Enkele weken na
de dood van de conservatieve opperrechter Antonin Scalia vorige maand heeft
president Obama de voorzitter van het appèlhof in Washington, D.C. voorgedragen
om de zetel van Scalia aan het Hooggerechtshof over te nemen. De media
berichten dat de man in kwestie, de 63-jarige Merrick Garland, een gematigde en
zeer gerespecteerde jurist is en bij lange na geen extreem-linkse activist. Er
is dan ook weinig begrip voor de herhaalde aankondigingen van Republikeinen in
de Senaat dat rechter Garland niet kan rekenen op bevestiging in zijn ambt door
de Senaat, of zelfs maar dat de Senaat hoorzittingen zal houden over zijn
benoeming.
De harde houding
van de Republikeinen is echter volledig verklaarbaar en de aantijgingen van
Democraten dat de Republikeinen hun grondwettelijke plicht verzaken door Garland
niet te bevestigen is onzin. De reden die Mitch McConnell, de fractievoorzitter
van de Republikeinen in de Senaat, en andere vooraanstaande Republikeinen aanvoeren
voor het weigeren hoorzittingen over de benoeming te houden is echter het
verkeerde argument en zal de doorsnee-Amerikaan bevreemden.
McConnell hamert
erop dat het een goede traditie is geen nieuwe opperrechters te benoemen in het
laatste jaar van een president om zo de kiezer de kans te geven aan de stembus
de richting van het Hooggerechtshof mee te helpen bestemmen. Ik denk dat de
partij veel directer mag zeggen dat rechter Merrick Garland niet geschikt is om
benoemd te worden.
De voorstelling
dat Garland gematigd is (zie bijvoorbeeld dit
artikel van Lincoln Caplan in The New
Yorker), is namelijk flink bezijden de waarheid. Hoewel hij ongetwijfeld
een fijne en collegiale vent is, is zijn houding ten opzicht van de Grondwet
grofweg die van de moderne radicale stroming in de Amerikaanse rechten,
namelijk dat de Grondwet kan betekenen wat elke individuele rechter meent dat
ze betekent, zoals Kevin
D. Williamson schrijft op de website van National Review. Deze stroming, die van de zogenaamde “Levende
Grondwet”, doet sinds de jaren zeventig flink opgeld aan Amerikaanse
rechtenfaculteiten en is sindsdien gaandweg ook invloedrijk geworden binnen de
gerechtshoven van het land. Het is een anti-rationele theorie waartegen wijlen
rechter Scalia zijn gehele carrière vocht. Immers, als de tekst van een wet
niet betekent wat er staat, dan heeft de samenleving geen gevestigde spelregels
meer en valt ze ten prooi aan de willekeur van de rechters.
Dankzij de
Levende Grondwet is het Hooggerechtshof en de jurisprudentie in de Verenigde
Staten de afgelopen veertig jaar flink in de richting van linkse en
sociaal-democratische politieke standpunten opgeschoven - ofschoon rechtspraak
in principe apolitiek zou moeten zijn. Ondanks het gekrakeel van linkse
opiniejournalisten dat het hof door steeds rechtsere opperrechters zoals Scalia
zou worden gedomineerd, vallen veel van de ideologisch gekleurde zaken
regelmatig in het voordeel van linkse politieke groepen uit. Daaronder vallen
met name zaken over zog. sociaal beleid, zoals abortus en homorechten: zowel
het recht op abortus als het homohuwelijk zijn in de VS ingevoerd via een
dictaat van een linkse meerderheid aan het Hooggerechtshof en niet via
wetswijzigingen in het Congres. Daarmee scoort Amerika een flink aantal
anti-democratische strafpunten in vergelijking met andere Westerse landen die
zulke zaken wel via de parlementaire weg hebben geregeld. Dat er in de VS over
zulke onderwerpen een extra bittere maatschappelijke onrust bestaat mag dan ook
niet verwonderen.
De voorstelling
dat rechter Garland “gematigder” zou zijn dan andere linkse juristen is een
fabeltje. Ongetwijfeld heeft hij zich als vooraanstaand rechter minder
nadrukkelijk geuit over zaken op het ideologische wensenlijstje van progressief
Amerika dan wellicht andere Amerikaanse juristen, maar er bestaan in de
Amerikaanse politiek – en daarmee ook in de rechterlijke macht – slechts twee
ideologische standpunten: progressief/links en conservatief/liberaal. (Het
Engelse woord liberal betekent in de
VS tegenwoordig verwarrend genoeg links-progressief.) Die binaire dynamiek wordt binnen een
juridische context nog eens versterkt, omdat appèlhoven in wezen alleen “ja” of
“nee” zeggen: óf de aanklager wint, óf de gedaagde. In constitutionele zaken
betekent dat meestal dat de overheid of één van haar instanties tegenover een
burger, bedrijf of maatschappelijke groep staat. De recente geschiedenis leert
dat opperrechters op heel voorspelbare wijze hun besluit hetzij in het
voordeel, hetzij in het nadeel van de regerende partij maken.
Mitch McConnell
en de Republikeinen zouden er goed aan doen duidelijk te maken dat Garland
ongeschikt is voor het Hooggerechtshof, omdat hij niet voldoet aan de
belangrijkste eis voor dat ambt: onpartijdigheid. De Levende Grondwet staat
immers op zwaar gespannen voet met dat juridische principe. De kans dat Obama een
constitutioneel trouwe rechter benoemt is nihil en dus mag gerust worden
aangenomen dat de Senaat voor november geen stappen zal willen ondernemen over
het bevestigen van door president Obama benoemde rechters. En dat is hun goed
recht, want de Grondwet eist alleen maar dat de Senaat de president zijn
mening meedeelt over de geschiktheid van een kandidaat. Die plicht is intussen
voldoende vervuld en de discussie over Garland mag genoeglijk worden
afgesloten.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten