zaterdag 10 november 2012

De val van Petraeus

Gisteren kwam abrupt en op heel trieste manier de glorieuze carrière van David H. Petraeus ten einde. Petraeus, sinds 14 maanden het hoofd van de buitenlandse inlichtingendienst C.I.A., moest bekennen dat hij een buitenechtelijke affaire had gehad. De F.B.I. was toevallig op de affaire gestoten tijdens een crimineel onderzoek in een niet verwante zaak. Enkele dagen nadat de F.B.I. Generaal Petraeus met de feiten confronteerde bood deze zijn ontslag aan bij President Obama.

Het is jammer dat Petraeus op deze manier afscheid heeft moeten nemen, want hij had als rassoldaat een enorm belangrijke rol gespeeld in het keren van het tij voor de Amerikanen in de Irak-oorlog. In 2007 plaatste de extreem-linkse lobbygroep MoveOn.org een hatelijke advertentie tegen Petraeus in de New York Times plaatste waarin de groep een kinderachtige woordspeling op de naam van Petraeus maakte (ze noemde hem "General Betray Us" wat bijna hetzelfde klinkt als Petraeus). Desondanks won de generaal veel respect onder Amerikanen, zelfs onder tegenstanders van de oorlog. Het is tekenend voor het respect dat zelfs tegenstanders van Petraeus voor hem hadden dat President Obama, die consequent tegen de oorlog in Irak was, Petraeus in 2010 desondanks aanstelde als directeur van de C.I.A.

Het is goed dat Petraeus de consequenties heeft getrokken. In het geval van hooggeplaatste militairen of inlichtingenpersoneel is het om goede redenen regel dat buitenechtelijke affaires op geen enkele wijze kunnen worden getolereerd, omdat daarmee de veiligheid van overheidspersoneel of staatsgeheimen op het spel staan. How the mighty have fallen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten