President Obama brengt zijn State of the Union toespraak, 24 januari 2012
foto: U.S. House of Representatives / Leon Panetta (PD)
foto: U.S. House of Representatives / Leon Panetta (PD)
Een aangepaste en verkorte versie van dit artikel is op 30 januari 2012 in het Nederlands Dagblad verschenen.
Gisterenavond om 9 uur plaatselijke tijd hield president Obama de traditionele State of the Union toespraak voor de beide kamers van het Amerikaanse Congres. Amerikanen die, moe van het schier eindeloze bekvechten van Republikeinse presidentskandidaten, eindelijk een duidelijke visie op de Amerikaanse politiek en economie wilden horen, werden rijkelijk beloond. Ze kregen gisterenavond één van de beste politieke toespraken in Amerika in jaren te horen, een goed geargumenteerde en retorisch prachtig opgebouwde redevoering waarin alle politieke propaganda was uitgebannen.
Ik heb het echter wel over het Republikeinse antwoord op Obama’s officiële toespraak en alleen de kijkers die tien minuten extra geduld hadden en naar gouverneur Mitch Daniels van Indiana luisterden, hoorden hoe Amerika er echt voor stond.
Het contrast tussen de twee toespraken kon nauwelijks groter zijn. President Obama las in het Congres een opgewarmde campagnetoespraak voor, waarin de albekende linkse stokpaardjes licht verbloemd werden door aangenaam taalgebruik, en de redevoering – die meer dan een uur duurde, langer dan enige recente staatstoespraak – was verpakt in een standaardpatriotisme waarin het leger leuk werd opgehemeld. Doet het altijd goed in Amerika. De doelgroep van de toespraak was overduidelijk de enorme massa zwevende kiezers. Over de echt extreme aspecten van zijn ambtstermijn – het intellectueel en financiëel bankroete Obamacare, de peperdure en nutteloze stimuleringspakketten, de ongrondwettelijke acties bij de redding van General Motors en Chrysler, enz. enz. – werd met geen woord gerept.
Je zou zo denken dat Obama nog steeds in Disney World verkeerde.
Het plaatje dat Obama presenteerde was er een waarin hij zelf niets fout heeft gedaan, en waarin hij constant wordt tegengewerkt door snode en onredelijke Republikeinen. Maar afgezien van de eindeloze verdraaiingen en ‘creatieve interpretaties’ van de werkelijkheid was het meest frustrerende van de toespraak toch wel de economische leeghoofdigheid die uit de toespraak was te lezen. De president wil op dezelfde weg doorgaan als tot nu toe, ondanks het feit dat alle cijfers hem zouden hebben moeten verteld dat constante overheidsstimuli te weinig bewerkstelligen. We hoorden weer nieuwe overheidsinitiatieven – d.w.z. meer uitgeven van overheidsgeld aan subsidies en de salarissen van weer meer bureaucraten – en een roep om de allerrijksten minstens 30% inkomstenbelasting te laten betalen.
Dat laatste is wellicht het meest schofferende voorstel van de hele toespraak. Het speelde direct in op een antwoord van presidentskandidaat Mitt Romney, die – zo bleek op dinsdag toen hij zijn belastingaangiften over 2010 en 2011 openbaar maakte – zo’n $6 miljoen aan belastingen over zijn inkomsten had betaald. Maar het was maar ongeveer 15% van zijn inkomsten. En dat terwijl Romney wel degelijk in de allerhoogste inkomensschaal valt en dus, zo wil Obama beweren, eigenlijk minstens 35% had moeten betalen.
Dat is echter niet waar, omdat Romneys inkomsten uit beleggingen komen en daar rust een tarief van 15% op. Obama heeft het over de inkomstenbelasting, een geheel andere categorie. Met zijn populistische toespraak suggereert Obama dat hij het tarief voor de beleggingsbelasting zou willen ophogen naar 30%. Daarmee zou Obama met een dikke 1 voor zijn economie-examen zakken, want daarmee draai je investeringen in de Amerikaanse economie de kop om.
Dat bedoelt Obama ongetwijfeld niet te doen, want hij is slim genoeg om te doorzien dat dat niet echt kan. Met andere woorden, het is niets meer of minder dan campagneretoriek en daarmee een schaamteloos stuk machtspolitiek. Gaat het echt te ver om dit voorstel ‘leugenachtig’ te noemen?
En zo was er nog wel meer van deze onverholen kiezersomkoperij. Tussen een handvol redelijke en gematigde voorstellen, zoals een voorstel om leraarscontracten te hervormen, zodat alleen bewezen goede leraren voortaan nog worden behouden, stond ook alweer de oproep (net als in 2011) om dit jaar toch maar een grondige herziening van de immigratiewetgeving door te voeren. Daarbij gebruikte Obama de ouderwetse techniek van de tranentrekkerij: We willen toch geen goede, onschuldige kinderen benadelen, die door hun ouders illegaal naar de VS zijn genomen, maar die door en door Amerikaans zijn en het op school goed doen? Met dit soort emotionele chantage wil Obama de Spaanstalige minderheden in de VS achter zich te krijgen. In feite belooft hij hier gratis paspoorten aan illegale immigranten uit te delen en hij weet heus wel dat er niets van terecht zal komen. Maar het klinkt wel leuk op tv.
Hoe leuk hij het dan ook voorlas, het was een schandalige toespraak. Als je echt goed leest wat er staat, kun je niet anders dan concluderen dat deze man het land niets te bieden heeft.
Wat een verademing was dan ook de toespraak van Mitch Daniels, gouverneur van Indiana, en menig commentator verzuchtte dan ook: Waarom wilde hij dit jaar toch niet in de race springen? Daniels wordt door velen vaak als een uiterst saaie man neergezet. Maar die toespraak... Zelden heeft een politicus zo’n goede toespraak gegeven en waarschijnlijk nog nooit zo’n sterk antwoord op de jaarlijkse staatstoespraak van de president.
Beter dan alle presidentskandidaten verwoordde Daniels hoe het echt gaat met Amerika: slecht. De economie kwakkelt en wordt eigenlijk alleen maar zwakker, en het sociale zekerheidsstelsel staat op het punt te imploderen, terwijl Democraten doen alsof hun neus bloedt. En beter nog dan alle andere politici van nu verdedigde Daniels een intellectueel conservatisme dat die problemen wel degelijk wil en kan aanpakken. Hij las de president flink de les door hem te verwijten zijn beloften niet te zijn nagekomen, maar in plaats daarvan tot op heden bezig is een groot links experiment op de economie uit te voeren. Meneer de president, het experiment heeft gefaald.
Het meest briljante aan de toespraak was dat ze, ondanks het rampscenario dat dunnetjes maar onmiskenbaar wordt geschetst, niet pessimistisch, aggressief, of haatdragend werd. Daniels toon bleef constant optimistisch. Alles werd als een uitdaging neergezet. Zonden worden aangewezen en veroordeeld, maar er was geen woord van veroordeling voor personen.
De toespraak van Daniels verdient het om tot in de verre toekomst gelezen en bestudeerd te worden. Hij presenteerde de waarheid, zonder draaien of dralen, op een elegante wijze. En die toespraak liet eindelijk weer eens duidelijk de intellectuele verschillen tussen de twee partijen zien. Lees de twee toespraken maar eens – zonder video of geluid van de sprekers (hier is Obama’s toespraak en hier is die van Mitch Daniels) – en zeg dan eerlijk: welke visie klinkt overtuigender, aantrekkelijker, redelijker? Al het gezever over de huidige kandidaten en hun zwakten, onaardigheden, mogelijk- en onmogelijkheden ten spijt, er staat wel degelijk iets op het spel. Het is de verdienste van Mitch Daniels dat hij dat eindelijk eens goed heeft kunnen verwoorden.
Er is zelfs een klein kansje dat Daniels nog overweegt toch nog in de race te springen. Ik zou er van mijn kant flink om staan te juichen.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten