woensdag 23 januari 2013

Obama's loopgravenoorlog om in 2014 Huis van Afgevaardigden te pakken

Nu Barack Obama daadwerkelijk aan zijn tweede ambtstermijn is begonnen, vragen de journalisten, analisten en politicologen zich -- het liefst voor een tv-camera -- af wat hij de komende vier jaar wil bereiken. Een aantal belangrijke beleidspunten zullen in de eerste paar maanden al veel aandacht opeisen, daaronder een poging om de vuurwapenwetten te verscherpen en het verhogen van de kredietlimiet (het 'schuldenplafond' of debt ceiling). Daarnaast wordt er ook geopperd dat Obama en zijn partij zullen proberen om de immigratiewetten sterk te hervormen.

Ondanks het feit dat de president een erg mager verkiezingsprogram had, waarin maar zeer weinig inhoudelijke beleidsvoorstellen werden besproken, is het duidelijk dat Obama de komende vier jaar ambitieuze plannen heeft. Het doorvoeren van vergaande vuurwapenbeperkingen is zo goed als onmogelijk, zowel in het licht van de bewoordingen van het tweede Amendement van de Amerikaanse Grondwet, maar ook gezien het brede draagvlak voor vrij wapenbezit in het meerendeel van de door Democraten bestuurde Congres-districten. Obama heeft dus zijn eigen partij niet achter zich voor de meest wijdreikende voorstellen.

Maar het grootste obstakel voor de president en zijn partij wordt gevormd door de Republikeinse oppositie die, ondanks zetelverlies afgelopen november, nog steeds de meerderheid in het Huis van Afgevaardigden hebben en ook in de Senaat gretig gebruik maken van allerlei parlementaire procedures om de plannen van de president te dwarsbomen of af te remmen. Democraten hebben dan ook laten weten dat zij het neutraliseren van die tegenstand als één van hun hoogste prioriteiten beschouwen.

Eenvoudig zal dat niet zijn, maar een aanval op twee fronten is intussen al ingezet. Ten eerste wil de Democratische voorzitter van de Senaat, Harry Reid, deze maand een stemming laten houden over het veranderen van een aantal parlementaire procedures, om Republikeinen zodoende een flink deel van de ammunitie te ontnemen. Het is maar de vraag of Reids voorstel het haalt, omdat de huidige regels de procedure die hij wil gebruiken om de regels te veranderen niet toestaan. Ook in de media zal het voorstel niet overal met gejuich worden aangenomen, omdat de Democraten tien jaar geleden, toen ze zelf in de minderheid waren, juist een principieel bezwaar maakten tegen het beknotten van de rechten van de oppositie.

Het tweede front is een electorale aanval om het Huis van Afgevaardigden in 2014 terug te pakken, zodat de president met steun van beide kamers van het Congres zijn beleid kan doorvoeren. Het online tijdschrift Politico gelooft niet dat dat een makkelijke opgave is. Maar de onlangs afgetreden senator Jon Kyl (R-Arizona) waarschuwde gisteren in het radioprogramma van conservatieve rechten-docent Hugh Hewitt dat hij de voortekenen van die strijd al ziet. De omvorming van Obama's campagne-organisatie Organizing for America tot een non-profit actiecomité (in wezen een terugkeer naar het originele doel van OFA) is volgens Kyl een teken dat de president al zijn kaarten wil zetten op een langdurige politieke en media-campagne om Huiszetels van de Republikeinen los te wrikken.
Compromissen kunnen we wel vergeten, zo Kyl. De president zal hardnekkig aan zijn positie vasthouden en op punt na punt weigeren aan de Republikeinen toe te geven. Dat er dan geen wetgeving plaatsvindt is minder belangrijk, omdat zijn hoofddoel is om Republikeinen keer op keer als onredelijke obstructionisten neer te zetten en zo hun media-image volledig te vernietigen. Als de Democraten dan in 2014 het Huis overnemen, kan hij in zijn laatste twee jaar met vrije hand zijn gang gaan.
Kyl tekende wel aan dat er een zwak punt in dit plan zit: de Senaat. In 2014 is het niet onmogelijk dat de Republikeinen juist de Senaat afpakken, omdat er volgens hem veel meer wankele Democratische zetels te verkiezen zijn dan Republikeinse. In dat geval behouden de Republikeinen nog de macht om de meest extreme aspecten van Obama's beleid te blokkeren.

Kyl is duidelijk een stuk pessimistischer dan Politico. Zelf geloof ik niet dat het de Democraten zal lukken om genoeg zetels van de Republikeinen af te pakken om deze strategie te doen slagen. In ieder geval kunnen we de komende twee jaar vooruitzien op een verlamde Amerikaanse regering. Beleid zal nauwelijks via het Congres kunnen worden ingevoerd, alleen mondjesmaat en herhaald via noodovereenkomsten tussen de twee partijen over fiscaal beleid. Daarnaast zal Obama zo veel mogelijk beleid per presidentieel decreet willen doorvoeren, hetgeen hem waarschijnlijk op veel tegenstand via rechtszaken zal komen te staan, want de twee partijen verschillen danig van mening over hoeveel macht de president heeft om eigenhandig regelgeving door te voeren, zonder controle of toezicht van het Congres.

Als de Republikeinen in 2014 vasthouden aan tenminste één van de twee kamers van het Congres zal president Obama in 2017 het Witte Huis verlaten met een land in danig verval. Een verlamde federale regering zal zeer onevenwichtig beleid kunnen voeren en dus niet daadkrachtig kunnen optreden in de economische en fiscale crises waarin Amerika nog steeds verkeert. En dan praten we nog niet eens over andere, nog niet te voorspellen crises, met name in het Midden Oosten. Obama's insteek om geen prijs te stellen op compromissen met de Republikeinen verzekert hem in mijn ogen in ieder geval van de reputatie als één van de meest arrogante presidenten sinds FDR, die in de jaren 30 eveneens een ambitieus sociaal-democratisch beleid voerde.

Met deze situatie in het vooruitzicht kan de wereld rekenen op een flinke afbouw van Amerika's leidende rol in de internationale diplomatie. Of we daarmee blij moeten zijn is een aparte vraag, want welke partijen zullen zich in dat vacuüm naar voren dringen?

woensdag 2 januari 2013

Overeenkomst fiscale afgrond VS is een drama

Laat op nieuwjaarsdag stemde het Huis in met een fiscale wet waarmee de fiscale afgrond tenminste voorlopig wordt ontweken. De belastingtarieven voor inkomens onder 400.000 dollar gaan niet omhoog. Daarmee worden de ergste effecten van een automatische tariefverhoging ontweken, maar de overeenkomst is een dramatische flater voor de VS en onderstreept de politieke impasse waarin het land verkeert.

De hele ‘fiscale afgrond’ is een gedrocht dat in de zomer van 2011 is geschapen tijdens de bittere onderhandelingen over de nationale kredietlimiet. Als deel van de overeenkomst destijds spraken president Obama en de Republikeinse onderhandelaars af dat ze een politieke stok achter de deur zouden zetten om uiterlijk op 31 december 2012 serieus iets aan de staatsfinanciën te doen: de volgende dag zouden automatisch een aantal gigantische bezuinigingen, grotendeels op defensie ingaan. Zelfs Leon Panetta, de minister van defensie in het Obama-kabinet, liet weten dat zulke bezuinigingen het Pentagon zwaar zouden beschadigen. De redenering was dat de bezuinigingen, gepaard met het automatisch aflopen van een reeks tijdelijke belastingverlagingen, zo onheus waren, dat beide partijen gedwongen zouden worden een alternatief te vinden.

In wezen is er nu geen redelijk alternatief gevonden. Dat is gedeeltelijk het gevolg van de verkiezingsuitslag van afgelopen november en de daardoor verschoven machtsverhoudingen in het voordeel van de Democraten. Republikeinen waren ervan overtuigd dat Mitt Romney het Witte Huis zouden pakken en gokten er daarom op dat een Republikeinse president de hele zaak in januari 2013 met een pennestreek zou kunnen wegvegen. Maar met de herverkiezing van Barack Obama en de zetelwinst voor de Democraten in zowel de Senaat als het Huis van Afgevaardigden roken de president en zijn partij bloed. Met hun sterkere machtsbasis eisten zij een grotere buit in de onderhandelingen: een flinke tariefverhoging voor de rijken. Daarnaast wil de president ook in plaats van bezuinigingen op de begroting het liefste een nieuw stimuleringspakket.

Dat laatste heeft Obama (nog) niet gekregen. Hoewel de Republikeinen weinig macht hadden om voor het aantreden van een nieuw Congres op 3 januari veel tegengas te bieden, hebben de partijleiders in ieder geval de ergste aspecten van de fiscale afgrond kunnen voorkomen. Het inkomensniveau waar de verhoogde belastingtarieven voor zouden gaan gelden is ook naar 400.000 dollar omhooggeschroefd (450.000 dollar voor huishoudens met meerdere inkomens) een teken dat de Republikeinen wel degelijk hard hebben onderhandeld, want president Obama heeft weken lang vastgehouden aan een ondergrens van 250.000 dollar.

De uiteindelijke overeenkomst kan desondanks niet als een triomf worden gevierd. Ten eerste doet de wet niets aan de overheidsuitgaven. Er moet bezuinigd worden. Zelfs president Obama gaf in 2011 toe dat de huidige zorgprogramma’s niet te handhaven zijn, hoe hoog de belastingen ook worden. Belastingverhogingen alleen kunnen Washington niet redden van de fiscale catastrofe waar Amerika binnen enkele decennia op afstevent. Inzet van de Republikeinen is dan ook al jaren dat bij elke nieuwe fiscale overeenkomst de aandacht in eerste instantie naar bezuinigingen moeten gaan. De huidige overeenkomst zorgt volgens het Congressional Budget Office (CBO), vergelijkbaar met de Rekenkamer, zelfs voor meer uitgaven.

Ten tweede worden de bezuinigingen op defensie nu voor twee maanden uitgesteld, zodat het Pentagon op geen enkele manier een begroting voor 2013 kan opstellen. Daarmee worden de strijdkrachten danig onthand, hetgeen wel degelijk gevolgen kan hebben voor de manier waarop Amerikaanse soldaten ook in het buitenland opereren.

Ten derde gaat nu een hele reeks belastingen omhoog, zonder dat daarvoor een overtuigende economische of fiscale reden bestaat. En omdat niet alleen de inkomstenbelasting, maar ook de loonbelasting omhooggaat, worden ook midden- en lagere inkomens geraakt, precies wat Democraten zeiden te willen voorkomen. Het is maar de vraag wat de impact op de economie zal zijn, maar een verhoogde belastingdruk voor alle inkomens (mensen die rond de 40.000 euro verdienen kunnen rekenen op ongeveer 750 euro extra belastingen).

Tenslotte staan we over twee maanden sowieso weer bij start, want nog voordat het Huis over de fiscale afgrond had gestemd had Amerika de kredietlimiet van 16 biljoen dollar bereikt. Het ministerie van Financiën kan nog twee maanden tijd rekken door allerlei boekhoudkundige trucjes toe te passen, maar op 1 maart is de Amerikaanse overheid officiëel failliet. Om die situatie te voorkomen moet Washington de kredietlimiet verder oprekken. Dat betekent een nieuwe ronde onderhandelingen en die zal zeker niet prettiger zijn dan de zojuist afgesloten onderhandelingen.

De hele vertoning is tragisch, omdat ze onderstreept hoe ideologisch de beide partijen van elkaar zijn verwijderd. De volslagen weigering van Democraten om concreet over bezuinigingen te onderhandelen – ondanks de erkenning van president Obama dat die moeten plaatsvinden – betekent dat de Amerikaanse politiek gevangen blijft in een vicieuze cirkel van partijpolitiek, die het land elke dag miljarden dollars kost. En het land met de dag dichterbij een echte financiële afgrond brengt.

Hoewel er zeker ook binnen de Republikeinse Partij stijfkoppen zijn die een beter alternatief in de weg hebben gestaan, ligt de verantwoordelijkheid voor de impasse bijna geheel bij de Democraten die de afgelopen vier jaar elke truc aangrijpen om de Republikeinen politiek buitenspel te zetten. Het meerendeel van de mediaberichten over Republikeins obstructionisme is gebaseerd op leugens en manoeuvres door de Democratische Senaatsvoorzitter Harry Reid. Reid weigert al jaren om Republikeinen amendementen te laten in te dienen, onder andere door over bepaalde voorstellen domweg nooit te debatteren of door zelf in één keer het maximaal toelaatbare aantal amendementen in te dienen.

Het bewijs dat Republikeinen welwillend zijn geweest is de stemming in het Huis van Afgevaardigden van nieuwjaarsdag. Republikeins voorzitter John Boehner brak een traditie binnen zijn partij van bijna twintig jaar door het voorstel uit de Senaat vrij voor stemming te laten gebeuren, ondanks de wetenschap dat de meerderheid van zijn eigen partij tegen het voorstel zou stemmen. Daarmee gaf hij Democraten de gelegenheid om het wetsvoorstel (met steun van een groepje Republikeinen) aan een meerderheid te helpen.

Maar laat er geen twijfel over bestaan dat het een keuze tussen twee kwaden was. Zelfs de minste van de twee kwaden berokkent Amerika vele miljarden dollar schade – per dag.

maandag 24 december 2012

Roep om vuurwapenverbod na massamoord in basisschool

Na de massamoord in het kleine forensenstadje Newtown (Connecticut), waarbij 20 jonge kinderen en 6 volwassenen onder het schoolpersoneel van basisschool Sandy Hook omkwamen, schreit Amerika. Het is alweer de zoveelste schietpartij in een publieke ruimte. Een zichtbaar geëmotioneerde president Obama zuchtte tijdens een persconferentie: “Ik sta hier te vaak om over dit soort incidenten te praten.”

Er is een luide roep om een resolute ommezwaai in de vuurwapencultuur van het land te maken. Dat is sterke taal en het is niet onmogelijk dat de president genoeg steun zal krijgen om een verbod op bepaalde aanvalswapens weer in te voeren. Maar juist daar gaat de discussie mank, want over welke wapens hebben we het eigenlijk? De engelse termassault weapon is misleidend, want het is in wezen een volledig lege term. Welk wapen is geen ‘aanvalswapen’? Het is een politieke en juridische term die verwijst naar een lange lijst van specifieke wapens die van 1994 tot 2004 waren verboden. Hoe gaat die term in 2013 ingevuld worden bij een hernieuwd verbod?

Daarnaast roept ook de term “semi-automatisch” onder wapenonkundige commentatoren te vaak onterecht het beeld van zware militaire wapens op, terwijl de term enkel betekent dat het wapen zelf herlaadt, zolang er kogels in het magazijn zitten. Veel handvuurwapens zijn ook semi-automatisch en zijn daardoor niet per se “zware wapens.” Het is de vraag in hoeverre het type geweer dat de schutter in Newtown gebruikte (de Bushmaster AR-15) als zwaar wapen kan worden aangemerkt – er zijn genoeg zwaardere en makkelijkere wapens legaal in omloop.

Het publieke debat zou zich minder moeten concentreren op het kwaad dat vuurwapens symboliseren en meer op het versterken van één van de basistaken van de overheid: het beschermen van de goeden en de zwakken tegen hen die kwaad willen. Er is niets op tegen om de mazen in de huidige wet te dichten en bezit en verkoop van vuurwapens aan te scherpen, maar daarmee ben je er niet. Ten eerste zijn er immense logistieke en constitutionele bezwaren tegen een erg breed verbod op vuurwapenbezit: er zijn teveel wapens in omloop om volledige uitbanning van vuurwapens realistische na te streven, en het tweede amendement van de grondwet garandeert het recht op vuurwapenbezit. Ten tweede zijn de ordelievende burgers die ook de verscherpte wetten zullen naleven niet het probleem. Criminelen en psychisch labiele personen zullen dan net als nu lak hebben aan de regels en de middelen gebruiken die zij binnen handbereik hebben om dood en verderf te zaaien. Hoe streng de regels ook worden gemaakt, zij zullen toch wel aan vuurwapens kunnen komen. Ten derde zetten vergelijkingen met Groot Britannië en Australië grote vraagtekens bij de effectiviteit van een vuurwapenverbod. Beide landen hebben de afgelopen decennia bezit van vuurwapens grotendeels uitgebannen, maar met name in Engeland is sindsdien het aantal vuurwapenincidenten enorm toegenomen. De vertaling naar de Amerikaanse situatie geeft weinig hoop op de wenselijkheid van een wijdreikend verbod van vuurwapens.

Wat in de discussie – met name in het betweterige buitenland – wordt gemist is de duik in de diepte van de feiten en cijfers. Hoewel het aantal vuurwapenincidenten in Amerika hoog blijft, is het percentage incidenten per hoofd van de bevolking al jaren gestaag aan het dalen. Het beeld van een samenleving in crisis en toenemend vuurwapengeweld is een mythe. En ondanks de emotionele lading bij een incident zoals in Newtown, Connecticut en enkele andere recente voorvallen, is het niet zo dat dit soort incidenten aan het toenemen is. Het dieptepunt van dit soort geweld (uitgerekend per hoofd van de bevolking) was in de jaren twintig van de vorige eeuw.

Ook vinden zulke incidenten bijna altijd plaats in ruimtes waar een goedbedoelende overheid ‘wapenvrije zones’ heeft geschapen. Met als gevolg dat schutters daar vrij spel hebben. Durven politici en de linkse massamedia eraan te herinneren dat gewapende burgers meer dan eens schutters tot stoppen hebben gedwongen (en zeker niet altijd door hen genadeloos neer te knallen)? De roep door wapenliefhebbers om zulke wapenvrije zones terug te dringen wordt te makkelijk afgedaan als geschift. CNN-presentatoren Soledad O’Brien en Piers Morgan zetten zichzelf meer voor gek dan hun gasten toen zij met huivering terugdeinsden voor het voorstel om “meer wapens” toe te laten in publieke ruimtes. Waarom is het zo gek om toe te staan dat burgers zichzelf en hun naasten adequaat zouden mogen beschermen in een situatie waarin criminelen toegang hebben tot vuurwapens?

Tenslotte gaat het debat helemaal voorbij aan het schandaal van Amerika’s psychiatrie. De behandeling van mensen met psychische stoornissen is de afgelopen decennia een stuk slechter geworden. Steeds meer staten hebben wetten aangenomen die het zo goed als onmogelijk maken om patiënten tegen hun wil op te laten nemen, terwijl de pyschiatrie steeds meer hun heil zoekt in medicijnen. Met als gevolg dat er steeds meer mensen op straat rondlopen die te weinig gecontroleerd worden. De moeder van de schutter in Newtown was radeloos over haar psychisch onhandelbare zoon, maar gedwongen verpleging is in Connecticut (zo goed als) verboden. En dus modderde ze maar aan in een onhoudbare en uitzichtloze situatie. Tot hij haar vermoordde en op pad ging.

woensdag 5 december 2012

Obama's fiscale voorstel is 'niet serieus'

Vorige week kwam president Obama met zijn compromisvoorstel om tot een oplossing voor de dagende fiscale crisis te komen. Maar John Boehner, de Republikeinse voorzitter van het Huis van Afgevaardigden, noemt het voorstel 'niet serieus'.

De Republikeinen zitten in een lastig parket. Na het verlies bij de verkiezingen hebben ze een veel zwakkere onderhandelingspositie en aangezien president Obama expliciet campagne voerde voor het verhogen van de belastingen voor de rijkste Amerikanen, mogen Republikeinen nu niet kniezen dat de president vast van plan is die belofte te verzilveren. Er is over dat punt flink wat gemor binnen de Republikeinse Partij. Enkele vooraanstaande Republikeinen in het Huis en de Senaat hadden sinds de verkiezingen al laten doorschemeren dat ze het niet langer verantwoord vonden om vast te houden aan hun plechtige belofte nooit voor enige verhoging van de belastingen te stemmen.

Dat is een correcte opstelling. Belastingverhogingen zijn weliswaar in het algemeen een slechte zaak voor de economie -- en dus ronduit gevaarlijk in een wankele economische situatie als de huidige -- maar marginale aanpassingen en zelfs tariefverhogingen binnen een breed pakket aan fiscale hervormingen zijn de enige weg vooruit in het immer dieper wordende Amerikaanse fiscale moeras. De hardnekkige tegenstand onder veel vooraanstaande conservatieven, binnen en buiten de partij, tegen het zelfs maar bespreekbaar maken van maatregelen om de belastinginkomsten iets te verhogen is dan ook onverdedigbaar. De waarschuwing van een Brent Bozell, Jr., directeur van het invloedrijke Media Research Center en een belangrijke fondsenwerver voor Republikeinen, dat hij niet langer geld zal inzamelen of spenderen aan de partij als ze niet onwankelbaar vasthoudt aan de belastingbelofte, is als de zang van de Lorelei op de rivier. De partij moet er geen aandacht aan schenken.

Het probleem is dat Boehner gelijk heeft: Obama's voorstel is niet serieus. Met het voorstel gooit de president de hakken in het zand met een nog extremere linkse positie dan hij zelfs tijdens de heetste campagne-toespraken had ingenomen. Minister Geithner van Financiën gaf een schandalig amateuristische verdediging van het voorstel ten beste in het nieuwsprogramma Fox News Sunday van 3 december en Afgevaardigde Boehner liet er dan ook, tijdens dezelfde uitzending, geen spaander van heel. De broodnodige bezuinigingen bij de federale overheid zijn, zoals zo vaak in Democratische voorstellen, enorm vaag en niet-specifiek, worden uitgesmeerd over tien jaar (terwijl belastingverhogingen per direct zullen ingaan) en zijn ook nog eens kleiner uitgevallen dan een aantal nieuwe stimuleringspaketten die de president uiteraard ook zo spoedig mogelijk wil invoeren.

Maar het meest schofferende uit Obamas voorstel is dat hij wil dat het Congres alle grondwettelijke macht om mee te beslissen over verhoging van het schuldenplafond voor altijd aan de president afstaat, zodat deze dan op eigen houtje het krediet van de federale overheid kan oprekken. Een dergelijke toezegging zou een spies door het hart van het conservatieve principe van de gescheiden machten drijven en is waarschijnlijk ook nog eens ongrondwettig. Het is daarom onbespreekbaar.

Dat Boehner dus nogal lacherig over dit voorstel deed is enigszins begrijpelijk; verontwaardiging zou eigenlijk nog beter op zijn plaats zijn. Het is in ieder geval duidelijk wat de strategie van president Obama is: hij hoopt misbruik te maken van de onenigheid onder Republikeinen en zo zijn eigen zin helemaal of bijna helemaal door te drijven. Eveneens rekent hij erop dat de burgers de schuld voor een eventuele mislukking van de onderhandelingen op het bordje van de Republikeinen zullen schuiven. Er wordt dan ook al onder conservatieven gespeculeerd dat Obama eigenlijk uit is op mislukking, zodat hij dan in 2013 een hele reeks belastingverlagingen voor de middeninkomens kan voorstellen. Welke Republikein zou daartegen durven stemmen?

De opstelling van president Obama gaat voorbij aan de fiscale noodsituatie binnen de federale overheid en is alleen maar gericht op het naar zich toe trekken van zoveel mogelijk politieke macht, zowel op de korte als de lange termijn. Dat is niet alleen niet serieus, het is onverantwoord en toont aan dat Obama ongeschikt is om president te zijn. Amerika en de wereld zullen de komende vier jaar nog flink spijt krijgen van zijn onbegrijpelijke herverkiezing.

maandag 19 november 2012

Republikeinen aan zet bij 'fiscale afgrond'

Nu de verkiezingen achter de rug zijn moet de aandacht weer naar andere onderwerpen gaan. Eén van de eerste dringende zaken is de zogenaamde ‘fiscale afgrond’ waar Amerika tegen aanhikt. Op 1 januari schieten alle tarieven voor inkomstenbelasting namelijk automatisch omhoog. De huidige tarieven zijn onder George W. Bush verlaagd in een poging de economie, die na de terroristische aanvallen van 11 september 2001 in het slop was geraakt, te stimuleren. Die tariefverlaging had maar een beperkte duur. Twee jaar geleden verlengde president Obama de lagere tarieven, omdat er brede consensus was dat een belastingverhoging middenin een recessie geen goed idee was.

Gezien de zwakke economie is men het er nog steeds over eens dat de belastingen niet omhoog moeten, maar wel bestaat er nu heftige onenigheid over de vraag of Amerika’s belastingen genoeg nivelleren. De zwaarste schouders moeten immers de zwaarste lasten dragen, zo gaat het gezegde. Democraten vinden dat de allerrijksten wel wat meer kunnen betalen om zo het begrotingstekort te dichten. Republikeinen zijn het daarmee in principe wel eens, maar willen de ongelijkheid met name via het afschaffen of beperken van belastingaftrek aanpakken, terwijl Democraten vasthouden aan het verhogen van de tarieven voor de hoogste inkomensgroepen, iets wat voor Republikeinen onbespreekbaar is.

Het debat over deze onenigheid is een stuk complexer dan de simpele boodschap dat Republikeinen tegen het verhogen van belastingen voor de allerrijksten zijn. Sommige conservatieve commentatoren wijzen erop dat verzet tegen tariefverhogingen (ofwel het gewoon laten verlopen van de verlaagde tarieven voor de allerrijksten) een belangrijke uitgangspositie is in de onderhandelingen met het Witte Huis, omdat de president en zijn partij te weinig bezuinigingen op de gigantische federale bureaucratie op tafel hebben gelegd. De onderhandelingen over de ‘fiscale afgrond’ staan ook in de bredere context van onontkoombare hervormingen van de staatsfinanciën, waaronder sociale zorgprogramma’s inbegrepen zijn, in de komende tweede ambtstermijn van Barack Obama. Verder is het zeker waar dat de Democraten de opbrengst van een tariefverhoging schromelijk overdrijven. Er wordt te vaak geroepen dat een dergelijke verhoging makkelijk 800 miljard dollar binnenhaalt, een getal dat dan op onheuse wijze naast de 1,1 biljoen dollar van het “begrotingstekort” wordt geplaatst. Men zegt er dan niet bij dat het begrotingstekort jaarlijks meer dan 1 biljoen dollar bedraagt en dat de 800 miljard dollar een totaalbedrag over tien jaar is. In feite is het dus nauwelijks meer dan een druppel op de gloeiende plaat.

Toch spelen Republikeinen de Democraten volledig in de kaart door zo halsstarrig te blijven weigeren over het verhogen van belastingtarieven te praten. Als zelfs conservatieve economen menen dat een lichte verhoging van de tarieven voor de hoogste inkomens (van 35 procent nu naar 37 of 38 procent in 2013) geen noemenswaardige negatieve effecten op de economie zal hebben, dan spelen Republikeinen een hoog spel op een onhoudbare positie.

Alles in de Amerikaanse politiek komt in wezen neer op het correct spelen van het media-spel. Gegeven dat alle grote media in de VS, met uitzondering van de opinie-pagina van deWall Street Journalen de nieuwszender Fox News, op de hand van de Democraten zijn, is het de Republikeinen eraan gelegen om zo toegeeflijk als mogelijk over te komen. Dat betekent niet dat de partij principes hoeft op te geven, maar zeker in de schaduw van de recente verkiezingen, waarbij kiezers – en velen die thuisblijven – de partij als onserieus verwierpen, moeten de Republikeinen zich realiseren dat de meerderheid van de kiezers een uitblijven van een compromis op konto van de Republikeinen zullen neerschrijven. De samenvatting van de huidige Republikeinse positie is dat “de Republikeinen voor de rijken zijn”. Dat is niet waar, maar het past wel lekker makkelijk op een bumpersticker en is goed te verkopen aan de kiezers. In hoeverre de partij daar op lange termijn last van zou houden is onduidelijk (want het geheugen van de kiezer is kort), maar heeft de partij behoefte aan een dergelijk riskant spelletje blufpoker?

zaterdag 10 november 2012

De val van Petraeus

Gisteren kwam abrupt en op heel trieste manier de glorieuze carrière van David H. Petraeus ten einde. Petraeus, sinds 14 maanden het hoofd van de buitenlandse inlichtingendienst C.I.A., moest bekennen dat hij een buitenechtelijke affaire had gehad. De F.B.I. was toevallig op de affaire gestoten tijdens een crimineel onderzoek in een niet verwante zaak. Enkele dagen nadat de F.B.I. Generaal Petraeus met de feiten confronteerde bood deze zijn ontslag aan bij President Obama.

Het is jammer dat Petraeus op deze manier afscheid heeft moeten nemen, want hij had als rassoldaat een enorm belangrijke rol gespeeld in het keren van het tij voor de Amerikanen in de Irak-oorlog. In 2007 plaatste de extreem-linkse lobbygroep MoveOn.org een hatelijke advertentie tegen Petraeus in de New York Times plaatste waarin de groep een kinderachtige woordspeling op de naam van Petraeus maakte (ze noemde hem "General Betray Us" wat bijna hetzelfde klinkt als Petraeus). Desondanks won de generaal veel respect onder Amerikanen, zelfs onder tegenstanders van de oorlog. Het is tekenend voor het respect dat zelfs tegenstanders van Petraeus voor hem hadden dat President Obama, die consequent tegen de oorlog in Irak was, Petraeus in 2010 desondanks aanstelde als directeur van de C.I.A.

Het is goed dat Petraeus de consequenties heeft getrokken. In het geval van hooggeplaatste militairen of inlichtingenpersoneel is het om goede redenen regel dat buitenechtelijke affaires op geen enkele wijze kunnen worden getolereerd, omdat daarmee de veiligheid van overheidspersoneel of staatsgeheimen op het spel staan. How the mighty have fallen.

vrijdag 9 november 2012

New York Times wenst afschaffing van Republikeinse Partij

In misschien wel één van de meest stupide commentaren uit de geschiedenis van de krant -- en dat is nogal een lange lijst waartegen het moet opboksen -- analyseert de New York Times het verlies van de Republikeinse Partij. De krant sluit af met deze alinea:

If the Republican Party turns away from self-destruction, it should do so for the right reasons. America shouldn’t reform immigration because Republicans need to add slices to their shrinking loaf of Wonder Bread. It should fix immigration because the system is broken and unjust and millions of people are suffering. Republicans should embrace family values for all families, gay families, too — along with protecting reproductive rights and access to health care — because these are the right things to do for the country we’re in, not the country they imagine it to be.

Vertaling: er is alleen plaats voor de Republikeinse Partij in het nieuwe, progressieve Amerika als de partij nu eindelijk eens progressief gedachtegoed aanvaardt, zoals amnestie voor illegale immigranten, vrije abortus, en het homohuwelijk. Maar de partij die dat allemaal omarmt bestaat al. Ze heet de Democratische Partij. Als de Republikeinen dat ook allemaal zouden omarmen, zou de partij geen bestaansrecht meer hebben.

De krant heeft het probleem juist aangekaart: de Republikeinen hebben een probleem met minderheden. Maar de oplossing is niet dat de partij zich dan maar aanpast aan de ideologie van de partij waarop die minderheden deze week toevallig op hebben gestemd. Er is m.i. geen onomkeerbare trend in de richting van de Democraten. Er is wel een hoop onwetendheid en het is aan de Republikeinen om conservatief gedachtegoed ook bij minderheden aan de man te brengen. Daarin hebben Romney en de partij recentelijk schromelijk in gefaald.

Het verlies deze week was pijnlijk voor de Republikeinen, maar laten we ook niet vergeten wat een slag de Tea Party in de tussentijdse verkiezingen van 2010 aan de Democratische Congresleden in het Huis van Afgevaardigden toebrachten. Er is dus zeker geen neerwaartse trend te bespeuren en de partij is, ondanks een aantal flinke uitdagingen, is nog niet verworden tot een partij van "boze blanke mannen".

zaterdag 20 oktober 2012

Agressieve toon van Obama en Biden drijft kiezer naar Romney

Okee, het klinkt clichématig, maar het lijkt erop dat de presidentsverkiezingen van 2012 geschiedenis schrijven. Niet alleen was het de duurste campagne ooit, het was ook één van de vuilste. Zelden waren er zoveel campagnespotjes en toespraken met zoveel uit hun verband gerukte uitspraken of grove leugens over het beleid, de plannen of de persoon van de tegenstander. En dat geldt even goed voor Romney als voor Obama en hun beider teams.

Ook de debatten hebben een veel grotere invloed dan gewoon. Er is ten eerste veel meer inhoud en dat is positief. Maar ze zijn ook ongekend grof. Dat was het opvallendst tijdens het vice-presidentiële debat tussen Joe Biden en Paul Ryan. Democraten waren aanvankelijk erg opgelucht dat vice-president Biden met zijn agressieve prestatie Ryan flink in de verdediging dwong en de herinnering aan het slappe, haast narcoleptische optreden van president Obama leek te hebben uitgewist. Ook Obama vond men in zijn tweede debat een stuk overtuigender. Biden en Obama werden enthousiast tot winnaars uitgeroepen.

Maar nu de peilingen een duidelijke kentering in de richting van Romney en Ryan laten zien, voert een andere analyse de boventoon. Niemand praatte achteraf over de punten die Obama en Biden scoorden, maar wel over het feit dat velen Biden en Obama erg onbeleefd vonden. Dat is ook historisch, schreef Peggy Noonan afgelopen vrijdag in The Wall Street Journal. Daar stond de president van het machtigste land ter wereld en hij verklaarde dat de man naast hem op het podium een egoïstische gierigaard was. Zelden was er een dergelijk tastbare antipathie tussen twee kandidaten.

De misrekening die Obama en Biden hebben gemaakt is het debat in te gaan als een bokswedstrijd waarin de tegenstander moest worden overwonnen. Romney en Ryan zagen in het debat eerder een kans om kiezers voor zich te winnen. De peilingen laten zien welke benadering juist is gebleken—en dat de kiezers een beperkte tolerantie voor grofheid hebben.