maandag 27 augustus 2012

Op naar de conventie

Vandaag begint officiëel de Republikeinse partijconventie. Ik sprak daarover gisterenavond laat in het NOS Radio 1 programma "Met het oog op morgen" samen met auteur Geert Mak, die net een nieuw boek over zijn rondreis door Amerika heeft gepubliceerd (Reizen zonder John). Een link naar de uitzending hier (mijn bijdrage begint op 32 minuten. Ik deed ook verder mee in de discussie met Geert Mak na het plaatje van Wounded Knee).

Het begint wel stormachtig voor Mitt Romney. De storm Isaac heeft al één dag van het programma afgehakt. Hoewel Isaac niet direct op Tampa afkomt, is men natuurlijk erg beducht voor alle afgevaardigden, journalisten, en andere gasten. Die moeten veilig kunnen reizen. Verder wil men ook mediaflaters zoals in 2005 toen George W. Bush een slecht figuur sloeg na orkaan Katrina voorkomen. Ook in 2008 werd het programma van de Republikeinse conventie (toen in de eerste week van september) ingekort, vanwege een orkaan in de Golf van Mexico, dus men is bij de Republikeinse Partij wel wat gewend. In principe heeft de storm weinig invloed op de conventie en op Romney, maar toch heeft hij wel één dag minder om zich aan Amerika bekend te maken. En dat zou iets kunnen schelen.

Maar er is ook die andere storm: de mediastorm rond Todd Akin en zijn schandalig domme uitspraak over verkrachting.  Het is even sensatie, en de Obama-campagne probeert ook om Akin aan het publieke imago van Romney en de Republikeinse Partij te knopen. Dat lukt ze op de lange termijn niet; daarvoor is Akin toch te marginaal en onbekend. Het geheugen van de doorsneekiezer is te kort om dat in november nog te weten. De hele partij heeft zich bijna zonder uitzondering van Akin verwijderd en oefent druk op hem uit om uit de race voor de senaat te stappen. Het kan wel invloed hebben op de senaatsverkiezingen, want het is nu bijna zeker dat de zittende senator (Democraat Claire McCaskill) de verkiezing in Missouri gaat winnen, terwijl ze eerst op flinke achterstand stond. De kans op een meerderheid in de Senaat is nu voor de Republikeinen kleiner geworden.

Het belangrijkste doel voor Romney is om zich op die conventie aan Amerika te presenteren. Er geldt een enorm verschil in naamsbekendheid tussen de zittende president Barack Obama en de voormalige gouverneur Mitt Romney. Veel mensen kennen Romney niet, of weten buiten zijn naam om maar heel weinig. Dat geeft Barack Obama de mogelijkheid om via campagnespotjes e.d. het publieke imago van zijn tegenstander als het ware vast te leggen.

Het is dus aan Romney om duidelijk te maken wie hij is en waar hij voor staat. Het mediabeeld van de kandidaat is in onze cultuur immers van groot belang in de campagne. De conventie is deze week het belangrijkste nieuws in Amerika. Voor het eerst zullen alle zenders en alle nieuwsuitzendingen aandacht geven aan de Republikeinse kandidaat; tot nog toe was het steeds maar samenvattinkjes van een paar minuten, waardoor veel Amerikanen zelden iets van Romney of de Republikeinen hebben gehoord of gezien. Nu wordt heel Amerika drie dagen lang met Republikeinen gebombardeerd.

Toch gaat het met Romney niet zo heel goed. Alle landelijke peilingen geven aan dat een meerderheid van de kiezers Obama niet zien zitten en ontevreden zijn met zijn economische beleid, maar ze tonen ook aan dat een krappe meerderheid toch de voorkeur aan Obama geeft. Men kent Romney niet. Obama’s naamsbekendheid is groter en Romney heeft nog geen overtuigend, gedetailleerd beleidsprogramma laten zien. Daar draait het ook in Tampa wel een beetje om. Ook de keuze voor Paul Ryan als zijn vice-presidentskandidaat heeft tot nu toe weinig bij de onafhankelijk kiezers teweeg kunnen brengen. Hij is eveneens te onbekend. Voor hem ligt dus in Tampa ook een belangrijke taak: laten zien dat hij een flinke kop met kennis op zijn schouders heeft. Wellicht dat men hem in het debat met Joe Biden (in oktober) pas echt zal leren kennen. Het is te verwachten dat Ryan met de onbenullige Biden de vloer aan zal vegen.
Verkiezingsprojectie 25 augustus 2012
(gele staten zijn onbeslist, rood is Republikeins, blauw is Democratisch / bron:  http://fivethirtyeight.blogs.nytimes.com/

Overigens gaat het in Amerika bij presidentsverkiezingen om de “swing states”, staten die de doorslag zouden kunnen geven (omdat men “punten” per staat verdient). In die staten staat Obama nog steeds op een krappe voorsprong: Florida, Virginia, Ohio, Wisconsin, Iowa, Colorado en Nevada (wellicht ook New Hampshire, maar dat is erg klein). Alleen Florida lijkt eerder naar de Republikeinen over te hellen, alle andere staten zijn eerder op Obama’s kant.

Wie het boek van Geert Mak heeft gelezen (ik heb alleen een vluchtige blik kunnen werpen op het boek), zal niet verbaasd zijn dat ik en dhr. Mak Amerika vanuit een andere hoek bekijken. Geert Mak heeft wel erg veel overduidelijke minachting voor FOX News: “Voor Fox is de waarheid– of, beter, het zoeken naar de waarheid – volstrekt irrelevant.” (blz. 269) Dat is een wel erg oppervlakkige analyse van Amerika -- eigenlijk typisch voor een Europese tourist die na een paar weken of maanden wel denkt het land te begrijpen.

Mak is erg bang dat Amerika gaat kiezen voor een afbouw van de sociale zorg. Hij gelooft dat meer overheid nodig is. Er zitten nogal wat haken en ogen aan een dergelijke stelling, omdat het uitgaat van twee vooraannames: (1) dat meer overheid automatisch betere zorg betekent; en (2) met overheid bedoelt Geert Mak te makkelijk de "federale" overheid. De Republikeinen willen wel degelijk flink snijden in de centrale macht van Washington, maar daarmee tornen zij zeker niet aan de macht van de overheid per se. Nog een aantal specifieke haken en ogen:

1.        Ten eerste is het niet waar dat Amerika nu helemaal geen sociale zorg heeft. Er is Medicare (ziekenfonds voor senioren), Medicaid (ziekenfonds voor armere Amerikanen en mensen met handicaps en andere bijzondere aandoeningen), Social Security (AOW) en foodstamps (voedselbonnen), om maar een paar belangrijke programma’s te noemen. Er zullen ongetwijfeld verbeteringen in die systemen kunnen komen en het is ook niet allemaal zo ingericht als in de meeste Europese landen, maar je kunt niet beweren dat er niets is.
2.        De staatsinrichting is ook heel anders. Amerika is een federale republiek en de landelijke overheid heeft onder de grondwet veel minder macht dan de landelijke overheid in Nederland; subsidiariteit is een veel krachtigere factor in de VS als in Nederland. Dus verwacht men hier in Amerika dat problemen vooral plaatselijk of op het niveau van de individuele staten worden opgelost, tenzij het een probleem is dat alle staten of een groot deel van de staten op precies dezelfde manier treft.
3.        Dat heeft ook te maken met de omvang van het land. Omstandigheden in het subtropische Florida zijn anders dan in het koude Minnesota of het woestijnachtige Arizona. Afstanden zijn groot, zodat het logistiek ook vaak niet goed is alles vanuit Washington te regelen.
4.        Verder ben ik erg pessimistisch over het success van de centralistische hervormingen die onder Obama zijn doorgevoerd. Obamacare is een poging om een landelijk probleem in de gezondheidszorg op te lossen en spreekt inderdaad veel verschillenden dingen aan, maar de wet is zo’n onoverzichtelijke warboel dat het volgens velen de gezondheidszorg alleen maar slechter maakt—en ook nog eens duur en inefficiënt is.
5.        Tenslotte is hetnu niet het moment om gigantische overheidsuitgaven te doen. Amerika is hard op weg om in de voetstappen van Griekenland te volgen. De staatsschuld (16 biljoen) is groter dan die van alle andere landen in de hele wereld bij elkaar. Over tien jaar begint de federale overheid failliet te gaan. Dit probleem is van zo’n enorme omvang dat het niet mogelijk is om met traditionele belastingverhogingen op rijkere Amerikanen genoeg belastinginkomsten te vergaren en het gat te vullen. De schuld is zo groot dat het vermogen van alle rijkste Amerikanen bij elkaar niet genoeg is om het begrotingstekort van één jaar op te lossen. Er moeten dus andere structurele oplossingen worden gezocht.
6.        Dat betekent overigens niet dat de Republikeinen voor een einde aan sociale zorg staan. Wel voor hervormingen, met lagere uitkeringen (of een einde aan AOW voor miljonairs) en privatisering van onderdelen, om de druk op de federale overheid te verminderen, meer vrijheid aan burgers te geven om zelf te investeren, en de hele sociale zorg van een fiscale implosie te redden. Liever 80% sociale zorg dan geen sociale zorg.

Dit alles wil niet zeggen dat het plan van de Republikeinen allemaal koek en ei is. Geert Mak wees terecht op het punt van de belastingen. Dat is inderdaad het zwaktepunt in mijn ogen van de Republikeinse benadering. Het is waar dat je niet flink belastingen moet gaan verhogen in een zwakke economie, zelfs niet op die superrijken "die het wel kunnen missen." Of ze het kunnen missen of niet is niet belangrijk; belangrijker is te vragen wat het effect op het economische gedrag van die superrijken zal zijn als ze dadelijk een procentje meer of minder, of tien procent, of vijftien procent meer moeten betalen. Aangezien de "superrijken" ofwel van investeringen leven (financiële leningen aan bedrijven) of zelf een bedrijf runnen, graai je dus die belastingcenten weg van de huidige bestedingswijze en ken ze aan de staat toe. Ik heb tot nog toe weinig in Washington gezien dat mij er gerust op maakt, dat de federale overheid dat geld nuttiger gaat investeren dan die vermaledijde superrijken. Het wordt tijd dat men eens ophoudt de rijke mensen neer te zetten als snode valsaards. Dat is een 19-eeuws Marxisme. Het meerendeel van de rijken zijn gewoon successvolle beoefenaars van de economie.

Toch komt er een grote Maar als afsluiting: de Republikeinen kunnen m.i. op geen enkele manier hard maken dat een matige belastingverhoging voor de rijken niet zou kunnen helpen. Zolang we maar niet praten over het "uitkleden" van de rijken, waar de Democraten voor staan, is het best mogelijk dat een paar procentjes meer pijn bij de rijken wellicht genoeg ruimte schept voor de overheid om iets flexibeler met hervormingen en bezuinigingen om te gaan. De starre weigering om nog geen dollar belastingverhoging voor tien dollar bezuinigingen te accepteren doet hen in het licht van de camera's weinig goed. Daar moet voor de verkiezingen nog aan gesleuteld worden, anders geven ze Obama te veel amunitie om Romney (zelf één van de superrijken -- evenals bijvoorbeeld John Kerry, Democratisch kandidaat in 2004, overigens) als ... eh, ja valse rijke snoodaard neer te zetten.

maandag 13 augustus 2012

Romney kiest met Paul Ryan voor inhoudelijke campagne


Met zijn keuze voor Paul Ryan heeft Mitt Romney – eindelijk – wat moed laten zien. Tot dusver heeft Romney een tamelijk timide campagne gevoerd. Daarom gingen velen ervan uit dat hij een omzichtige keuze zou maken bij de selectie van een vice-presidentskandidaat. Een degelijke, maar misschien ietwat saaie kandidaat, zoals Rob Portman of Tim Pawlenty. Romney zou niet, zoals John McCain in 2008 met Sarah Palin, een risico nemen met een controversiële kandidaat die bij nader inzien niet de nodige diepte en politieke vaardigheid blijkt te bezitten.

Maar zo kon het niet langer. Het Obama-kamp opende eind juli de frontale aanval met o.a. een aantal stevige campagnespotjes, waarin zijn carrière bij investeringsfirma Bain Capital en zijn persoonlijke rijkdom doelwit werden. Die aanval was succesvol. Romney had geen adequaat antwoord op de aantijgingen van de Democraten en hij zakte flink weg in zowel landelijke peilingen als in de cruciale ‘swing states’. De omstandigheden – en de strategie van zijn tegenstander – dwongen Romney voor een toch wat gewaagdere kandidaat te gaan.

Paul Ryan blaast zonder twijfel Romneys verkiezingscampagne nieuw leven in. Binnen zijn eigen partij is Ryan ongekend populair. Met zijn jeugdige uitstraling, zijn onbetwijfelde trouwheid aan conservatief gedachtengoed en ongeëvenaarde dossierkennis op het gebied van financiën neemt de 42-jarige afgevaardigde uit Wisconsin alle twijfels weg bij Republikeinen die Romney te gematigd of te afstandelijk vonden.

Maar bij het bredere electoraat is Ryan een uiterst controversiële keuze. De laatste jaren is Ryan uitgegroeid tot intellectueel leider van zijn partij op het gebied van de economie en staatsfinanciën. Zijn visie is somber: het sociale uitkeringssysteem staat binnen een decennium voor de afgrond en de enige uitweg is om nu in uitkeringen te gaan snijden om het systeem op lange termijn te redden.

Deze boodschap, die Ryan in zijn alternatieve begrotingsplan The Path to Prosperity (Het pad naar welvaart) heeft vastgelegd, wordt door Democraten gezien als de nekslag voor de sociale verzorgingsstaat en wordt steevast als ‘extreem’ bestempeld. Er ligt al een (uit 2010 gerecycled) campagnespotje klaar waarin een Paul Ryan-imitator een oud dametje met rolstoel en al de afgrond in duwt. Het laat weinig aan de verbeelding over: de Republikeinen zijn zelfzuchtige monsters die geen hart hebben voor de zwaksten in de samenleving.

Er zijn wel degelijk genoeg onvolkomenheden in de aanpak die de Republikeinen voorstaan. Zo is de Republikeinse weigering om geen cent belastingverhoging voor de hogere inkomens te accepteren ronduit onverantwoordelijk te noemen. De hardnekkig Republikeinse tegenstand tegen een aantal redelijke Democratische voorstellen om enkele matige tariefverhogingen voor de rijksten in een breed pakket bezuinigingen op te nemen is begrijpelijk aangezien de meeste voorstellen heimelijk waren opgetuigd met een reeks Democratische wensdromen. Toch hadden doortastende onderhandelingen wel degelijk tot een redelijk compromis kunnen voeren. In afwezigheid van een dergelijk compromis lijken Republikeinse begrotingsvoorstellen boekhoudkundig niet sluitend te krijgen.

Anderzijds hebben de planeconomische impulsen in Obama’s beleid van de afgelopen 3 jaar – en het ontbreken van een samenhangende visie op de toekomst bij de Democraten – geleid tot het zwakste economische herstel sinds de jaren dertig, een werkloosheid die nog steeds boven de 8 procent ligt en de grootste staatsschuld van enig land uit de geschiedenis. Tegen die achtergrond is een stevig debat over de geneugten van een vrije markt en een kapitalistische economie nuttig.

Door juist Paul Ryan te kiezen laat Romney zien dat hij dat debat aandurft, want Ryan bezit de vaardigheid om boven de tergend oppervlakkige kritiek uit te stijgen en de kiezer in gewone taal Amerika’s economische dilemma, de komende schuldencrisis en de noodzaak voor belasting- en financiële hervormingen uit te leggen. Dat is geen eenvoudige zaak, maar als de partijen eindelijk eens tot een inhoudelijk debat worden gedwongen – zou dat geen verademing zijn?

zaterdag 21 juli 2012

Romneys 'running mate' - komt die eraan?

Op vrijdagavond heb ik weer even gebabbeld met de mensen van Met het oog op morgen van radio 1. Hier is een link naar de audio (het segment begint op ongeveer 32 minuten).

dinsdag 10 juli 2012

De donkere wolken boven Romneys kandidatuur


President Obama kan in november een belangrijk record breken: herverkozen worden temidden van een abominabele economische situatie. Geen enkele na-oorlogse president is herkozen met een werkloosheid boven de 7,5%. Met die statistiek in het achterhoofd hebben veel Republikeinen zich rijk gerekend: met zulke slechte economische cijfers (werkloosheid al drie jaar boven 8%) kan een zittende president niet overleven, meenden zij.

Maar recente peilingen wijzen uit dat een meerderheid van de kiezers Obama’s uitdager, ex-gouverneur Mitt Romney, niet zien zitten. In de belangrijkste “swing states”, de staten de marge tussen de twee partijen meestal erg klein is, blijft Romney het zwak doen, zeker gezien de ook daar breed levende onvrede over Obama’s economische beleid.

Eén van de meest ontnuchterende peilingen toonde onlangs aan dat tweederde van de Amerikanen nog steeds gelooft dat de huidige zwakke economie de schuld is van Obama’s voorganger George W. Bush. Ook geeft 52% Obama een deel van de blaam, maar de cijfers in het algemeen lijken vooral te betekenen dat de meeste Amerikanen, met name de zo belangrijke zwevende kiezers, bereid zijn Obama het voordeel van de twijfel te geven op het belangrijkste verkiezingsthema van dit jaar. Dat is een slecht teken voor Romney.

Verder kan geen van beide kandidaten de kiezers de indruk geven dat ze een economisch plan hebben om de crisis te bestrijden. Een peiling van de conservatieve nieuwszender FOX News toont aan dat slechts 41 procent van de kiezers gelooft dat president Obama een geloofwaardig economisch beleid heeft. Maar Romney krijgt nog minder kiezers achter zich: slechts 27 procent gelooft dat Romney weet wat hij moet doen. Hij kan dus niet eens zijn eigen partij overtuigen.

Dat Romney zo weinig steun krijgt heeft hij grotendeels aan zichzelf te wijten. Hij profileert zich zelden of nooit op basis van zijn eigen verkiezingsprogramma, terwijl hij wel degelijk een tamelijk gedetailleerd “59-puntenplan” heeft liggen. In campagnespotjes en tijdens toespraken spreekt Romney vaak enkel in algemeenheden, en bijna altijd alleen om kritiek te uiten op het beleid van Obama.

Daar is inderdaad flink wat op aan te merken, maar waar de kiezer op zit te wachten is een alternatief plan. In Romneys intellectuele vacuum krijgt hij het imago van een betweterige zeurkous. Dezelfde peiling van FOX News laat zien dat bijna tweederde van de kiezers een negatief beeld van Romneys campagne heeft.

Het campagne-team van Romney heeft duidelijk moeite om van de relatief kleine organisatie tijdens de voorverkiezingen nu te groeien tot een volwaardig verkiezingsteam. Na de controversiële uitspraak van het Hooggerechtshof over Obamacare kreeg Romney ongekend veel donaties. Maar in de dagen daarna spraken de kandidaat en zijn perswoordvoerder elkaar tegen w.b. de betekenis van de uitspraak van het hof. Romney koos tergend genoeg voor de interpretatie die ook president Obama eraan gaf.

Dat is ergens wel begrijpelijk, omdat Romney als gouverneur van Massachusetts verantwoordelijk was voor een gezondheidswet die nagenoeg identiek is aan het latere Obamacare. Maar als presidentskandidaat had Romney daar toch meer uit kunnen slaan. De  redactie van de zakenkrant The Wall Street Journal schreef in een commentaar dan ook gebelgd over de onkunde, wellicht iets overdreven, dat deze blunder hem wel eens de verkiezing zou kunnen kosten.

Toch kan niet ontkend worden dat donkere wolken zich boven Romneys kandidatuur beginnen samen te pakken. Er zijn allerlei omstandigheden die mede verklaren, waarom Romney, in wezen een kundige zakenman, nog steeds zo kwakkelt in de peilingen. Ten eerste is het in juli nog erg vroeg voor zekere voorspellingen en ten tweede bleek dat men voor enkele recente peilingen, zoals die van de Washington Post, wel erg veel Democratische kiezers had ondervraagd.

Desalniettmin moet Romney zich eens afvragen, waarom president Obama het ondanks een falend economisch beleid in de peilingen toch nog zo goed doet. Obama drijft niet op de steun voor zijn beleid, dat ook onder zijn eigen aanhang weinig populair is. Dat Amerika tijdens een zo diepe economische crisis niet bereid lijkt te zien om te doen wat democratieën onder zulke omstandigheden bijna altijd doen – het roer met andere politici faliekant omgooien – ligt ook aan Romneys schrijnende gebrek aan een eigen imago. Het is hoogste tijd dat Romney zichzelf en zijn alternatieve visie duidelijker gaat profileren.

donderdag 7 juni 2012

Wisconsin waarschuwing voor Obama

Dit artikel is op 7 juni in het Nederlands Dagblad gepubliceerd.
De mislukte poging deze week door Democraten en vakbonden om de Republikeinse gouverneur van Wisconsin, Scott Walker, door de kiezers vroegtijdig uit zijn ambt te laten zetten was een overbodige geldverspilling-en symbolisch voor de nationale politiek in de VS.
Begin vorig jaar protesteerden in Madison (Wisconsin) duizenden mensen tegen het beleid van de Republikeinse meerderheid in het staatsparlement en de Republikeinse gouverneur Scott Walker. Vakbonden voor overheidspersoneel waren woedend over de hervormingen die hun macht bij cao-onderhandelingen inperkten en een einde maakten aan verplicht vakbondslidmaatschap voor overheidspersoneel.
Briesend dat Walker over de ruggen van gewone arbeiders de staat uit een financieel dal wilde trekken, besloten de vakbonden een zogenaamde ‘herroepingsverkiezing’ aan te vragen om Walker door de kiezers uit zijn ambt te laten zetten, iets dat maar twee keer eerder in de geschiedenis van de VS is voorgekomen. Ook enkele staatssenatoren en een rechter werden eerder al, grotendeels zonder succes, aan zoiets onderworpen.
Na aanvankelijk veel enthousiasme voor een electoraal ontslag voor Walker – de vakbonden en de Democratische Partij verzamelden met gemak het benodigde aantal handtekening om de verkiezingen af te dwingen – was de fut er snel uit. Niemand sprak nog over de rechten van de vakbonden, zelfs niet de Democratische tegenkandidaat voor het gouverneursschap, burgemeester Tom Barrett van Milwaukee.
In plaats daarvan schermde Barrett vooral met vage corruptieaantijgingen tegen voormalige medewerkers van de gouverneur. De nederlaag van Barrett afgelopen dinsdag was, gezien zijn achterstand in de peilingen, geen verrassing.
Dat de vakbonden hun verontwaardiging over de Republikeinse politiek niet in electoraal succes hebben kunnen omzetten, komt vooral doordat hun woede een volkomen transparante huichelarij was. Amerikaanse vakbonden doen graag alsof ze de belangenbehartigers van de gewone man zijn, maar in werkelijkheid zijn vakbonden, en met name die voor overheidspersoneel, uitgegroeid tot machtige politieke organisaties, die met de top van de Democratische Partij zijn verweven.
De riante salarissen, vorstelijke pensioenregelingen en goedkope (en soms zelfs premievrije) ziektekostenpolissen die de vakbonden hebben afgedwongen, zijn in wezen afgekocht door het financieren van Democratische verkiezingscampagnes.
Dat de steun voor de vakbonden niet zo groot is als de Democraten en hun supporters wilden doen geloven, bleek niet alleen uit de verkiezingsuitslag van deze week. Sinds het lidmaatschap in januari 2011 vrijwillig werd, daalde het aantal leden fors. Sommige bonden verloren in een jaar de helft van hun leden. Het toonde eens te meer aan dat veel burgers in Wisconsin de bonden niet zo zien zitten. Maar vooral het succes van Walkers beleid (een begrotingstekort van 3,5 miljard dollar is nu een overschot van enkele miljoenen, zonder belastingverhoging of korting op sociale zorg) verklaart waarom veel kiezers de vakbonden in deze peperdure speciale verkiezingen niet wilden volgen.
Door de luidruchtige media-tamtam die de vakbonden in Wisconsin ontketenden, zijn de lampen nu opeens gericht op de buitenproportionele voordelen die zij op kosten van de belastingbetaler genieten – en dat in een periode van economische crisis. En dat probleem is niet alleen tot Wisconsin beperkt. Ook in New Jersey, Louisiana en Indiana hebben Republikeinse gouverneurs de onverantwoorde claims van vakbonden flink ingeperkt, ten voordele van de burger.
Californië is intussen het schoolvoorbeeld van een staat waar de ongebroken macht van overheidsvakbonden en hun Democratische kompanen de economie de afgrond in drijft.
Als gevolg van deze situatie is Wisconsin, sinds decennia een Democratisch bolwerk, wellicht in het geding voor de presidentsverkiezingen. Ondanks verwoede pogingen van Obama en zijn partij om zich de laatste maanden van de ‘herroepingsverkiezing’te distantiëren, staat Wisconsin symbool voor de nationale politiek. Obama en zijn partij staan voor een forse uitbreiding van de verzorgingsstaat, en daarmee voor een verdere uitbouw van het logge ambtenarenapparaat en de regeltjesjungle die nu al voor zo veel verkwisting en misbruik door machtige belangengroepen zorgen.
Gek genoeg wordt door het hoge spel van de vakbonden in Wisconsin langzamerhand duidelijk dat de Republikeinen, met name in de afzonderlijke staten, wel degelijk een samenhangende economische en politieke visie hebben. In november kan Mitt Romney van de positieve voorbeelden uit Wisconsin, Louisiana en elders profiteren.

woensdag 11 april 2012

Een tussenstand van de race

Maandagavond was ik samen met Boris Dittrich te horen in Met het oog op morgen van NOS op radio 1. Klik hier voor een linkje (segment begint op 34:45).

Ook gisterenavond was ik nog even kort in het nieuwsoverzicht van het Oog na de bekendmaking dat Rick Santorum uit de race was gestapt. Link hier (segment begint op 9:25).

woensdag 28 maart 2012

Obamacare-zaak is strijd om Amerika's ziel


Dit artikel is op 28 maart 2012 gepubliceerd in het Nederlands Dagblad.

In de zaak die momenteel speelt rond het Amerikaanse ziektekostenstelsel, bekend als Obamacare, gaat het om fundamentele grondwettelijke principes. Als het Hooggerechtshof de wet goedkeurt, staat de ziel van de Amerikaanse democratie op het spel.


Deze week is het Amerikaanse Hooggerechtshof begonnen met behandeling van een zaak rond president Obama’s ziektekostenstelsel. Verschillende groepen menen dat een van de centrale aspecten van de wet, de verzekeringsplicht die in 2014 in werking treedt, ongrondwettelijk is. Begin deze zomer wordt een uitspraak van het hof verwacht.

De implicaties van de wet voor de werking van de Amerikaanse democratie zijn enorm. Tegenstanders van de wet menen dat de federale overheid onder de huidige grondwet helemaal de bevoegdheid niet heeft om burgers te dwingen zich te verzekeren.

De regering-Obama verwerpt die redenering met twee hoofdargumenten. Ten eerste eisen verschillende overheden in de VS nu al van burgers dergelijke zaken, zoals een autoverzekering. Ten tweede wijst de regering op de jurisprudentie met betrekking tot een artikel in de grondwet waarin ‘handel tussen de afzonderlijke staten’ wordt geregeld. Het Hooggerechtshof heeft in de afgelopen zeventig jaar herhaaldelijk toegestaan dat de federale overheid vergaande wetgeving invoert om zelfs economische activiteiten die slechts indirect invloed op handel tussen de staten hebben, te reguleren. Waar en welk product burgers kiezen, heeft per definitie invloed op de hele ziektekostenmarkt in de VS, en dus heeft de federale overheid onder de zgn. handelsclausule in de grondwet het recht om wettelijke eisen te stellen aan die verzekeringen, zo stelt de regering.

Critici van Obamacare waarschuwen dat als het Hooggerechtshof de federale overheid toestaat de handelsclausule als grondwettelijke basis voor het ziektekostenstelsel te gebruiken, elke dwangmaatregel onder het mom van de handelsclausule kan worden gerechtvaardigd. Daarmee zou de Amerikaanse rechtsstaat uit haar democratische balans worden geslagen. De regering-Obama eist hier macht op die de grondwet in het kader van Amerika’s federale staatsinrichting tot nog toe altijd aan de individuele staten heeft voorbehouden.

De lagere rechtbanken — ook die welke Obamacare uiteindelijk goedkeurden — merkten op dat de jurisprudentie rond de handelsclausule ‘te onduidelijk’ is. In feite hebben de lagere rechters de bal aan het hoogste hof doorgespeeld om duidelijkheid te eisen over de vraag waar de macht van de federale overheid ophoudt.

Tegenstanders merken op dat veel Amerikanen nu geen ziektekostenverzekering kopen. Niet alleen arme Amerikanen die het niet kunnen betalen, maar ook miljoenen mensen die de ziektekosten van speciale spaarrekeningen betalen. Obamacare verbiedt dat. In feite, zo redeneren de tegenstanders van Obamacare, dwingt de overheid hen nu een product te kopen waar ze geen belangstelling voor hebben. En dat valt volgens hen niet onder de handelsclausule. Wie geen autoverzekering wil betalen, kan nog afzien van autobezit; die vrijheid bestaat ten opzichte van Obamacare niet.

Ook de enorme macht die Obamacare aan de minister van Gezondheid geeft, baart tegenstanders van de wet zorgen. De minister krijgt volgens hen carte blanche in het reguleren van de ziektekostenmarkt – die een zesde van de Amerikaanse economie omvat – zonder enige parlementaire controle. Twee jaar na aanname van de wet blijft overigens nog onduidelijk hoeveel macht de minister precies krijgt, omdat de wet zo ingewikkeld is dat advocaten nog bezig zijn de juridische implicaties na te pluizen.

De kwestie Obamacare is een strijd om de ziel van de Amerikaanse rechtsstaat. Dat er hervormingen nodig zijn in de ziektekostensector is al jaren duidelijk. Maar die hadden ook kunnen worden aangepakt zonder het gebruik van de ondemocratische stoomwals die Obamacare heet.

zaterdag 10 maart 2012

Is het nu dan niet echt tijd om Romney te steunen?

De belangrijkste vraag na de resultaten van Super Tuesday is: hoe nu verder? Van de drie scenario's die ik in mijn vorige bericht schetste is het uiteindelijk eerder een variant van de eerste mogelijkheid geworden: Mitt Romney heeft wel niet alles, maar wel een belangrijk deel gewonnen. Hoewel ook Rick Santorum geen slechte avond heeft gehad, haalde Romney meer voordeel uit de regels voor de toewijzing van de gedelegeerden. Santorum liep in Ohio een flink aantal gedelegeerden mis, doordat het hem niet gelukt was (door geld- en tijdgebrek enkele maanden geleden) om in alle kiesdistricten in die staat geregistreerd te staan. Daardoor blijven er in Ohio maar liefst 10 gedelegeerden onverdeeld (niet toegekend aan een kandidaat). Romney daarentegen wist in Oklahoma een flinke buit binnen te halen; hoewel Santorum daar met een flinke  voorsprong in stemmen won, kon Romney als gevolg van de regels in die staat bijna net zoveel gedelegeerden binnenslepen als Santorum: 13 tegen de 14 van Santorum.

Betekent dit nu dat Romney de onvermijdelijke kandidaat is? Toby Harnden, een genaturaliseerde Britse Amerikaan, gelooft van wel en meldde dat deze week in de Britse krant The Daily Mail: de race is over en Mitt Romney wordt de Republikeinse presidentskandidaat. Harnden had geluisterd naar een persbriefing van de Romney-campagne. De boodschap was dat het nu enkel nog in theorie voor Santorum of Gingrich mogelijk was om Romney voorbij te streven in het aantal gedelegeerden. Wie aan die theoretische mogelijkheid vasthoudt moet wel de "wetten van de werkelijkheid ombuigen", vindt de campagne van Romney, en met hen Harnden, want dan moet Santorum (die op de tweede plaats staat) in alle overige staten met zo'n overweldigende marge winnen dat er voor Romney niets overblijft. Dat gaat zeker in staten zoals Utah, waar de bevolking ongeveer 60% Mormoon is, gewoon niet gebeuren. De redenering van het Romney-kamp is: als Gingrich en Santorum door blijven gaan wordt alleen het moment waarop Romney tot de facto kandidaat wordt genomineerd uitgesteld, maar verder brengt het niets teweeg. Behalve dan dat de Republikeinse kandidaten dan verder gaan elkaar af te breken en daarmee de Obama-campagne meer ammunitie geven.

De partij staat voor een dilemma, want er is zeker wat voor te zeggen: dat Santorum en Newt Gingrich opstappen. Santorum daarentegen roept Gingrich op om de handdoek in de ring te gooien, iets waar Gingrich niets voor voelt. Deze dinsdag zijn er in Alabama en Mississippi voorverkiezingen, twee zuidelijke staten die samen 87 gedelegeerden hebben te verdelen. Daar hoopt Gingrich toch nog goed te scoren. Als dat niet lukt dan verliest Gingrich het laatste greintje geloofwaardigheid en moet hij ermee kappen. Daar zou Santorum bij gebaat zijn, want hij mag er wel degelijk op rekenen dat het meerendeel van de gedelegeerden van Gingrich naar hem, en niet naar Romney, switchen. Zou dat gebeuren, dan loopt Santorum nog maar ongeveer 100 gedelegeerden achter op Romney.

Toch is er nog een ander scenario mogelijk: een vastgelopen race. Sean Trende van RealClearPolitics publiceerde gisteren een analyse waaruit bleek dat Romney misschien nooit bij de drempel van 1144 gedelegeerden komt. Met andere woorden: niemand wint. Trende herinnerde nog maar eens aan de werkelijkheid van afgelopen dinsdag. Romney heeft veel punten gewonnen, maar heeft zijn basis niet verbreed. De iets grotere winst in punten komt vooral door Romneys strategische aanval op de puntenrijke bastions, maar daarmee heeft hij niet opeens de harten van twijfelende Republikeinen voor zich gewonnen. Dat kan hem wel eens parten gaan spelen als de staten in het middenwesten (zoals Indiana, Nebraska, Illinois en Missouri) gaan stemmen. Een vastgelopen conventie blijft volgens Trende tamelijk onwaarschijnlijk, maar, zo zegt hij, "Kijk eens hoe lang het duurt voor Romney zelfs maar in de buurt van de 1144 kan komen" (juni).

Het kan zijn dat de race nog deze week een dramatische wending neemt als Gingrich verliest in Alabama en Mississippi. Dan zijn alle berekeningen nutteloos en moet men opnieuw beginnen. Als Gingrich in de race blijft, duurt het allemaal nog veel langer. Dat kan niet goed zijn voor het Republikeinse merk. Aan de andere kant merkt John Podhoretz van de New York Post nuchter op dat deze schermutselingen binnen de partij, hoe tergend ze ook zijn, snel vergeten zijn als de schijnwerper dadelijk op Obama valt. David Brooks van de New York Time zei gisterenavond in het nieuwsprogramma PBS Newshour van de Amerikaanse publieke omroep dat al het gezever over anticonceptie de discussie niet lang zal beheersen (iets wat ik afgelopen dinsdag ook voor de NOS heb gezegd). De meeste vrouwen hebben al langer een mening over dit onderwerp en laten zich niet zo makkelijk een oor aannaaien.

Laten we ons vooral niet gek maken door beweringen dat de Republikeinen nu al de algemene verkiezingen aan het verliezen zijn. Uiteindelijk zullen die verkiezingen een referendum over Obama worden waarbij de economie en Obamacare in het middelpunt staan. Bovendien staan er nog een flink aantal andere ontwikkelingen op stapel tussen nu en november die de race dramatisch kunnen beïnvloeden. Daaronder niet alleen een gerechtelijke uitspraak over de grondwettelijkheid van Obamacare, maar ook een dreigende aanval van Israël op Iran en de schermutselingen in Syrië, beide internationale ontwikkelingen die een enorme invloed op de Amerikaanse economie (met name via hogere benzineprijzen) maar ook op de blik van de kiezer op het Amerikaanse buitenlandbeleid kunnen hebben.