maandag 24 december 2012

Roep om vuurwapenverbod na massamoord in basisschool

Na de massamoord in het kleine forensenstadje Newtown (Connecticut), waarbij 20 jonge kinderen en 6 volwassenen onder het schoolpersoneel van basisschool Sandy Hook omkwamen, schreit Amerika. Het is alweer de zoveelste schietpartij in een publieke ruimte. Een zichtbaar geëmotioneerde president Obama zuchtte tijdens een persconferentie: “Ik sta hier te vaak om over dit soort incidenten te praten.”

Er is een luide roep om een resolute ommezwaai in de vuurwapencultuur van het land te maken. Dat is sterke taal en het is niet onmogelijk dat de president genoeg steun zal krijgen om een verbod op bepaalde aanvalswapens weer in te voeren. Maar juist daar gaat de discussie mank, want over welke wapens hebben we het eigenlijk? De engelse termassault weapon is misleidend, want het is in wezen een volledig lege term. Welk wapen is geen ‘aanvalswapen’? Het is een politieke en juridische term die verwijst naar een lange lijst van specifieke wapens die van 1994 tot 2004 waren verboden. Hoe gaat die term in 2013 ingevuld worden bij een hernieuwd verbod?

Daarnaast roept ook de term “semi-automatisch” onder wapenonkundige commentatoren te vaak onterecht het beeld van zware militaire wapens op, terwijl de term enkel betekent dat het wapen zelf herlaadt, zolang er kogels in het magazijn zitten. Veel handvuurwapens zijn ook semi-automatisch en zijn daardoor niet per se “zware wapens.” Het is de vraag in hoeverre het type geweer dat de schutter in Newtown gebruikte (de Bushmaster AR-15) als zwaar wapen kan worden aangemerkt – er zijn genoeg zwaardere en makkelijkere wapens legaal in omloop.

Het publieke debat zou zich minder moeten concentreren op het kwaad dat vuurwapens symboliseren en meer op het versterken van één van de basistaken van de overheid: het beschermen van de goeden en de zwakken tegen hen die kwaad willen. Er is niets op tegen om de mazen in de huidige wet te dichten en bezit en verkoop van vuurwapens aan te scherpen, maar daarmee ben je er niet. Ten eerste zijn er immense logistieke en constitutionele bezwaren tegen een erg breed verbod op vuurwapenbezit: er zijn teveel wapens in omloop om volledige uitbanning van vuurwapens realistische na te streven, en het tweede amendement van de grondwet garandeert het recht op vuurwapenbezit. Ten tweede zijn de ordelievende burgers die ook de verscherpte wetten zullen naleven niet het probleem. Criminelen en psychisch labiele personen zullen dan net als nu lak hebben aan de regels en de middelen gebruiken die zij binnen handbereik hebben om dood en verderf te zaaien. Hoe streng de regels ook worden gemaakt, zij zullen toch wel aan vuurwapens kunnen komen. Ten derde zetten vergelijkingen met Groot Britannië en Australië grote vraagtekens bij de effectiviteit van een vuurwapenverbod. Beide landen hebben de afgelopen decennia bezit van vuurwapens grotendeels uitgebannen, maar met name in Engeland is sindsdien het aantal vuurwapenincidenten enorm toegenomen. De vertaling naar de Amerikaanse situatie geeft weinig hoop op de wenselijkheid van een wijdreikend verbod van vuurwapens.

Wat in de discussie – met name in het betweterige buitenland – wordt gemist is de duik in de diepte van de feiten en cijfers. Hoewel het aantal vuurwapenincidenten in Amerika hoog blijft, is het percentage incidenten per hoofd van de bevolking al jaren gestaag aan het dalen. Het beeld van een samenleving in crisis en toenemend vuurwapengeweld is een mythe. En ondanks de emotionele lading bij een incident zoals in Newtown, Connecticut en enkele andere recente voorvallen, is het niet zo dat dit soort incidenten aan het toenemen is. Het dieptepunt van dit soort geweld (uitgerekend per hoofd van de bevolking) was in de jaren twintig van de vorige eeuw.

Ook vinden zulke incidenten bijna altijd plaats in ruimtes waar een goedbedoelende overheid ‘wapenvrije zones’ heeft geschapen. Met als gevolg dat schutters daar vrij spel hebben. Durven politici en de linkse massamedia eraan te herinneren dat gewapende burgers meer dan eens schutters tot stoppen hebben gedwongen (en zeker niet altijd door hen genadeloos neer te knallen)? De roep door wapenliefhebbers om zulke wapenvrije zones terug te dringen wordt te makkelijk afgedaan als geschift. CNN-presentatoren Soledad O’Brien en Piers Morgan zetten zichzelf meer voor gek dan hun gasten toen zij met huivering terugdeinsden voor het voorstel om “meer wapens” toe te laten in publieke ruimtes. Waarom is het zo gek om toe te staan dat burgers zichzelf en hun naasten adequaat zouden mogen beschermen in een situatie waarin criminelen toegang hebben tot vuurwapens?

Tenslotte gaat het debat helemaal voorbij aan het schandaal van Amerika’s psychiatrie. De behandeling van mensen met psychische stoornissen is de afgelopen decennia een stuk slechter geworden. Steeds meer staten hebben wetten aangenomen die het zo goed als onmogelijk maken om patiënten tegen hun wil op te laten nemen, terwijl de pyschiatrie steeds meer hun heil zoekt in medicijnen. Met als gevolg dat er steeds meer mensen op straat rondlopen die te weinig gecontroleerd worden. De moeder van de schutter in Newtown was radeloos over haar psychisch onhandelbare zoon, maar gedwongen verpleging is in Connecticut (zo goed als) verboden. En dus modderde ze maar aan in een onhoudbare en uitzichtloze situatie. Tot hij haar vermoordde en op pad ging.

woensdag 5 december 2012

Obama's fiscale voorstel is 'niet serieus'

Vorige week kwam president Obama met zijn compromisvoorstel om tot een oplossing voor de dagende fiscale crisis te komen. Maar John Boehner, de Republikeinse voorzitter van het Huis van Afgevaardigden, noemt het voorstel 'niet serieus'.

De Republikeinen zitten in een lastig parket. Na het verlies bij de verkiezingen hebben ze een veel zwakkere onderhandelingspositie en aangezien president Obama expliciet campagne voerde voor het verhogen van de belastingen voor de rijkste Amerikanen, mogen Republikeinen nu niet kniezen dat de president vast van plan is die belofte te verzilveren. Er is over dat punt flink wat gemor binnen de Republikeinse Partij. Enkele vooraanstaande Republikeinen in het Huis en de Senaat hadden sinds de verkiezingen al laten doorschemeren dat ze het niet langer verantwoord vonden om vast te houden aan hun plechtige belofte nooit voor enige verhoging van de belastingen te stemmen.

Dat is een correcte opstelling. Belastingverhogingen zijn weliswaar in het algemeen een slechte zaak voor de economie -- en dus ronduit gevaarlijk in een wankele economische situatie als de huidige -- maar marginale aanpassingen en zelfs tariefverhogingen binnen een breed pakket aan fiscale hervormingen zijn de enige weg vooruit in het immer dieper wordende Amerikaanse fiscale moeras. De hardnekkige tegenstand onder veel vooraanstaande conservatieven, binnen en buiten de partij, tegen het zelfs maar bespreekbaar maken van maatregelen om de belastinginkomsten iets te verhogen is dan ook onverdedigbaar. De waarschuwing van een Brent Bozell, Jr., directeur van het invloedrijke Media Research Center en een belangrijke fondsenwerver voor Republikeinen, dat hij niet langer geld zal inzamelen of spenderen aan de partij als ze niet onwankelbaar vasthoudt aan de belastingbelofte, is als de zang van de Lorelei op de rivier. De partij moet er geen aandacht aan schenken.

Het probleem is dat Boehner gelijk heeft: Obama's voorstel is niet serieus. Met het voorstel gooit de president de hakken in het zand met een nog extremere linkse positie dan hij zelfs tijdens de heetste campagne-toespraken had ingenomen. Minister Geithner van Financiën gaf een schandalig amateuristische verdediging van het voorstel ten beste in het nieuwsprogramma Fox News Sunday van 3 december en Afgevaardigde Boehner liet er dan ook, tijdens dezelfde uitzending, geen spaander van heel. De broodnodige bezuinigingen bij de federale overheid zijn, zoals zo vaak in Democratische voorstellen, enorm vaag en niet-specifiek, worden uitgesmeerd over tien jaar (terwijl belastingverhogingen per direct zullen ingaan) en zijn ook nog eens kleiner uitgevallen dan een aantal nieuwe stimuleringspaketten die de president uiteraard ook zo spoedig mogelijk wil invoeren.

Maar het meest schofferende uit Obamas voorstel is dat hij wil dat het Congres alle grondwettelijke macht om mee te beslissen over verhoging van het schuldenplafond voor altijd aan de president afstaat, zodat deze dan op eigen houtje het krediet van de federale overheid kan oprekken. Een dergelijke toezegging zou een spies door het hart van het conservatieve principe van de gescheiden machten drijven en is waarschijnlijk ook nog eens ongrondwettig. Het is daarom onbespreekbaar.

Dat Boehner dus nogal lacherig over dit voorstel deed is enigszins begrijpelijk; verontwaardiging zou eigenlijk nog beter op zijn plaats zijn. Het is in ieder geval duidelijk wat de strategie van president Obama is: hij hoopt misbruik te maken van de onenigheid onder Republikeinen en zo zijn eigen zin helemaal of bijna helemaal door te drijven. Eveneens rekent hij erop dat de burgers de schuld voor een eventuele mislukking van de onderhandelingen op het bordje van de Republikeinen zullen schuiven. Er wordt dan ook al onder conservatieven gespeculeerd dat Obama eigenlijk uit is op mislukking, zodat hij dan in 2013 een hele reeks belastingverlagingen voor de middeninkomens kan voorstellen. Welke Republikein zou daartegen durven stemmen?

De opstelling van president Obama gaat voorbij aan de fiscale noodsituatie binnen de federale overheid en is alleen maar gericht op het naar zich toe trekken van zoveel mogelijk politieke macht, zowel op de korte als de lange termijn. Dat is niet alleen niet serieus, het is onverantwoord en toont aan dat Obama ongeschikt is om president te zijn. Amerika en de wereld zullen de komende vier jaar nog flink spijt krijgen van zijn onbegrijpelijke herverkiezing.

maandag 19 november 2012

Republikeinen aan zet bij 'fiscale afgrond'

Nu de verkiezingen achter de rug zijn moet de aandacht weer naar andere onderwerpen gaan. Eén van de eerste dringende zaken is de zogenaamde ‘fiscale afgrond’ waar Amerika tegen aanhikt. Op 1 januari schieten alle tarieven voor inkomstenbelasting namelijk automatisch omhoog. De huidige tarieven zijn onder George W. Bush verlaagd in een poging de economie, die na de terroristische aanvallen van 11 september 2001 in het slop was geraakt, te stimuleren. Die tariefverlaging had maar een beperkte duur. Twee jaar geleden verlengde president Obama de lagere tarieven, omdat er brede consensus was dat een belastingverhoging middenin een recessie geen goed idee was.

Gezien de zwakke economie is men het er nog steeds over eens dat de belastingen niet omhoog moeten, maar wel bestaat er nu heftige onenigheid over de vraag of Amerika’s belastingen genoeg nivelleren. De zwaarste schouders moeten immers de zwaarste lasten dragen, zo gaat het gezegde. Democraten vinden dat de allerrijksten wel wat meer kunnen betalen om zo het begrotingstekort te dichten. Republikeinen zijn het daarmee in principe wel eens, maar willen de ongelijkheid met name via het afschaffen of beperken van belastingaftrek aanpakken, terwijl Democraten vasthouden aan het verhogen van de tarieven voor de hoogste inkomensgroepen, iets wat voor Republikeinen onbespreekbaar is.

Het debat over deze onenigheid is een stuk complexer dan de simpele boodschap dat Republikeinen tegen het verhogen van belastingen voor de allerrijksten zijn. Sommige conservatieve commentatoren wijzen erop dat verzet tegen tariefverhogingen (ofwel het gewoon laten verlopen van de verlaagde tarieven voor de allerrijksten) een belangrijke uitgangspositie is in de onderhandelingen met het Witte Huis, omdat de president en zijn partij te weinig bezuinigingen op de gigantische federale bureaucratie op tafel hebben gelegd. De onderhandelingen over de ‘fiscale afgrond’ staan ook in de bredere context van onontkoombare hervormingen van de staatsfinanciën, waaronder sociale zorgprogramma’s inbegrepen zijn, in de komende tweede ambtstermijn van Barack Obama. Verder is het zeker waar dat de Democraten de opbrengst van een tariefverhoging schromelijk overdrijven. Er wordt te vaak geroepen dat een dergelijke verhoging makkelijk 800 miljard dollar binnenhaalt, een getal dat dan op onheuse wijze naast de 1,1 biljoen dollar van het “begrotingstekort” wordt geplaatst. Men zegt er dan niet bij dat het begrotingstekort jaarlijks meer dan 1 biljoen dollar bedraagt en dat de 800 miljard dollar een totaalbedrag over tien jaar is. In feite is het dus nauwelijks meer dan een druppel op de gloeiende plaat.

Toch spelen Republikeinen de Democraten volledig in de kaart door zo halsstarrig te blijven weigeren over het verhogen van belastingtarieven te praten. Als zelfs conservatieve economen menen dat een lichte verhoging van de tarieven voor de hoogste inkomens (van 35 procent nu naar 37 of 38 procent in 2013) geen noemenswaardige negatieve effecten op de economie zal hebben, dan spelen Republikeinen een hoog spel op een onhoudbare positie.

Alles in de Amerikaanse politiek komt in wezen neer op het correct spelen van het media-spel. Gegeven dat alle grote media in de VS, met uitzondering van de opinie-pagina van deWall Street Journalen de nieuwszender Fox News, op de hand van de Democraten zijn, is het de Republikeinen eraan gelegen om zo toegeeflijk als mogelijk over te komen. Dat betekent niet dat de partij principes hoeft op te geven, maar zeker in de schaduw van de recente verkiezingen, waarbij kiezers – en velen die thuisblijven – de partij als onserieus verwierpen, moeten de Republikeinen zich realiseren dat de meerderheid van de kiezers een uitblijven van een compromis op konto van de Republikeinen zullen neerschrijven. De samenvatting van de huidige Republikeinse positie is dat “de Republikeinen voor de rijken zijn”. Dat is niet waar, maar het past wel lekker makkelijk op een bumpersticker en is goed te verkopen aan de kiezers. In hoeverre de partij daar op lange termijn last van zou houden is onduidelijk (want het geheugen van de kiezer is kort), maar heeft de partij behoefte aan een dergelijk riskant spelletje blufpoker?

zaterdag 10 november 2012

De val van Petraeus

Gisteren kwam abrupt en op heel trieste manier de glorieuze carrière van David H. Petraeus ten einde. Petraeus, sinds 14 maanden het hoofd van de buitenlandse inlichtingendienst C.I.A., moest bekennen dat hij een buitenechtelijke affaire had gehad. De F.B.I. was toevallig op de affaire gestoten tijdens een crimineel onderzoek in een niet verwante zaak. Enkele dagen nadat de F.B.I. Generaal Petraeus met de feiten confronteerde bood deze zijn ontslag aan bij President Obama.

Het is jammer dat Petraeus op deze manier afscheid heeft moeten nemen, want hij had als rassoldaat een enorm belangrijke rol gespeeld in het keren van het tij voor de Amerikanen in de Irak-oorlog. In 2007 plaatste de extreem-linkse lobbygroep MoveOn.org een hatelijke advertentie tegen Petraeus in de New York Times plaatste waarin de groep een kinderachtige woordspeling op de naam van Petraeus maakte (ze noemde hem "General Betray Us" wat bijna hetzelfde klinkt als Petraeus). Desondanks won de generaal veel respect onder Amerikanen, zelfs onder tegenstanders van de oorlog. Het is tekenend voor het respect dat zelfs tegenstanders van Petraeus voor hem hadden dat President Obama, die consequent tegen de oorlog in Irak was, Petraeus in 2010 desondanks aanstelde als directeur van de C.I.A.

Het is goed dat Petraeus de consequenties heeft getrokken. In het geval van hooggeplaatste militairen of inlichtingenpersoneel is het om goede redenen regel dat buitenechtelijke affaires op geen enkele wijze kunnen worden getolereerd, omdat daarmee de veiligheid van overheidspersoneel of staatsgeheimen op het spel staan. How the mighty have fallen.

vrijdag 9 november 2012

New York Times wenst afschaffing van Republikeinse Partij

In misschien wel één van de meest stupide commentaren uit de geschiedenis van de krant -- en dat is nogal een lange lijst waartegen het moet opboksen -- analyseert de New York Times het verlies van de Republikeinse Partij. De krant sluit af met deze alinea:

If the Republican Party turns away from self-destruction, it should do so for the right reasons. America shouldn’t reform immigration because Republicans need to add slices to their shrinking loaf of Wonder Bread. It should fix immigration because the system is broken and unjust and millions of people are suffering. Republicans should embrace family values for all families, gay families, too — along with protecting reproductive rights and access to health care — because these are the right things to do for the country we’re in, not the country they imagine it to be.

Vertaling: er is alleen plaats voor de Republikeinse Partij in het nieuwe, progressieve Amerika als de partij nu eindelijk eens progressief gedachtegoed aanvaardt, zoals amnestie voor illegale immigranten, vrije abortus, en het homohuwelijk. Maar de partij die dat allemaal omarmt bestaat al. Ze heet de Democratische Partij. Als de Republikeinen dat ook allemaal zouden omarmen, zou de partij geen bestaansrecht meer hebben.

De krant heeft het probleem juist aangekaart: de Republikeinen hebben een probleem met minderheden. Maar de oplossing is niet dat de partij zich dan maar aanpast aan de ideologie van de partij waarop die minderheden deze week toevallig op hebben gestemd. Er is m.i. geen onomkeerbare trend in de richting van de Democraten. Er is wel een hoop onwetendheid en het is aan de Republikeinen om conservatief gedachtegoed ook bij minderheden aan de man te brengen. Daarin hebben Romney en de partij recentelijk schromelijk in gefaald.

Het verlies deze week was pijnlijk voor de Republikeinen, maar laten we ook niet vergeten wat een slag de Tea Party in de tussentijdse verkiezingen van 2010 aan de Democratische Congresleden in het Huis van Afgevaardigden toebrachten. Er is dus zeker geen neerwaartse trend te bespeuren en de partij is, ondanks een aantal flinke uitdagingen, is nog niet verworden tot een partij van "boze blanke mannen".

zaterdag 20 oktober 2012

Agressieve toon van Obama en Biden drijft kiezer naar Romney

Okee, het klinkt clichématig, maar het lijkt erop dat de presidentsverkiezingen van 2012 geschiedenis schrijven. Niet alleen was het de duurste campagne ooit, het was ook één van de vuilste. Zelden waren er zoveel campagnespotjes en toespraken met zoveel uit hun verband gerukte uitspraken of grove leugens over het beleid, de plannen of de persoon van de tegenstander. En dat geldt even goed voor Romney als voor Obama en hun beider teams.

Ook de debatten hebben een veel grotere invloed dan gewoon. Er is ten eerste veel meer inhoud en dat is positief. Maar ze zijn ook ongekend grof. Dat was het opvallendst tijdens het vice-presidentiële debat tussen Joe Biden en Paul Ryan. Democraten waren aanvankelijk erg opgelucht dat vice-president Biden met zijn agressieve prestatie Ryan flink in de verdediging dwong en de herinnering aan het slappe, haast narcoleptische optreden van president Obama leek te hebben uitgewist. Ook Obama vond men in zijn tweede debat een stuk overtuigender. Biden en Obama werden enthousiast tot winnaars uitgeroepen.

Maar nu de peilingen een duidelijke kentering in de richting van Romney en Ryan laten zien, voert een andere analyse de boventoon. Niemand praatte achteraf over de punten die Obama en Biden scoorden, maar wel over het feit dat velen Biden en Obama erg onbeleefd vonden. Dat is ook historisch, schreef Peggy Noonan afgelopen vrijdag in The Wall Street Journal. Daar stond de president van het machtigste land ter wereld en hij verklaarde dat de man naast hem op het podium een egoïstische gierigaard was. Zelden was er een dergelijk tastbare antipathie tussen twee kandidaten.

De misrekening die Obama en Biden hebben gemaakt is het debat in te gaan als een bokswedstrijd waarin de tegenstander moest worden overwonnen. Romney en Ryan zagen in het debat eerder een kans om kiezers voor zich te winnen. De peilingen laten zien welke benadering juist is gebleken—en dat de kiezers een beperkte tolerantie voor grofheid hebben.

maandag 24 september 2012

Pers sabelt Romney te gretig neer

Dit artikel werd op maandag 24 september 2012 in het Nederlands Dagblad  gepubliceerd. (Link: alleen voor abonnees of betaald)

Er zit iets onbetamelijks in de gretige manier waarop de landelijke Amerikaanse pers elke uitspraak van Mitt Romney neersabelt. Zo lijkt er geen week voorbij te gaan waarin de pers de kandidatuur van de Republikeinse presidentskandidaat niet ten dode opschrijft.

Afgelopen week begon het linkse opinieblad Mother Jones met een serie onthullingen van geheime opnamen, gemaakt tijdens een etentje van de Amerikaanse presidentskandidaat Mitt Romney met donoren, afgelopen mei. De opnamen suggereren dat Romney geen hoge dunk heeft van pakweg de helft van het electoraat: 47 procent van hen betaalt geen inkomstenbelasting, en is gewend geraakt de hand bij de overheid op te houden. Op die mensen hoef ik me niet te richten; die stemmen toch niet voor mij, concludeerde Romney.

Er ontstond brede verontwaardiging, ook onder Republikeinen. William Kristol van het conservatieve weekblad The Weekly Standard noemde de uitspraken ‘dom en arrogant’. Ook het tijdschrift National Review liet geen spaander heel van Romney: niet alle mensen die geen inkomstenbelasting betalen, zijn Democraten of zitten allemaal in een sociaal zorgprogramma.

Toch is er iets onbetamelijks aan de gretige manier waarop de landelijke pers elke uitspraak van Romney neersabelt. Zo lijkt er geen week voorbij te gaan waarin de pers de kandidatuur van Romney niet ten dode opschrijft. De knulligheid van Romneys uitspraken wordt schromelijk overdreven. Obama was in 2008 minstens zo ‘dom en arrogant’ toen hij zich liet ontvallen dat conservatieve Amerikanen zich verbitterd ‘aan wapens of godsdienst’ vastklampten.

Romneys kritiek op het Witte Huis na de bestorming van de Amerikaanse ambassade in Egypte werd bekritiseerd als ‘onkies’ tijdens een moment van rouw over de dood van vier diplomaten in Libië. Dat Romneys uitspraak vóór het incident in Libië kwam, maakte voor de krantenkoppen de volgende ochtend blijkbaar niks uit.

Een analyse van het Media Research Centre toonde aan dat er twintig keer meer media-andacht voor Romney was dan voor de regering-Obama, die in de nasleep van het geweld uitgebreid excuses aanbood voor een derderangsinternetfilm en pas in tweede instantie klaagde over de schending van diplomatieke rechten. Weegt die film zwaarder dan de levens van diplomaten? Mag Romney niet vragen of Obama zich wellicht schaamt voor de meningsvrijheid in Amerika?

partijdig

Het zijn slechts enkele voorbeelden in een steeds groter wordende stapel bewijzen van de onprofessionele partijdigheid van de Amerikaanse pers. Republikeinse uitspraken worden op een goudschaaltje gelegd, terwijl men kritische vragen aan de Democratische kandidaten achterwege laat. Dat was in 2008 al zo, toen bijvoorbeeld CBS-journaliste Katie Couric Sarah Palin in een uiterst kritisch interview aan de schandpaal nagelde, terwijl ze de volgende week een zoetsappig onderonsje met Joe Biden uitzond.

De aandacht voor de onhandige uitspraken van Romney staat in schril contrast met de fluwelen handschoenen waarmee bijvoorbeeld de blamage over Jeruzalem en God in het Democratische verkiezingsprogramma werd behandeld. De toespraak van Paul Ryan op de Republikeinse conventie werd meermalen door fact checkers als leugenachtig bestempeld, maar zonder serieuze argumenten, terwijl niemand Obama om details van zijn financiële beleidsplannen vraagt, of waarom hij de belastingen nu wel wil verhogen, maar in 2010 niet.

links

Dit alles illustreert en bevestigt de conclusies van een studie uit 2005 van de sociologen Tim Groseclose en Jeff Milyo van de Universiteit van Californië in Los Angelos (UCLA), die aantoonden dat de grote kranten en tv-zenders bijna zonder uitzondering vanuit links oogpunt berichten.  En dat 93 procent van de politieke correspondenten toegeeft Democratisch te stemmen (terwijl het land in zijn geheel ongeveer fifty-fifty tussen de twee partijen kiest).

Het standaardantwoord, dat de conservatieve nieuwszender FOX News zoveel kritiek op Obama uitoefent, snijdt weinig hout. Het marktaandeel van de betaalde kabelzender is binnen het brede scala aan nieuwsprogramma’s relatief beperkt. Volgens de studie van Groseclose en Milyo is het belangrijkste nieuwsprogramma van Fox (Special Report) helemaal niet zo conservatief als mensen denken. Ook merken zij op dat de opinieredactie van de Wall Street Journal weliswaar uiterst conservatief is, maar de nieuwspagina’s van de zakenkrant bevatten volgens hun analyses de meest linkse berichtgeving van alle grote kranten.

Met dergelijke scheve verhoudingen verbaast het niet dat Romney zo’n negatieve pers krijgt. Maar wie de schreeuwende koppen in de krant en op tv negeert en naar de opiniepeilingen kijkt, ziet dat Romney afgelopen week juist zijn achterstand aan het inhalen was. Want veel Amerikanen zijn ondanks de perspropaganda tamelijk gedesillusioneerd als het gaat om Obama, onder wie de werkloosheid boven de 8 procent blijft hangen en de staatsschuld met 5 biljoen dollar is toegenomen. Dat is het echte verkiezingsnieuws.

woensdag 19 september 2012

Reactie op Radio 1 op de opnames van Mitt Romney

Gisterenavond was er weer nieuws heet van de naald vanuit Amerika: het linkse opinieblad Mother Jones had onthullingen over Mitt Romney. Hij had tijdens een fundraiser (een etentje om fondsen te werven) afgelopen mei allerlei niet-presidentiële en domme uitspraken gedaan. Dat was stiekem opgenomen en wordt nu in de openbaarheid gebracht. In de uitspraken die tot nu toe naar buiten zijn gebracht praat Romney over de 47 procent van de Amerikanen die toch geen belasting betalen en dus niet gemotiveerd zijn om voor zijn belastinghervormingen te stemmen, en over de Palestijnen die niet geïnteresseerd zouden zijn in vrede.

Ik sprak daarover in het Radio 1 programma Met het oog op morgen. De link naar de hele uitzending hier (begint rond de 20 minuten); een link naar een fragment met alleen mijn bijdrage hier.

woensdag 12 september 2012

Hoe ver stuitert Obama van Romney weg?


Nu allebei de partijen hun conventies achter de rug hebben, wordt de balans opgemaakt. Welke kandidaat en welke partij hebben het meeste voordeel van hun conventie gehad?

Veel analisten kijken natuurlijk naar de peilingen om te zien welke van de twee kandidaten het meeste voordeel uit de enorme mediapubliciteit voor de conventies heeft getrokken. Het antwoord op die vraag lijkt in ieder geval duidelijk: Barack Obama. De race die al sinds enkele weken statistisch gelijk opliep heeft na de Democratische Conventie een kleine, maar duidelijke voorsprong (een zogenaamde “bounce” of “stuitering”) voor President Obama opgeleverd. Zowel de peiling van Gallup als die van het conservatieve bureau Rasmussen Reports laten zien dat Obama zijn voorsprong met 5 procent heeft vergroot als gevolg van de Democratische conventie in Charlotte, North Carolina. Dat is precies het gemiddelde dat alle kandidaten na een conventie genieten.

Maar volgens de peilingen kreeg Mitt Romney geen enkel voordeel van de Republikeinse Conventie de week tevoren, en dat moet Republikeinen flink zorgen baren. De meeste kandidaten hebben een meetbaar voordeel van een conventie. Het is goed mogelijk dat enig voordeel dat Romney genoot direct weer werd opgeslokt door de media-aandacht voor de Democraten. Het is tamelijk ongewoon dat de twee conventies direct op elkaar volgen. Ook heeft de kandidaat die als laatste wordt gepresenteerd vaak meer voordeel dan de eerste kandidaat.

Dat de Democratische conventie een groter positief effect op haar kandidaat had vond ook David Brooks, de conservatieve columnist van The New York Times. Als commentator voor het nieuwsprogramma PBS News Hour (van de publieke omroep) liet hij zich na de Republikeinse conventie ontvallen dat Romney er weliswaar in was geslaagd zich als mens voor te stellen, maar de volgende week liet hij weten dat “de Republikeinse conventie er achteraf een stuk slechter uitziet” (volgens de linkse blogger Matt Yglesias op zijn Twitter-account).

Wat de peilingen betreft, wijzen veel Republikeinen en conservatieve commentatoren er – terecht – op, dat landelijke peilingen weinig betekenen in het licht van het getrapte electorale systeem in de VS. Maar toch ziet het er voor Obama een stuk rooskleuriger uit, ook in de swing states. Volgens Jim Vandehei en Mike Allen van Politico is het gezien de peilingen in de individuele staten voor Barack Obama een stuk makkelijker om de benodigde kiesmannen in de wacht te slepen. Met name in Ohio neemt Obama langzaam maar zeker een statistisch significante voorsprong. Zonder Ohio is het voor Romney een stuk moeilijker om het Witte Huis te pakken.

De redactie van het conservatieve (pro-Romney) opinieblad National Review probeert de moed erin te houden. In wezen zegt het blad: we kunnen er niet omheen dat Obama flink voordeel lijkt te hebben van de conventie en dat de race er voor hem nu beter uitziet, maar het voordeel lijkt vooral in de toch al veilige Democratische staten plaats te vinden. Met andere woorden, dat zijn weggegooide extra stemmen voor Obama die geen invloed hebben op de uitkomst van de verkiezingen en dus de landelijke peilingen vertekenen. Er blijven Romney nog verschillende routes (d.w.z. combinaties van andere staten) om alsnog de 270 punten te behalen.


Een dergelijke redenering is niet onmogelijk. Karl Rove onderschrijft die hypothese in ieder geval op zijn blog. Volgens hem is er in de individuele staten niets wezenlijks veranderd. De voorsprong in de schatting van het Electorale College die Obama heeft is slechts 34 punten, met nog veel grote staten zeer onduidelijk (met name Florida met 29 punten of kiesmannen, Ohio met 18, Michigan met 16, North Carolina met 15 en Virginia met 13). Zie de kaart hierboven.

Nate Silver van het FiveThirtyEight blog van The New York Times, een zeer gerespecteerd politiek analist, geeft Obama daarentegen een kans van 79,7% om herverkozen te worden, gebaseerd op zijn gewogen gemiddelden van de peilingen in de staten.

Wie gelijk heeft, is moeilijk te zeggen. David Fahrenthold van de Washington Post herinnerde zijn lezers er nog maar eens aan dat op dit moment in de race in 2008 Obama nog een achterstand had op McCain en dat “Joe the Plumber”, een loodgieter uit Ohio die in september 2008 bekendheid verwierf tijdens de campagne, niet meer was dan enkel “Joe, de een of andere loodgieter uit Ohio”. Er kan nog veel gebeuren.

zaterdag 8 september 2012

Na de conventies

Gisteren (vrijdag 7 september) was ik weer in Met het oog op morgen. Hier een link naar het fragment. Mijn bijdrage begint rond 15 minuten.

Mijn kijk op de conventies is dat de Democraten een betere conventie hebben gehad dan de Republikeinen. Hoewel de Republikeinen erin geslaagd zijn Romney eindelijk eens als mens neer te zetten (en niet als harteloze robot), was er te weinig inhoud bij de Republikeinen.

De Democraten hebben hun kans benut om de achterban erg enthousiast te maken. De toespraak van Bill Clinton gold voor velen als hoogtepunt. Toch vind ik dat hun conventie ook volledig gespeend was van economische argumenten. Er werd ook teveel nadruk gelegd op abortusrechten. Bijna de gehele eerste dag van de driedaagse conventie was gewijd aan toespraken door fervente voorstanders van de vrije abortus. Daarmee wilde de partij duidelijk de nadruk leggen op hun boodschap dat zij de partij voor de vrouwen zijn en de Republikeinen barbaarse middeleeuwers zijn. Of die boodschap aanslaat betwijfel ik zeer, aangezien (1) de verkiezingen over de economie gaan, en (2) het radicale pro-abortusstandpunt van de partij hen langzamerhand steeds meer kiezers kost. Een meerderheid van de Amerikanen vind abortus maar niets.

maandag 27 augustus 2012

Op naar de conventie

Vandaag begint officiëel de Republikeinse partijconventie. Ik sprak daarover gisterenavond laat in het NOS Radio 1 programma "Met het oog op morgen" samen met auteur Geert Mak, die net een nieuw boek over zijn rondreis door Amerika heeft gepubliceerd (Reizen zonder John). Een link naar de uitzending hier (mijn bijdrage begint op 32 minuten. Ik deed ook verder mee in de discussie met Geert Mak na het plaatje van Wounded Knee).

Het begint wel stormachtig voor Mitt Romney. De storm Isaac heeft al één dag van het programma afgehakt. Hoewel Isaac niet direct op Tampa afkomt, is men natuurlijk erg beducht voor alle afgevaardigden, journalisten, en andere gasten. Die moeten veilig kunnen reizen. Verder wil men ook mediaflaters zoals in 2005 toen George W. Bush een slecht figuur sloeg na orkaan Katrina voorkomen. Ook in 2008 werd het programma van de Republikeinse conventie (toen in de eerste week van september) ingekort, vanwege een orkaan in de Golf van Mexico, dus men is bij de Republikeinse Partij wel wat gewend. In principe heeft de storm weinig invloed op de conventie en op Romney, maar toch heeft hij wel één dag minder om zich aan Amerika bekend te maken. En dat zou iets kunnen schelen.

Maar er is ook die andere storm: de mediastorm rond Todd Akin en zijn schandalig domme uitspraak over verkrachting.  Het is even sensatie, en de Obama-campagne probeert ook om Akin aan het publieke imago van Romney en de Republikeinse Partij te knopen. Dat lukt ze op de lange termijn niet; daarvoor is Akin toch te marginaal en onbekend. Het geheugen van de doorsneekiezer is te kort om dat in november nog te weten. De hele partij heeft zich bijna zonder uitzondering van Akin verwijderd en oefent druk op hem uit om uit de race voor de senaat te stappen. Het kan wel invloed hebben op de senaatsverkiezingen, want het is nu bijna zeker dat de zittende senator (Democraat Claire McCaskill) de verkiezing in Missouri gaat winnen, terwijl ze eerst op flinke achterstand stond. De kans op een meerderheid in de Senaat is nu voor de Republikeinen kleiner geworden.

Het belangrijkste doel voor Romney is om zich op die conventie aan Amerika te presenteren. Er geldt een enorm verschil in naamsbekendheid tussen de zittende president Barack Obama en de voormalige gouverneur Mitt Romney. Veel mensen kennen Romney niet, of weten buiten zijn naam om maar heel weinig. Dat geeft Barack Obama de mogelijkheid om via campagnespotjes e.d. het publieke imago van zijn tegenstander als het ware vast te leggen.

Het is dus aan Romney om duidelijk te maken wie hij is en waar hij voor staat. Het mediabeeld van de kandidaat is in onze cultuur immers van groot belang in de campagne. De conventie is deze week het belangrijkste nieuws in Amerika. Voor het eerst zullen alle zenders en alle nieuwsuitzendingen aandacht geven aan de Republikeinse kandidaat; tot nog toe was het steeds maar samenvattinkjes van een paar minuten, waardoor veel Amerikanen zelden iets van Romney of de Republikeinen hebben gehoord of gezien. Nu wordt heel Amerika drie dagen lang met Republikeinen gebombardeerd.

Toch gaat het met Romney niet zo heel goed. Alle landelijke peilingen geven aan dat een meerderheid van de kiezers Obama niet zien zitten en ontevreden zijn met zijn economische beleid, maar ze tonen ook aan dat een krappe meerderheid toch de voorkeur aan Obama geeft. Men kent Romney niet. Obama’s naamsbekendheid is groter en Romney heeft nog geen overtuigend, gedetailleerd beleidsprogramma laten zien. Daar draait het ook in Tampa wel een beetje om. Ook de keuze voor Paul Ryan als zijn vice-presidentskandidaat heeft tot nu toe weinig bij de onafhankelijk kiezers teweeg kunnen brengen. Hij is eveneens te onbekend. Voor hem ligt dus in Tampa ook een belangrijke taak: laten zien dat hij een flinke kop met kennis op zijn schouders heeft. Wellicht dat men hem in het debat met Joe Biden (in oktober) pas echt zal leren kennen. Het is te verwachten dat Ryan met de onbenullige Biden de vloer aan zal vegen.
Verkiezingsprojectie 25 augustus 2012
(gele staten zijn onbeslist, rood is Republikeins, blauw is Democratisch / bron:  http://fivethirtyeight.blogs.nytimes.com/

Overigens gaat het in Amerika bij presidentsverkiezingen om de “swing states”, staten die de doorslag zouden kunnen geven (omdat men “punten” per staat verdient). In die staten staat Obama nog steeds op een krappe voorsprong: Florida, Virginia, Ohio, Wisconsin, Iowa, Colorado en Nevada (wellicht ook New Hampshire, maar dat is erg klein). Alleen Florida lijkt eerder naar de Republikeinen over te hellen, alle andere staten zijn eerder op Obama’s kant.

Wie het boek van Geert Mak heeft gelezen (ik heb alleen een vluchtige blik kunnen werpen op het boek), zal niet verbaasd zijn dat ik en dhr. Mak Amerika vanuit een andere hoek bekijken. Geert Mak heeft wel erg veel overduidelijke minachting voor FOX News: “Voor Fox is de waarheid– of, beter, het zoeken naar de waarheid – volstrekt irrelevant.” (blz. 269) Dat is een wel erg oppervlakkige analyse van Amerika -- eigenlijk typisch voor een Europese tourist die na een paar weken of maanden wel denkt het land te begrijpen.

Mak is erg bang dat Amerika gaat kiezen voor een afbouw van de sociale zorg. Hij gelooft dat meer overheid nodig is. Er zitten nogal wat haken en ogen aan een dergelijke stelling, omdat het uitgaat van twee vooraannames: (1) dat meer overheid automatisch betere zorg betekent; en (2) met overheid bedoelt Geert Mak te makkelijk de "federale" overheid. De Republikeinen willen wel degelijk flink snijden in de centrale macht van Washington, maar daarmee tornen zij zeker niet aan de macht van de overheid per se. Nog een aantal specifieke haken en ogen:

1.        Ten eerste is het niet waar dat Amerika nu helemaal geen sociale zorg heeft. Er is Medicare (ziekenfonds voor senioren), Medicaid (ziekenfonds voor armere Amerikanen en mensen met handicaps en andere bijzondere aandoeningen), Social Security (AOW) en foodstamps (voedselbonnen), om maar een paar belangrijke programma’s te noemen. Er zullen ongetwijfeld verbeteringen in die systemen kunnen komen en het is ook niet allemaal zo ingericht als in de meeste Europese landen, maar je kunt niet beweren dat er niets is.
2.        De staatsinrichting is ook heel anders. Amerika is een federale republiek en de landelijke overheid heeft onder de grondwet veel minder macht dan de landelijke overheid in Nederland; subsidiariteit is een veel krachtigere factor in de VS als in Nederland. Dus verwacht men hier in Amerika dat problemen vooral plaatselijk of op het niveau van de individuele staten worden opgelost, tenzij het een probleem is dat alle staten of een groot deel van de staten op precies dezelfde manier treft.
3.        Dat heeft ook te maken met de omvang van het land. Omstandigheden in het subtropische Florida zijn anders dan in het koude Minnesota of het woestijnachtige Arizona. Afstanden zijn groot, zodat het logistiek ook vaak niet goed is alles vanuit Washington te regelen.
4.        Verder ben ik erg pessimistisch over het success van de centralistische hervormingen die onder Obama zijn doorgevoerd. Obamacare is een poging om een landelijk probleem in de gezondheidszorg op te lossen en spreekt inderdaad veel verschillenden dingen aan, maar de wet is zo’n onoverzichtelijke warboel dat het volgens velen de gezondheidszorg alleen maar slechter maakt—en ook nog eens duur en inefficiënt is.
5.        Tenslotte is hetnu niet het moment om gigantische overheidsuitgaven te doen. Amerika is hard op weg om in de voetstappen van Griekenland te volgen. De staatsschuld (16 biljoen) is groter dan die van alle andere landen in de hele wereld bij elkaar. Over tien jaar begint de federale overheid failliet te gaan. Dit probleem is van zo’n enorme omvang dat het niet mogelijk is om met traditionele belastingverhogingen op rijkere Amerikanen genoeg belastinginkomsten te vergaren en het gat te vullen. De schuld is zo groot dat het vermogen van alle rijkste Amerikanen bij elkaar niet genoeg is om het begrotingstekort van één jaar op te lossen. Er moeten dus andere structurele oplossingen worden gezocht.
6.        Dat betekent overigens niet dat de Republikeinen voor een einde aan sociale zorg staan. Wel voor hervormingen, met lagere uitkeringen (of een einde aan AOW voor miljonairs) en privatisering van onderdelen, om de druk op de federale overheid te verminderen, meer vrijheid aan burgers te geven om zelf te investeren, en de hele sociale zorg van een fiscale implosie te redden. Liever 80% sociale zorg dan geen sociale zorg.

Dit alles wil niet zeggen dat het plan van de Republikeinen allemaal koek en ei is. Geert Mak wees terecht op het punt van de belastingen. Dat is inderdaad het zwaktepunt in mijn ogen van de Republikeinse benadering. Het is waar dat je niet flink belastingen moet gaan verhogen in een zwakke economie, zelfs niet op die superrijken "die het wel kunnen missen." Of ze het kunnen missen of niet is niet belangrijk; belangrijker is te vragen wat het effect op het economische gedrag van die superrijken zal zijn als ze dadelijk een procentje meer of minder, of tien procent, of vijftien procent meer moeten betalen. Aangezien de "superrijken" ofwel van investeringen leven (financiële leningen aan bedrijven) of zelf een bedrijf runnen, graai je dus die belastingcenten weg van de huidige bestedingswijze en ken ze aan de staat toe. Ik heb tot nog toe weinig in Washington gezien dat mij er gerust op maakt, dat de federale overheid dat geld nuttiger gaat investeren dan die vermaledijde superrijken. Het wordt tijd dat men eens ophoudt de rijke mensen neer te zetten als snode valsaards. Dat is een 19-eeuws Marxisme. Het meerendeel van de rijken zijn gewoon successvolle beoefenaars van de economie.

Toch komt er een grote Maar als afsluiting: de Republikeinen kunnen m.i. op geen enkele manier hard maken dat een matige belastingverhoging voor de rijken niet zou kunnen helpen. Zolang we maar niet praten over het "uitkleden" van de rijken, waar de Democraten voor staan, is het best mogelijk dat een paar procentjes meer pijn bij de rijken wellicht genoeg ruimte schept voor de overheid om iets flexibeler met hervormingen en bezuinigingen om te gaan. De starre weigering om nog geen dollar belastingverhoging voor tien dollar bezuinigingen te accepteren doet hen in het licht van de camera's weinig goed. Daar moet voor de verkiezingen nog aan gesleuteld worden, anders geven ze Obama te veel amunitie om Romney (zelf één van de superrijken -- evenals bijvoorbeeld John Kerry, Democratisch kandidaat in 2004, overigens) als ... eh, ja valse rijke snoodaard neer te zetten.

maandag 13 augustus 2012

Romney kiest met Paul Ryan voor inhoudelijke campagne


Met zijn keuze voor Paul Ryan heeft Mitt Romney – eindelijk – wat moed laten zien. Tot dusver heeft Romney een tamelijk timide campagne gevoerd. Daarom gingen velen ervan uit dat hij een omzichtige keuze zou maken bij de selectie van een vice-presidentskandidaat. Een degelijke, maar misschien ietwat saaie kandidaat, zoals Rob Portman of Tim Pawlenty. Romney zou niet, zoals John McCain in 2008 met Sarah Palin, een risico nemen met een controversiële kandidaat die bij nader inzien niet de nodige diepte en politieke vaardigheid blijkt te bezitten.

Maar zo kon het niet langer. Het Obama-kamp opende eind juli de frontale aanval met o.a. een aantal stevige campagnespotjes, waarin zijn carrière bij investeringsfirma Bain Capital en zijn persoonlijke rijkdom doelwit werden. Die aanval was succesvol. Romney had geen adequaat antwoord op de aantijgingen van de Democraten en hij zakte flink weg in zowel landelijke peilingen als in de cruciale ‘swing states’. De omstandigheden – en de strategie van zijn tegenstander – dwongen Romney voor een toch wat gewaagdere kandidaat te gaan.

Paul Ryan blaast zonder twijfel Romneys verkiezingscampagne nieuw leven in. Binnen zijn eigen partij is Ryan ongekend populair. Met zijn jeugdige uitstraling, zijn onbetwijfelde trouwheid aan conservatief gedachtengoed en ongeëvenaarde dossierkennis op het gebied van financiën neemt de 42-jarige afgevaardigde uit Wisconsin alle twijfels weg bij Republikeinen die Romney te gematigd of te afstandelijk vonden.

Maar bij het bredere electoraat is Ryan een uiterst controversiële keuze. De laatste jaren is Ryan uitgegroeid tot intellectueel leider van zijn partij op het gebied van de economie en staatsfinanciën. Zijn visie is somber: het sociale uitkeringssysteem staat binnen een decennium voor de afgrond en de enige uitweg is om nu in uitkeringen te gaan snijden om het systeem op lange termijn te redden.

Deze boodschap, die Ryan in zijn alternatieve begrotingsplan The Path to Prosperity (Het pad naar welvaart) heeft vastgelegd, wordt door Democraten gezien als de nekslag voor de sociale verzorgingsstaat en wordt steevast als ‘extreem’ bestempeld. Er ligt al een (uit 2010 gerecycled) campagnespotje klaar waarin een Paul Ryan-imitator een oud dametje met rolstoel en al de afgrond in duwt. Het laat weinig aan de verbeelding over: de Republikeinen zijn zelfzuchtige monsters die geen hart hebben voor de zwaksten in de samenleving.

Er zijn wel degelijk genoeg onvolkomenheden in de aanpak die de Republikeinen voorstaan. Zo is de Republikeinse weigering om geen cent belastingverhoging voor de hogere inkomens te accepteren ronduit onverantwoordelijk te noemen. De hardnekkig Republikeinse tegenstand tegen een aantal redelijke Democratische voorstellen om enkele matige tariefverhogingen voor de rijksten in een breed pakket bezuinigingen op te nemen is begrijpelijk aangezien de meeste voorstellen heimelijk waren opgetuigd met een reeks Democratische wensdromen. Toch hadden doortastende onderhandelingen wel degelijk tot een redelijk compromis kunnen voeren. In afwezigheid van een dergelijk compromis lijken Republikeinse begrotingsvoorstellen boekhoudkundig niet sluitend te krijgen.

Anderzijds hebben de planeconomische impulsen in Obama’s beleid van de afgelopen 3 jaar – en het ontbreken van een samenhangende visie op de toekomst bij de Democraten – geleid tot het zwakste economische herstel sinds de jaren dertig, een werkloosheid die nog steeds boven de 8 procent ligt en de grootste staatsschuld van enig land uit de geschiedenis. Tegen die achtergrond is een stevig debat over de geneugten van een vrije markt en een kapitalistische economie nuttig.

Door juist Paul Ryan te kiezen laat Romney zien dat hij dat debat aandurft, want Ryan bezit de vaardigheid om boven de tergend oppervlakkige kritiek uit te stijgen en de kiezer in gewone taal Amerika’s economische dilemma, de komende schuldencrisis en de noodzaak voor belasting- en financiële hervormingen uit te leggen. Dat is geen eenvoudige zaak, maar als de partijen eindelijk eens tot een inhoudelijk debat worden gedwongen – zou dat geen verademing zijn?

zaterdag 21 juli 2012

Romneys 'running mate' - komt die eraan?

Op vrijdagavond heb ik weer even gebabbeld met de mensen van Met het oog op morgen van radio 1. Hier is een link naar de audio (het segment begint op ongeveer 32 minuten).

dinsdag 10 juli 2012

De donkere wolken boven Romneys kandidatuur


President Obama kan in november een belangrijk record breken: herverkozen worden temidden van een abominabele economische situatie. Geen enkele na-oorlogse president is herkozen met een werkloosheid boven de 7,5%. Met die statistiek in het achterhoofd hebben veel Republikeinen zich rijk gerekend: met zulke slechte economische cijfers (werkloosheid al drie jaar boven 8%) kan een zittende president niet overleven, meenden zij.

Maar recente peilingen wijzen uit dat een meerderheid van de kiezers Obama’s uitdager, ex-gouverneur Mitt Romney, niet zien zitten. In de belangrijkste “swing states”, de staten de marge tussen de twee partijen meestal erg klein is, blijft Romney het zwak doen, zeker gezien de ook daar breed levende onvrede over Obama’s economische beleid.

Eén van de meest ontnuchterende peilingen toonde onlangs aan dat tweederde van de Amerikanen nog steeds gelooft dat de huidige zwakke economie de schuld is van Obama’s voorganger George W. Bush. Ook geeft 52% Obama een deel van de blaam, maar de cijfers in het algemeen lijken vooral te betekenen dat de meeste Amerikanen, met name de zo belangrijke zwevende kiezers, bereid zijn Obama het voordeel van de twijfel te geven op het belangrijkste verkiezingsthema van dit jaar. Dat is een slecht teken voor Romney.

Verder kan geen van beide kandidaten de kiezers de indruk geven dat ze een economisch plan hebben om de crisis te bestrijden. Een peiling van de conservatieve nieuwszender FOX News toont aan dat slechts 41 procent van de kiezers gelooft dat president Obama een geloofwaardig economisch beleid heeft. Maar Romney krijgt nog minder kiezers achter zich: slechts 27 procent gelooft dat Romney weet wat hij moet doen. Hij kan dus niet eens zijn eigen partij overtuigen.

Dat Romney zo weinig steun krijgt heeft hij grotendeels aan zichzelf te wijten. Hij profileert zich zelden of nooit op basis van zijn eigen verkiezingsprogramma, terwijl hij wel degelijk een tamelijk gedetailleerd “59-puntenplan” heeft liggen. In campagnespotjes en tijdens toespraken spreekt Romney vaak enkel in algemeenheden, en bijna altijd alleen om kritiek te uiten op het beleid van Obama.

Daar is inderdaad flink wat op aan te merken, maar waar de kiezer op zit te wachten is een alternatief plan. In Romneys intellectuele vacuum krijgt hij het imago van een betweterige zeurkous. Dezelfde peiling van FOX News laat zien dat bijna tweederde van de kiezers een negatief beeld van Romneys campagne heeft.

Het campagne-team van Romney heeft duidelijk moeite om van de relatief kleine organisatie tijdens de voorverkiezingen nu te groeien tot een volwaardig verkiezingsteam. Na de controversiële uitspraak van het Hooggerechtshof over Obamacare kreeg Romney ongekend veel donaties. Maar in de dagen daarna spraken de kandidaat en zijn perswoordvoerder elkaar tegen w.b. de betekenis van de uitspraak van het hof. Romney koos tergend genoeg voor de interpretatie die ook president Obama eraan gaf.

Dat is ergens wel begrijpelijk, omdat Romney als gouverneur van Massachusetts verantwoordelijk was voor een gezondheidswet die nagenoeg identiek is aan het latere Obamacare. Maar als presidentskandidaat had Romney daar toch meer uit kunnen slaan. De  redactie van de zakenkrant The Wall Street Journal schreef in een commentaar dan ook gebelgd over de onkunde, wellicht iets overdreven, dat deze blunder hem wel eens de verkiezing zou kunnen kosten.

Toch kan niet ontkend worden dat donkere wolken zich boven Romneys kandidatuur beginnen samen te pakken. Er zijn allerlei omstandigheden die mede verklaren, waarom Romney, in wezen een kundige zakenman, nog steeds zo kwakkelt in de peilingen. Ten eerste is het in juli nog erg vroeg voor zekere voorspellingen en ten tweede bleek dat men voor enkele recente peilingen, zoals die van de Washington Post, wel erg veel Democratische kiezers had ondervraagd.

Desalniettmin moet Romney zich eens afvragen, waarom president Obama het ondanks een falend economisch beleid in de peilingen toch nog zo goed doet. Obama drijft niet op de steun voor zijn beleid, dat ook onder zijn eigen aanhang weinig populair is. Dat Amerika tijdens een zo diepe economische crisis niet bereid lijkt te zien om te doen wat democratieën onder zulke omstandigheden bijna altijd doen – het roer met andere politici faliekant omgooien – ligt ook aan Romneys schrijnende gebrek aan een eigen imago. Het is hoogste tijd dat Romney zichzelf en zijn alternatieve visie duidelijker gaat profileren.

donderdag 7 juni 2012

Wisconsin waarschuwing voor Obama

Dit artikel is op 7 juni in het Nederlands Dagblad gepubliceerd.
De mislukte poging deze week door Democraten en vakbonden om de Republikeinse gouverneur van Wisconsin, Scott Walker, door de kiezers vroegtijdig uit zijn ambt te laten zetten was een overbodige geldverspilling-en symbolisch voor de nationale politiek in de VS.
Begin vorig jaar protesteerden in Madison (Wisconsin) duizenden mensen tegen het beleid van de Republikeinse meerderheid in het staatsparlement en de Republikeinse gouverneur Scott Walker. Vakbonden voor overheidspersoneel waren woedend over de hervormingen die hun macht bij cao-onderhandelingen inperkten en een einde maakten aan verplicht vakbondslidmaatschap voor overheidspersoneel.
Briesend dat Walker over de ruggen van gewone arbeiders de staat uit een financieel dal wilde trekken, besloten de vakbonden een zogenaamde ‘herroepingsverkiezing’ aan te vragen om Walker door de kiezers uit zijn ambt te laten zetten, iets dat maar twee keer eerder in de geschiedenis van de VS is voorgekomen. Ook enkele staatssenatoren en een rechter werden eerder al, grotendeels zonder succes, aan zoiets onderworpen.
Na aanvankelijk veel enthousiasme voor een electoraal ontslag voor Walker – de vakbonden en de Democratische Partij verzamelden met gemak het benodigde aantal handtekening om de verkiezingen af te dwingen – was de fut er snel uit. Niemand sprak nog over de rechten van de vakbonden, zelfs niet de Democratische tegenkandidaat voor het gouverneursschap, burgemeester Tom Barrett van Milwaukee.
In plaats daarvan schermde Barrett vooral met vage corruptieaantijgingen tegen voormalige medewerkers van de gouverneur. De nederlaag van Barrett afgelopen dinsdag was, gezien zijn achterstand in de peilingen, geen verrassing.
Dat de vakbonden hun verontwaardiging over de Republikeinse politiek niet in electoraal succes hebben kunnen omzetten, komt vooral doordat hun woede een volkomen transparante huichelarij was. Amerikaanse vakbonden doen graag alsof ze de belangenbehartigers van de gewone man zijn, maar in werkelijkheid zijn vakbonden, en met name die voor overheidspersoneel, uitgegroeid tot machtige politieke organisaties, die met de top van de Democratische Partij zijn verweven.
De riante salarissen, vorstelijke pensioenregelingen en goedkope (en soms zelfs premievrije) ziektekostenpolissen die de vakbonden hebben afgedwongen, zijn in wezen afgekocht door het financieren van Democratische verkiezingscampagnes.
Dat de steun voor de vakbonden niet zo groot is als de Democraten en hun supporters wilden doen geloven, bleek niet alleen uit de verkiezingsuitslag van deze week. Sinds het lidmaatschap in januari 2011 vrijwillig werd, daalde het aantal leden fors. Sommige bonden verloren in een jaar de helft van hun leden. Het toonde eens te meer aan dat veel burgers in Wisconsin de bonden niet zo zien zitten. Maar vooral het succes van Walkers beleid (een begrotingstekort van 3,5 miljard dollar is nu een overschot van enkele miljoenen, zonder belastingverhoging of korting op sociale zorg) verklaart waarom veel kiezers de vakbonden in deze peperdure speciale verkiezingen niet wilden volgen.
Door de luidruchtige media-tamtam die de vakbonden in Wisconsin ontketenden, zijn de lampen nu opeens gericht op de buitenproportionele voordelen die zij op kosten van de belastingbetaler genieten – en dat in een periode van economische crisis. En dat probleem is niet alleen tot Wisconsin beperkt. Ook in New Jersey, Louisiana en Indiana hebben Republikeinse gouverneurs de onverantwoorde claims van vakbonden flink ingeperkt, ten voordele van de burger.
Californië is intussen het schoolvoorbeeld van een staat waar de ongebroken macht van overheidsvakbonden en hun Democratische kompanen de economie de afgrond in drijft.
Als gevolg van deze situatie is Wisconsin, sinds decennia een Democratisch bolwerk, wellicht in het geding voor de presidentsverkiezingen. Ondanks verwoede pogingen van Obama en zijn partij om zich de laatste maanden van de ‘herroepingsverkiezing’te distantiëren, staat Wisconsin symbool voor de nationale politiek. Obama en zijn partij staan voor een forse uitbreiding van de verzorgingsstaat, en daarmee voor een verdere uitbouw van het logge ambtenarenapparaat en de regeltjesjungle die nu al voor zo veel verkwisting en misbruik door machtige belangengroepen zorgen.
Gek genoeg wordt door het hoge spel van de vakbonden in Wisconsin langzamerhand duidelijk dat de Republikeinen, met name in de afzonderlijke staten, wel degelijk een samenhangende economische en politieke visie hebben. In november kan Mitt Romney van de positieve voorbeelden uit Wisconsin, Louisiana en elders profiteren.

woensdag 11 april 2012

Een tussenstand van de race

Maandagavond was ik samen met Boris Dittrich te horen in Met het oog op morgen van NOS op radio 1. Klik hier voor een linkje (segment begint op 34:45).

Ook gisterenavond was ik nog even kort in het nieuwsoverzicht van het Oog na de bekendmaking dat Rick Santorum uit de race was gestapt. Link hier (segment begint op 9:25).

woensdag 28 maart 2012

Obamacare-zaak is strijd om Amerika's ziel


Dit artikel is op 28 maart 2012 gepubliceerd in het Nederlands Dagblad.

In de zaak die momenteel speelt rond het Amerikaanse ziektekostenstelsel, bekend als Obamacare, gaat het om fundamentele grondwettelijke principes. Als het Hooggerechtshof de wet goedkeurt, staat de ziel van de Amerikaanse democratie op het spel.


Deze week is het Amerikaanse Hooggerechtshof begonnen met behandeling van een zaak rond president Obama’s ziektekostenstelsel. Verschillende groepen menen dat een van de centrale aspecten van de wet, de verzekeringsplicht die in 2014 in werking treedt, ongrondwettelijk is. Begin deze zomer wordt een uitspraak van het hof verwacht.

De implicaties van de wet voor de werking van de Amerikaanse democratie zijn enorm. Tegenstanders van de wet menen dat de federale overheid onder de huidige grondwet helemaal de bevoegdheid niet heeft om burgers te dwingen zich te verzekeren.

De regering-Obama verwerpt die redenering met twee hoofdargumenten. Ten eerste eisen verschillende overheden in de VS nu al van burgers dergelijke zaken, zoals een autoverzekering. Ten tweede wijst de regering op de jurisprudentie met betrekking tot een artikel in de grondwet waarin ‘handel tussen de afzonderlijke staten’ wordt geregeld. Het Hooggerechtshof heeft in de afgelopen zeventig jaar herhaaldelijk toegestaan dat de federale overheid vergaande wetgeving invoert om zelfs economische activiteiten die slechts indirect invloed op handel tussen de staten hebben, te reguleren. Waar en welk product burgers kiezen, heeft per definitie invloed op de hele ziektekostenmarkt in de VS, en dus heeft de federale overheid onder de zgn. handelsclausule in de grondwet het recht om wettelijke eisen te stellen aan die verzekeringen, zo stelt de regering.

Critici van Obamacare waarschuwen dat als het Hooggerechtshof de federale overheid toestaat de handelsclausule als grondwettelijke basis voor het ziektekostenstelsel te gebruiken, elke dwangmaatregel onder het mom van de handelsclausule kan worden gerechtvaardigd. Daarmee zou de Amerikaanse rechtsstaat uit haar democratische balans worden geslagen. De regering-Obama eist hier macht op die de grondwet in het kader van Amerika’s federale staatsinrichting tot nog toe altijd aan de individuele staten heeft voorbehouden.

De lagere rechtbanken — ook die welke Obamacare uiteindelijk goedkeurden — merkten op dat de jurisprudentie rond de handelsclausule ‘te onduidelijk’ is. In feite hebben de lagere rechters de bal aan het hoogste hof doorgespeeld om duidelijkheid te eisen over de vraag waar de macht van de federale overheid ophoudt.

Tegenstanders merken op dat veel Amerikanen nu geen ziektekostenverzekering kopen. Niet alleen arme Amerikanen die het niet kunnen betalen, maar ook miljoenen mensen die de ziektekosten van speciale spaarrekeningen betalen. Obamacare verbiedt dat. In feite, zo redeneren de tegenstanders van Obamacare, dwingt de overheid hen nu een product te kopen waar ze geen belangstelling voor hebben. En dat valt volgens hen niet onder de handelsclausule. Wie geen autoverzekering wil betalen, kan nog afzien van autobezit; die vrijheid bestaat ten opzichte van Obamacare niet.

Ook de enorme macht die Obamacare aan de minister van Gezondheid geeft, baart tegenstanders van de wet zorgen. De minister krijgt volgens hen carte blanche in het reguleren van de ziektekostenmarkt – die een zesde van de Amerikaanse economie omvat – zonder enige parlementaire controle. Twee jaar na aanname van de wet blijft overigens nog onduidelijk hoeveel macht de minister precies krijgt, omdat de wet zo ingewikkeld is dat advocaten nog bezig zijn de juridische implicaties na te pluizen.

De kwestie Obamacare is een strijd om de ziel van de Amerikaanse rechtsstaat. Dat er hervormingen nodig zijn in de ziektekostensector is al jaren duidelijk. Maar die hadden ook kunnen worden aangepakt zonder het gebruik van de ondemocratische stoomwals die Obamacare heet.

zaterdag 10 maart 2012

Is het nu dan niet echt tijd om Romney te steunen?

De belangrijkste vraag na de resultaten van Super Tuesday is: hoe nu verder? Van de drie scenario's die ik in mijn vorige bericht schetste is het uiteindelijk eerder een variant van de eerste mogelijkheid geworden: Mitt Romney heeft wel niet alles, maar wel een belangrijk deel gewonnen. Hoewel ook Rick Santorum geen slechte avond heeft gehad, haalde Romney meer voordeel uit de regels voor de toewijzing van de gedelegeerden. Santorum liep in Ohio een flink aantal gedelegeerden mis, doordat het hem niet gelukt was (door geld- en tijdgebrek enkele maanden geleden) om in alle kiesdistricten in die staat geregistreerd te staan. Daardoor blijven er in Ohio maar liefst 10 gedelegeerden onverdeeld (niet toegekend aan een kandidaat). Romney daarentegen wist in Oklahoma een flinke buit binnen te halen; hoewel Santorum daar met een flinke  voorsprong in stemmen won, kon Romney als gevolg van de regels in die staat bijna net zoveel gedelegeerden binnenslepen als Santorum: 13 tegen de 14 van Santorum.

Betekent dit nu dat Romney de onvermijdelijke kandidaat is? Toby Harnden, een genaturaliseerde Britse Amerikaan, gelooft van wel en meldde dat deze week in de Britse krant The Daily Mail: de race is over en Mitt Romney wordt de Republikeinse presidentskandidaat. Harnden had geluisterd naar een persbriefing van de Romney-campagne. De boodschap was dat het nu enkel nog in theorie voor Santorum of Gingrich mogelijk was om Romney voorbij te streven in het aantal gedelegeerden. Wie aan die theoretische mogelijkheid vasthoudt moet wel de "wetten van de werkelijkheid ombuigen", vindt de campagne van Romney, en met hen Harnden, want dan moet Santorum (die op de tweede plaats staat) in alle overige staten met zo'n overweldigende marge winnen dat er voor Romney niets overblijft. Dat gaat zeker in staten zoals Utah, waar de bevolking ongeveer 60% Mormoon is, gewoon niet gebeuren. De redenering van het Romney-kamp is: als Gingrich en Santorum door blijven gaan wordt alleen het moment waarop Romney tot de facto kandidaat wordt genomineerd uitgesteld, maar verder brengt het niets teweeg. Behalve dan dat de Republikeinse kandidaten dan verder gaan elkaar af te breken en daarmee de Obama-campagne meer ammunitie geven.

De partij staat voor een dilemma, want er is zeker wat voor te zeggen: dat Santorum en Newt Gingrich opstappen. Santorum daarentegen roept Gingrich op om de handdoek in de ring te gooien, iets waar Gingrich niets voor voelt. Deze dinsdag zijn er in Alabama en Mississippi voorverkiezingen, twee zuidelijke staten die samen 87 gedelegeerden hebben te verdelen. Daar hoopt Gingrich toch nog goed te scoren. Als dat niet lukt dan verliest Gingrich het laatste greintje geloofwaardigheid en moet hij ermee kappen. Daar zou Santorum bij gebaat zijn, want hij mag er wel degelijk op rekenen dat het meerendeel van de gedelegeerden van Gingrich naar hem, en niet naar Romney, switchen. Zou dat gebeuren, dan loopt Santorum nog maar ongeveer 100 gedelegeerden achter op Romney.

Toch is er nog een ander scenario mogelijk: een vastgelopen race. Sean Trende van RealClearPolitics publiceerde gisteren een analyse waaruit bleek dat Romney misschien nooit bij de drempel van 1144 gedelegeerden komt. Met andere woorden: niemand wint. Trende herinnerde nog maar eens aan de werkelijkheid van afgelopen dinsdag. Romney heeft veel punten gewonnen, maar heeft zijn basis niet verbreed. De iets grotere winst in punten komt vooral door Romneys strategische aanval op de puntenrijke bastions, maar daarmee heeft hij niet opeens de harten van twijfelende Republikeinen voor zich gewonnen. Dat kan hem wel eens parten gaan spelen als de staten in het middenwesten (zoals Indiana, Nebraska, Illinois en Missouri) gaan stemmen. Een vastgelopen conventie blijft volgens Trende tamelijk onwaarschijnlijk, maar, zo zegt hij, "Kijk eens hoe lang het duurt voor Romney zelfs maar in de buurt van de 1144 kan komen" (juni).

Het kan zijn dat de race nog deze week een dramatische wending neemt als Gingrich verliest in Alabama en Mississippi. Dan zijn alle berekeningen nutteloos en moet men opnieuw beginnen. Als Gingrich in de race blijft, duurt het allemaal nog veel langer. Dat kan niet goed zijn voor het Republikeinse merk. Aan de andere kant merkt John Podhoretz van de New York Post nuchter op dat deze schermutselingen binnen de partij, hoe tergend ze ook zijn, snel vergeten zijn als de schijnwerper dadelijk op Obama valt. David Brooks van de New York Time zei gisterenavond in het nieuwsprogramma PBS Newshour van de Amerikaanse publieke omroep dat al het gezever over anticonceptie de discussie niet lang zal beheersen (iets wat ik afgelopen dinsdag ook voor de NOS heb gezegd). De meeste vrouwen hebben al langer een mening over dit onderwerp en laten zich niet zo makkelijk een oor aannaaien.

Laten we ons vooral niet gek maken door beweringen dat de Republikeinen nu al de algemene verkiezingen aan het verliezen zijn. Uiteindelijk zullen die verkiezingen een referendum over Obama worden waarbij de economie en Obamacare in het middelpunt staan. Bovendien staan er nog een flink aantal andere ontwikkelingen op stapel tussen nu en november die de race dramatisch kunnen beïnvloeden. Daaronder niet alleen een gerechtelijke uitspraak over de grondwettelijkheid van Obamacare, maar ook een dreigende aanval van Israël op Iran en de schermutselingen in Syrië, beide internationale ontwikkelingen die een enorme invloed op de Amerikaanse economie (met name via hogere benzineprijzen) maar ook op de blik van de kiezer op het Amerikaanse buitenlandbeleid kunnen hebben.

maandag 5 maart 2012

Vooruitblik op Super Tuesday: Republikeinen raken vermoeid

Morgen is Super Tuesday. Er staan dan meer gedelegeerden op het spel dan tot nu toe in totaal zijn verdeeld. Hier is een vooruitblik en een tussenstand.

1. De race gaat nu tussen Romney en Santorum

In de tot nu toe gehouden voorverkiezingen is het kandidatenveld teruggebracht tot vier, maar alleen Romney en Santorum zijn reëel gesproken nog in de race. Newt Gingrich pakt morgen bijna zeker de overwinning in Georgia, zijn thuisstaat, maar heeft daarnaast alleen matige kansen in Tennessee. In Virginia staan Gingrich en Santorum niet eens op het stembiljet, omdat ze in december, toen de registratie plaatsvond, geen geld en mankracht hadden om aan de ingewikkelde formaliteiten in Virginia te voldoen. Het geld van Gingrich is op en, tenzij hij spectaculair beter presteert dan alle peilingen aantonen, zal hij waarschijnlijk kort na Super Tuesday het einde van zijn kandidatuur aankondigen. Romneys winst in Arizona, Michigan, en afgelopen zaterdag in de staat Washington hebben duidelijk gemaakt dat hij de koploper is en blijft. Het is onduidelijk hoe lang Santorum nog in de race blijft, maar hij gooit hoge ogen in Ohio, een zeer belangrijke swing state. Als hij daar inderdaad wint, zal hij nog wel in de race blijven. Dat is overigens zeker nog geen bekeken zaak, want de voorsprong die Santorum daar had is intussen flink geslonken. De laatste peilingen tonen aan dat Romney en Santorum daar nek-aan-nek gaan.

Er staan in totaal 437 gedelegeerden op het spel. De belangrijkste vier staten zijn Ohio (66 gedelegeerden), Oklahoma (43), Tennessee (58) en Georgia (76). Romney gaat zeker winnen in Massachusetts (41), Vermont (17) en Virginia (49). Idaho (32), North Dakota (28) en Alaska (27) hebben geen voorverkiezingen maar de veel ingewikkeldere caucuses. Daar doet Romney het niet slecht, maar Ron Paul maakt in die staten een reële kans om tenminte één van die staten te pakken.

Drie scenario’s (van Chris Cillizza van de Washington Post):
1. Mitt Romney wint alles of bijna alles: hij wint dan 300 gedelegeerden (totaalstand 490)
2. Rick Santorum wint alles behalve de veilige staten voor Romney (Massachusetts en Vermont): Santorum wint dan 220 gedelegeerden (totaalstand 310)
3. Romney en Santorum delen de staten redelijk evenredig (misschien winnen zelfs Gingrich en Ron Paul wel een staat): dan blijven we doorgaan op de huidige moeizame weg. Romney blijft dan rond de 350-370 steken, Rick Santorum rond de 200.

Ik denk dat scenario 3 het meest waarschijnlijk is. Bij Santorums campagne is de fut eruit. Hij kan Ohio wel pakken en daarnaast Oklahoma, maar verder maakt hij niet zulke goede kansen. Voorspelling: Romney wint morgen rond de 200 gedelegeerden en komt op ongeveer 375 gedelegeerden uit. Santorum wint er ongeveer 160 en komt uit op 250.

Uiteindelijk geloof ik dat Mitt Romney toch de kandidaat van de partij zal worden. Ondank de antipathie die er tegen Romney bestaat is er m.i. genoeg realiteitszin ook onder de aanhanger van Santorum en Gingrich om hun steun achter Romney te gooien in de strijd tegen Obama. Ron Paul, die dinsdag niets gaat winnen, zal ongetwijfeld tot het einde in de race blijven. Zijn doel is niet winnen, maar invloed vergaren die hij op de partijconventie (eind augustus in Miami) wil gebruiken om het partijprogram mede te kunnen bepalen.

2. De Republikeinen zijn moe
Door allerlei omstandigheden zijn veel Republikeinse kiezers de strijd nu al moe:
a. Niemand is echt blij met de kandidaten. Weinig kiezers lopen warm voor Romney of Santorum, de twee kandidaten tussen wie de race nu gaat.
b. De campagne van 2012 is één van de vuilste verkiezingscampagnes in mensenheugenis. De verschillende kandidaten hebben intussen al miljoenen uitgegeven om elkaar zwart te maken. Dat is niet alleen ontmoedigend op zichzelf, maar veel conservatieven realiseren zich dat Obama zo wel eens de lachende derde kan worden. Hij hoeft maar weinig te doen. Hij wacht gewoon af wie de kandidaat wordt en kan dan al het vuile gedrag van die kandidaat tijdens de voorverkiezingen tegen die kandidaat gebruiken.
c. Er groeit een angst dat de kansen voor president Obama aan het keren zijn. De werkloosheidscijfers zijn dalende en de beurzen zijn al maanden achtereen positief. Steeds meer conservatieven denken dat dit de Republikeinen hun belangrijkste verkiezingsargument -- dat Obama de economie verprutst heeft -- ontneemt.
d. Dit is één van de langste voorverkiezingen in de geschiedenis. De partij wilde dat bewust, maar zit nu met de gebakken peren. De langere onzekerheid over wie de kandidaat wordt is het gevolg van ongeoorloofd gedrag door de partijafdelingen in de staten. Verschillende staten hebben de datum van hun voorverkiezingen tegen de afspraken in vervroegd en als gevolg daarvan zijn ze door het hoofdkantoor gestraft: die staten hebben de helft van hun gedelegeerden naar de partijbijeenkomst verloren. Daardoor is hun gewicht in de race aanzienlijk verminderd en duurt het rekentechnisch langer voor een kandidaat de benodigde 1.144 gedelegeerden heeft verzameld.
e. Het kan nog erger. Volgens een weinig bekende regel mogen locale afdelingen van de Republikeinse Partij die bestraft zijn geen “winner take all” regel toepassen. Florida en Arizona, beide door Romney gewonnen, hebben dus ongeoorloofd al hun gedelegeerden aan Romney toegekend. Gingrich heeft die toekenning in Florida intussen al bij de arbitragecommissie van de partij aangevochten. Hij zal dat ongetwijfeld winnen, zodat Gingrich er alsnog een aantal gedelegeerden bijkrijgt--en wat misschien belangrijker is: Romney gaat er een aantal verliezen. Daardoor zou de race een stuk langer kunnen duren, als het Gingrich tenminste lukt om in de race te blijven. (Als hij er binnenkort de brui aan geeft, maakt het niets uit, want dan behoudt Romney de meeste gedelegeerden.)
f. Bovendien zijn niet alle gedelegeerden gelijk. De uitslagen die de pers van de caucuses hebben gemeld hebben geen enkele betekenis voor de partij. Op caucuses worden immers helemaal geen kandidaten gekozen. Daar kiest men afgevaardigden naar de partijconventie van de staat en die afgevaardigden (veelal politici uit die staat) kiezen pas later dit jaar de uiteindelijke kandidaat. Zij hoeven dus helemaal niet gebonden te zijn aan de onofficiële peilingen die tijdens de caucuses werden gehouden. Romney kan Minnesota dus alsnog winnen als op de partijconventie in die staat in april blijkt dat Santorum elders in het land geen kans meer maakt. Dan switchen de afgevaardigden op de conventie leuk hun stem.

3. Obama heeft winst nog niet binnen
Ondanks het feit dat ook George Will meent dat Republikeinen de race om het Witte Huis al verloren hebben, gaat het helemaal niet goed met Obama’s campagne. Zijn job approval blijft onder de 50% en momenteel gaan de kiezers in de swing states--de beslissende staten waar de meeste kiesmannen zijn te verdienen--volgens alle peilingen nog steeds voor een willekeurige Republikein. Obama heeft steun in strategische staten verloren. Rekentechnisch staan de Republikeinen op winst. Het pessimistische scenario waarin Obama nu al de gedoodverfde winnaar zou zijn kan alleen waar zijn als men ervan uitgaat dat Gingrich en Santorum-kiezers onder geen voorwaarden voor Romney zouden stemmen. Dat is m.i. voor een miniscule fractie van de Republikeinse kiezers het geval. Wat wel een belangrijke opgave zal zijn voor Romney en Santorum is het in elkaar zetten van een gedegen verkiezingsprogram. Tot nog toe hebben alle kandidaten erg vage en zwakke beloftes die het niet waard zijn een ‘program’ te worden genoemd. Dat wil niet zeggen dat ze loze beloftes maken of niet serieus mogen worden genomen, maar voor een algemene verkiezingsronde tegen president Obama moeten er meer details bekend worden gemaakt en vooral ook moedigere posities worden ingenomen.

zaterdag 25 februari 2012

Obama in de swing states

Wie de Republikeinse voorverkiezingen een beetje heeft gevolgd, weet dat de vier kandidaten tamelijke problemen hebben om de eigen achterban echt enthousiast te maken. Ron Paul heeft dan wel zijn trouwe schare om zich heen, maar de andere drie kandidaten kunnen nauwelijks bogen op een echte natuurlijke doelgroep waarop ze kunnen bouwen. Zowel de peilingen als de resultaten van de inmiddels gehouden voorverkiezingen en caucuses tonen aan dat de Republikeinse kiezers gewoonweg niet overtuigd zijn van de geschiktheid, aantrekkelijkheid en electorale kansen van de vier Republikeinse kandidaten.

Ook in de conservatieve opiniebladen begint men steeds vaker op de onrusttrommel te roffelen. Bill Kristol van The Weekly Standard roept al sinds december dat een zogenaamde brokered convention geen onmogelijke uitkomst is -- hij deed dat weer in het praatprogramma Fox News Sunday van afgelopen zondag -- of dat men rekening moet houden met het late toetreden van een nieuwe kandidaat zoals Jeb Bush, Marco Rubio of Mitch Daniels. National Review, dat onofficieel en tussen de regels door de kandidatuur van Mitt Romney als het meest wenselijke acht voor de algemene verkiezingen in november, weet niet goed waar de race heen gaat. In een forumdiscussie over het meest recente debat in Arizona merkte columniste Mona Charen op dat alle zogenaamde verkiezingsexperts maar eens heel klein moesten zijn:
This is the most unpredictable political year in living memory. Every pundit should pound his chest and repeat, “I know nothing. I know nothing.”

Charen reageerde, net zoals veel andere kenners, op de zwakke prestaties van Rick Santorum tijdens dat debat. Santorum werd bijkans de hele avond in het nauw gedreven door Mitt Romney en Ron Paul. Die twee kandidaten lijken dezer dagen een soort verstandshuwelijk te hebben gesloten, omdat beide heren er voordeel van hebben door gezamenlijk tegen Santorum en Gingrich op te treden. Als gevolg van Santorums knudderige debat zakt hij ook weer in de peilingen, waardoor Romney in de aanstaande voorverkiezingen in Arizona en Michigan toch weer hogere ogen gooit.Sinds het debat zijn er in Michigan al twee peilingen gedaan die aantonen dat Santorums voorsprong aan diggelen is; Romney die op maandag nog 6 punten achterstond, gaat nu met 4 punten op kop. Charen waarschuwde conservatieve lezers een dag later ook nog eens expliciet om Rick niet de kandidaat van de partij te maken, omdat hij het te druk zal hebben "om Satan achter zich te krijgen" om tegen Obama echt van leer te kunnen trekken.

Het sentiment dat Charen uitdrukte verwoordt goed de onrust die er in deze verkiezingscampagne leeft. Als het electoraat bij de lichtste windvlaag omslaat als een blad aan een boom, wat wil dat dan zeggen over de tevredenheid van de kiezers over de kandidaten? Na het debat laaide het stiekeme gefluister opnieuw op over de mogelijkheid dat er toch nog een last-minute kandidaat komt als Romney het in Arizona verbruit. Ik zou er maar niet te veel om verwedden dat er nu nog een kandidaat komt; sorry, folks. This is it.

Het gevoel van een fait accompli neemt de laatste weken ook nog eens toe door de lichte kentering in de electorale kansen van de uiteindelijke tegenstander in november: Barack Obama. Na positieve economische cijfers over januari, met name wat betreft de werkloosheid, is zijn rapportcijfer in de laatste peilingen weer licht gestegen. Volgens het gemiddelde van RealClearPolitics staat Obama nu op 48,1%, een niveau dat hij sinds juni 2011 niet meer heeft gehaald. In veel staten is een lichte stijging van de positieve oordelen over de president te zien. Toch blijft Obama met een percentage onder de 50% in zijn derde ambtsjaar een flinke uitzondering onder recente presidenten. Alleen Carter en George H.W. Bush hadden zulke lage cijfers op dit moment in hun ambtstermijn (Carter rond de 45% en Bush schommelde rond de 40%). Beiden verloren die november hun herverkiezing. Reagan, Clinton en zelfs de nu zo verguisde George W. Bush haalden de 50% nog (Reagan zat zelfs met gemak rond de 55% en zat net als Clinton in een stijgende lijn).

De pratende hoofden in kranten en op tv willen met zulke cijfers graag laten geloven dat een president met een rapportcijfer onder de 50% niet herkozen kan worden. Dat is zeker niet waar. Harry Truman lukte het om in november 1948 herkozen te worden, ondanks het feit dat hij in de lente van dat jaar (zijn derde ambtsjaar) goedkeuring van slechts 36% van de kiezers genoot. Maar Truman is wel de enige na-oorlogse president die dat kunstje geflikt heeft.

Er is in deze discussie echter meer van belang dan alleen de wanhoop onder conservatieven dat de lichting van 2012 het toch niet is om het in november op te nemen tegen Obama, en dat zijn de herverkiezingskansen voor Barack H. Obama zelf. Republikeinen vrezen dat een groeiende en gezonder wordende economie hun het beste argument in de verkiezingscampagne zou kunnen ontnemen, namelijk de boodschap dat Obama het economisch herstel verprutst heeft. De stijgende lijn van Obama nemen zij dan ook met huivering waar. Maar heeft Obama zijn herverkiezing dan echt al binnen?

Ik dacht het niet.

Waar veel cijferfreaks elke vier jaar tegen beter weten in toch weer niet aan denken (en daaronder ook veel buitenlandse journalisten) is het getrapte systeem van de Amerikaanse presidentsverkiezingen. De stemmen van gans het volk worden niet eenvoudig op een hoop gegooid en dan geteld. Elke staat kiest afzonderlijk één van de kandidaten en wijst dan het aantal kiesmannen dat die staat is toebedeeld aan. In feite een puntensysteem gebaseerd op het aantal afgevaardigden in het Huis plus het aantal senatoren, plus Washington DC dat drie kiesmannen krijgt (vandaar het getal 538 en de naam van het New York Times blog FiveThirtyEight: 100 senatoren + 435 afgevaardigden + 3 kiesmannen voor Washington).

Het merendeel van de staten is zo veilig in handen van één van de twee partijen, dat zij in geen enkele berekening worden bekeken. Alleen de 'swing states', die staten waar het verschil tussen Democratische en Republikeinse stemmen klein is, staan echt op het spel. Hoe Obama het doet in die staten is afgebeeld in onderstaande tabel.

bron: TalkingPointsMemo / RealClearPolitics • 24 februari 2012 • (c) Americanicum



Deze cijfers tonen aan dat Obama wel degelijk in de lift zit in dit groepje staten. Maar de vraag is hoeveel en of het wat uit zal maken. In 2008 won Obama al deze staten behalve Arizona. In Iowa, North Carolina en Ohio komt Obama wel vooruit, maar houdt hij per saldo een negatieve beoordeling. In Florida, Minnesota, New Hampshire, Virginia en Wisconsin is er sprake van een stijgende lijn met een per saldo positieve beoordeling, maar in de eerste twee krijgt de president van minder dan de helft van de bevolking een positief cijfer. (Voor de mensen die dat proberen na te rekenen: de truc is dat in die staten veel "ik weet niet" antwoorden zijn gegeven, eveneens een teken dat men niet uitermate enthousiast is over de president.)

Wie van de vuistregel uitgaat dat Obama alle staten zal verliezen waar hij nu beneden de 50% scoort (zoals boven gezegd, het is geen waterdicht argument) zal concluderen dat Obama met 251 kiesmannen zal verliezen van de nog onbepaalde tegenstander die er dan 287 zal opstrijken. In werkelijkheid is het moeilijk voor te stellen hoe Obama Virginia blijft winnen. De staat verkeert al vele jaren op een wankele bres tussen de twee partijen en hoewel de trend door de inmigratie van veel Democratische bureaucraten uit de omgeving van Washington DC in de richting van de Democraten lijkt te zijn, is er ook veel kritiek op de president. De stijgende trend is zeer recent en enigszins twijfelachtig. Streep je Virginia voor Obama weg, dan staat de president zelfs maar op 238 kiesmannen met 300 voor Gingrom Paultorum. Wie zich teveel doodstaart op de gebreken onder de Republikeinen ziet over het hoofd hoe diep Obama in de nesten zit. De kiezers om wie het in november echt draait zien Obama eigenlijk niet meer zitten.

Oplettende lezers zullen overigens hebben gezien dat er één staat eigenlijk niet in deze lijst thuishoort: Arizona. De staat is al enkele decennia lang een veilige Republikeinse staat. De linkse columnist Juan Williams presenteerde op Fox News deze week echter een interessant scenario: Arizona zou wel eens voor Obama kunnen gaan. Volgens Williams heeft het campagneteam van de president de ogen op de staat in het zuidwesten gericht. Jim Messina, campagnevoorzitter van Barack Obama, herinnerde de Democratische supporters aan twee feiten: (1) in 2008 kwam Obama's tegenstander uit Arizona; het is bijna onmogelijk om de thuisstaat van de tegenstander te pakken, maar John McCain won zijn eigen staat maar met een voorsprong van 8 procent; en (2) de controversiële immigratiewet van Arizona (SB 1070) heeft veel zwevende kiezers en mensen die normaal niet stemmen in het geweer gebracht tegen gouverneur Jan Brewer. Volgens Messina is het in het geheel niet uitgesloten dat de verontwaardiging over SB 1070 zo groot is dat het gat van 8 procent van 2008 is te dichten, vooral als men nieuwe kiezers kan aanwerven.

Op het moment lijkt dat scenario eerder een wensdroom dan werkelijkheid. Zoals de tabel aangeeft zijn de kiezers in Arizona uitgesproken negatief over Obama's functioneren; en de trend is in negatieve richting. Er zijn overigens relatief veel peilingen in Arizona, zodat er een tamelijk goed overzicht is over de situatie in de staat. Desondanks moeten Messina's opmerkingen wel serieus worden genomen. Republikeinse kiezers lopen niet warm voor de huidige kandidaten. En onder het motto "better the devil you know" (kies maar liever voor een kwaad waarmee je bekend bent) zouden zwevende kiezers wel eens de afweging kunnen maken dat een zwakke Obama beter is dan eender welke Republikein. Er zijn tien kiesmannen te verdienen in Arizona, niet genoeg om echt veel gewicht in de waagschaal te leggen.

Als voorspelling moet deze bijdrage niet worden gelezen. Ik lig immers op de grond voor mijn computer en sla mij op de borst: "Ik weet niets. Ik weet niets." Daar ben ik me des te meer van bewust. Toch geloof ik dat deze dingen wel het overdenken waard zijn. Met onze aandacht zo sterk op de Republikeinen gericht zijn we geneigd alles te overanalyseren. De gewone man in de straat leeft in een zwakke economie en maakt zich weinig zorgen over het conservatieve quotiënt van de Republikeinse kandidaten. Los van de Republikeinse voorverkiezingen blijft de gewone man van de straat nog steeds in groten getale wars van Obamacare.

Als het de Republikeinen lukt om die twee aspecten (economie en Obamacare) genoeg onder de neuzen van de gewone man (en vrouw) in de swing states te wrijven, heeft Obama genoeg zorgen aan zijn hoofd om zich in ieder geval nu nog niet rijk te rekenen.