmalig minister van buitenlandse zaken, Hillary Clinton, verweet de Republikeinen op getergde toon dat zij spijkers op laag water zochten. “Wat maakt het nu allemaal nog uit,” vroeg ze, “of het nu een spontane demonstratie was of een aanval van terroristen?”

Uit Clintons opmerking sprak de wens van het Witte Huis dat het onderzoek naar de affaire Benghazi eindelijk gedaan zou zijn. Republikeinen waren echter ziedend over Clintons nietszeggende antwoord en vonden drie klokken­lui­ders die vorige week voor een parlementaire commissie getuigden.

Het schokkendst was het getuigenis van Gregory Hicks, de hoogste diplomaat in Libië na Stevens. Hij weerlegde de officiële verklaringen van het Witte Huis over de toedracht van de aan­val. Hij had persoonlijk met Hillary Clinton gesproken en verklaarde dat de regering van het begin wist dat het een aanval van al-Qaeda-terroristen was.

Ook meende hij dat een militaire reddingsoperatie mogelijk was geweest – een troep mariniers stond al gereed – maar dat die van hogerhand tot twee keer toe werd afgeblazen. Tenslotte verklaarde hij dat hij door zijn superieuren was geïntimideerd om zijn mond te houden over de vele ongerijmd­heden in de officiële verklaringen over Benghazi.

Enkele dagen later publiceerde The Weekly Standard verschillende versies van de door de CIA geschreven inlichtingensamenvatting over Benghazi. Uit een vergelijking bleek dat regeringsfunctio­narissen in de latere versies alle verwijzingen naar terroristen hadden geschrapt.

Jay Carney, de woord­voerder van het Witte Huis, heeft vervolgens glashard gelogen, toen hij beweerde dat het Witte Huis slechts één enkel woord “om stilistische redenen” had geredigeerd – in werkelijkheid werd ongeveer de helft van de tekst geschrapt. Aangezien de betrokkenheid van al-Qaeda-terroristen in Libië publiekelijk bekend was, komen deze pogingen om essentiële feiten te verzwijgen uitermate klunzig over.

Tot dusver hadden de Democraten en de media weinig interesse in de zaak en spraken regelmatig over een heksenjacht op de president en Hillary Clinton, de gedoodverfde presidentskandidate voor de partij in 2016. Maar na deze laatste hoorzittingen beginnen ook zij vragen te stellen. Wie heeft de reddingsoperatie twee keer geannuleerd? En wie was verantwoordelijk voor het verdraaien van de inlichtingen over de toedracht van de aanval?

Wat in deze zaak vooral opvalt, is de politieke berekening vanuit het Witte Huis. Het heeft er alle schijn van dat de president afgelopen herfst alles aan zijn imago in de herverkiezings­campagne heeft opgeofferd. Daarvan is niet alleen de waarheid over Benghazi het slachtoffer geworden, maar ook vier diplomaten. Want een militaire interventie om hen te redden in het vredige, vrije Libië van na de Arabische Lente zou Obama’s fictie verstoren dat het islamis­tische terrorisme met Osama bin Laden ten onder is gegaan.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten