dinsdag 24 januari 2012

Wanhoop neemt toe bij Republikeinen

Slechts enkele dagen na de verpletterende nederlaag van Mitt Romney in de voorverkiezingen van South Carolina is er een wanhopige toon te bespeuren onder Republikeinen en conservatieven. Politieke commentatoren voelen de verkiezingen van november nu al door hun vingers glippen. Het angstbeeld van een tweede termijn voor Barack Obama begint steeds realistischer op te doemen.

Jim Geraghty van het conservatieve weekblad National Review gaf in zijn nieuwsbrief ‘Morning Jolt’ van maandag een goede samenvatting van de grote problemen die kleven aan een eventuele nominatie van Newt Gingrich: de Amerikaanse kiezer heeft een ongenadige hekel aan hem. Hij wees met name op een commentaar van Conn Carroll van de conservatieve krant Washington Examiner, die een aantal peilingen over het imago van Barack Obama, Mitt Romney en Newt Gingrich naast elkaar zette:
Carrols conclusie is een heel bittere pil voor de Republikeinen: hoewel de doorsnee-Amerikaan niet bepaald gecharmeerd is van de zittende president (het gemiddelde van de drie peilingen laat zien dat iets meer Amerikanen -- 1,67% -- een negatief i.p.v. een positief beeld van Obama hebben) heeft men een zeer uitgesproken afkeer van Romney (-13%) en een diepe haat jegens Gingrich (-31,67%). Ook Talking Points Memo heeft een dergelijke vernietigende boodschap voor Gingrich.

De conclusie die Jim Geraghty suggereert is heel eenvoudig: Newt Gingrich is waarschijnlijk niet verkiesbaar. Als de voormalige voorzitter van het Huis van Afgevaardigden de nominatie van de partij in de wacht sleept keert zo’n 30 procent van de kiezers zich tegen hem. De vraag is natuurlijk onder welke demografische groepen die 30 procent zich bevindt. Als dat grotendeels onder de harde kern Democratische kiezers is, dan is er weinig reden tot wanhoop; die groep kiest toch niet voor een Republikein. Maar dat is wat te makkelijk. Ook voormalige Republikeinse collega’s, die in de jaren 90 onder hem in het Huis hebben gediend, hebben zich openlijk uitgesproken tegen zijn kandidatuur. Begin december herhaalde Tom Coburn, een Republikeinse senator uit Oklahoma, voor het nieuwsprogramma “Fox News Sunday” waarom hij niet geloofde in de geschiktheid van Gingrich voor het hoogste ambt in de VS:



Dat is verpletterende kritiek en Jim Geraghty herinnerde zijn lezers nog maar eens aan de werkelijkheid van een presidentiële campagne in de aanloop naar november: kandidaat Gingrich moet dan tussen de partijconventie in eind augustus en de verkiezingen in de eerste week van november het publiek ervan overtuigen dat de man die Amerikanen haten een betere leider zal zijn dan de man waar veel Amerikanen licht ontevreden over zijn. En, zo voegt Geraghty eraan toe, dat ook nog eens terwijl Barack Obama, die meer geld heeft en zal uitgeven dan enige kandidaat ooit, in een onophoudelijke stortvloed tv-spotjes precies de zwakke plekken in het verleden van Gingrich nog eens voor het netvlies van de Amerikaanse kiezer zal doen verschijnen.

Met dit in het vooruitzicht riep de redactie van National Review in december al op om vooral niet Gingrich te steunen. Toch gaf men niet gelijk de voorkeur aan Mitt Romney. En dat hoeft niet te verrassen.

Na de nederlaag in South Carolina begint de kandidatuur van Romney, tot nu toe de gedoodverfde winnaar van de voorverkiezingen danig te wankelen. De kritiek, die altijd al te horen was – dat Romney zo’n karakterloos leeg maatpak is met zo’n slaapverwekkende campagne – wordt met de dag luider. Mark Steyn van National Review beklaagt zich dat Romneys campagne geen enkele inhoud heeft en, nog erger, blijkbaar ook niet professioneel wordt geleid:


En ondanks het feit dat hij zoveel centen uitgeeft, heeft hij geen snel responsteam? Die zogenaamd ‘spontane’ woedeuitbarsing van Newt Gingrich tegenover (CNN-presentator) John King (in het tweede debat in South Carolina) was perfect uitgedacht door Gingrich zelf. Daartegenover staat Mitt Romney met een hele batterij adviseurs, en geen enkele van hen vond het blijkbaar nodig een geloofwaardig antwoord over Bain en belastingen voor te bereiden? Voor een vent die als topzakenman campagne voert en zogenaamd bewezen oplossingen uit de privésector wil toepassen lijkt zijn campagne meer op een onhervormbare overheidsbureaucratie: groot, opgezwollen, met te veel personeel, geldverkwistend, log, en haast niet te veranderen.

Steyn en, zoals ik zondag al schreef, Fred Barnes van The Weekly Standard waarschuwen Gingrich allebei dat hij maar eens heel snel met een groot beleidsprogram, een “big idea” moet komen:

Maandenlang – zelfs tot begin vorige week – ging Romney in peilingen in South Carolina aan de leiding. Zijn verbazingwekkende instorting was mede het gevolg van aanvallen op zijn zakencarrière en zijn belastingen tijdens twee tv-debatten. Zijn ervaring, voorheen een groot positief punt, is nu een albatros geworden. Maar Romney is er nog niet in geslaagd om de aandacht van Bain, zijn rijkdom en zijn belastingaangiften af te leiden.

En dat terwijl er toch genoeg politiek saillante onderwerpen zijn, zegt Barnes. Denk maar eens aan de staatsschuld, waar Obama zojuist nog maar eens $1,2 biljoen aan heeft toegevoegd. Deze man kan er wel in slagen om de nominatie binnen te slepen – met flink wat geluk, zegt Barnes – maar hij zal dan roemloos ten onder gaan in de landelijke verkiezingen.

De overige twee kandidaten zijn geen realistisch alternatief. Ron Paul heeft een harde kern achter zich, maar is zo overduidelijk ongeschikt voor het Witte Huis dat hij zelfs binnen zijn eigen partij eigenlijk maar half geduld wordt. Hij maakt geen enkele kans de nominatie te krijgen, en gezien zijn onaanvaardbare opvattingen over een hele reeks onderwerpen, zullen slechts weinigen daarover treuren. Rick Santorum is een iets moeilijker geval. Realistisch gezien ontbreekt het hem aan geld en organisatie om op dit laat moment nog zijn winst in Iowa in een langdurige campagne om te zetten. Santorum heeft nauwelijks noemenswaardig zwakten in zijn achtergrond en is ook voor de meeste Republikeinen eminent aanvaardbaar. Maar zonder team en geld red je het niet. Voor Santorum is dan ook alle hoop gevestigd op de debatten, de enige en goedkope manier om zijn naamsbekendheid en imago onder de Republikeinse kiezers te verbeteren. De kans op een nominatie voor Rick Santorum schat ik kleiner dan 15%.

Staan de Republikeinen dan echt zonder geloofwaardige kandidaat op het podium?

Hoe diep de wanhoop bij sommige conservatieven gaat, wordt duidelijk in een artikel van Eric Kleefeld van Talking Points Memo. Sommige Republikeinse commentatoren zijn naarstig op zoek naar een alternatieve kandidaat om op het laatste moment nog in de race te springen. Helaas, pindakaas, zegt Kleefeld. Daar is het nu te laat voor, want het is nu onmogelijk om je als kandidaat te registreren voor een hele reeks voorverkiezingen. Theoretisch is er nog een week om je voor Texas, waar 155 afgevaardigden op het spel staan, aan te melden, maar dan hebben we het over een race die pas op 3 april plaatsvindt. Bijna alle eerdere voorverkiezingen zijn al gesloten voor nieuwe deelnemers. Op caucuses, die niet gebonden zijn aan dezelfde stringente registratieregels als voorverkiezingen, zou een dergelijke kandidaat eventueel nog een kansje maken, maar realistisch gezien is het nu een aan “politiek science-fiction” grenzend scenario om te denken dat een politiek zwaargewicht (Chris Christie? Paul Ryan? Jeb Bush?) de partij nog te hulp komt. (UPDATE: Bill Kristol, redacteur van The Weekly Standard, praatte gisteren in een interview met FOX Business over de mogelijkheid dat Mitch Daniels, gouverneur van Indiana, volgens een lek uit zijn omgeving misschien overweegt om...)

Deze overdenkingen, die de afgelopen twee dagen binnen het Republikeinse circuit beginnen rond te zwerven, zijn tamelijk verontrustend. Experts binnen conservatief Amerika maken zich nu reëel zorgen dat geen van de kandidaten in november een echte kans maakt tegen Obama. Met Romney had de partij, zo dacht men, nog de beste kans. Maar de keuze van het Republikeinse electoraat voor de controversiële Gingrich en de knudderigheid van team Romney doen de kansen voor de Republikeinen flink slinken.

De Republikeinse generaals blijven hopen dat Florida een andere uitkomst zal brengen. Zoals ik al eerder heb geschreven, South Carolina is niet bepaald de doorsnee-staat. Al sinds 1860, toen in die staat de Burgeroorlog werd ontketend, staat South Carolina bekend als een nogal rebellerende staat. In Florida gooit Romney veel hogere ogen. Maar het is niet alleen maar aan de Republikeinse kiezers in Florida om volgende week een ander resultaat te dicteren, ook al staan er twee keer zoveel afgevaardigden op het spel als in South Carolina. De belangrijkste taak is weggelegd voor Mitt Romney. Hij moet in de week die hem nog rest zijn imago en zijn campagne flink herzien. Dat betekent dat alle ogen zijn gericht op de twee debatten die in Florida plaatsvinden. Daar moet hij uitblinken.

Wat alvast niet helpt is Romneys stompzinnige interview van maandagochtend waarin hij de aandacht wil vestigen op Newt Gingrich’ werk voor Freddy Mac en Fannie Mae. Dat er een luchtje zit aan een freelance contract van meer dan $1 miljoen voor een semi-overheidsbank klopt. Maar Romney overdrijft de stank wel een beetje. Dit soort kritiek is niet de “big idea” waar de partijbonzen op zitten te wachten, laat staan de Republikeinse kiezers of de Amerikaanse burger in het algemeen.

De komende week zou wel eens cruciaal kunnen blijken voor de uiteindelijke uitslag van de presidentsverkiezingen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten