vrijdag 27 januari 2012

Het laatste debat

Veel journalisten – en ongetwijfeld ook kiezers – verzuchten het vandaag: het Republikeinse debat in Florida van gisterenavond (enkele ‘hoogtepunten’ hier; het hele debat is hier, maar alleen voor echte politieke masochisten) is het laatste debat in een maand. Het was dan ook weinig prettig om aan te zien en er werd weinig substantieels besproken. Het was vooral een debat waarin Newt Gingrich en Mitt Romney elkaar in de haren vlogen over elkaars financiën. Beleggingen beider heren in de semi-private overheidsbanken Fanny Mae en Freddie Mac stonden ter discussie. Is het eigenlijk wel kies voor een Republikein om te profiteren van deze in-corrupte instelling, die nog steeds door belastinggeld wordt ondersteund? Een poging van Newt Gingrich om Romney te pakken vanwege aandelen in de banken werd keihard teruggekaatst toen de voormalige gouverneur Gingrich erop attent maakte dat zijn eigen financiële papieren ook aantoonden dat hij via een beleggingsportefeuille ook geld uit de banken betrok.

Gingrich had een zeer zwakke avond. Hij probeerde weer, net als vorige week, de getergde ziel uit te hangen door tegen de leider van het debat, CNN-presentator Wolf Blitzer, te klagen over een vraag over de persoonlijke financiën van de kandidaten. Maar deze keer ging de vlieger niet op. Blitzer stelde een relevante vraag en liet zich niet uit het veld slaan. Wacht eens even, zei Blitzer, u heeft dit thema zelf in de media aangekaart deze week door te klagen dat Mitt Romney geld in Zwitserland en de Kaaimaneilanden heeft. Gingrich wilde weer terugkaatsen door te protesteren dat zo’n thema goed is voor een toespraak in het land, maar niet voor een presidentieel debat. Deze opening liet Mitt Romney niet voorbijgaan: “Zou het niet fijn zijn als kandidaten de moed hadden om dingen open te zeggen en niet alleen achter andermans rug?” (Daarmee refereerde Romney ook nog eens indirect aan een flater die Tim Pawlenty afgelopen zomer sloeg, door tijdens een nieuwsshow Romney’s hervormingen van het gezondheidsstelsel in Massachusetts als ‘Obamneycare’ te betitelen, maar de volgende dag te laf was om het tegen Romney in zijn gezicht te zeggen.)

Romney kwam er dan ook een stuk beter af dan Gingrich, die toch al een zwakke week achter de rug had door zijn ridicule opmerkingen over zijn plan om NASA, dat in Florida flink is vertegenwoordigd, een uitgebreide maanmissie te geven. In de peilingen gaan Gingrich en Romney nek aan nek, met een kleine voorsprong voor Romney.

Afgezien van de saaiheid van het tweede debat was er slechts één echt grote fout van Wolf Blitzer: de afwezigheid van een vraag over de State of the Union van afgelopen dinsdag. Aangezien er verder geen enkel nieuw thema te bespreken was, was dit een flink gemiste kans van de CNN-presentator. Verder was het een keurig debat.

woensdag 25 januari 2012

Een sterke toespraak

 President Obama brengt zijn State of the Union toespraak, 24 januari 2012
foto: U.S. House of Representatives / Leon Panetta (PD)

Een aangepaste en verkorte versie van dit artikel is op 30 januari 2012 in het Nederlands Dagblad verschenen.

Gisterenavond om 9 uur plaatselijke tijd hield president Obama de traditionele State of the Union toespraak voor de beide kamers van het Amerikaanse Congres. Amerikanen die, moe van het schier eindeloze bekvechten van Republikeinse presidentskandidaten, eindelijk een duidelijke visie op de Amerikaanse politiek en economie wilden horen, werden rijkelijk beloond. Ze kregen gisterenavond één van de beste politieke toespraken in Amerika in jaren te horen, een goed geargumenteerde en retorisch prachtig opgebouwde redevoering waarin alle politieke propaganda was uitgebannen.

Ik heb het echter wel over het Republikeinse antwoord op Obama’s officiële toespraak en alleen de kijkers die tien minuten extra geduld hadden en naar gouverneur Mitch Daniels van Indiana luisterden, hoorden hoe Amerika er echt voor stond.

Het contrast tussen de twee toespraken kon nauwelijks groter zijn. President Obama las in het Congres een opgewarmde campagnetoespraak voor, waarin de albekende linkse stokpaardjes licht verbloemd werden door aangenaam taalgebruik, en de redevoering – die meer dan een uur duurde, langer dan enige recente staatstoespraak – was verpakt in een standaardpatriotisme waarin het leger leuk werd opgehemeld. Doet het altijd goed in Amerika. De doelgroep van de toespraak was overduidelijk de enorme massa zwevende kiezers. Over de echt extreme aspecten van zijn ambtstermijn – het intellectueel en financiëel bankroete Obamacare, de peperdure en nutteloze stimuleringspakketten, de ongrondwettelijke acties bij de redding van General Motors en Chrysler, enz. enz. – werd met geen woord gerept.

Je zou zo denken dat Obama nog steeds in Disney World verkeerde.

Het plaatje dat Obama presenteerde was er een waarin hij zelf niets fout heeft gedaan, en waarin hij constant wordt tegengewerkt door snode en onredelijke Republikeinen. Maar afgezien van de eindeloze verdraaiingen en ‘creatieve interpretaties’ van de werkelijkheid was het meest frustrerende van de toespraak toch wel de economische leeghoofdigheid die uit de toespraak was te lezen. De president wil op dezelfde weg doorgaan als tot nu toe, ondanks het feit dat alle cijfers hem zouden hebben moeten verteld dat constante overheidsstimuli te weinig bewerkstelligen. We hoorden weer nieuwe overheidsinitiatieven – d.w.z. meer uitgeven van overheidsgeld aan subsidies en de salarissen van weer meer bureaucraten – en een roep om de allerrijksten minstens 30% inkomstenbelasting te laten betalen.

Dat laatste is wellicht het meest schofferende voorstel van de hele toespraak. Het speelde direct in op een antwoord van presidentskandidaat Mitt Romney, die – zo bleek op dinsdag toen hij zijn belastingaangiften over 2010 en 2011 openbaar maakte – zo’n $6 miljoen aan belastingen over zijn inkomsten had betaald. Maar het was maar ongeveer 15% van zijn inkomsten. En dat terwijl Romney wel degelijk in de allerhoogste inkomensschaal valt en dus, zo wil Obama beweren, eigenlijk minstens 35% had moeten betalen.

Dat is echter niet waar, omdat Romneys inkomsten uit beleggingen komen en daar rust een tarief van 15% op. Obama heeft het over de inkomstenbelasting, een geheel andere categorie. Met zijn populistische toespraak suggereert Obama dat hij het tarief voor de beleggingsbelasting zou willen ophogen naar 30%. Daarmee zou Obama met een dikke 1 voor zijn economie-examen zakken, want daarmee draai je investeringen in de Amerikaanse economie de kop om.

Dat bedoelt Obama ongetwijfeld niet te doen, want hij is slim genoeg om te doorzien dat dat niet echt kan. Met andere woorden, het is niets meer of minder dan campagneretoriek en daarmee een schaamteloos stuk machtspolitiek. Gaat het echt te ver om dit voorstel ‘leugenachtig’ te noemen?

En zo was er nog wel meer van deze onverholen kiezersomkoperij. Tussen een handvol redelijke en gematigde voorstellen, zoals een voorstel om leraarscontracten te hervormen, zodat alleen bewezen goede leraren voortaan nog worden behouden, stond ook alweer de oproep (net als in 2011) om dit jaar toch maar een grondige herziening van de immigratiewetgeving door te voeren. Daarbij gebruikte Obama de ouderwetse techniek van de tranentrekkerij: We willen toch geen goede, onschuldige kinderen benadelen, die door hun ouders illegaal naar de VS zijn genomen, maar die door en door Amerikaans zijn en het op school goed doen? Met dit soort emotionele chantage wil Obama de Spaanstalige minderheden in de VS achter zich te krijgen. In feite belooft hij hier gratis paspoorten aan illegale immigranten uit te delen en hij weet heus wel dat er niets van terecht zal komen. Maar het klinkt wel leuk op tv.

Hoe leuk hij het dan ook voorlas, het was een schandalige toespraak. Als je echt goed leest wat er staat, kun je niet anders dan concluderen dat deze man het land niets te bieden heeft.

Wat een verademing was dan ook de toespraak van Mitch Daniels, gouverneur van Indiana, en menig commentator verzuchtte dan ook: Waarom wilde hij dit jaar toch niet in de race springen? Daniels wordt door velen vaak als een uiterst saaie man neergezet. Maar die toespraak... Zelden heeft een politicus zo’n goede toespraak gegeven en waarschijnlijk nog nooit zo’n sterk antwoord op de jaarlijkse staatstoespraak van de president.

Beter dan alle presidentskandidaten verwoordde Daniels hoe het echt gaat met Amerika: slecht. De economie kwakkelt en wordt eigenlijk alleen maar zwakker, en het sociale zekerheidsstelsel staat op het punt te imploderen, terwijl Democraten doen alsof hun neus bloedt. En beter nog dan alle andere politici van nu verdedigde Daniels een intellectueel conservatisme dat die problemen wel degelijk wil en kan aanpakken. Hij las de president flink de les door hem te verwijten zijn beloften niet te zijn nagekomen, maar in plaats daarvan tot op heden bezig is een groot links experiment op de economie uit te voeren. Meneer de president, het experiment heeft gefaald.

Het meest briljante aan de toespraak was dat ze, ondanks het rampscenario dat dunnetjes maar onmiskenbaar wordt geschetst, niet pessimistisch, aggressief, of haatdragend werd. Daniels toon bleef constant optimistisch. Alles werd als een uitdaging neergezet. Zonden worden aangewezen en veroordeeld, maar er was geen woord van veroordeling voor personen.

De toespraak van Daniels verdient het om tot in de verre toekomst gelezen en bestudeerd te worden. Hij presenteerde de waarheid, zonder draaien of dralen, op een elegante wijze. En die toespraak liet eindelijk weer eens duidelijk de intellectuele verschillen tussen de twee partijen zien. Lees de twee toespraken maar eens – zonder video of geluid van de sprekers (hier is Obama’s toespraak en hier is die van Mitch Daniels) – en zeg dan eerlijk: welke visie klinkt overtuigender, aantrekkelijker, redelijker? Al het gezever over de huidige kandidaten en hun zwakten, onaardigheden, mogelijk- en onmogelijkheden ten spijt, er staat wel degelijk iets op het spel. Het is de verdienste van Mitch Daniels dat hij dat eindelijk eens goed heeft kunnen verwoorden.

Er is zelfs een klein kansje dat Daniels nog overweegt toch nog in de race te springen. Ik zou er van mijn kant flink om staan te juichen.

dinsdag 24 januari 2012

Wanhoop neemt toe bij Republikeinen

Slechts enkele dagen na de verpletterende nederlaag van Mitt Romney in de voorverkiezingen van South Carolina is er een wanhopige toon te bespeuren onder Republikeinen en conservatieven. Politieke commentatoren voelen de verkiezingen van november nu al door hun vingers glippen. Het angstbeeld van een tweede termijn voor Barack Obama begint steeds realistischer op te doemen.

Jim Geraghty van het conservatieve weekblad National Review gaf in zijn nieuwsbrief ‘Morning Jolt’ van maandag een goede samenvatting van de grote problemen die kleven aan een eventuele nominatie van Newt Gingrich: de Amerikaanse kiezer heeft een ongenadige hekel aan hem. Hij wees met name op een commentaar van Conn Carroll van de conservatieve krant Washington Examiner, die een aantal peilingen over het imago van Barack Obama, Mitt Romney en Newt Gingrich naast elkaar zette:
Carrols conclusie is een heel bittere pil voor de Republikeinen: hoewel de doorsnee-Amerikaan niet bepaald gecharmeerd is van de zittende president (het gemiddelde van de drie peilingen laat zien dat iets meer Amerikanen -- 1,67% -- een negatief i.p.v. een positief beeld van Obama hebben) heeft men een zeer uitgesproken afkeer van Romney (-13%) en een diepe haat jegens Gingrich (-31,67%). Ook Talking Points Memo heeft een dergelijke vernietigende boodschap voor Gingrich.

De conclusie die Jim Geraghty suggereert is heel eenvoudig: Newt Gingrich is waarschijnlijk niet verkiesbaar. Als de voormalige voorzitter van het Huis van Afgevaardigden de nominatie van de partij in de wacht sleept keert zo’n 30 procent van de kiezers zich tegen hem. De vraag is natuurlijk onder welke demografische groepen die 30 procent zich bevindt. Als dat grotendeels onder de harde kern Democratische kiezers is, dan is er weinig reden tot wanhoop; die groep kiest toch niet voor een Republikein. Maar dat is wat te makkelijk. Ook voormalige Republikeinse collega’s, die in de jaren 90 onder hem in het Huis hebben gediend, hebben zich openlijk uitgesproken tegen zijn kandidatuur. Begin december herhaalde Tom Coburn, een Republikeinse senator uit Oklahoma, voor het nieuwsprogramma “Fox News Sunday” waarom hij niet geloofde in de geschiktheid van Gingrich voor het hoogste ambt in de VS:



Dat is verpletterende kritiek en Jim Geraghty herinnerde zijn lezers nog maar eens aan de werkelijkheid van een presidentiële campagne in de aanloop naar november: kandidaat Gingrich moet dan tussen de partijconventie in eind augustus en de verkiezingen in de eerste week van november het publiek ervan overtuigen dat de man die Amerikanen haten een betere leider zal zijn dan de man waar veel Amerikanen licht ontevreden over zijn. En, zo voegt Geraghty eraan toe, dat ook nog eens terwijl Barack Obama, die meer geld heeft en zal uitgeven dan enige kandidaat ooit, in een onophoudelijke stortvloed tv-spotjes precies de zwakke plekken in het verleden van Gingrich nog eens voor het netvlies van de Amerikaanse kiezer zal doen verschijnen.

Met dit in het vooruitzicht riep de redactie van National Review in december al op om vooral niet Gingrich te steunen. Toch gaf men niet gelijk de voorkeur aan Mitt Romney. En dat hoeft niet te verrassen.

Na de nederlaag in South Carolina begint de kandidatuur van Romney, tot nu toe de gedoodverfde winnaar van de voorverkiezingen danig te wankelen. De kritiek, die altijd al te horen was – dat Romney zo’n karakterloos leeg maatpak is met zo’n slaapverwekkende campagne – wordt met de dag luider. Mark Steyn van National Review beklaagt zich dat Romneys campagne geen enkele inhoud heeft en, nog erger, blijkbaar ook niet professioneel wordt geleid:


En ondanks het feit dat hij zoveel centen uitgeeft, heeft hij geen snel responsteam? Die zogenaamd ‘spontane’ woedeuitbarsing van Newt Gingrich tegenover (CNN-presentator) John King (in het tweede debat in South Carolina) was perfect uitgedacht door Gingrich zelf. Daartegenover staat Mitt Romney met een hele batterij adviseurs, en geen enkele van hen vond het blijkbaar nodig een geloofwaardig antwoord over Bain en belastingen voor te bereiden? Voor een vent die als topzakenman campagne voert en zogenaamd bewezen oplossingen uit de privésector wil toepassen lijkt zijn campagne meer op een onhervormbare overheidsbureaucratie: groot, opgezwollen, met te veel personeel, geldverkwistend, log, en haast niet te veranderen.

Steyn en, zoals ik zondag al schreef, Fred Barnes van The Weekly Standard waarschuwen Gingrich allebei dat hij maar eens heel snel met een groot beleidsprogram, een “big idea” moet komen:

Maandenlang – zelfs tot begin vorige week – ging Romney in peilingen in South Carolina aan de leiding. Zijn verbazingwekkende instorting was mede het gevolg van aanvallen op zijn zakencarrière en zijn belastingen tijdens twee tv-debatten. Zijn ervaring, voorheen een groot positief punt, is nu een albatros geworden. Maar Romney is er nog niet in geslaagd om de aandacht van Bain, zijn rijkdom en zijn belastingaangiften af te leiden.

En dat terwijl er toch genoeg politiek saillante onderwerpen zijn, zegt Barnes. Denk maar eens aan de staatsschuld, waar Obama zojuist nog maar eens $1,2 biljoen aan heeft toegevoegd. Deze man kan er wel in slagen om de nominatie binnen te slepen – met flink wat geluk, zegt Barnes – maar hij zal dan roemloos ten onder gaan in de landelijke verkiezingen.

De overige twee kandidaten zijn geen realistisch alternatief. Ron Paul heeft een harde kern achter zich, maar is zo overduidelijk ongeschikt voor het Witte Huis dat hij zelfs binnen zijn eigen partij eigenlijk maar half geduld wordt. Hij maakt geen enkele kans de nominatie te krijgen, en gezien zijn onaanvaardbare opvattingen over een hele reeks onderwerpen, zullen slechts weinigen daarover treuren. Rick Santorum is een iets moeilijker geval. Realistisch gezien ontbreekt het hem aan geld en organisatie om op dit laat moment nog zijn winst in Iowa in een langdurige campagne om te zetten. Santorum heeft nauwelijks noemenswaardig zwakten in zijn achtergrond en is ook voor de meeste Republikeinen eminent aanvaardbaar. Maar zonder team en geld red je het niet. Voor Santorum is dan ook alle hoop gevestigd op de debatten, de enige en goedkope manier om zijn naamsbekendheid en imago onder de Republikeinse kiezers te verbeteren. De kans op een nominatie voor Rick Santorum schat ik kleiner dan 15%.

Staan de Republikeinen dan echt zonder geloofwaardige kandidaat op het podium?

Hoe diep de wanhoop bij sommige conservatieven gaat, wordt duidelijk in een artikel van Eric Kleefeld van Talking Points Memo. Sommige Republikeinse commentatoren zijn naarstig op zoek naar een alternatieve kandidaat om op het laatste moment nog in de race te springen. Helaas, pindakaas, zegt Kleefeld. Daar is het nu te laat voor, want het is nu onmogelijk om je als kandidaat te registreren voor een hele reeks voorverkiezingen. Theoretisch is er nog een week om je voor Texas, waar 155 afgevaardigden op het spel staan, aan te melden, maar dan hebben we het over een race die pas op 3 april plaatsvindt. Bijna alle eerdere voorverkiezingen zijn al gesloten voor nieuwe deelnemers. Op caucuses, die niet gebonden zijn aan dezelfde stringente registratieregels als voorverkiezingen, zou een dergelijke kandidaat eventueel nog een kansje maken, maar realistisch gezien is het nu een aan “politiek science-fiction” grenzend scenario om te denken dat een politiek zwaargewicht (Chris Christie? Paul Ryan? Jeb Bush?) de partij nog te hulp komt. (UPDATE: Bill Kristol, redacteur van The Weekly Standard, praatte gisteren in een interview met FOX Business over de mogelijkheid dat Mitch Daniels, gouverneur van Indiana, volgens een lek uit zijn omgeving misschien overweegt om...)

Deze overdenkingen, die de afgelopen twee dagen binnen het Republikeinse circuit beginnen rond te zwerven, zijn tamelijk verontrustend. Experts binnen conservatief Amerika maken zich nu reëel zorgen dat geen van de kandidaten in november een echte kans maakt tegen Obama. Met Romney had de partij, zo dacht men, nog de beste kans. Maar de keuze van het Republikeinse electoraat voor de controversiële Gingrich en de knudderigheid van team Romney doen de kansen voor de Republikeinen flink slinken.

De Republikeinse generaals blijven hopen dat Florida een andere uitkomst zal brengen. Zoals ik al eerder heb geschreven, South Carolina is niet bepaald de doorsnee-staat. Al sinds 1860, toen in die staat de Burgeroorlog werd ontketend, staat South Carolina bekend als een nogal rebellerende staat. In Florida gooit Romney veel hogere ogen. Maar het is niet alleen maar aan de Republikeinse kiezers in Florida om volgende week een ander resultaat te dicteren, ook al staan er twee keer zoveel afgevaardigden op het spel als in South Carolina. De belangrijkste taak is weggelegd voor Mitt Romney. Hij moet in de week die hem nog rest zijn imago en zijn campagne flink herzien. Dat betekent dat alle ogen zijn gericht op de twee debatten die in Florida plaatsvinden. Daar moet hij uitblinken.

Wat alvast niet helpt is Romneys stompzinnige interview van maandagochtend waarin hij de aandacht wil vestigen op Newt Gingrich’ werk voor Freddy Mac en Fannie Mae. Dat er een luchtje zit aan een freelance contract van meer dan $1 miljoen voor een semi-overheidsbank klopt. Maar Romney overdrijft de stank wel een beetje. Dit soort kritiek is niet de “big idea” waar de partijbonzen op zitten te wachten, laat staan de Republikeinse kiezers of de Amerikaanse burger in het algemeen.

De komende week zou wel eens cruciaal kunnen blijken voor de uiteindelijke uitslag van de presidentsverkiezingen.

zondag 22 januari 2012

Gingrich wint verpletterende zege op Romney in South Carolina

Newt Gingrich en zijn vrouw Callista, eerder deze maand in New Hampshire
Foto: Gage Skidmore / Creative Commons 2.0

Newt Gingrich heeft Mitt Romney gisteren in South Carolina verpletterd. De voormalige voorzitter van het Huis haalde ruim 40% van de stemmen, terwijl Romney nog geen 28% haalde. Dat is een winstmarge die nog groter was dan de meest optimistische peilingen in de dagen voor de voorverkiezingen aangaven. (Tegelijkertijd betekent dat dat het Democratische onderzoeksbureau Public Policy Polling een heel stuk geloofwaardiger is geworden, omdat zij met hun peiling van 37% tegen 28% het dichtst bij het eindresultaat zaten.)

Wat dit betekent voor de race is onduidelijk. Experts zitten een beetje met de handen in het haar. Nate Silver, een hoog aangeschreven verkiezingswatcher, beschrijft in een lang artikel op zijn blog FiveThirtyEight vanmorgen dat de resultaten in South Carolina in geen enkel statistisch model passen.

Mitt Romney heeft een flinke knauw gekregen, ondanks het feit dat hij van South Carolina toch nooit veel had verwacht. Toch is een marge boven de 5% een vernietigend oordeel van de Republikeinen uit de staat over de kandidatuur van Romney. Fred Barnes, redacteur van het conservatieve weekblad The Weekly Standard, beschrijft het als een “vernederend verlies” voor Romney. Romney’s campagne was tot dusver gebaseerd op de voorstelling dat hij de gedoodverfde kandidaat was. Dat aura raakt hij nu kwijt. Barnes waarschuwt Romney dan ook dat hij eindelijk eens een “big idea” voor zijn kandidatuur moet introduceren. Het is niet genoeg om alleen maar te blijven zeggen dat je als gouverneur ervaring als bestuurder hebt, iets wat Gingrich niet heeft.

Velen wijzen erop dat we nu drie staten hebben gehad, en dat elke staat een andere winnaar heeft aangewezen. Dat mag zeker als emblematisch worden genomen voor de verdeeldheid binnen de partij, zowel in de zin dat er verschillende groepen binnen de Republikeinse Partij zijn die elk hun eigen beleidsvoorkeuren hebben (Tea Party, gematigden, libertairen, sociaal-conservatieven), en in de zin dat de kiezers nog erg onbeslist zijn over hun voorkeur voor de kandidaten. Er is duidelijk een behoefte aan een anti-Romney en daar profiteerde Gingrich ook van. Hij heeft de afgelopen week laten zien dat hij passie en intelligentie heeft en dat is voor velen aansprekelijker dan alleen maar een onbesproken blazoen en de juiste diploma’s.

Nate Silver waarschuwt dat we niet al teveel conclusies moeten verbinden aan de zege van Gingrich in South Carolina, omdat de ‘politieke cultuur’ in die staat slecht wordt begrepen. Hij heeft daarin zeker een punt, maar toch spreekt er wel degelijk een boodschap uit deze zege: de kandidatuur van Romney begint nu te wankelen.

zaterdag 21 januari 2012

Gingrich streeft Romney voorbij in South Carolina

Vandaag gaat South Carolina naar de stembus voor de voorverkiezingen in die staat. In de peilingen in de aanloop naar de voorverkiezingen streeft Newt Gingrich Mitt Romney opeens voorbij. Een week geleden stond Romney nog op een voorsprong van meer dan 10 procent onder kiezers in South Carolina. Maar de laatste dagen heeft Gingrich hem niet alleen ingehaald, hij staat nu zelfs op een voorsprong van rond de 10 procent. Nate Silver van FiveThirtyEight voorspelt aan de vooravond van de voorverkiezingen 37,8% voor Gingrich tegen 30% voor Romney.

Wat vooral meespeelt in deze verbetering voor Gingrich is het schandalige interview van zijn ex-vrouw Marianne deze week voor ABC News, waarin zij onthulde dat Gingrich destijds een open huwelijk wilde. Die viezigheid is blijkbaar niet in goede aarde gevallen bij de kiezers, maar zeker ook de ietwat gespeelde verontwaardiging van Newt Gingrich over dit onderwerp – direct aan het begin van het tweede debat in South Carolina – heeft kiezers in de armen van de verongelijkte Gingrich geduwd. Peilingen van woensdag, donderdag en vrijdag laten zien dat er elke avond weer meer Gingrich-supporters bijkwamen.

Wat ook meespeelt zijn de klunzige uitspraken van Mitt Romney over zijn belastingen. De superrijke Romney heeft blijkbaar weinig voeling met de financiële belevingswereld van gewone mensen – en dat was wel te merken tijdens de debatten. Niet alleen wist hij niet precies hoeveel belasting hij eigenlijk betaalde, toen hij uiteindelijk op 15% gokte (waarschijnlijk juist, omdat zijn meeste jaarlijkse inkomsten uit beleggingen komen, waarop ongeveer 15% belasting geldt) leidde dat tot grote hilariteit bij de andere kandidaten, die de aandacht hadden gevestigd op inkomstenbelasting (waarvan het hoogste tarief op 35% ligt).

Romney’s onwil om nog deze week zijn belastingaangiften van de afgelopen jaren publiekelijk bekend te maken speelt hem nu parten. Gingrich, die zelf tijdens het debat zijn aangifte over 2011 publiceerde – maar niet over meerdere jaren – manoeuvreerde Romney zo in een situatie waarin het leek alsof hij in zijn financiën wat te verbergen heeft. In deze tijd van Occupy-bewegingen en economische malaise lijkt Romney nu opeens de archetypische 1-procenter die zich als een economische parasiet ten koste van gewone Amerikanen heeft verrijkt. Daarmee sluit Gingrich wel degelijk aan bij een berucht tv-spotje door een SuperPAC (een onafhankelijke lobbygroep) dat voor Gingrich campagne voert. (Zie hier voor een webfilmpje van 28 minuten van dit SuperPAC.)

Nate Silver waarschuwt ervoor al teveel te vertrouwen op de peilingen van Public Policy Polling, omdat die gebruik maken van geautomatiseerde telefoonsystemen – bureaus die menselijk personeel persoonlijke gesprekken laten voeren geven een minder rooskleurig beeld. Het is dan ook niet geheel uitgesloten dat het stemmenverschil niet zo groot zal zijn als PPP voorspelt.

Hooggerechtshof zorgt voor haast en paniek in Texas

Gisteren heeft het Amerikaanse Hooggerechtshof een kiesdistrictenstelsel in Texas ongrondwettig verklaard. In de zaak Perry v. Perez had de staat Texas (onder aanvoering van gouverneur Rick Perry) een kort geding aangespannen uit protest tegen een indeling van kiesdistricten die door een federale rechter aan de staat Texas was opgelegd. Daardoor zijn de voorverkiezingen in Texas (op 3 april) in gevaar gebracht, omdat Texas na de laatste volkstelling 4 extra districten heeft toegewezen gekregen, maar die nu dus nog steeds niet in kaart zijn gebracht.

Het probleem met Texas vloeit voort uit de Voting Rights Act uit de jaren 60, waarin eindelijk een einde werd gemaakt aan de officiële rassendiscriminatie bij de stembus door plaatselijke overheden. Alle staten en enkele delen van staten waar destijds discriminatoire wetgeving bestond zijn toen in die wet onder curatele gezet wat betreft hun kieswetten. Ook een deel van Texas valt onder die regeling en de staat mag dus zonder toestemming van een federale rechter of van het federale ministerie van justitie geen wijzigingen aanbrengen in hun kieswetten en hun districtenindelingen. Die wet is in 2006 nog eens voor 25 jaar verlengd.

Uitgaande van die bepaling heeft het Hooggerechtshof nu gisteren -- overigens in een unaniem oordeel van alle 9 opperrechters -- besloten dat een lagere federale rechter geen juiste indeling van de nieuwe kiesdistricten in Texas heeft gemaakt. De staat had bezwaar tegen die indeling door de rechter gemaakt, omdat de rechter een geheel nieuwe kaart van de staat Texas had ontworpen waarin de kiesdistricten wel erg voordelig uitpakten voor de Democraten. Het Hooggerechtshof floot die rechter nu terug. In een anoniem oordeel (een zogenaamd per curiam 'door het hof' oordeel) werd de lagere rechtbank opgeroepen om terug te gaan naar het ontwerp voor de indeling dat de staat zelf had ingediend en dan enkel bij individuele strijdpunten te onderhandelen over eventueel nodige veranderingen ter bescherming van minderheden. Overigens liet één van de rechters, de zwarte opperrechter Clarence Thomas, weten dat hij het artikel in de Voting Rights Act waarin staten toestemming moeten vragen voor veranderingen in hun kieswetten, ongrondwettig vindt, en hij opperde dat wat hem betreft de staat gewoon zijn eigen plan zou moeten mogen invoeren. Toch stemde hij in met zijn collega's wat betreft de conclusie in deze zaak om de indeling van de lagere rechter af te keuren.

Wat er nu gaat gebeuren in Texas is onzeker. Het is zeer onwaarschijnlijk dat een nieuwe indeling van de kiesdistricten op tijd zal kunnen worden goedgekeurd. In het ergste geval kunnen er dan geen voorverkiezingen plaatsvinden in Texas, omdat de wet (art. 5 van de Voting Rights Act) gebruik van een nieuwe indeling domweg verbiedt voordat een rechter het heeft goedgekeurd en de oude indeling is sowieso niet meer van toepassing. Texas werkt hard aan een oplossing. Ondanks het feit dat de staat Texas hier juridisch flink gewonnen heeft (omdat het Hooggerechtshof heel wat duidelijkheid schept over wat federale rechters wel en niet aan een staat mogen opleggen w.b. kiesdistricten), is het electoraal natuurlijk een catastrofe. Volgens sommige juristen zal deze zaak nog dit jaar nog een keer hij het Hooggerechtshof terugkomen, omdat er op veel dieper niveau nog meer problemen zitten.

Wordt vervolgd.

vrijdag 20 januari 2012

Republikeinen zijn geen domoren

Dit artikel is op 20 januari in het Nederlands Dagblad gepubliceerd.

Achter de Republikeinse presidentskandidaten zit niet alleen maar machtspolitiek. Als je doet alsof er een gigantisch intellectueel verschil zit tussen Obama en de Republikeinse kandidaten, ken je beiden niet.

Na het meest recente debat onder de Republikeinse presidentskandidaten in South Carolina is eens te meer duidelijk geworden dat er wel degelijk filosofische diepgang is binnen de partij. Dit in tegenstelling tot de voorstelling in veel media, dat het kandidatenveld van de Republikeinen dit jaar ontsierd wordt door onkundige, rechtsextreme kandidaten die geen politieke filosofie vertegenwoordigen, maar enkel een ideologische reflex tegen de zittende president tentoonspreiden.

Deze onterechte visie berust op discussies over de vraag of je Obama een ‘socialist’ mag noemen. Maar zulke polariserende labels leiden slechts af.

meest linkse president

Het kan niet worden geloochend dat Amerika met Obama de politiek meest linkse president ooit heeft. De eerste twee jaar van zijn presidentschap zijn getekend door het doorvoeren van gigantische en dure federale programma’s, enorme hoeveelheden nieuwe regelgeving, en een schrikwekkende verslechtering van de staatsfinanciën. Veel van dat beleid (men denke met name aan Obamacare en het economische stimuleringspakket) komt wel degelijk uit een linkse ideologie voort.

Wat de Republikeinse kandidaten hiertegen inbrengen, is niet alleen maar een filosofisch meningsverschil met de sociaal-democratische neigingen van de Democratische Partij en haar voorman, maar ook kritiek op de incompetentie en de arrogante houding die bij de doorvoering ervan aan de dag is gelegd. Obamacare werd dan ook met hangen en wurgen, en zelfs tegen verzet binnen Obama’s eigen partij, door het Congres gedrukt. In die achterkamertjespolitiek heeft men de toch al twijfelachtige hervormingsvoorstellen nog verder verslechterd door een wirwar van concessies en bijzondere toegiften aan individuele politici in de wet op te nemen, in ruil voor hun ja-stem. Als gevolg heeft de regeltjesjungle van Obamacare de gezondheidszorg in de VS alleen maar duurder gemaakt en de economie verzwakt.

Er bestaat met elk van de nu nog staande Republikeinse kandidaten een goede kans dat er een einde komt aan die benadering van het landsbestuur. Ondanks de verhardende toon tussen de kandidaten onderling is er op de belangrijkste onderwerpen grote eensgezindheid. Hervorming van het belastingstelsel staat bij de Republikeinen hoog op het program en ook het herroepen van Obamacare past binnen een visie op de economie waarin de overheid de motoren van die economie – grote en kleine ondernemers – niet constant hogere lasten en meer, ingewikkelde regelgeving oplegt.

Het is de verdienste van de Republikeinse oppositie in het Congres (en sinds 2011 ook van de Republikeinse meerderheid in het Huis van Afgevaardigden) dat het debat over economie en staatsfinanciën eindelijk is verschoven van het uitbreiden van allerlei overheidsprogramma’s (en belastingverhogingen om die te betalen) naar bezuinigingen. Nergens is sinds 2008 de geldverspilling zo sterk gegroeid als in Washington, waar steeds meer bureaucraten werden aangenomen en steeds meer van hen salarissen boven een ton gingen verdienen - en dat tijdens een economische crisis. Alle Republikeinse kandidaten staan voor een flinke bezuiniging op een waslijst aan slecht uitgevoerde, verkwistende en zelfs overbodige federale subsidieregelingen en programma’s.

En dat Democraten de Republikeinse voorstellen om het sociale zekerheidsstelsel te hervormen nog steeds beschrijven als een poging het over de ruggen van de arme Amerikanen af te schaffen, is ronduit schandalig. De struisvogelpolitiek van de Democraten in dezen is juist funest, omdat daarmee de financiële crisis in die programma’s bewust genegeerd wordt. Alleen flinke hervormingen en bezuinigingen op heel korte termijn, zoals bij de pensioenfondsen in Nederland, kunnen het stelsel nog redden. Dat is een niet onbelangrijk verkiezingspunt voor de Republikeinen.

klunzig

Het is te betreuren dat de media elke klunzige uitspraak van de Republikeinse kandidaten aangrijpen om te doen overkomen alsof het bij hen een en al leeghoofdigheid is. Er mag wel degelijk kritiek zijn op echte stompzinnigheden; toch kraamt mijns inziens alleen Ron Paul (op het gebied van buitenlandbeleid) gevaarlijke onzin uit. Over de geschiktheid van de andere kandidaten kunnen redelijke mensen van mening verschillen, maar laten we vooral niet doen alsof er een gigantisch intellectueel kwaliteitsverschil zit tussen de zittende president en zijn Republikeinse tegenstrevers. Wie dat gelooft, kent noch Obama, noch de Republikeinse kandidaten.