maandag 24 december 2012

Roep om vuurwapenverbod na massamoord in basisschool

Na de massamoord in het kleine forensenstadje Newtown (Connecticut), waarbij 20 jonge kinderen en 6 volwassenen onder het schoolpersoneel van basisschool Sandy Hook omkwamen, schreit Amerika. Het is alweer de zoveelste schietpartij in een publieke ruimte. Een zichtbaar geëmotioneerde president Obama zuchtte tijdens een persconferentie: “Ik sta hier te vaak om over dit soort incidenten te praten.”

Er is een luide roep om een resolute ommezwaai in de vuurwapencultuur van het land te maken. Dat is sterke taal en het is niet onmogelijk dat de president genoeg steun zal krijgen om een verbod op bepaalde aanvalswapens weer in te voeren. Maar juist daar gaat de discussie mank, want over welke wapens hebben we het eigenlijk? De engelse termassault weapon is misleidend, want het is in wezen een volledig lege term. Welk wapen is geen ‘aanvalswapen’? Het is een politieke en juridische term die verwijst naar een lange lijst van specifieke wapens die van 1994 tot 2004 waren verboden. Hoe gaat die term in 2013 ingevuld worden bij een hernieuwd verbod?

Daarnaast roept ook de term “semi-automatisch” onder wapenonkundige commentatoren te vaak onterecht het beeld van zware militaire wapens op, terwijl de term enkel betekent dat het wapen zelf herlaadt, zolang er kogels in het magazijn zitten. Veel handvuurwapens zijn ook semi-automatisch en zijn daardoor niet per se “zware wapens.” Het is de vraag in hoeverre het type geweer dat de schutter in Newtown gebruikte (de Bushmaster AR-15) als zwaar wapen kan worden aangemerkt – er zijn genoeg zwaardere en makkelijkere wapens legaal in omloop.

Het publieke debat zou zich minder moeten concentreren op het kwaad dat vuurwapens symboliseren en meer op het versterken van één van de basistaken van de overheid: het beschermen van de goeden en de zwakken tegen hen die kwaad willen. Er is niets op tegen om de mazen in de huidige wet te dichten en bezit en verkoop van vuurwapens aan te scherpen, maar daarmee ben je er niet. Ten eerste zijn er immense logistieke en constitutionele bezwaren tegen een erg breed verbod op vuurwapenbezit: er zijn teveel wapens in omloop om volledige uitbanning van vuurwapens realistische na te streven, en het tweede amendement van de grondwet garandeert het recht op vuurwapenbezit. Ten tweede zijn de ordelievende burgers die ook de verscherpte wetten zullen naleven niet het probleem. Criminelen en psychisch labiele personen zullen dan net als nu lak hebben aan de regels en de middelen gebruiken die zij binnen handbereik hebben om dood en verderf te zaaien. Hoe streng de regels ook worden gemaakt, zij zullen toch wel aan vuurwapens kunnen komen. Ten derde zetten vergelijkingen met Groot Britannië en Australië grote vraagtekens bij de effectiviteit van een vuurwapenverbod. Beide landen hebben de afgelopen decennia bezit van vuurwapens grotendeels uitgebannen, maar met name in Engeland is sindsdien het aantal vuurwapenincidenten enorm toegenomen. De vertaling naar de Amerikaanse situatie geeft weinig hoop op de wenselijkheid van een wijdreikend verbod van vuurwapens.

Wat in de discussie – met name in het betweterige buitenland – wordt gemist is de duik in de diepte van de feiten en cijfers. Hoewel het aantal vuurwapenincidenten in Amerika hoog blijft, is het percentage incidenten per hoofd van de bevolking al jaren gestaag aan het dalen. Het beeld van een samenleving in crisis en toenemend vuurwapengeweld is een mythe. En ondanks de emotionele lading bij een incident zoals in Newtown, Connecticut en enkele andere recente voorvallen, is het niet zo dat dit soort incidenten aan het toenemen is. Het dieptepunt van dit soort geweld (uitgerekend per hoofd van de bevolking) was in de jaren twintig van de vorige eeuw.

Ook vinden zulke incidenten bijna altijd plaats in ruimtes waar een goedbedoelende overheid ‘wapenvrije zones’ heeft geschapen. Met als gevolg dat schutters daar vrij spel hebben. Durven politici en de linkse massamedia eraan te herinneren dat gewapende burgers meer dan eens schutters tot stoppen hebben gedwongen (en zeker niet altijd door hen genadeloos neer te knallen)? De roep door wapenliefhebbers om zulke wapenvrije zones terug te dringen wordt te makkelijk afgedaan als geschift. CNN-presentatoren Soledad O’Brien en Piers Morgan zetten zichzelf meer voor gek dan hun gasten toen zij met huivering terugdeinsden voor het voorstel om “meer wapens” toe te laten in publieke ruimtes. Waarom is het zo gek om toe te staan dat burgers zichzelf en hun naasten adequaat zouden mogen beschermen in een situatie waarin criminelen toegang hebben tot vuurwapens?

Tenslotte gaat het debat helemaal voorbij aan het schandaal van Amerika’s psychiatrie. De behandeling van mensen met psychische stoornissen is de afgelopen decennia een stuk slechter geworden. Steeds meer staten hebben wetten aangenomen die het zo goed als onmogelijk maken om patiënten tegen hun wil op te laten nemen, terwijl de pyschiatrie steeds meer hun heil zoekt in medicijnen. Met als gevolg dat er steeds meer mensen op straat rondlopen die te weinig gecontroleerd worden. De moeder van de schutter in Newtown was radeloos over haar psychisch onhandelbare zoon, maar gedwongen verpleging is in Connecticut (zo goed als) verboden. En dus modderde ze maar aan in een onhoudbare en uitzichtloze situatie. Tot hij haar vermoordde en op pad ging.

woensdag 5 december 2012

Obama's fiscale voorstel is 'niet serieus'

Vorige week kwam president Obama met zijn compromisvoorstel om tot een oplossing voor de dagende fiscale crisis te komen. Maar John Boehner, de Republikeinse voorzitter van het Huis van Afgevaardigden, noemt het voorstel 'niet serieus'.

De Republikeinen zitten in een lastig parket. Na het verlies bij de verkiezingen hebben ze een veel zwakkere onderhandelingspositie en aangezien president Obama expliciet campagne voerde voor het verhogen van de belastingen voor de rijkste Amerikanen, mogen Republikeinen nu niet kniezen dat de president vast van plan is die belofte te verzilveren. Er is over dat punt flink wat gemor binnen de Republikeinse Partij. Enkele vooraanstaande Republikeinen in het Huis en de Senaat hadden sinds de verkiezingen al laten doorschemeren dat ze het niet langer verantwoord vonden om vast te houden aan hun plechtige belofte nooit voor enige verhoging van de belastingen te stemmen.

Dat is een correcte opstelling. Belastingverhogingen zijn weliswaar in het algemeen een slechte zaak voor de economie -- en dus ronduit gevaarlijk in een wankele economische situatie als de huidige -- maar marginale aanpassingen en zelfs tariefverhogingen binnen een breed pakket aan fiscale hervormingen zijn de enige weg vooruit in het immer dieper wordende Amerikaanse fiscale moeras. De hardnekkige tegenstand onder veel vooraanstaande conservatieven, binnen en buiten de partij, tegen het zelfs maar bespreekbaar maken van maatregelen om de belastinginkomsten iets te verhogen is dan ook onverdedigbaar. De waarschuwing van een Brent Bozell, Jr., directeur van het invloedrijke Media Research Center en een belangrijke fondsenwerver voor Republikeinen, dat hij niet langer geld zal inzamelen of spenderen aan de partij als ze niet onwankelbaar vasthoudt aan de belastingbelofte, is als de zang van de Lorelei op de rivier. De partij moet er geen aandacht aan schenken.

Het probleem is dat Boehner gelijk heeft: Obama's voorstel is niet serieus. Met het voorstel gooit de president de hakken in het zand met een nog extremere linkse positie dan hij zelfs tijdens de heetste campagne-toespraken had ingenomen. Minister Geithner van Financiën gaf een schandalig amateuristische verdediging van het voorstel ten beste in het nieuwsprogramma Fox News Sunday van 3 december en Afgevaardigde Boehner liet er dan ook, tijdens dezelfde uitzending, geen spaander van heel. De broodnodige bezuinigingen bij de federale overheid zijn, zoals zo vaak in Democratische voorstellen, enorm vaag en niet-specifiek, worden uitgesmeerd over tien jaar (terwijl belastingverhogingen per direct zullen ingaan) en zijn ook nog eens kleiner uitgevallen dan een aantal nieuwe stimuleringspaketten die de president uiteraard ook zo spoedig mogelijk wil invoeren.

Maar het meest schofferende uit Obamas voorstel is dat hij wil dat het Congres alle grondwettelijke macht om mee te beslissen over verhoging van het schuldenplafond voor altijd aan de president afstaat, zodat deze dan op eigen houtje het krediet van de federale overheid kan oprekken. Een dergelijke toezegging zou een spies door het hart van het conservatieve principe van de gescheiden machten drijven en is waarschijnlijk ook nog eens ongrondwettig. Het is daarom onbespreekbaar.

Dat Boehner dus nogal lacherig over dit voorstel deed is enigszins begrijpelijk; verontwaardiging zou eigenlijk nog beter op zijn plaats zijn. Het is in ieder geval duidelijk wat de strategie van president Obama is: hij hoopt misbruik te maken van de onenigheid onder Republikeinen en zo zijn eigen zin helemaal of bijna helemaal door te drijven. Eveneens rekent hij erop dat de burgers de schuld voor een eventuele mislukking van de onderhandelingen op het bordje van de Republikeinen zullen schuiven. Er wordt dan ook al onder conservatieven gespeculeerd dat Obama eigenlijk uit is op mislukking, zodat hij dan in 2013 een hele reeks belastingverlagingen voor de middeninkomens kan voorstellen. Welke Republikein zou daartegen durven stemmen?

De opstelling van president Obama gaat voorbij aan de fiscale noodsituatie binnen de federale overheid en is alleen maar gericht op het naar zich toe trekken van zoveel mogelijk politieke macht, zowel op de korte als de lange termijn. Dat is niet alleen niet serieus, het is onverantwoord en toont aan dat Obama ongeschikt is om president te zijn. Amerika en de wereld zullen de komende vier jaar nog flink spijt krijgen van zijn onbegrijpelijke herverkiezing.

maandag 19 november 2012

Republikeinen aan zet bij 'fiscale afgrond'

Nu de verkiezingen achter de rug zijn moet de aandacht weer naar andere onderwerpen gaan. Eén van de eerste dringende zaken is de zogenaamde ‘fiscale afgrond’ waar Amerika tegen aanhikt. Op 1 januari schieten alle tarieven voor inkomstenbelasting namelijk automatisch omhoog. De huidige tarieven zijn onder George W. Bush verlaagd in een poging de economie, die na de terroristische aanvallen van 11 september 2001 in het slop was geraakt, te stimuleren. Die tariefverlaging had maar een beperkte duur. Twee jaar geleden verlengde president Obama de lagere tarieven, omdat er brede consensus was dat een belastingverhoging middenin een recessie geen goed idee was.

Gezien de zwakke economie is men het er nog steeds over eens dat de belastingen niet omhoog moeten, maar wel bestaat er nu heftige onenigheid over de vraag of Amerika’s belastingen genoeg nivelleren. De zwaarste schouders moeten immers de zwaarste lasten dragen, zo gaat het gezegde. Democraten vinden dat de allerrijksten wel wat meer kunnen betalen om zo het begrotingstekort te dichten. Republikeinen zijn het daarmee in principe wel eens, maar willen de ongelijkheid met name via het afschaffen of beperken van belastingaftrek aanpakken, terwijl Democraten vasthouden aan het verhogen van de tarieven voor de hoogste inkomensgroepen, iets wat voor Republikeinen onbespreekbaar is.

Het debat over deze onenigheid is een stuk complexer dan de simpele boodschap dat Republikeinen tegen het verhogen van belastingen voor de allerrijksten zijn. Sommige conservatieve commentatoren wijzen erop dat verzet tegen tariefverhogingen (ofwel het gewoon laten verlopen van de verlaagde tarieven voor de allerrijksten) een belangrijke uitgangspositie is in de onderhandelingen met het Witte Huis, omdat de president en zijn partij te weinig bezuinigingen op de gigantische federale bureaucratie op tafel hebben gelegd. De onderhandelingen over de ‘fiscale afgrond’ staan ook in de bredere context van onontkoombare hervormingen van de staatsfinanciën, waaronder sociale zorgprogramma’s inbegrepen zijn, in de komende tweede ambtstermijn van Barack Obama. Verder is het zeker waar dat de Democraten de opbrengst van een tariefverhoging schromelijk overdrijven. Er wordt te vaak geroepen dat een dergelijke verhoging makkelijk 800 miljard dollar binnenhaalt, een getal dat dan op onheuse wijze naast de 1,1 biljoen dollar van het “begrotingstekort” wordt geplaatst. Men zegt er dan niet bij dat het begrotingstekort jaarlijks meer dan 1 biljoen dollar bedraagt en dat de 800 miljard dollar een totaalbedrag over tien jaar is. In feite is het dus nauwelijks meer dan een druppel op de gloeiende plaat.

Toch spelen Republikeinen de Democraten volledig in de kaart door zo halsstarrig te blijven weigeren over het verhogen van belastingtarieven te praten. Als zelfs conservatieve economen menen dat een lichte verhoging van de tarieven voor de hoogste inkomens (van 35 procent nu naar 37 of 38 procent in 2013) geen noemenswaardige negatieve effecten op de economie zal hebben, dan spelen Republikeinen een hoog spel op een onhoudbare positie.

Alles in de Amerikaanse politiek komt in wezen neer op het correct spelen van het media-spel. Gegeven dat alle grote media in de VS, met uitzondering van de opinie-pagina van deWall Street Journalen de nieuwszender Fox News, op de hand van de Democraten zijn, is het de Republikeinen eraan gelegen om zo toegeeflijk als mogelijk over te komen. Dat betekent niet dat de partij principes hoeft op te geven, maar zeker in de schaduw van de recente verkiezingen, waarbij kiezers – en velen die thuisblijven – de partij als onserieus verwierpen, moeten de Republikeinen zich realiseren dat de meerderheid van de kiezers een uitblijven van een compromis op konto van de Republikeinen zullen neerschrijven. De samenvatting van de huidige Republikeinse positie is dat “de Republikeinen voor de rijken zijn”. Dat is niet waar, maar het past wel lekker makkelijk op een bumpersticker en is goed te verkopen aan de kiezers. In hoeverre de partij daar op lange termijn last van zou houden is onduidelijk (want het geheugen van de kiezer is kort), maar heeft de partij behoefte aan een dergelijk riskant spelletje blufpoker?

zaterdag 10 november 2012

De val van Petraeus

Gisteren kwam abrupt en op heel trieste manier de glorieuze carrière van David H. Petraeus ten einde. Petraeus, sinds 14 maanden het hoofd van de buitenlandse inlichtingendienst C.I.A., moest bekennen dat hij een buitenechtelijke affaire had gehad. De F.B.I. was toevallig op de affaire gestoten tijdens een crimineel onderzoek in een niet verwante zaak. Enkele dagen nadat de F.B.I. Generaal Petraeus met de feiten confronteerde bood deze zijn ontslag aan bij President Obama.

Het is jammer dat Petraeus op deze manier afscheid heeft moeten nemen, want hij had als rassoldaat een enorm belangrijke rol gespeeld in het keren van het tij voor de Amerikanen in de Irak-oorlog. In 2007 plaatste de extreem-linkse lobbygroep MoveOn.org een hatelijke advertentie tegen Petraeus in de New York Times plaatste waarin de groep een kinderachtige woordspeling op de naam van Petraeus maakte (ze noemde hem "General Betray Us" wat bijna hetzelfde klinkt als Petraeus). Desondanks won de generaal veel respect onder Amerikanen, zelfs onder tegenstanders van de oorlog. Het is tekenend voor het respect dat zelfs tegenstanders van Petraeus voor hem hadden dat President Obama, die consequent tegen de oorlog in Irak was, Petraeus in 2010 desondanks aanstelde als directeur van de C.I.A.

Het is goed dat Petraeus de consequenties heeft getrokken. In het geval van hooggeplaatste militairen of inlichtingenpersoneel is het om goede redenen regel dat buitenechtelijke affaires op geen enkele wijze kunnen worden getolereerd, omdat daarmee de veiligheid van overheidspersoneel of staatsgeheimen op het spel staan. How the mighty have fallen.

vrijdag 9 november 2012

New York Times wenst afschaffing van Republikeinse Partij

In misschien wel één van de meest stupide commentaren uit de geschiedenis van de krant -- en dat is nogal een lange lijst waartegen het moet opboksen -- analyseert de New York Times het verlies van de Republikeinse Partij. De krant sluit af met deze alinea:

If the Republican Party turns away from self-destruction, it should do so for the right reasons. America shouldn’t reform immigration because Republicans need to add slices to their shrinking loaf of Wonder Bread. It should fix immigration because the system is broken and unjust and millions of people are suffering. Republicans should embrace family values for all families, gay families, too — along with protecting reproductive rights and access to health care — because these are the right things to do for the country we’re in, not the country they imagine it to be.

Vertaling: er is alleen plaats voor de Republikeinse Partij in het nieuwe, progressieve Amerika als de partij nu eindelijk eens progressief gedachtegoed aanvaardt, zoals amnestie voor illegale immigranten, vrije abortus, en het homohuwelijk. Maar de partij die dat allemaal omarmt bestaat al. Ze heet de Democratische Partij. Als de Republikeinen dat ook allemaal zouden omarmen, zou de partij geen bestaansrecht meer hebben.

De krant heeft het probleem juist aangekaart: de Republikeinen hebben een probleem met minderheden. Maar de oplossing is niet dat de partij zich dan maar aanpast aan de ideologie van de partij waarop die minderheden deze week toevallig op hebben gestemd. Er is m.i. geen onomkeerbare trend in de richting van de Democraten. Er is wel een hoop onwetendheid en het is aan de Republikeinen om conservatief gedachtegoed ook bij minderheden aan de man te brengen. Daarin hebben Romney en de partij recentelijk schromelijk in gefaald.

Het verlies deze week was pijnlijk voor de Republikeinen, maar laten we ook niet vergeten wat een slag de Tea Party in de tussentijdse verkiezingen van 2010 aan de Democratische Congresleden in het Huis van Afgevaardigden toebrachten. Er is dus zeker geen neerwaartse trend te bespeuren en de partij is, ondanks een aantal flinke uitdagingen, is nog niet verworden tot een partij van "boze blanke mannen".

zaterdag 20 oktober 2012

Agressieve toon van Obama en Biden drijft kiezer naar Romney

Okee, het klinkt clichématig, maar het lijkt erop dat de presidentsverkiezingen van 2012 geschiedenis schrijven. Niet alleen was het de duurste campagne ooit, het was ook één van de vuilste. Zelden waren er zoveel campagnespotjes en toespraken met zoveel uit hun verband gerukte uitspraken of grove leugens over het beleid, de plannen of de persoon van de tegenstander. En dat geldt even goed voor Romney als voor Obama en hun beider teams.

Ook de debatten hebben een veel grotere invloed dan gewoon. Er is ten eerste veel meer inhoud en dat is positief. Maar ze zijn ook ongekend grof. Dat was het opvallendst tijdens het vice-presidentiële debat tussen Joe Biden en Paul Ryan. Democraten waren aanvankelijk erg opgelucht dat vice-president Biden met zijn agressieve prestatie Ryan flink in de verdediging dwong en de herinnering aan het slappe, haast narcoleptische optreden van president Obama leek te hebben uitgewist. Ook Obama vond men in zijn tweede debat een stuk overtuigender. Biden en Obama werden enthousiast tot winnaars uitgeroepen.

Maar nu de peilingen een duidelijke kentering in de richting van Romney en Ryan laten zien, voert een andere analyse de boventoon. Niemand praatte achteraf over de punten die Obama en Biden scoorden, maar wel over het feit dat velen Biden en Obama erg onbeleefd vonden. Dat is ook historisch, schreef Peggy Noonan afgelopen vrijdag in The Wall Street Journal. Daar stond de president van het machtigste land ter wereld en hij verklaarde dat de man naast hem op het podium een egoïstische gierigaard was. Zelden was er een dergelijk tastbare antipathie tussen twee kandidaten.

De misrekening die Obama en Biden hebben gemaakt is het debat in te gaan als een bokswedstrijd waarin de tegenstander moest worden overwonnen. Romney en Ryan zagen in het debat eerder een kans om kiezers voor zich te winnen. De peilingen laten zien welke benadering juist is gebleken—en dat de kiezers een beperkte tolerantie voor grofheid hebben.

maandag 24 september 2012

Pers sabelt Romney te gretig neer

Dit artikel werd op maandag 24 september 2012 in het Nederlands Dagblad  gepubliceerd. (Link: alleen voor abonnees of betaald)

Er zit iets onbetamelijks in de gretige manier waarop de landelijke Amerikaanse pers elke uitspraak van Mitt Romney neersabelt. Zo lijkt er geen week voorbij te gaan waarin de pers de kandidatuur van de Republikeinse presidentskandidaat niet ten dode opschrijft.

Afgelopen week begon het linkse opinieblad Mother Jones met een serie onthullingen van geheime opnamen, gemaakt tijdens een etentje van de Amerikaanse presidentskandidaat Mitt Romney met donoren, afgelopen mei. De opnamen suggereren dat Romney geen hoge dunk heeft van pakweg de helft van het electoraat: 47 procent van hen betaalt geen inkomstenbelasting, en is gewend geraakt de hand bij de overheid op te houden. Op die mensen hoef ik me niet te richten; die stemmen toch niet voor mij, concludeerde Romney.

Er ontstond brede verontwaardiging, ook onder Republikeinen. William Kristol van het conservatieve weekblad The Weekly Standard noemde de uitspraken ‘dom en arrogant’. Ook het tijdschrift National Review liet geen spaander heel van Romney: niet alle mensen die geen inkomstenbelasting betalen, zijn Democraten of zitten allemaal in een sociaal zorgprogramma.

Toch is er iets onbetamelijks aan de gretige manier waarop de landelijke pers elke uitspraak van Romney neersabelt. Zo lijkt er geen week voorbij te gaan waarin de pers de kandidatuur van Romney niet ten dode opschrijft. De knulligheid van Romneys uitspraken wordt schromelijk overdreven. Obama was in 2008 minstens zo ‘dom en arrogant’ toen hij zich liet ontvallen dat conservatieve Amerikanen zich verbitterd ‘aan wapens of godsdienst’ vastklampten.

Romneys kritiek op het Witte Huis na de bestorming van de Amerikaanse ambassade in Egypte werd bekritiseerd als ‘onkies’ tijdens een moment van rouw over de dood van vier diplomaten in Libië. Dat Romneys uitspraak vóór het incident in Libië kwam, maakte voor de krantenkoppen de volgende ochtend blijkbaar niks uit.

Een analyse van het Media Research Centre toonde aan dat er twintig keer meer media-andacht voor Romney was dan voor de regering-Obama, die in de nasleep van het geweld uitgebreid excuses aanbood voor een derderangsinternetfilm en pas in tweede instantie klaagde over de schending van diplomatieke rechten. Weegt die film zwaarder dan de levens van diplomaten? Mag Romney niet vragen of Obama zich wellicht schaamt voor de meningsvrijheid in Amerika?

partijdig

Het zijn slechts enkele voorbeelden in een steeds groter wordende stapel bewijzen van de onprofessionele partijdigheid van de Amerikaanse pers. Republikeinse uitspraken worden op een goudschaaltje gelegd, terwijl men kritische vragen aan de Democratische kandidaten achterwege laat. Dat was in 2008 al zo, toen bijvoorbeeld CBS-journaliste Katie Couric Sarah Palin in een uiterst kritisch interview aan de schandpaal nagelde, terwijl ze de volgende week een zoetsappig onderonsje met Joe Biden uitzond.

De aandacht voor de onhandige uitspraken van Romney staat in schril contrast met de fluwelen handschoenen waarmee bijvoorbeeld de blamage over Jeruzalem en God in het Democratische verkiezingsprogramma werd behandeld. De toespraak van Paul Ryan op de Republikeinse conventie werd meermalen door fact checkers als leugenachtig bestempeld, maar zonder serieuze argumenten, terwijl niemand Obama om details van zijn financiële beleidsplannen vraagt, of waarom hij de belastingen nu wel wil verhogen, maar in 2010 niet.

links

Dit alles illustreert en bevestigt de conclusies van een studie uit 2005 van de sociologen Tim Groseclose en Jeff Milyo van de Universiteit van Californië in Los Angelos (UCLA), die aantoonden dat de grote kranten en tv-zenders bijna zonder uitzondering vanuit links oogpunt berichten.  En dat 93 procent van de politieke correspondenten toegeeft Democratisch te stemmen (terwijl het land in zijn geheel ongeveer fifty-fifty tussen de twee partijen kiest).

Het standaardantwoord, dat de conservatieve nieuwszender FOX News zoveel kritiek op Obama uitoefent, snijdt weinig hout. Het marktaandeel van de betaalde kabelzender is binnen het brede scala aan nieuwsprogramma’s relatief beperkt. Volgens de studie van Groseclose en Milyo is het belangrijkste nieuwsprogramma van Fox (Special Report) helemaal niet zo conservatief als mensen denken. Ook merken zij op dat de opinieredactie van de Wall Street Journal weliswaar uiterst conservatief is, maar de nieuwspagina’s van de zakenkrant bevatten volgens hun analyses de meest linkse berichtgeving van alle grote kranten.

Met dergelijke scheve verhoudingen verbaast het niet dat Romney zo’n negatieve pers krijgt. Maar wie de schreeuwende koppen in de krant en op tv negeert en naar de opiniepeilingen kijkt, ziet dat Romney afgelopen week juist zijn achterstand aan het inhalen was. Want veel Amerikanen zijn ondanks de perspropaganda tamelijk gedesillusioneerd als het gaat om Obama, onder wie de werkloosheid boven de 8 procent blijft hangen en de staatsschuld met 5 biljoen dollar is toegenomen. Dat is het echte verkiezingsnieuws.

woensdag 19 september 2012

Reactie op Radio 1 op de opnames van Mitt Romney

Gisterenavond was er weer nieuws heet van de naald vanuit Amerika: het linkse opinieblad Mother Jones had onthullingen over Mitt Romney. Hij had tijdens een fundraiser (een etentje om fondsen te werven) afgelopen mei allerlei niet-presidentiële en domme uitspraken gedaan. Dat was stiekem opgenomen en wordt nu in de openbaarheid gebracht. In de uitspraken die tot nu toe naar buiten zijn gebracht praat Romney over de 47 procent van de Amerikanen die toch geen belasting betalen en dus niet gemotiveerd zijn om voor zijn belastinghervormingen te stemmen, en over de Palestijnen die niet geïnteresseerd zouden zijn in vrede.

Ik sprak daarover in het Radio 1 programma Met het oog op morgen. De link naar de hele uitzending hier (begint rond de 20 minuten); een link naar een fragment met alleen mijn bijdrage hier.