Nu allebei de
partijen hun conventies
achter de rug hebben, wordt de balans opgemaakt. Welke kandidaat en welke
partij hebben het meeste voordeel van hun conventie gehad?
Veel analisten
kijken natuurlijk naar de peilingen om te zien welke van de twee kandidaten het
meeste voordeel uit de enorme mediapubliciteit voor de conventies heeft
getrokken. Het antwoord op die vraag lijkt in ieder geval duidelijk: Barack Obama. De race die al sinds enkele weken statistisch
gelijk opliep heeft na de Democratische Conventie een kleine, maar duidelijke
voorsprong (een zogenaamde “bounce”
of “stuitering”) voor President Obama opgeleverd. Zowel de
peiling van Gallup als die van het conservatieve bureau Rasmussen Reports laten zien dat Obama zijn voorsprong met 5
procent heeft vergroot als gevolg van de Democratische conventie in Charlotte,
North Carolina. Dat is precies het gemiddelde dat alle kandidaten na een
conventie genieten.
Maar volgens de
peilingen kreeg Mitt Romney geen enkel voordeel van de Republikeinse Conventie
de week tevoren, en dat moet Republikeinen flink zorgen baren. De meeste
kandidaten hebben een meetbaar voordeel van een conventie. Het is goed mogelijk
dat enig voordeel dat Romney genoot direct weer werd opgeslokt door de
media-aandacht voor de Democraten. Het is tamelijk ongewoon dat de twee
conventies direct op elkaar volgen. Ook heeft de kandidaat die als laatste
wordt gepresenteerd vaak meer voordeel dan de eerste kandidaat.
Dat de
Democratische conventie een groter positief effect op haar kandidaat had vond
ook David Brooks, de conservatieve columnist van The New York Times. Als commentator voor het nieuwsprogramma PBS News Hour (van de publieke omroep)
liet hij zich na de Republikeinse conventie ontvallen dat Romney er weliswaar in was geslaagd zich als
mens voor te stellen, maar de volgende week liet hij weten dat “de
Republikeinse conventie er achteraf een stuk slechter uitziet” (volgens de
linkse blogger Matt Yglesias op zijn Twitter-account).
Wat de peilingen
betreft, wijzen veel Republikeinen en conservatieve commentatoren er – terecht –
op, dat landelijke peilingen weinig betekenen in het licht van het getrapte
electorale systeem in de VS. Maar toch ziet het er voor Obama een stuk
rooskleuriger uit, ook in de swing states. Volgens Jim Vandehei en
Mike Allen van Politico is het gezien
de peilingen in de individuele staten voor Barack Obama een stuk makkelijker om
de benodigde kiesmannen in de wacht te slepen. Met name in Ohio neemt Obama
langzaam maar zeker een statistisch significante voorsprong. Zonder Ohio is het
voor Romney een stuk moeilijker om het Witte Huis te pakken.
De redactie
van het conservatieve (pro-Romney) opinieblad National Review probeert de moed erin te houden. In wezen zegt het
blad: we kunnen er niet omheen dat Obama flink voordeel lijkt te hebben van de
conventie en dat de race er voor hem nu beter uitziet, maar het voordeel lijkt
vooral in de toch al veilige Democratische staten plaats te vinden. Met andere
woorden, dat zijn weggegooide extra stemmen voor Obama die geen invloed hebben
op de uitkomst van de verkiezingen en dus de landelijke peilingen vertekenen. Er blijven Romney nog
verschillende routes (d.w.z. combinaties van andere staten) om alsnog de 270
punten te behalen.
Een dergelijke redenering
is niet onmogelijk. Karl Rove onderschrijft
die hypothese in ieder geval op zijn blog. Volgens hem is er in de individuele
staten niets wezenlijks veranderd. De voorsprong in de schatting van het
Electorale College die Obama heeft is slechts 34 punten, met nog veel grote
staten zeer onduidelijk (met name Florida met 29 punten of kiesmannen, Ohio met
18, Michigan met 16, North Carolina met 15 en Virginia met 13). Zie de kaart
hierboven.
Nate Silver van het FiveThirtyEight blog van The New York Times, een zeer
gerespecteerd politiek analist, geeft Obama daarentegen een kans van 79,7% om
herverkozen te worden, gebaseerd op zijn gewogen gemiddelden van de peilingen
in de staten.
Wie gelijk heeft,
is moeilijk te zeggen. David
Fahrenthold van de Washington Post
herinnerde zijn lezers er nog maar eens aan dat op dit moment in de race in
2008 Obama nog een achterstand had op McCain en dat “Joe the Plumber”, een
loodgieter uit Ohio die in september 2008 bekendheid verwierf tijdens de
campagne, niet meer was dan enkel “Joe, de een of andere loodgieter uit Ohio”.
Er kan nog veel gebeuren.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten