zaterdag 7 mei 2016

Politiek in de VS in het tijdperk na Trump

Donald Trump in Arizona, 19 maart 2016. Foto door Gage Skidmore (CC via Flickr)
Veel Amerikanen reageerden met ongeloof op de ontwikkelingen in de voorverkiezingen van deze week. Met een monsterzege in Indiana verzekerde Donald Trump zich ervan dat de kandidatuur voor het presidentsschap hem niet meer kan ontgaan. Zijn laatste twee rivalen gooiden de handdoek in de ring, zodat de voorverkiezingen in de resterende staten nog slechts een formaliteit zijn. Zelfs als Trump niet daadwerkelijk de benodigde 1.237 gedelegeerden binnenhaalt tijdens die laatste voorverkiezingen, zal hij dichtbij genoeg komen om nog voor de aanvang van de conventie enkele zogenaamde “ongebonden gedelegeerden” (partijfunctionarissen die op de conventie naar eigen geweten mogen stemmen) over te halen hem te steunen om de chaos van een open conventie te voorkomen.

De gewaarwording dat het Trump nu daadwerkelijk is gelukt om de nominatie binnen te halen werkt als een schok in de Verenigde Staten en daarbuiten, maar met name binnen de conservatieve beweging waarvan de Republikeinse partij traditioneel de belangrijkste vertegenwordiger is. Trump is een noviteit in de Amerikaanse politiek en hij heeft al menig politieke wetmatigheid met voeten getreden. Maar de kans dat de vastgoedmagnaat ook in november de politieke zwaartekracht kan negeren is zo goed als nihil. Een ruime meerderheid van de Amerikanen gruwelt van Trump. Van de talloze opiniepeilingen over de vraag of Amerikanen liever Donald Trump of Hillary Clinton als president zien wint Trump er bijna geen. Trouwe conservatieve journalisten en academici, die al jaren argumenteren dat Hillary zich schuldig heeft gemaakt aan grove schendingen van de wet, concluderen nu openlijk dat Clinton de mindere van twee kwaden blijkt te zijn, en dat is een aardverschuiving in de Amerikaanse politiek.

Republikeinen moeten nu in het reine komen met twee welhaast onontkoombare feiten. Ten eerste is het nu zo goed als zeker dat Hillary Clinton in november de presidentsverkiezingen wint. Bijna alle peilingen wijzen uit dat Trump zelfs doorgaans veilige conservatieve staten aan Clinton zal verliezen. Vergeet het analytische geneuzel over “swing states” en het “Electorale College”. Hillary Clinton stevent af op een dramatische overwinning met wellicht meer dan veertig staten in haar kolom. De voorstelling dat Trump tussen nu en de verkiezingen iets aan zijn imago kan veranderen lijkt me irreëel. Ook de hoop dat er voor die tijd nog een dramatische wending komt in één van de onderzoeken naar Hillary’s mogelijke ambtsmisbruik tijdens haar tijd als minister is volgens mij niet realistisch. Hoewel het voor deze auteur als een paal boven water vaststaat dat ze wel degelijk de wet op schandalige wijze aan haar laars heeft gelapt – en dat de staatsveiligheid door haar gebruik van een onbeveiligde privéserver ernstig in gevaar was – leidt een realistische inschatting van de omstandigheden enkel tot de conclusie dat vervolging van Clinton onwaarschijnlijk is. Voor vervolging in zulke zaken ligt de bewijslast erg hoog en de regering-Obama zal zeker huiveren om de zeer gevoelige documenten die nodig zijn voor een vervolging als bewijsmateriaal in te dienen. Ook de politieke afweging dat een vervolging van Obama’s beoogde opvolgster niet in het belang van de partij is speelt niet alleen maar op de achtergrond mee.

Het tweede akelige feit is dat met de winst van Trump de Republikeinse partij in duigen ligt. Er ontstaan nu al scheuren tussen een groep die, met variërende maten van tegenzin, oproept tot een eensgezind steunen van de kandidaat enerzijds, en een groeiend aantal principiële conservatieven die zweren nooit voor Trump te zullen stemmen. Een dergelijke fundamentele splitsing moet binnen afzienbare tijd wel leiden tot een daadwerkelijke scheuring van de partij.

Heel concreet is de angst nu ook al groot dat de conservatief-liberale beweging ook in het Congres flink in haar hemd komt te staan. De afkeer van Trump is zo groot dat veel Republikeinse senatoren en afgevaardigden moeten rekenen op ongekende tegenwind. De naam Trump zal ook hen besmetten met dezelfde drek. Robert Tracinski schrijft in het conservative opinieblad The Federalist dat Amerika nu direct een derde partij nodig heeft waar bezwaarde Republikeinen naar toe kunnen vluchten om conservatief gedachtegoed tegen de besmeurende invloed van Trump te beschermen en – niet minder belangrijk – kandidaten een kans te geven zich van de presidentskandidaat te distantiëren.

Hoe reëel zulke plannen zijn valt te bezien. Hoewel Tracinski benadrukt dat Republikeinen nog zes maanden de tijd hebben om zich in een andere partij te organiseren, zal het moeilijk zijn om alle juridische papierwinkel voor oprichting van zo’n partij en voor het melden van de kandidatuur van eventuele politici van de partij op tijd in te dienen. Ook zullen bestaande kleine partijen, zoals de aan de conservatieven geliëerde libertairen, niet blij zijn met de oproep om een nieuw avontuur te beginnen, in plaats van aansluiting bij hen te zoeken.
Aan de andere kant bestaat er binnen de conservatief-liberale intelligentsia wel degelijk draagvlak voor een nieuwe partij. Vooraanstaande journalisten van conservatieve publicaties zoals National Review, The Weekly Standard en de reeds genoemde The Federalist, alsmede een steeds indrukwekkendere lijst conservatieve columnisten en academici geven openlijk te kennen tot de #NeverTrump-beweging te behoren en alternatieven te zoeken.

Hoe de toekomst van de Amerikaanse politiek eruit ziet is niet te voorspellen. De invloed van de regering-Clinton in de komende vier of acht jaar op het politieke en culturele klimaat van Amerika zal zeker niet voeren tot het helen van politieke wonden. De verbeten zoektocht naar een nieuwe politieke identiteit aan Democratische kant zorgt voor veel instabiliteit en dat proces zal ook na de verkiezing van Hillary in november niet zijn afgesloten. Het enorme enthousiasme voor haar rivaal Bernie Sanders, die als zeer goede tweede uit de Democratische voorverkiezingen naar voren is gekomen, betekent dat de aantrekkingskracht naar een meer Europees aandoend sociaal-democratisch model flink aan het groeien is.

Zolang beide partijen zich in flux bevinden is er echter nog weinig zinnigs te zeggen over de richting van de Amerikaanse politiek. Ontwikkelingen in beide partijen hebben indirect invloed op ontwikkelingen in de andere partij, aangezien de woede die momenteel leidt tot de wilde sprongen van zowel Democratische als Republikeinse kiezers met name voortkomt uit onvrede over de manier waarop de leiders van beide partijen het politieke gevecht met de tegenpartij aangaan. Amerikaanse kiezers willen een actievere, daadkrachtigere overheid om echte en vermeende maatschappelijke problemen op te lossen. De politieke impasse in Washington veroorzaakt steeds meer onvrede. Was deze onvrede eerst op de tegenpartij gericht, in 2016 beginnen steeds meer kiezers hun pijlen te richten op de leiding van ‘hun’ partij, die ze betichten van slappe compromissen en zelfs heimelijk heulen met de tegenpartij.


Dat is een ongezonde, enigszins neurotische politieke instelling, omdat het de drijfveren van partijleiders te veel versimpelt en zich geen rekenschap geeft van de vele politieke belangen die meespelen bij de keuzes van individuele politici, van overheidsfunctionarissen, en van partijen als collectief. Het groeiende ongeduld van kiezers met een “politieke klasse” of, zoals men het hier neerbuigend noemt, het “establishment”, dat in de ogen van velen alleen maar bezig is met zelfverrijking, drijft het politieke klimaat naar het kookpunt. Het lijkt er dan ook op dat de verhoudingen in rap tempo zullen veranderen, maar het zal in de nabije toekomst zeker niet leiden tot meer samenwerking tussen de grote machtsblokken in de Amerikaanse politiek. Die strijd hangt nu al als een donkere wolk boven het aankomende presidentschap van de eerste vrouwelijke president van Amerika en het zal zeker de aankomende jaren een zeer zware schaduw over alle beleidsvoorstellen van Hillary Clinton werpen.

dinsdag 12 april 2016

Obama, Hillary en staatsveiligheid

Wie zich afvraagt waar de berichtgeving over het lopende criminele vooronderzoek naar voormalige First Lady Hillary Clinton blijft, kreeg afgelopen zondag een portie nieuws uit onverwachte hoek: van president Obama op de conservatieve nieuwszender FOX News.

President Obama gaf een interview aan Chris Wallace van het actualiteitenprogramma FOX News Sunday. Het was het eerste interview van de president voor FOX: het is bekend dat Barack Obama bepaald geen vriend is van de zender die al jaren erg kritisch is op de president. Wallace, een zeer gerespecteerde veteraan van de politieke journalistiek (en zoon van de legendarische Mike Wallace), maakte er een zeer amicaal en bekijkenswaardig interview van. Uiteraard stelde hij de president enkele pittige inhoudelijke vragen, maar slaagde er ook in een zeer menselijke kant van Barack Obama te laten zien.

Dit soort interviews is over het algemeen eerder bedoeld om de ijdelheid van beide partijen te strelen: tv-zenders profiteren van de verhoogde kijkcijfers voor interviews met beroemdheden, terwijl de president gratis media-aandacht krijgt. Meneer Obama kwam extra presidentieel over door zich met een vriendelijk gezicht in het hol van de leeuw te wagen.

Wat in het interview de meeste aandacht trekt zijn de uitspraken van de president over zijn voormalige minister van buitenlandse zaken, Hillary Clinton. Wallace vroeg Obama op de man af of het niet erg problematisch is dat er door de FBI meer dan tweeduizend e-mails van Hillary zijn gevonden die topgeheime informatie bevatten, waarvan er 22 zo gevoelig zijn dat ze zelfs geredigeerd niet kunnen worden vrijgegeven. Het antwoord van de president sprak boekdelen. “Hillary Clinton was een uitstekende minister en ze zou nooit expres de veiligheid van het land in gevaar brengen” (nadruk toegevoegd).

Terecht wijzen Republikeinse critici op die uitspraak als een impliciete schuldigverklaring van Hillary Clinton. Immers,  Obama geeft toe dat de curieuze en zeer ongebruikelijke procedures die Hillary Clinton gebruikte om over staatsaangelegenheden te communiceren wel degelijk de veiligheid en de belangen van de Verenigde Staten hebben geschaad. Daarover bestaat volgens mij ook geen onenigheid meer. Experts zijn het erover eens dat de privéserver die zij voor haar e-mails gebruikte niet  afdoende was beveiligd en geëncrypteerd. Buitenlandse inlichtingendiensten hebben ongetwijfeld de server gehackt en kregen zo toegang tot topgeheime informatie, waarover Clinton via die server communiceerde, inclusief de 22 e-mails met kritieke informatie.

De bewering van Hillary Clinton en haar supporters, dat het hier alleen gaat om kleine procedurele foutjes, is onwaar. De publiek beschikbare informatie over de zaak toont aan dat Clinton verschillende wetten heeft overtreden (voor de preciezen: het gaat om 18 USC 1924 en USC 793(f)(1)-(2)). De vraag is alleen of de zaak juridisch sluitend kan worden gemaakt. Juristen die ervaring hebben met de wetten rond staatsveiligheid geloven dat er een heleboel bewijsmateriaal tegen haar pleit, maar tegelijk waarschuwen ze dat de wet de bewijslast erg hoog legt voor strafrechtelijke vervolging. Daarover moet uiteindelijk de minister van justitie een beslissing nemen.

Wat president Obama over dat onderwerp tegen Chris Wallace zei is weinig bevredigend. Braaf herhaalde hij het cliché dat het ongepast is als een president met zijn minister van justitie of met de FBI-directeur praat over lopende strafrechtelijke onderzoeken en dat hij alle vertrouwen heeft in de onpartijdigheid van het ministerie. Dat is volkomen ongeloofwaardig in het licht van een lange reeks politiek beladen schandalen binnen het ministerie (zoals de New Black Panther-affaire, Fast and Furious, Lois Lerner). Daarnaast doen uitgelekte verhalen vanuit het FBI-team dat Clinton onderzoekt vermoeden dat er binnen de FBI wel degelijk zware druk is om de zaak in de doofpot te stoppen. Die druk kan alleen maar politiek zijn. President Obama, wiens directe adviseurs ook deelnamen aan de uitwisseling van emails over ’s lands belangen via de onbeveiligde server van Clinton, heeft er geen belang bij als de zaak in het openbaar ruchtbaarheid krijgt.

Te vrezen valt dan ook dat de zaak uiteindelijk inderdaad in de doofpot verdwijnt. Onder het mom van zorgvuldigheid kan het onderzoek zonder al te veel problemen tot na de verkiezingen in november worden getraineerd. De kans op een zege door Hillary is dankzij de wanstaltige taferelen bij de Republikeinen tamelijk groot, zodat president Obama hoopt het uiteindelijk smoren van het onderzoek aan president Hillary te kunnen overlaten.

Als dat gebeurt is Amerika officieel afgegleden tot het niveau van een verachtelijke bananenrepubliek.

donderdag 7 april 2016

De onzichtbare hand tegen Trump

Donald Trump tijdens een campagnebijeenkomst in Arizona, 19 maart 2016. Foto door Gage Skidmore (CC via Flickr)
Na de winst van Senator Ted Cruz in de voorverkiezingen in Wisconsin krijgen veel anti-Trump-Republikeinen weer hoop. Hoewel het aantal gedelegeerden dat door de kiezers in Wisconsin wordt toegewezen relatief beperkt is, betekent de winst van Cruz dat Trump praktisch gezien niet meer de benodigde 1.237 gedelegeerden kan verzamelen om tijdens de partijconventie in Cleveland, aanstaande juli, de nominatie voor de partij direct op te eisen.

Dat Trump het in Wisconsin tegen Cruz moest afleggen toont eens te meer aan dat er voor de miljardair een reëel plafond is waarboven zijn steun niet kan uitstijgen. Trump lijkt een harde kern van ongeveer 30 - 35 procent van de Republikeinse kiezers achter zich te hebben, maar de rest van de partij gruwelt van hem. Enkele recente mediacontroverses van Trump en zijn campagne lijken het aantal “meelopers” onder de Trump-supporters enigszins te hebben uitgedund. Daar heeft vooral Ted Cruz profijt bij.

Dat alles betekent dat de Republikeinen in juli hun conventie beginnen met een onbesliste voorverkiezingsrace zodat de gedelegeerden, waarschijnlijk in meerdere stemronden, een partijkandidaat moeten aanwijzen. Onder de huidige regels zijn gedelegeerden verplicht in de eerste stemronde te stemmen voor de kandidaat waaraan zij als gevolg van de voorverkiezingen in hun respectievelijke staten zijn toegewezen. Maar de meeste gedelegeerden op de conventie zijn bij een onbeslist resultaat van die stemming (d.w.z. als er niemand 50 procent + 1 stem behaalt) in volgende stemrondes vrij om zelf te kiezen wie zij willen steunen, zelfs voor iemand die momenteel nog geen kandidaat is. In de wandelgangen wordt steeds vaker gesuggereerd dat de partijleiding Afgevaardigde Paul Ryan, de huidige voorzitter van het Huis van Afgevaardigden, wil bewegen zich op de conventie kandidaat te stellen. De kans dat Paul Ryan dat daadwerkelijk wil is uiterst klein.

Het ligt eerder voor de hand dat Ted Cruz uiteindelijk de compromiskandidaat wordt. Hoewel Cruz veel vijanden binnen de partij heeft, maken veel van zijn critici nu gemene zaak met zijn campagne uit angst voor een desastreuze Trumpkandidatuur. Maar de kansen voor Cruz zijn ook goed, omdat hij achter de coulissen een gewiekste “secundaire campagne” heeft gevoerd die lijkt te leiden tot een stuk onzichtbare steun voor de senator uit Texas die hem op de partijconventie van pas kan komen.

Omdat de beslissing uiteindelijk niet door de kiezers in de staten maar door de gedelegeerden op de conventie zal worden genomen, heeft Cruz veel geïnvesteerd in het paaien van de mensen die deze lente daadwerkelijk aangewezen worden namens de partijafdeling van de staat naar Cleveland af te reizen. Ook zijn veel van die gedelegeerden gevestigde partijleden die er baat bij hebben Trump te stoppen. Zodra zij na de eerste ronde van hun verplichting zijn ontheven voor de toegewezen kandidaat te stemmen, zouden veel van hen hun steun wel eens naar Cruz kunnen verschuiven. Een overwinning van Cruz in een tweede stemronde door de gedelegeerden op de conventie is niet uitgesloten.

Dankzij deze onzichtbare hand achter de dynamiek van de voorverkiezingen blijft de nominatie van Donald Trump ondanks de sensationele krantenkoppen uiterst onwaarschijnlijk. Of Republikeinen blij moeten zijn met het vooruitzicht de naam Ted Cruz namens hen op het stembiljet te zien prijken valt nog zeer te bezien, aangezien veel Amerikanen een negatief beeld van hem hebben. Toch zijn de electorale kansen van Cruz vele malen beter dan die van Trump. Het blijft momenteel onduidelijk hoeveel Republikeinse stemmen een kandidaat Cruz zou kwijtraken als gevolg van gebelgde Trump-supporters die weigeren een andere kandidaat te steunen, of als Trump zou besluiten als onafhankelijke kandidaat de race tegen Cruz en Hillary Clinton in te stappen, hetgeen tot stemmenverlies bij de Republikeinen zou leiden.
                                                                                 
In ieder geval zou zo’n scenario de toekomst van de Republikeinse partij veilig stellen, iets waarover veel Republikeinen zich momenteel terecht ernstig zorgen maken. De “Never Trump”-beweging is weliswaar klein, maar is niettemin groot genoeg om de partij in geval Trump de kandidaat wordt te splijten. Dat anti-Trumpers in november thuisblijven is het doembeeld van veel conservatief-liberale Amerikanen, want het zou de Republikeinse partij voor langere tijd van de politieke kaart vegen en zou betekenen dat Amerika in rap tempo een de facto één-partijenstaat onder leiding van de Democraten wordt. Dat zou erg ongezond zijn voor de democratische grondrechten in het land.

Het blijft nog steeds onmogelijk om echt iets zinnigs te zeggen over de uitkomst van de presidentsverkiezingen in november, maar de kansen van Hillary Clinton stijgen duidelijk gestaag. Hoe langer de crisis bij de Republikeinen aanhoudt, des te slechter wordt het imago van de partij onder de doorsneekiezers. De voortdurende kandidatuur van Kasich – de nummer drie op grote afstand – verlengt de crisis kunstmatig, omdat Cruz daardoor geen ruim baan krijgt om steun van de anti-Trump-kiezers te vergaren. Maar er zijn twee belangrijke redenen, waarom Kasich tot aan de conventie wil volhouden. Ten eerste hoopt hij op een betwiste conventie nog een kans te maken om de nominatie in de wacht te slepen, zodra de kandidatuur van Trump door een tekort aan steun in een eerste stemronde in duigen valt. Ten tweede is Kasich een wet in zijn thuisstaat Ohio indachtig die voorschrijft dat de gedelegeerden die hij in de voorverkiezingen in die staat heeft gewonnen aan de nummer twee van die race worden vergeven als hij uit de race zou stappen: dat is Donald Trump. Een voortijdig stoppen door Kasich zou Trump dus onbedoeld over de drempel kunnen helpen. Het is dus voor de anti-Trump-beweging van belang dat Kasich doorgaat.

Aangezien ook Hillary Clinton nog in de schaduw van een nog broeiend schandaal opereert en de Sanders-campagne zich zeker na de groeiende reeks overwinningen (inclusief in Wisconsin deze week) ook niet zomaar gewonnen geeft, blijft het politieke spel nog erg spannend en kan er zeker nog niet in zekerheden worden gesproken over de uitkomst van het spel.

zaterdag 2 april 2016

Campagnemanager Trump gearresteerd voor mishandeling

Illustratie: DonkeyHotey (Flickr, CC)
Afgelopen dinsdag is Corey Lewandowski, de manager van Donald Trumps presidentiële campagne gearresteerd voor mishandeling. Dat is natuurlijk groot nieuws. Dat het kleine akkefietje tussen Lewandowski en een journaliste van een bevriende nieuwswebsite niet in der minne is opgelost en in de strafrechtelijke vervolging van Lewandowski is uitgemond ligt voornamelijk aan Donald Trump en zijn betreurenswaardige manier van managen.

Vorige maand trad Lewandowski iets te hardhandig op tegen de journaliste in kwestie, Michelle Fields van Breitbart.com, een tamelijk controversiële conservatieve nieuwswebsite die tot dusver de kandidatuur van Donald Trump vierkant steunt. In het gedrang na een persconferentie van Trump sprong Lewandowski tussen de weglopende Trump en mevrouw Fields, greep haar bij de arm en trok haar bij zijn baas weg. Fields was boos en toonde kort daarna op Twitter een flinke blauwe plek op haar arm waar Lewandowski haar gepakt had.

Het trieste aan de zaak is dat Fields aangaf dat wat haar betrof met welgemeende excuses van Lewandowski de kous af was. Niets aan de hand, zou je zeggen. Foutje, kan gebeuren. Er gebeurden toen twee dingen. Ten eerste kregen Fields en al haar collega’s bij Breitbart.com van haar baas een doofpotcommando: niemand mocht er nog verder over praten. Dat er van hogerhand geen greintje medeleven kwam en, sterker nog, dat Fields geacht werd de zaak maar te slikken schoot haar in het verkeerde keelgat. Al borrelende onenigheid binnen Breitbart.com over het zwalkende bestuur door de nieuwe directie sinds de dood van oprichter Andrew Breitbart en de tanende kwaliteit van de website kwam naar de oppervlakte: Fields en een flinke groep verontruste journalisten namen pardoes ontslag.

Het tweede feit is nog verbazingwekkender: zowel Lewandowski als Donald Trump zelf beweerden bij hoog en laag dat Fields het voorval had verzonnen en bleven dit volhouden, zelfs nadat er meerdere video-opnamen opdoken die de beschuldigingen van Fields bewezen. Lewandowski beweerde haar nooit te hebben ontmoet. Trump beweert tot vandaag dat de videobeelden de onschuld van Lewandowski aantonen. Na een aantal weken van stijgende verontwaardiging heeft Fields uiteindelijk aangifte gedaan en na het zien van de videobeelden en het horen van getuigen – er stonden immers grote drommen journalisten van allerlei media bij – besloot de politie in het stadje Jupiter in Florida meneer Lewandowski op het bureau uit te nodigen, waar hij werd gearresteerd en in staat van beschuldiging gesteld.

Het had allemaal niet gehoeven, vooral omdat Lewandowski een volledig betekenisloze persoon is. Als campagnemanager heeft hij geen echte taak: Trump runt namelijk zijn eigen campagne, met verbazend veel succes. Donald Trump had Lewandowski dus eenvoudig als een baksteen kunnen laten vallen, en in plaats daarvan blijft hij hem verdedigen als een eerbaar persoon. Trump kijkt recht in de camera en liegt dat het gedrukt is, zo nodig in een split screen met de videobeelden die zijn leugens ontkrachten.

Trump heeft zijn eigen theorieën over media en politiek en hij gelooft dat alle publiciteit, ook slechte publiciteit, hem ten goede komt. Daarin vergist hij zich. Het is waar dat hij koploper binnen de partij is en dat zijn echte fans alles wat hij zegt, ook over deze affaire, voor zoete koek slikken. In die zin is zijn campagne eerder een persoonlijkheidscultus. Maar zijn draagvlak onder Republikeinen is beperkt en de #NeverTrump-beweging – de naam voor verontruste Republikeinen die weigeren Trump in november bij de stembus te steunen – groeit. Aan de marges begint zijn steun dankzij deze en de groeiende reeks andere affaires te ontrafelen.

Het is ontluisterend dat zoveel Amerikanen (we hebben het over een paar miljoen mensen) steun geven aan de openlijke charlatan Trump. Een goed deel van de kiezers doet dat uit pragmatische redenen: ze zien Trump als de nuttige sloophamer waarmee de Republikeinse partij kan worden vernietigd of tot ideologische zuivering (d.w.z. verrechtsing) kan worden gedwongen. Daaronder zijn zowel boze Republikeinse kiezers als opportunistische Democraten. Maar er zijn ook vele true believers die geloven dat Trump de prangende problemen van het moment kan oplossen door zijn geniale leiderschapsstijl.

Zulke mensen zijn blind voor het feit dat Trump een belabberd leider is wiens success in eerste instantie te danken is aan het toeval van het moment, omdat hij een groep woedende kiezers heeft aangeboord. Maar het verkneukelend genoegen van de media over het spektakel dat Trump levert draagt ook bij aan zijn voortbestaan als presidentskandidaat: hoe langer hij in het spotlicht blijft staan, des te beter zijn hun kijkcijfers. En dat het succes van Trump de kansen van hun voorkeurskandidaat – Hillary Clinton – vergroot, zullen zij ook niet erg vinden.

woensdag 23 maart 2016

Presidentsverkiezingen 2016 blijven onvoorspelbaar

Illustratie: DonkeyHotey (Flickr, CC)
Ondanks het feit dat het veld kandidaten intussen drastisch is teruggebracht tot vijf personen (twee Democraten en drie Republikeinen), blijven voorspellingen over de uitkomst van de presidentsverkiezingen in november volledig onmogelijk.

Aan Democratische kant is intussen duidelijk dat Hillary Clinton de uiteindelijke kandidaat voor haar partij zal worden, aangezien Senator Bernie Sanders haar aantal gedelegeerden niet meer kan evenaren. Bij de “Grand Old Party” - de bijnaam voor de Republikeinen – blijft er onzekerheid vanwege de heftige afkeer van grote groepen Republikeinen jegens de koploper, miljardair en reality-tv-ster Donald Trump. Het uitblijven van een georganiseerd tegenantwoord op Trump binnen de partij zorgt ervoor dat Trump de voorverkiezingen blijft domineren en verder kan gaan met het vergaren van het grootste aantal gedelegeerden voor de Republikeinse partijconventie die in juli in Cleveland (Ohio) zal plaatsvinden.

Wie de uiteindelijke Republikeinse kandidaat is ondanks die duidelijke winst van Trump in veel staten nog helemaal niet duidelijk, omdat Trump zeer waarschijnlijk niet de drempel van 1.237 gedelegeerden zal halen. Volgens het partijregelement kan een kandidaat niet genomineerd worden met steun van minder gedelegeerden. Dat betekent dat er op de conventie meerdere stemrondes zullen plaatsvinden, waarbij gedelegeerden tussen de stemrondes uiteraard flink gepaaid worden door andere kandidaten in de hoop dat zij, na de eerste ronde bevrijd van hun verplichte steun aan de toegewezen kandidaat, hun steun naar een ander verschuiven. Dat kunnen in principe ook personen zijn die niet aan de voorverkiezingen hebben deelgenomen, of die al vroeg zijn afgehaakt. Het is met die dynamiek in het achterhoofd dat John Kasich, de gouverneur van Ohio die totnogtoe enkel in zijn thuisstaat kon winnen, nog in de race blijft: hij hoopt in juli in Cleveland in de tweede stemronde steun te kunnen winnen die groter is dan zijn uiteindelijk vergaarde aantal gedelegeerden.

In de tussentijd betekent de aanwezigheid van Kasich echter dat de anti-Trumpstemmen gesplitst worden, hetgeen in het voordeel van Trump is. Er wordt met de dag luider geroepen dat Kasich zijn campagne moet staken om de nummer twee, Senator Ted Cruz, een degelijke kans te geven om in de buurt van Trump te komen en hem zo het argument te ontnemen dat hij bij een relatief klein tekort aan gedelegeerden toch recht zou hebben op de nominatie.

Duidelijk is in ieder geval dat een nominatie van Donald Trump niet kan leiden tot zijn presidentsschap: alle peilingen wijzen uit dat hij van Hillary Clinton op beschamende wijze zou verliezen. Sommige analisten, die de demografische samenstelling van individuele staten goed hebben bekeken, beweren zelfs dat Clinton met minimaal 400 kiesmannen in het Electorale College een monsterzege uit de bus zou kunnen slepen. Daarnaast vrezen veel Republikeinse afgevaardigden en senatoren die in november op hetzelfde stembiljet als Trump staan dat zij het slachtoffer zullen worden van de anti-Trumpsentimenten in Amerika. Een president Hillary Clinton zou onder die omstandigheden zonder twijfel kunnen rekenen op een Democratische Senaat en het is zelfs mogelijk dat haar partij ook een meerderheid in het Huis van Afgevaardigden zou boeken. Daarmee zou ze nagenoeg vrij spel krijgen om het beleid van Barack Obama voort te zetten.

Ook voor de Republikeinse partij zien de gevolgen van een Trump-kandidatuur er niet erg rooskleurig uit. De nu al broeiende revolte zou tot uitbarsten kunnen komen. Onder erg ongunstige omstandigheden zou er een serieuze splitsing kunnen ontstaan, met de opkomst van een nieuwe conservatief-liberale partij, met als gevolg dat Democraten voor meerdere jaren gegarandeerd het Witte Huis kunnen bewonen, zolang de oppositie tussen twee partijen verdeeld blijft.

Aan de andere kant blijven Republikeinen nog hopen op spoedig nieuws vanuit het Ministerie van Justitie, dat al maanden het FBI-onderzoek tegen Hillary Clinton (voor het schenden van de wet op de staatsgeheimen) traineert in een poging Clinton zo over de verkiezingsdatum in november te helpen. Of het uitblijven van rechtsvervolging van Clinton politiek gezien veel beter is voor haar is te betwijfelen; toch kan ze in ieder geval rekenen op de steun van de belangrijkste media, die tot dusver weinig aandacht geven aan het FBI-onderzoek (of de parlementaire enquête onder leiding van Republikeins Afgevaardigde Trey Gowdy). Ondanks die radiostilte is het moeilijk voor te stellen dat de Republikeinse partij of aan de partij geliëerde belangenorganisaties in de zomer en herfst geen geld zullen besteden aan reclamespotjes om de aantijgingen jegens Clinton grotere ruchtbaarheid te geven. Als een andere kandidaat dan Trump tegenover Hillary op het kiesbiljet staat, is het heel goed mogelijk dat Clinton juist flink verliest.

Er zijn momenteel echter te veel plausibele scenario’s mogelijk die allemaal tot radicaal andere gevolgen leiden. Alle oude statistische modellen zijn dit verkiezingsjaar al volledig nutteloos gebleken, dus het zou waanzin zijn om in maart van het jaar al zinnige uitspraken te doen over de kansen van de twee partijen in november.


Het is duidelijk dat Amerikaanse kiezers boos zijn – een vaststelling die weinig heel laat van de bewering van de Democraten dat het land tevreden is over het beleid van president Obama – maar er zijn verschillende uitlaatkleppen voor die woede. De nu tanende kandidatuur van Bernie Sanders toont een heftige ontevredenheid onder jonge Democraten over Hillary Clinton (die zij te zwak, te gematigd, te oud en/of te leugenachtig vinden). Aan de andere kant verzamelt Donald Trump een harde maar zeer diverse kern boze burgers achter zich, waaronder zeker ook een percentage Democratische kiezers die Sanders juist weer te radicaal vinden, maar die Clinton niet vertrouwen. Voor veel Trump-supporters is zijn beleidsprogram niet belangrijk: zij zijn alleen maar geïnteresseerd in afbraak van “het systeem” en een protest tegen “het establishment”, wat dat ook moge betekenen. Een dergelijke emotionele stemming, die willens en wetens gespeend is van rationele overwegingen, maakt het voorspellen van de uitkomst van de verkiezingen onmogelijk.

dinsdag 22 maart 2016

Waarom Republikeinen de nieuwe opperrechter blokkeren

Enkele weken na de dood van de conservatieve opperrechter Antonin Scalia vorige maand heeft president Obama de voorzitter van het appèlhof in Washington, D.C. voorgedragen om de zetel van Scalia aan het Hooggerechtshof over te nemen. De media berichten dat de man in kwestie, de 63-jarige Merrick Garland, een gematigde en zeer gerespecteerde jurist is en bij lange na geen extreem-linkse activist. Er is dan ook weinig begrip voor de herhaalde aankondigingen van Republikeinen in de Senaat dat rechter Garland niet kan rekenen op bevestiging in zijn ambt door de Senaat, of zelfs maar dat de Senaat hoorzittingen zal houden over zijn benoeming.

De harde houding van de Republikeinen is echter volledig verklaarbaar en de aantijgingen van Democraten dat de Republikeinen hun grondwettelijke plicht verzaken door Garland niet te bevestigen is onzin. De reden die Mitch McConnell, de fractievoorzitter van de Republikeinen in de Senaat, en andere vooraanstaande Republikeinen aanvoeren voor het weigeren hoorzittingen over de benoeming te houden is echter het verkeerde argument en zal de doorsnee-Amerikaan bevreemden.

McConnell hamert erop dat het een goede traditie is geen nieuwe opperrechters te benoemen in het laatste jaar van een president om zo de kiezer de kans te geven aan de stembus de richting van het Hooggerechtshof mee te helpen bestemmen. Ik denk dat de partij veel directer mag zeggen dat rechter Merrick Garland niet geschikt is om benoemd te worden.

De voorstelling dat Garland gematigd is (zie bijvoorbeeld dit artikel van Lincoln Caplan in The New Yorker), is namelijk flink bezijden de waarheid. Hoewel hij ongetwijfeld een fijne en collegiale vent is, is zijn houding ten opzicht van de Grondwet grofweg die van de moderne radicale stroming in de Amerikaanse rechten, namelijk dat de Grondwet kan betekenen wat elke individuele rechter meent dat ze betekent, zoals Kevin D. Williamson schrijft op de website van National Review. Deze stroming, die van de zogenaamde “Levende Grondwet”, doet sinds de jaren zeventig flink opgeld aan Amerikaanse rechtenfaculteiten en is sindsdien gaandweg ook invloedrijk geworden binnen de gerechtshoven van het land. Het is een anti-rationele theorie waartegen wijlen rechter Scalia zijn gehele carrière vocht. Immers, als de tekst van een wet niet betekent wat er staat, dan heeft de samenleving geen gevestigde spelregels meer en valt ze ten prooi aan de willekeur van de rechters.

Dankzij de Levende Grondwet is het Hooggerechtshof en de jurisprudentie in de Verenigde Staten de afgelopen veertig jaar flink in de richting van linkse en sociaal-democratische politieke standpunten opgeschoven - ofschoon rechtspraak in principe apolitiek zou moeten zijn. Ondanks het gekrakeel van linkse opiniejournalisten dat het hof door steeds rechtsere opperrechters zoals Scalia zou worden gedomineerd, vallen veel van de ideologisch gekleurde zaken regelmatig in het voordeel van linkse politieke groepen uit. Daaronder vallen met name zaken over zog. sociaal beleid, zoals abortus en homorechten: zowel het recht op abortus als het homohuwelijk zijn in de VS ingevoerd via een dictaat van een linkse meerderheid aan het Hooggerechtshof en niet via wetswijzigingen in het Congres. Daarmee scoort Amerika een flink aantal anti-democratische strafpunten in vergelijking met andere Westerse landen die zulke zaken wel via de parlementaire weg hebben geregeld. Dat er in de VS over zulke onderwerpen een extra bittere maatschappelijke onrust bestaat mag dan ook niet verwonderen.

De voorstelling dat rechter Garland “gematigder” zou zijn dan andere linkse juristen is een fabeltje. Ongetwijfeld heeft hij zich als vooraanstaand rechter minder nadrukkelijk geuit over zaken op het ideologische wensenlijstje van progressief Amerika dan wellicht andere Amerikaanse juristen, maar er bestaan in de Amerikaanse politiek – en daarmee ook in de rechterlijke macht – slechts twee ideologische standpunten: progressief/links en conservatief/liberaal. (Het Engelse woord liberal betekent in de VS tegenwoordig verwarrend genoeg links-progressief.) Die binaire dynamiek wordt binnen een juridische context nog eens versterkt, omdat appèlhoven in wezen alleen “ja” of “nee” zeggen: óf de aanklager wint, óf de gedaagde. In constitutionele zaken betekent dat meestal dat de overheid of één van haar instanties tegenover een burger, bedrijf of maatschappelijke groep staat. De recente geschiedenis leert dat opperrechters op heel voorspelbare wijze hun besluit hetzij in het voordeel, hetzij in het nadeel van de regerende partij maken.

Mitch McConnell en de Republikeinen zouden er goed aan doen duidelijk te maken dat Garland ongeschikt is voor het Hooggerechtshof, omdat hij niet voldoet aan de belangrijkste eis voor dat ambt: onpartijdigheid. De Levende Grondwet staat immers op zwaar gespannen voet met dat juridische principe. De kans dat Obama een constitutioneel trouwe rechter benoemt is nihil en dus mag gerust worden aangenomen dat de Senaat voor november geen stappen zal willen ondernemen over het bevestigen van door president Obama benoemde rechters. En dat is hun goed recht, want de Grondwet eist alleen maar dat de Senaat de president zijn mening meedeelt over de geschiktheid van een kandidaat. Die plicht is intussen voldoende vervuld en de discussie over Garland mag genoeglijk worden afgesloten.

woensdag 3 februari 2016

Iowa schudt verkiezingen enigszins op

Afgelopen maandag vonden de eerste echte voorverkiezingen in de Verenigde Staten plaats, de eerste stap in het lange proces waarmee Amerikanen hun president kiezen. De hysterie was in 2015 al flink gestegen, gevoed door een toenemende vijandigheid tussen Republikeinen en Democraten, een sensatiebeluste media die elke publieke onenigheid tussen president en oppositie als catastrofale crisis presenteerde, een splitsing van beide politieke partijen in onverenigbare kampen die zich achter verschillende presidentskandidaten schaarden en Donald Trump. Maar tot maandag waren er enkel opiniepeilingen – in overdaad – als graadmeter voor de mening van de kiezers.

Het belang van de uitslagen van de voorverkiezingen in Iowa kan makkelijk overdreven worden. In werkelijkheid is Iowa relatief klein en kandidaten kunnen er weinig gedelegeerden verzamelen voor op de uiteindelijke partijconventie, vooral omdat het systeem in Iowa (caucuses) alleen op indirecte wijze gedelegeerden toewijst (namelijk via regionale partijconventies waar gedelegeerden naar de staatspartijconventie worden gekozen die op hun beurt pas de gedelegeerden voor de nationale conventie kiezen). Daarnaast zijn er andere regio’s die vol zitten met andere kiezers die andere voorkeuren hebben. Desondanks veroorzaakten de uitslagen van Iowa een kleine aardschok, omdat ze voor beide partijen de verwachtingen tegenspraken.

Aan Republikeinse kant won Donald Trump niet de eerste plaats, zoals alle peilingen voorspelden; die eer ging naar Senator Ted Cruz uit Texas. Trump behaalde een zeer eervolle tweede plaats, maar het feit dat hij de andere kandidaten niet wegvaagde betekende in ieder geval dat de luidruchtige Trump een toontje lager moest zingen. Opvallend was de zeer goede plaatsing van Senator Marco Rubio uit Florida, die slechts 1 procent minder stemmen dan Trump kreeg. Daarmee is de campagne aan Republikeinse zijde in wezen veranderd in een race tussen deze drie kandidaten. Rand Paul, Rick Santorum en Mike Huckabee gaven aan, dat zij het bijltje er bij neer gooiden.

Ik schat de kansen voor Rubio echter zeer positief in. Met het vertrek van de andere kandidaten – en er zullen er de komende weken nog meer afvallen – is hij het meest logische alternatief voor veel van hun supporters. Peilingen gaven al lang aan, dat Rubio de nummer twee van velen is. Zowel Trump als Cruz stuiten op veel weerstand bij liberaal-conservatieve kiezers; de persoonlijkheden van beide heren staan veel kiezers in verschillende subgroepen binnen de partij niet aan. Rubio is zeker niet minder rechtlijnig dan Ted Cruz (hij scoort in veel opzichten zelfs als ‘rechtser’ dan Cruz), maar hij is geen provocateur. Hij weet hoe je moet samenwerken en dingen gedaan krijgen. Zo geldt voor veel conservatieven als zeer positief dat Rubio verantwoordelijk is voor het dichten van een enorm financieel gat in de door Republikeinen zo gehate gezondheidswet Obamacare. Hij wist een amendement goedgekeurd te krijgen waarmee bijna ongelimiteerde subsidies voor gezondheidsverzekeraars werden gestopt, een stap die de financiële luchtspiegelingen van Obamacare blootlegt en zowel verzekeraars als de regering dwingt realistischere kostenramingen te het gebruiken. Die tonen aan dat Obamacare de economie (en de belastingbetaler) veel meer geld kost dan het geval was vóór de invoering van de wet.

Aan Democratische kant behaalde Hillary Clinton slechts een zeer nipte overwinning op sociaal-democraat Bernie Sanders. Ondanks de brede glimlach tijdens haar overwinningsspeech is die uitslag een blamage voor de vrouw die al meer dan acht jaar meent “aan de beurt” te zijn in het Witte Huis, en dat geldt niet minder voor de partijbonzen, die Clinton al jaren opwarmen voor die positie.

In werkelijkheid heeft Hillary Clinton veel gewone Democratische kiezers niets te bieden. Het land is zeer gedesillusioneerd door het zwakke economische herstel en het zwalkende bestuur van president Obama. Tot voor kort probeerde Clinton te laveren tussen een afstandelijke houding tot haar vorige baas (ze diende onder hem als minister van buitenlandse zaken) en een vereenzelviging met de boodschap van “hope and change” van Obama in 2008. Uiteindelijk betekende die houding een gebrek aan boodschap.

Maar het succes van Sanders, die wel een krachtige boodschap heeft, en de toenemende geruchten vanuit de FBI over de wanpraktijken van Clinton tijdens haar ministerschap, hebben Hillary er recentelijk toe gedreven koers te veranderen. Ze maakt ideologische een inhaalslag op Sanders, door zo mogelijk nog linkser te klinken dan senator uit Vermont. Of die omslag haar zal helpen, is onduidelijk, vooral omdat het zo overduidelijk huichelachtig is: Clinton zal nooit linkser kunnen zijn dan een man die op huwelijksreis naar de Sovjet-Unie ging. De volgende voorverkiezingen zijn in New Hampshire, de buurstaat van Vermont en eveneens bekend als zeer links, waar Sanders waarschijnlijk flink zal winnen.

Alle ogen zijn nu op New Hampshire gericht. Donald Trump is zeker nog niet uitgeteld, maar het is onduidelijk hoe goed hij in het noordoosten zal presteren zeker nu er flinke onzekerheid is ontstaan over de betrouwbaarheid van de peilingen. Die peilingen verwachten een monsterzege voor Trump, maar de auteur dezes hoopt op een snel vertrek van Trump, wiens aanwezigheid veel gematigde zwevende kiezers afschrikt. Anderzijds dreigt er nog steeds het gevaar dat Trump uit de race stapt om zich als onafhankelijke kandidaat verkiesbaar te stellen, hetgeen catastrofaal voor de Republikeinen zou zijn. Wellicht dat het vertrek van nog meer Republikeinse kandidaten de steun voor Rubio zal versterken en daarmee de race een nieuwe wending zal geven. Wat de Democraten betreft is het momenteel belangrijker wat de FBI en de openbare aanklager besluiten over mogelijke vervolging van Hillary Clinton dan wat kiezers in Amerika zeggen.

zondag 31 januari 2016

Er is meer dan Hillary en Trump

Aanstaande maandag gaan kiezers in de Amerikaanse staat Iowa naar de stemlokalen en daarmee begint officieel het ingewikkelde verkiezingsproces voor het presidentsschap van 2016. Voor Nederlanders blijft het Amerikaanse systeem voor presidentsverkiezingen toch erg ingewikkeld. Dat geldt overigens niet alleen voor de doorsneeburger: wie afgaat op de berichtgeving in de media in Nederland krijgt al snel de verkeerde indruk dat de race tussen voormalige First Lady Hillary Clinton en mediamagnaat en miljardair Donald Trump gaat.

Hoewel beide kandidaten wel degelijk meedoen, zijn er veel meer dan alleen die twee vooraanstaande persoonlijkheden. Zo doen er aan Republikeinse zijde nog een dozijn andere kandidaten mee en heeft Hillary Clinton aan haar kant ook concurrentie van de populaire senator Bernie Sanders. Het proces dat maandagavond in Iowa begint is dan ook slechts een soort kwalificatieduel: beide partijen komen gescheiden in de verschillende stemdistricten samen om te beslissen wie de uiteindelijke kandidaat wordt om in november op de kieslijst de partij te vertegenwoordigen.

Iedere staat hanteert zo zijn eigen regels voor die voorverkiezingen, maar in de praktijk zijn er twee varianten. Veel staten gebruiken daadwerkelijke voorverkiezingen, waar kiesgerechtigde burgers een stem in een stembus schuiven (of gebruik maken van een stemmachine). Iowa maakt gebruik van zogenaamde caucuses, een systeem waarbij kiezers niet direct op de kandidaat stemmen, maar een bepaald aantal “punten” toewijzen aan een bepaalde kandidaat, afhankelijk van het aantal stemmen dat wordt uitgebracht op die kandidaat (bij de Republikeinen) of het aantal kiezers dat zich aan het einde van de avond in de hoek voor een bepaalde kandidaat bevindt (de Democraten proberen letterlijk hun buren in de gymzaal of het clubgebouw te overreden over te lopen naar een andere kandidaat). De punten vertegenwoordigen het aantal gedelegeerden op de partijconventie dat aan het einde van de voorverkiezingen aan een kandidaat is verbonden. Maar let er wel op dat al die gedelegeerden vrij zijn hun stem te veranderen als de partijconventie er in een eerste stemronde niet uitkomt.

Wie zich bewust is van de complexiteit van dat proces, begrijpt ook dat de landelijke peilingen, waarin Hillary Clinton en Donald Trump aan kop gaan, niet alles zeggen. De beslissing wordt immers per staat genomen en de populariteit van de verschillende kandidaten varieert nogal per staat.

Met dit in achterhoofd rijst dan de vraag: welke kandidaten maken dan echt de grootste kans om uiteindelijk op de stemlijst te staan? Dat blijft op dit moment voor beide partijen nog koffiedikkijken. Op papier lijken Trump en Clinton de hoogste ogen te gooien, maar of zij daadwerkelijk aan het einde van het voorverkiezingsproces de meeste gedelegeerden op de partijconventies van hun partij zullen hebben vergaard is zeer de vraag.

Aan Republikeinse zijde is Donald Trump veruit de kandidaat met de meeste steun, maar dat is een vertekend beeld, omdat de partij erg versplinterd is. Met zo’n 30 procent van de Republikeinse stemmen achter zich betekent dat tegelijk ook dat bijna 70 procent van de Republikeinen hem niet steunt. Binnen de liberaal-conservatieve beweging is er ook veel verzet tegen Trump. Drie invloedrijke liberale media – FOX News en de opinietijdschriften National Review en The Weekly Standard – verkeren openlijk in een staat van oorlog met Trump die zij een vulgaire oplichter vinden. In hoeverre dat georganiseerde verzet tegen de kandidatuur van Trump ook invloed heeft op de achterban is onduidelijk, maar het kan niet worden gebagatelliseerd.

Naast Trump zijn er dan nog een aantal andere kandidaten die wel degelijk een reële kans hebben om hem uiteindelijk van zijn troon te stoten. Dat zijn met name Senator Ted Cruz uit Texas en Senator Marco Rubio uit Florida. Hoewel Rubio ver achterloopt in veel peilingen, tonen diezelfde peilingen ook aan dat hij de tweede keus is van veel kiezers. Als Trump óf Cruz zou afhaken of anderszins in onmin zou geraken bij de Republikeinse achterban, is het zeker niet onmogelijk dat Rubio ineens omhoogschiet. De andere kandidaten aan Republikeinse zijde maken realiter weinig kans.

Aan Democratische kant was de verwachting dat Hillary Clinton zonder veel oppositie vanuit de partij de nominatie zou opeisen. Als echtgenote van de immens populaire Bill Clinton is ze al jaren de gedoodverfde kandidate voor de partij. Maar twee factoren gooien roet in het eten en de strijd blijkt toch een stuk ruiger uit te vallen dan verwacht.

Aan de ene kant vinden veel Democratische kiezers dat President Obama de afgelopen zeven jaar niet fel genoeg naar links is gegaan. Hillary Clinton, die in de eerste ambtstermijn van Obama minister in zijn kabinet was, wordt door veel van de kiezers op de linkervleugel van de partij met die te gematigde koers van Obama vereenzelvigd – en die vleugel is de afgelopen jaren flink gegroeid. Die kiezers, vooral veel studenten en jonge, hoogopgeleide kiezers, steunen Bernie Sanders, de eerste succesvolle politicus in de Verenigde Staten die zich openlijk sociaal-democraat noemt en campagne voert onder het motto dat Amerika zich naar Zweeds model moet hervormen: hogere belastingen en een nationalisering van alle publieke diensten. Hoe gevaarlijk Sanders uiteindelijk voor Clinton wordt is onduidelijk, maar zijn succes is duidelijk groter dan verwacht.

De tweede factor is Clintons ambtstermijn als minister. De schandalen uit die periode beginnen zich intussen zo hoog op te stapelen dat Hillary ze steeds moeilijker onder het tapijt kan vegen. Met de recente release van de film 13 Hours, waarin de incompetentie en het desinteresse van Hillary’s departement met betrekking tot de terroristische aanval in Benghazi (Libië) op meesterlijke wijze wordt aangeklaagd, komt de onverkwikkelijke kant van Clintons verleden midden in het verkiezingsseizoen weer in de schijnwerper.

Daarnaast beginnen er steeds meer geruchten uit de FBI uit te lekken dat agenten haar willen aanklagen voor grove overtredingen van de wettelijke regels voor de omgang met staatsgeheimen. Het onderzoek naar Clinton heeft al stapels bewijs opgeleverd dat Clinton topgeheime informatie via haar onbeschermde persoonlijke e-mailadres heeft verstuurd. Vervolging is echter aan de minister van Justitie en het ligt niet voor de hand dat de Democratische minister in een cruciaal verkiezingsjaar vervolging van de Democratische kandidate zal goedkeuren. De onvrede onder de FBI-agenten begint te groeien en als er niets blijft gebeuren dreigt er een zeer publieke rel binnen de FBI. Dat kan ook niet goed zijn voor het imago van Hillary of de regering-Obama.

Kortom, de positie van Hillary is erg penibel. Als ze voor november gedwongen wordt zich uit de race terug te trekken of zich publiekelijk moet verantwoorden voor mogelijk strafbare feiten, staat de Democratische partij voor een dilemma. Of Bernie Sanders in een algemene verkiezingsstrijd een reële kans maakt tegen Republikeinse kandidaten is maar de vraag.

Het duurt nog negen maanden tot de algemene verkiezingen en er kan nog veel gebeuren tussen nu en dan. Of Hillary Clinton en Donald Trump dan überhaupt op de stemlijst staan is nog erg onduidelijk.