woensdag 3 februari 2016

Iowa schudt verkiezingen enigszins op

Afgelopen maandag vonden de eerste echte voorverkiezingen in de Verenigde Staten plaats, de eerste stap in het lange proces waarmee Amerikanen hun president kiezen. De hysterie was in 2015 al flink gestegen, gevoed door een toenemende vijandigheid tussen Republikeinen en Democraten, een sensatiebeluste media die elke publieke onenigheid tussen president en oppositie als catastrofale crisis presenteerde, een splitsing van beide politieke partijen in onverenigbare kampen die zich achter verschillende presidentskandidaten schaarden en Donald Trump. Maar tot maandag waren er enkel opiniepeilingen – in overdaad – als graadmeter voor de mening van de kiezers.

Het belang van de uitslagen van de voorverkiezingen in Iowa kan makkelijk overdreven worden. In werkelijkheid is Iowa relatief klein en kandidaten kunnen er weinig gedelegeerden verzamelen voor op de uiteindelijke partijconventie, vooral omdat het systeem in Iowa (caucuses) alleen op indirecte wijze gedelegeerden toewijst (namelijk via regionale partijconventies waar gedelegeerden naar de staatspartijconventie worden gekozen die op hun beurt pas de gedelegeerden voor de nationale conventie kiezen). Daarnaast zijn er andere regio’s die vol zitten met andere kiezers die andere voorkeuren hebben. Desondanks veroorzaakten de uitslagen van Iowa een kleine aardschok, omdat ze voor beide partijen de verwachtingen tegenspraken.

Aan Republikeinse kant won Donald Trump niet de eerste plaats, zoals alle peilingen voorspelden; die eer ging naar Senator Ted Cruz uit Texas. Trump behaalde een zeer eervolle tweede plaats, maar het feit dat hij de andere kandidaten niet wegvaagde betekende in ieder geval dat de luidruchtige Trump een toontje lager moest zingen. Opvallend was de zeer goede plaatsing van Senator Marco Rubio uit Florida, die slechts 1 procent minder stemmen dan Trump kreeg. Daarmee is de campagne aan Republikeinse zijde in wezen veranderd in een race tussen deze drie kandidaten. Rand Paul, Rick Santorum en Mike Huckabee gaven aan, dat zij het bijltje er bij neer gooiden.

Ik schat de kansen voor Rubio echter zeer positief in. Met het vertrek van de andere kandidaten – en er zullen er de komende weken nog meer afvallen – is hij het meest logische alternatief voor veel van hun supporters. Peilingen gaven al lang aan, dat Rubio de nummer twee van velen is. Zowel Trump als Cruz stuiten op veel weerstand bij liberaal-conservatieve kiezers; de persoonlijkheden van beide heren staan veel kiezers in verschillende subgroepen binnen de partij niet aan. Rubio is zeker niet minder rechtlijnig dan Ted Cruz (hij scoort in veel opzichten zelfs als ‘rechtser’ dan Cruz), maar hij is geen provocateur. Hij weet hoe je moet samenwerken en dingen gedaan krijgen. Zo geldt voor veel conservatieven als zeer positief dat Rubio verantwoordelijk is voor het dichten van een enorm financieel gat in de door Republikeinen zo gehate gezondheidswet Obamacare. Hij wist een amendement goedgekeurd te krijgen waarmee bijna ongelimiteerde subsidies voor gezondheidsverzekeraars werden gestopt, een stap die de financiële luchtspiegelingen van Obamacare blootlegt en zowel verzekeraars als de regering dwingt realistischere kostenramingen te het gebruiken. Die tonen aan dat Obamacare de economie (en de belastingbetaler) veel meer geld kost dan het geval was vóór de invoering van de wet.

Aan Democratische kant behaalde Hillary Clinton slechts een zeer nipte overwinning op sociaal-democraat Bernie Sanders. Ondanks de brede glimlach tijdens haar overwinningsspeech is die uitslag een blamage voor de vrouw die al meer dan acht jaar meent “aan de beurt” te zijn in het Witte Huis, en dat geldt niet minder voor de partijbonzen, die Clinton al jaren opwarmen voor die positie.

In werkelijkheid heeft Hillary Clinton veel gewone Democratische kiezers niets te bieden. Het land is zeer gedesillusioneerd door het zwakke economische herstel en het zwalkende bestuur van president Obama. Tot voor kort probeerde Clinton te laveren tussen een afstandelijke houding tot haar vorige baas (ze diende onder hem als minister van buitenlandse zaken) en een vereenzelviging met de boodschap van “hope and change” van Obama in 2008. Uiteindelijk betekende die houding een gebrek aan boodschap.

Maar het succes van Sanders, die wel een krachtige boodschap heeft, en de toenemende geruchten vanuit de FBI over de wanpraktijken van Clinton tijdens haar ministerschap, hebben Hillary er recentelijk toe gedreven koers te veranderen. Ze maakt ideologische een inhaalslag op Sanders, door zo mogelijk nog linkser te klinken dan senator uit Vermont. Of die omslag haar zal helpen, is onduidelijk, vooral omdat het zo overduidelijk huichelachtig is: Clinton zal nooit linkser kunnen zijn dan een man die op huwelijksreis naar de Sovjet-Unie ging. De volgende voorverkiezingen zijn in New Hampshire, de buurstaat van Vermont en eveneens bekend als zeer links, waar Sanders waarschijnlijk flink zal winnen.

Alle ogen zijn nu op New Hampshire gericht. Donald Trump is zeker nog niet uitgeteld, maar het is onduidelijk hoe goed hij in het noordoosten zal presteren zeker nu er flinke onzekerheid is ontstaan over de betrouwbaarheid van de peilingen. Die peilingen verwachten een monsterzege voor Trump, maar de auteur dezes hoopt op een snel vertrek van Trump, wiens aanwezigheid veel gematigde zwevende kiezers afschrikt. Anderzijds dreigt er nog steeds het gevaar dat Trump uit de race stapt om zich als onafhankelijke kandidaat verkiesbaar te stellen, hetgeen catastrofaal voor de Republikeinen zou zijn. Wellicht dat het vertrek van nog meer Republikeinse kandidaten de steun voor Rubio zal versterken en daarmee de race een nieuwe wending zal geven. Wat de Democraten betreft is het momenteel belangrijker wat de FBI en de openbare aanklager besluiten over mogelijke vervolging van Hillary Clinton dan wat kiezers in Amerika zeggen.

zondag 31 januari 2016

Er is meer dan Hillary en Trump

Aanstaande maandag gaan kiezers in de Amerikaanse staat Iowa naar de stemlokalen en daarmee begint officieel het ingewikkelde verkiezingsproces voor het presidentsschap van 2016. Voor Nederlanders blijft het Amerikaanse systeem voor presidentsverkiezingen toch erg ingewikkeld. Dat geldt overigens niet alleen voor de doorsneeburger: wie afgaat op de berichtgeving in de media in Nederland krijgt al snel de verkeerde indruk dat de race tussen voormalige First Lady Hillary Clinton en mediamagnaat en miljardair Donald Trump gaat.

Hoewel beide kandidaten wel degelijk meedoen, zijn er veel meer dan alleen die twee vooraanstaande persoonlijkheden. Zo doen er aan Republikeinse zijde nog een dozijn andere kandidaten mee en heeft Hillary Clinton aan haar kant ook concurrentie van de populaire senator Bernie Sanders. Het proces dat maandagavond in Iowa begint is dan ook slechts een soort kwalificatieduel: beide partijen komen gescheiden in de verschillende stemdistricten samen om te beslissen wie de uiteindelijke kandidaat wordt om in november op de kieslijst de partij te vertegenwoordigen.

Iedere staat hanteert zo zijn eigen regels voor die voorverkiezingen, maar in de praktijk zijn er twee varianten. Veel staten gebruiken daadwerkelijke voorverkiezingen, waar kiesgerechtigde burgers een stem in een stembus schuiven (of gebruik maken van een stemmachine). Iowa maakt gebruik van zogenaamde caucuses, een systeem waarbij kiezers niet direct op de kandidaat stemmen, maar een bepaald aantal “punten” toewijzen aan een bepaalde kandidaat, afhankelijk van het aantal stemmen dat wordt uitgebracht op die kandidaat (bij de Republikeinen) of het aantal kiezers dat zich aan het einde van de avond in de hoek voor een bepaalde kandidaat bevindt (de Democraten proberen letterlijk hun buren in de gymzaal of het clubgebouw te overreden over te lopen naar een andere kandidaat). De punten vertegenwoordigen het aantal gedelegeerden op de partijconventie dat aan het einde van de voorverkiezingen aan een kandidaat is verbonden. Maar let er wel op dat al die gedelegeerden vrij zijn hun stem te veranderen als de partijconventie er in een eerste stemronde niet uitkomt.

Wie zich bewust is van de complexiteit van dat proces, begrijpt ook dat de landelijke peilingen, waarin Hillary Clinton en Donald Trump aan kop gaan, niet alles zeggen. De beslissing wordt immers per staat genomen en de populariteit van de verschillende kandidaten varieert nogal per staat.

Met dit in achterhoofd rijst dan de vraag: welke kandidaten maken dan echt de grootste kans om uiteindelijk op de stemlijst te staan? Dat blijft op dit moment voor beide partijen nog koffiedikkijken. Op papier lijken Trump en Clinton de hoogste ogen te gooien, maar of zij daadwerkelijk aan het einde van het voorverkiezingsproces de meeste gedelegeerden op de partijconventies van hun partij zullen hebben vergaard is zeer de vraag.

Aan Republikeinse zijde is Donald Trump veruit de kandidaat met de meeste steun, maar dat is een vertekend beeld, omdat de partij erg versplinterd is. Met zo’n 30 procent van de Republikeinse stemmen achter zich betekent dat tegelijk ook dat bijna 70 procent van de Republikeinen hem niet steunt. Binnen de liberaal-conservatieve beweging is er ook veel verzet tegen Trump. Drie invloedrijke liberale media – FOX News en de opinietijdschriften National Review en The Weekly Standard – verkeren openlijk in een staat van oorlog met Trump die zij een vulgaire oplichter vinden. In hoeverre dat georganiseerde verzet tegen de kandidatuur van Trump ook invloed heeft op de achterban is onduidelijk, maar het kan niet worden gebagatelliseerd.

Naast Trump zijn er dan nog een aantal andere kandidaten die wel degelijk een reële kans hebben om hem uiteindelijk van zijn troon te stoten. Dat zijn met name Senator Ted Cruz uit Texas en Senator Marco Rubio uit Florida. Hoewel Rubio ver achterloopt in veel peilingen, tonen diezelfde peilingen ook aan dat hij de tweede keus is van veel kiezers. Als Trump óf Cruz zou afhaken of anderszins in onmin zou geraken bij de Republikeinse achterban, is het zeker niet onmogelijk dat Rubio ineens omhoogschiet. De andere kandidaten aan Republikeinse zijde maken realiter weinig kans.

Aan Democratische kant was de verwachting dat Hillary Clinton zonder veel oppositie vanuit de partij de nominatie zou opeisen. Als echtgenote van de immens populaire Bill Clinton is ze al jaren de gedoodverfde kandidate voor de partij. Maar twee factoren gooien roet in het eten en de strijd blijkt toch een stuk ruiger uit te vallen dan verwacht.

Aan de ene kant vinden veel Democratische kiezers dat President Obama de afgelopen zeven jaar niet fel genoeg naar links is gegaan. Hillary Clinton, die in de eerste ambtstermijn van Obama minister in zijn kabinet was, wordt door veel van de kiezers op de linkervleugel van de partij met die te gematigde koers van Obama vereenzelvigd – en die vleugel is de afgelopen jaren flink gegroeid. Die kiezers, vooral veel studenten en jonge, hoogopgeleide kiezers, steunen Bernie Sanders, de eerste succesvolle politicus in de Verenigde Staten die zich openlijk sociaal-democraat noemt en campagne voert onder het motto dat Amerika zich naar Zweeds model moet hervormen: hogere belastingen en een nationalisering van alle publieke diensten. Hoe gevaarlijk Sanders uiteindelijk voor Clinton wordt is onduidelijk, maar zijn succes is duidelijk groter dan verwacht.

De tweede factor is Clintons ambtstermijn als minister. De schandalen uit die periode beginnen zich intussen zo hoog op te stapelen dat Hillary ze steeds moeilijker onder het tapijt kan vegen. Met de recente release van de film 13 Hours, waarin de incompetentie en het desinteresse van Hillary’s departement met betrekking tot de terroristische aanval in Benghazi (Libië) op meesterlijke wijze wordt aangeklaagd, komt de onverkwikkelijke kant van Clintons verleden midden in het verkiezingsseizoen weer in de schijnwerper.

Daarnaast beginnen er steeds meer geruchten uit de FBI uit te lekken dat agenten haar willen aanklagen voor grove overtredingen van de wettelijke regels voor de omgang met staatsgeheimen. Het onderzoek naar Clinton heeft al stapels bewijs opgeleverd dat Clinton topgeheime informatie via haar onbeschermde persoonlijke e-mailadres heeft verstuurd. Vervolging is echter aan de minister van Justitie en het ligt niet voor de hand dat de Democratische minister in een cruciaal verkiezingsjaar vervolging van de Democratische kandidate zal goedkeuren. De onvrede onder de FBI-agenten begint te groeien en als er niets blijft gebeuren dreigt er een zeer publieke rel binnen de FBI. Dat kan ook niet goed zijn voor het imago van Hillary of de regering-Obama.

Kortom, de positie van Hillary is erg penibel. Als ze voor november gedwongen wordt zich uit de race terug te trekken of zich publiekelijk moet verantwoorden voor mogelijk strafbare feiten, staat de Democratische partij voor een dilemma. Of Bernie Sanders in een algemene verkiezingsstrijd een reële kans maakt tegen Republikeinse kandidaten is maar de vraag.

Het duurt nog negen maanden tot de algemene verkiezingen en er kan nog veel gebeuren tussen nu en dan. Of Hillary Clinton en Donald Trump dan überhaupt op de stemlijst staan is nog erg onduidelijk.

vrijdag 11 december 2015

Stop met treiteren wapenbezitters

Een aangepaste versie van dit artikel is op 11 december 2015 in het Reformatorisch Dagblad gepubliceerd.

Als er één cultureel fenomeen in de VS is dat buitenstaanders niet begrijpen dan is het wel de “vuurwapencultuur”. Ook in Amerika zelf wordt de roep om een einde aan die cultuur luider. Na de terroristische aanval in San Bernardino (Californië) nam de New York Times de hoogst uitzonderlijke stap een redactioneel commentaar op de voorpagina te plaatsen met een brandbrief aan Amerika: “Het is tijd om de vuurwapenepidemie een halt toe te roepen.”

Helaas gaan zulke oproepen volledig voorbij aan de feiten en de statistieken over vuurwapens en misdaad in de Verenigde Staten. De hervormingsvoorstellen leggen allemaal de nadruk op strengere regulering van legale vuurwapens. Dat is zeker in de nasleep van San Bernardino bizar, aangezien het daar ging om aan IS gerelateerde terroristen en niet om doorsnee-Amerikanen met een jachtgeweer of sportpistool. De manier waarop het terroristenpaar aan hun wapens kwam is ook een krachtig argument tegen het soort strengere regulering dat Democraten voorstaan. Californië heeft immers al zulke regels, maar deze konden de schietpartij in San Bernardino niet voorkomen.

Regulering van legaal vuurwapenbezit belooft weinig rendement in een situatie waar de problemen hoofdzakelijk voortkomen uit acties van criminelen, terroristen en geesteszieken. Hoewel het aantal vuurwapenmoorden in de VS nog steeds erg hoog is, moet de politiek zich rekenschap geven van twee belangrijke feiten.

Ten eerste zijn de belangrijkste oorzaken voor vuurwapensterfte bende-oorlogen en zelfmoord. Dat zijn beide aparte categorieën waar strengere antecedentenonderzoeken bij legale wapenhandelaren niets of slechts marginaal iets aan kunnen veranderen.

Het tweede belangrijke punt is dat het aantal vuurwapenmoorden de afgelopen twintig jaar gestaag aan het dalen is, terwijl het legale vuurwapenbezit juist omhoog is gegaan. In Chicago, waar het stadbestuur in 2010 door het Hooggerechtshof werd gedwongen  een verbod op vuurwapenbezit af te schaffen, kelderde het aantal vuurwapenmoorden in 2014. De voorstelling dat er in Amerika nu een ongekende crisis in de vuurwapencriminaliteit is klopt dan ook niet.

De huidige obsessie in de politiek en de media met sociale ongelijkheid (zowel economisch als juridisch) drijft het maatschappelijk debat tot een overdreven nadruk op sensationele misdaden, zodat, gewild of ongewild, de onjuiste indruk wordt gewekt dat massale schietincidenten of vuurwapenmoorden in het algemeen een groeiend probleem zijn.

De absurditeit van het publieke debat over vuurwapenmisdaad wordt misschien wel het beste getekend door de reactie van president Obama op de schietpartij in Colorado Springs op 27 november. Zonder blikken of blozen beweerde hij vanuit Parijs, een stad die 14 dagen eerder door een terroristische aanval was opgeschud, dat massale schietpartijen buiten Amerika niet plaatsvinden.

De vuurwapencultuur in de VS heeft eeuwenoude wortels in een erg landelijke maatschappij waar de overheid of zelfs de naaste buur vaak ver weg waren en jacht en zelfbescherming altijd belangrijk zijn geweest. Het is een cultuur die voortkomt uit de klassiek-liberale Anglo-Amerikaanse traditie van zelfbeschikking en die in de VS verankerd is in een onwrikbaar grondwettelijk recht op vuurwapenbezit voor burgers. Die cultuur is pas in recente decennia langzaam aan het afkalven met de groeiende urbanisatie en toenemende invloed van Europese sociaal-democratische politieke modellen die een sterkere centrale overheid kennen dan het traditionele gedecentraliseerde Amerikaanse staatsbestel.

Als Amerika verder wil komen in het aanpakken van vuurwapengeweld en terrorisme zullen politici zich moeten verzoenen met deze nog steeds robuuste zuil in de Amerikaanse maatschappij. Verzet tegen pogingen van Democraten om hele reeksen vaak populaire sportgeweren onder de sinistere maar betekenisloze titel “aanvalswapens” te verbieden, heeft weinig te maken met de schaduwachtige macht van een wapenlobby, maar komt voort uit oprechte onvrede van getergde burgers en sportschieters.

Willen voorvechters van hervormingen zich minder belachelijk maken tegenover de miljoenen wapenbezitters, dan zullen ze zich ook beter moeten informeren over vuurwapens zodat ze bijvoorbeeld niet langer semi-automatische vuurwapens met automatische machinegeweren (al sinds 1934 praktisch illegaal) verwarren.

Er is zeker ruimte voor betere regulering en overheidscontrole, maar dat kan zonder pogingen tot grootschalige confiscatie. Beleidsvoorstellen zullen ook moeten kijken naar het bestrijden van bendes en andere criminaliteit, de groeiende gemeenschappen van illegale immigranten en een betere registratie van criminelen en psychiatrische patiënten. Vooral dat laatste is, vanwege een overmatige bezorgdheid over de privacy van die patiënten, erg gebrekkig.

Maar bovenal moet de nadruk van politici, zowel in Washington als in de individuele staten en gemeenten, weg van pogingen om enkel weer nieuwe beperkingen voor het bezit en meedragen van legale vuurwapens toe te voegen, iets dat breed wordt ervaren als het pesten van brave burgers en buitenlui. En het vergroot de kloof tussen burgers en Washington.

dinsdag 25 augustus 2015

Stop kandidatuur van Hillary Clinton

Een versie van dit artikel is op 25 augustus 2015 in het Nederlands Dagblad verschenen.

Terwijl de aandacht van de politieke pers in de VS de afgelopen weken is afgeleid door de Republikeinse presidentskandidaten en het mediacircus rond multimiljardair Donald Trump, is het onderzoek naar het e-mailschandaal rond Hillary Clinton gestaag voortgegaan. Mevrouw Clinton blijft aantijgingen van onoirbaar gedrag aangaande haar officiële e-mails als minister van buitenlandse zaken wegwuiven als niets meer dan een politieke hetze van Republikeinen.

Nu de FBI een actief onderzoek tegen haar is gestart is dat antwoord niet langer afdoende. Federale agenten hebben vorige week beslag gelegd op Hillary’s fysieke server en de onthullingen die sindsdien naar buiten zijn gekomen tonen aan dat de situatie snel aan het escaleren is.

Waar de FBI zich vooral zorgen over maakt is de onzorgvuldige wijze waarop Hillary met de privéserver en de gegevens daarop is omgesprongen. Voormalig minister van justitie Michael Mukasey schreef  in de Wall Street Journal dat ze de meest basale regels in de omgang met vertrouwelijke informatie systematisch heeft genegeerd.

Dat getuigt van een volledig gebrek aan gezond verstand, vindt Mukasey. “Dat iets zo eenvoudigs als de beveiliging van staatsgeheimen en officiële communicatie haar ontgaan is, doet vragen rijzen over haar geschiktheid voor zowel het ambt dat ze hield als het ambt dat ze nu ambieert.”

De reeks onaanvaardbare handelingen is eindeloos. De server stond in een onbeveiligde ruimte en werd onbeschermd in een badkamer in een flat in Denver gevonden. De beveiliging was zo zwak dat Hillary’s account regelmatig door buitenlandse veiligheidsdiensten gehackt werd. Gebruik van een privéserver onttrok haar communicatie van verplichte backups en officiële audits. Een USB-stick met geheime documenten gaf ze aan een onbevoegde advocaat in bewaring. De overdracht van de server aan een niet-geautoriseerde privéfirma om de gegevens te laten wissen is een ernstige overtreding van veiligheidsregels. Het überhaupt wissen van gegevens op een server die rechtens eigendom werd van de overheid op het moment dat ze haar eerste officiële e-mail via die server verstuurde is onverdedigbaar.

Het is eigenlijk van weinig belang of er daadwerkelijk staatsgeheimen op die server hebben gestaan, hoewel er nu al aanwijzingen zijn dat dat wel degelijk het geval was. Alleen al de lakse manier waarop mevrouw Clinton is omgesprongen met staatsveiligheid maakt dat de reactie niet beperkt mag blijven tot lichte uitbranders in de media.

Generaal David Petraeus, voormalig directeur van de CIA, werd eerder dit jaar veroordeeld voor overtreding van de spionagewet als gevolg van relatief kleine slordigheden in het omgaan met vertrouwelijke informatie. Hillary Clinton moet met dezelfde maat als Generaal Petraeus gemeten worden en haar overtredingen waren een stuk erger: niet maar enkele nalatigheden, maar bewust en systematisch.

De Democratische partij doet er goed aan om nu al de conclusies te trekken en mevrouw Clinton te bewegen haar kandidatuur voor het presidentsschap terug te trekken, niet alleen als signaal dat de partij voor recht en orde staat, maar om niet zonder alternatief te staan als Clinton in een later stadium politiek of juridisch gedwongen wordt uit de verkiezingsrace te stappen.


Daarmee staat de partij wel voor een groot dilemma aangezien er niet veel alternatieve kandidaten beschikbaar zijn die voor een groot aantal Amerikanen acceptabel zijn of die voldoende naamsbekendheid genieten en goed genoeg georganiseerd zijn. Daarom blijven Democraten krampachtig de ernstige wolken boven Clinton negeren en aan haar vasthouden in de hoop dat het schandaal overwaait. Die instelling is op haar beurt  onacceptabel voor een partij in een democratische rechtsstaat en die, indien hardnekkig volgehouden, een afstraffing van de kiezers verdient.

donderdag 6 augustus 2015

Republikeinen moeten Trump neutraliseren

Een versie van dit artikel is op 6 augustus 2015 in het Nederlands Dagblad verschenen.

Aanstaande donderdagavond vindt het eerste debat tussen Republikeinse presidentskandidaten plaats. De meeste aandacht gaat momenteel uit naar multimiljardair en tv-persoonlijkheid Donald Trump, die in alle nationale peilingen met ruime afstand op kop loopt.

Dat is een probleem, want Trump is in zeer negatief opzicht een buitenbeentje in de partij. Niet alleen heeft hij geen enkele politieke ervaring, hij past daarnaast ook qua ideologie en persoonlijke stijl niet binnen de Republikeinse partij. Dat hij überhaupt kandidaat voor de Republikeinen is, is erg bevreemdend: tot voor kort gaf hij zelf aan Democratisch-gezind te zijn en hij huldigt standpunten die niet bij het klassieke liberalisme passen die de kern van het Republikeinse conservatisme vormen. Zo is Trump voorstander van een nationaal ziekenfonds, à la Groot Britannië, en is hij radicaal pro-abortus. Daarmee past Trump beter bij de Democraten. In 2007 was Trump ook een donor voor Hillary Clinton, die nu de gedoodverfde Democratische kandidate is.

Dat Trump desondanks aan kop ligt komt vooral door een groeiend maatschappelijke onrust die alternatieve kandidaten aan beide kanten van het politieke spectrum momenteel een flinke steun in de rug geeft. Voor de Democraten is dat Bernie Sanders, senator voor Vermont, die zichzelf trots “democratisch socialist” noemt (traditioneel een scheldwoord in de VS), maar desondanks volle zalen in universiteitssteden trekt. Trump heeft de gave om op mediagenieke wijze heilige huisjes binnen beide partijen om te schoppen, tot groot genoegen van Republikeinse kiezers die genoeg hebben van de fluwelen handschoenen waarmee partijleiders omgaan met een president wiens beleid zij rampzalig en corrupt vinden.

Ondanks feit dat de media de kandidatuur van Trump erg hypen, maakt hij geen enkele kans om daadwerkelijk genomineerd te worden. Zijn lompe schofferingen van Vietnam-veteraan en voormalig krijgsgevangene John McCain en kort daarna van senator Lindsey Graham tonen aan dat Trump het niveau van het politieke debat niet zal verhogen. Trump spreekt clichématig over controversiële onderwerpen, maar het schort hem aan dossierkennis en details.

Ook moet de omvang van zijn achterban niet worden overdreven: met 17 officiële kandidaten in de partij is de steun voor iedereen tamelijk versplinterd. Zodra er kandidaten gaan afvallen en de percentages gaan verschuiven zullen andere kandidaten gemakkelijker de proteststeun van Trump-supporters kunnen overstemmen. Ook geeft zestig procent van de Republikeinse kiezers aan onder geen enkele voorwaarde voor Trump te stemmen; daarmee is Trump’s kans op de nominatie mathematisch onmogelijk.

Maar Trump kan op twee manieren flink spelbederver spelen. Dankzij de spelregels krijgt hij gegarandeerd een plaats op het podium in de eerste debatten, met als gevolg dat echte politici voor het dilemma staan hoe ze moeten omgaan met een onserieuze blaaskaak in een inhoudelijk debat. Wat doen de andere Republikeinen als hij hen voor de camera direct afvalt? Boos reageren of de man negeren? In beide opties schuilt het gevaar onredelijk over te komen, hetgeen schadelijk kan zijn.

Het tweede gevaar ligt op de loer nadat Trump afhaakt. Republikeinen zijn doodsbenauwd dat hij dan doorgaat als onafhankelijke kandidaat, iets waarover Trump al openlijk heeft gespeculeerd. Hij is rijk genoeg om zo’n monument aan zijn eigen ijdelheid lang genoeg uit te zingen. In dat geval krijgt Hillary Clinton de verkiezing op een zilveren dienblaadje aangereikt. Met de kleine marges tussen de twee grote partijen kan hij genoeg stemmen van de Republikeinen afsnoepen dat Hillary er als lachende derde met het spreekwoordelijke been vandoor gaat; een herhaling van de race tussen Bush sr. en Bill Clinton in 1992, toen Ross Perot de herverkiezing van vader Bush verknoeide.

Dit is allemaal nog zeer onzeker. Ook Hillary Clinton heeft de nominatie van haar partij nog niet binnen, zeker niet nu er een crimineel vooronderzoek tegen haar loopt. Maar de sentimenten die Trump binnen de partij aanboort moeten door de partij serieus worden genomen, zodat hij zo snel en definitief mogelijk buiten de race gesloten wordt. Alleen dan krijgt de partij ruim baan om het indrukwekkende aantal getalenteerde kandidaten  met echte inhoudelijk ideeën aan Amerika voor te stellen en de clownshow waar de media-geile Trump op aast te voorkomen.


zaterdag 28 maart 2015

Vertrek van een geweldenaar

Harry Reid in 2010
Foto: SEIU (CC 2.0)

Harry Reid, de machtige Democratische senator, ziet af van herverkiezing in 2016.Zijn meedogenloze en gewetenloze machtspolitiek hebben enorme schade aangericht aan de Senaat en de Amerikaanse democratie. Zijn vertrek kan niet snel genoeg komen.
Vrijdag kondigde senator Harry Reid aan dat hij na het aflopen van zijn huidige ambtstermijn met pensioen gaat. Als gevolg van een ongeluk met een hometrainer in januari zag de 75-jarige Reid er in de Youtube-video met de aankondiging enigszins gehavend uit: een gehoornde bril met één afgedekte lens moest de verwondingen aan zijn rechteroog verbergen. Het ongeluk en het feit dat artsen er tot dusver niet in zijn geslaagd het gezichtsvermogen in het oog terug te brengen hebben volgens Reid niets te maken met zijn beslissing af te treden. Desondanks maakte Reid een afgematte indruk.

Reid wordt door partijgenoten en linkse bondgenoten in de pers beschreven als een effectieve leider in de Senaat. Onder zijn leiding hebben Democraten een flink aantal links-progressieve paradepaardjes goedgekeurd gekregen. Reid is als weinig anderen in staat gebleken om zijn partij bijeen te houden tijdens cruciale stemmingen. Zonder de vastberaden blik van Reid en zijn gewiekste coördinatie met toenmalig voorzitster van het Huis van Afgevaardigden Nancy Pelosi was er in 2010 niets terecht gekomen van Obamacare. Reid wist de gelederen gesloten te houden. Ternauwernood en door handig gebruik van allerlei achterdeurtjes in de regels van het Congres wisten Reid en Pelosi de wet er samen door te drukken.

Als Democratisch fractieleider is Reid hét scharnier van het Congres: zonder hem gebeurt er niets. Dat geldt overigens net zo goed nu zijn partij niet langer de meerderheid in de Senaat heeft. Als leider van de meerderheid (van 2007 tot begin dit jaar) was zijn taak vooral die van goalkeeper: bijna alle belangrijke wetsvoorstellen die het sinds 2010 door Republikeinen beheerste Huis van Afgevaardigden naar de Senaat stuurde werden geweerd. De zittingsjaren 2011 en 2012 zijn de geschiedenisboeken ingegaan als die van het “Do-Nothing-Congress”, omdat er zo weinig wetten werden goedgekeurd. President Obama en Reid klaagden in die jaren bijna dagelijks dat de Republikeinen in het Huis het werk van het Congres uit afgunst en haat jegens de president sabotteerden, maar de belangrijkste reden voor het feit dat president Obama zo weinig wetten kreeg toegestuurd voor zijn bevestigende krabbel is de vakkundige blokkage van Harry Reid. Niets dat hem of zijn partijgenoot Obama onwelgevallig was werd toegelaten en zo werd Obama de noodzaak bespaard om persoonlijk zijn veto over controversiële zaken uit te spreken. Het was een uitgekookte opzet die het spotlicht van de president weghield en alle controverse dicht bij het Huis en dus de Republikeinse oppositie hield. Harry Reid fungeerde in wezen als Obama’s waakhond.

Maar ook nu Republikein Mitch McConnell de leiding in de Senaat heeft overgenomen, bedient Reid zich van zijn kennis van de regels van de Senaat om de Republikeinen te dwarsbomen. Momenteel liggen de benoeming van een nieuwe minister van Justitie én goedkeuring van een wet tegen mensenhandel stil, omdat Reid de deur op slot heeft gedaan. Zo lang Republikeinen vasthouden aan een clausule in de mensenhandelwet dat federale subsidies voor abortusbehandelingen verbiedt blokkeert Reid de mogelijkheid van een quorum en wordt er over het wetsontwerp niet gestemd. Republikeinen weigeren in reactie om over de bevestiging van Loretta Lynch, de door de president genomineerde opvolger van minister Holder van Justitie, te stemmen.

Reids onverbiddelijke standvastigheid laat nogal wat scherven achter. Er lijkt hem maar weinig heilig geweest te zijn. Eén van zijn meest geliefde manoeuvres was een praktijk die “filling the tree” heet: als leider van de Senaat eiste hij het recht op als eerste amendementen op een wet in te dienen en gebruikte dan het maximaal toegestane aantal amendementen in één keer op. Zo werd de Republikeinse oppositie het parlementaire recht op amendement ontnomen. Reid gebruikte deze manoeuvre vaker dan al zijn voorgangers.

Hij kende de parlementaire regels als de beste, overtrad ze geregeld en in 2013 veranderde hij debatsregels eigenhandig om de toenmalige Republikeinse minderheid dwars te zitten. Die zet legde een bom onder de toch al gespannen politieke verhoudingen in Washington en was volgens velen overduidelijk ontoelaatbaar onder de gegeven Senaatsregels.

De commentaren in de conservatieve media zijn dan ook niet mals. “(Harry Reid) is al lang één van de kwalijkste aspecten van de Amerikaanse regering: een zelfzuchtige, malafide, schijnheilige, gewetenloze charlatan,” schrijft de redactie van National Review. Michael Warren van het conservatieve weekblad The Weekly Standard schrijft: “In de kern is het verhaal van Reid, met name zijn acht jaar als leider van de Senaat, er één van een kortzichtige tiran die op de korte termijn politieke winst en tactische overwinningen boekte, en tegelijkertijd zowel de Senaat als instituut en zijn eigen partij schade toebracht.” De redactie van de Washington Examiner schrijft minachtend over het “lage gedrag” van Reid als leider van de Senaat. Hij misbruikte het spreekgestoelte van de Senaat om valse geruchten over Mitt Romneys belastingen te verspreiden en om een lastercampagne jegens libertaire miljonairs Charles en David Koch te voeren. Hij noemde George W. Bush een leugenaar en loser. Reids valse tactieken zijn verantwoordelijk voor het feit dat de Senaat een poel des verderfs is geworden. “Moge hij een lang pensioen genieten en moge de Senaat hem belonen door verschillende dumpplaatsen voor kernafval naar hem te noemen,” bijt de krant.

De persoonlijke rijkdom die Reid tijdens zijn drie decennia in de Senaat heeft vergaard is een symbool voor Reids prioriteten en de invloed in zijn thuisstaat Nevada. Schatting van zijn vermogen lopen uiteen maar met zes miljoen dollar heeft hij zijn bescheiden overheidssalaris tamelijk fortuinlijk kunnen vermeerderen. Andere inkomstenbronnen – waaronder de voor politici tamelijk gewone gages als consulent of spreker – moeten flink hebben bijgedragen aan dit financiële succes, maar de details van Reids financiën blijven even vakkundig verborgen als zijn sluikse parlementaire praktijken.

Er bestaat geen twijfel over dat Reid veel heeft gepresteerd waar Democraten tevreden over kunnen zijn. De prijs die het land daarvoor heeft moeten betalen is erg hoog. Door alle kaarten op het goedkeuren van zoveel mogelijk links-progressieve wensdromen te zetten, coûte que coûte, heeft Reid veel wetgevende macht aan de president afgestaan. Niet alleen Obamacare, maar veel van de wetten die Reid, met of zonder hulp van Nancy Pelosi, sinds 2009 door het Congres heeft gesluisd, bevatten stapels cadeaus aan de bureaucraten in de verschillende federale departementen en daarmee aan de Democratisch-gezinde overheidsvakbonden.

De regelgeving is enorm toegenomen onder president Obama. Alleen Obamacare bevat al twintigduizend bladzijdes nieuwe regelgeving voor de medische en verzekeringsindustrie, terwijl de EPA, de toezichthouder voor milieu, de afgelopen jaren als een wilde nieuwe richtlijnen, standaarden en bureaucratische regels uitvaardigt. Zaken waar het Congres voorheen toestemming voor moest geven liggen nu voor langere tijd geheel binnen de jurisdictie van ministeries en toezichthouders. Het verminderen van de macht van het Congres ten gunste van bureaucraten was één van de belangrijkste motivaties voor Harry Reid in de wetenschap dat zijn tijd op de tak waaraan hij zaagde sowieso beperkt was, maar ook dat hij daarmee eventuele Republikeinse opvolgers voor lange tijd buitenspel zou zetten. In ruil voor deze goede zaken is Reid rijkelijk beloond. Wie klaagt over het gebrek aan daadkracht bij het Amerikaanse Congres moet zich de rol van Reid bij het ontmannen van dat Congres goed realiseren.

Het lijkt er niet op dat Reid deze politiek gevoerd heeft uit een ideologische overtuiging. Van Barack Obama is bekend dat hij gelooft in een sterke centrale overheid met een  machtig staatsapparaat. Een dergelijk overtuiging ontbreekt ogenschijnlijk bij Reid. Zijn staat van dienst als gewetenloze machtswellusteling, die alles deed om de macht van zichzelf en zijn partij te vergroten, suggereert dat het hem eerder om persoonlijk gewin gaat. Deze aanpak speelde de opkomende links-progressieve extreme vleugel binnen de Democratische partij weliswaar in de kaart, maar Reid kijkt in eerste instantie naar zijn eigen belangen. Morele overwegingen zoals het belang van het land of de mensheid zijn hem vreemd.

In januari 2017 zal Harry Reid zijn kantoor definitief verlaten, maar de littekens die hij in de Senaat en de constitutionele orde heeft veroorzaakt zullen nog lang zichtbaar blijven. Zijn machtspolitiek is debet aan de huidige Koude Oorlog tussen Democraten en Republikeinen in het Congres, want onder zijn bewind werd de eigen partij gezuiverd van weifelaars en gematigden: de ene helft werd door Reid met de rug tegen de muur geworpen en de andere helft werd door de kiezer of door het eigen geweten van zijn senaatszetel ontheven. In het klimaat dat Reid, Pelosi en Obama hebben geschapen bestaan er geen mogelijkheden tot compromissen sluiten; elke poging daartoe werd doeltreffend neergesabeld of van tevoren al onmogelijk gemaakt. Voor Reid is het alles of niks, buigen of barsten, zijn wil is wet. Die onverbiddelijke houding spoorde gefrustreerde conservatieve kiezers al snel na de absolute machtsovername van de Democraten in Washington aan om het spel ook hard te spelen en de Tea Party werd geboren. De reeks onbuigzame Republikeinen die sinds 2012 in het Huis en de Senaat werd gekozen speelt het politieke spel met het mes op tafel, net als Reid. Ted Cruz, in de Democratisch-gezinde massamedia vaak neergezet als een onredelijke en extreme politicus, is in wezen gewoon de conservatieve tweelingbroer van Reid. Als het in het Congres hard tegen hard gaat ligt dat niet alleen maar aan de Republikeinen; er is hier duidelijk sprake van actie en reactie.

Het vertrek van Reid kan niet snel genoeg komen. Halfzachte evaluaties van Reid met termen als “effectief” en “kundig” zijn amorele miskenningen van de betekenis van Reid in Washington, zeker in de laatste tien jaar. Zij geven zich geen rekenschap van Reids verderfelijke invloed in Washington en doen geen recht aan de schande die Amerika moet dragen deze ellendeling als Senaatsleider te hebben gehad.

woensdag 25 maart 2015

Na vijf jaar blijft Obamacare impopulair

De officiële ondertekening van Obamacare, 23 maart 2010
Pete Souza (CC 2.0)

Deze week werd Obamacare vijf jaar oud. Je zou verwachten dat de regering-Obama groots en triomfantelijk feest zou vieren over dit heuglijke feit, gezien de tam-tam die destijds in 2010 over de ondertekening van de monsterwet werd gemaakt. Anno 2015 is de president een beetje stilletjes, want de wet blijft erg impopulair. Sterker nog, volgens The Weekly Standard is het zelfs al twee jaar en twee maanden geleden sinds er ook maar een enkele peiling was die meer steun voor dan verzet tegen de wet aantoonde.
Real Clear Politics has listed 178 polls on Obamacare. All 178 have found it to be unpopular. In addition, the Kaiser Health Tracking Poll — a left-leaning outlier that RCP doesn’t even list and which (contrary to essentially every other poll) actually claimed Obamacare was popular at the time of its passage — has released 22 polls on Obamacare during Obama’s second term. All 22 have found it to be unpopular. So, in all, Obamacare has gone 0-200 during Obama’s second term.
Tweehonderd peilingen op rij tonen aan dat een meerderheid van de Amerikanen ontevreden is over Obamacare. Dat zelfs de linkse pro-Obama-organisatie Kaiser een ongebroken reeks peilingen met een negatief resultaat voor Obamacare aantoont is frappant en onderstreept hoe zwaar de president en zijn partij hebben gefaald in hun poging het gezondheidsstelsel te verbeteren.

De mankementen in Obamacare zijn intussen genoegelijk bekend en er ligt intussen een flinke stapel Republikeinse tegenvoorstellen klaar, die alle een einde maken aan de inefficiëntie, de verstrikkende wirwar van regelgeving en de boekhoudkundige goocheltrucjes van de huidige wet. Als de Republikeinse partij en haar presidentskandidaat in 2016 een samenhangend hervormingspakket kunnen presenteren hebben ze een goede kans om volgend jaar de verkiezingen flink te winnen, want het is duidelijk: Amerika is Obama’s grootste en duurste mislukking meer dan zat.

P.s.: Ook vooraanstaande linkse journalisten Kirsten Powers (columniste voor The Daily Beast en USA Today) en Ron Fournier (National Journal) hebben recentelijk toegegeven dat ze er moe van zijn geworden Obamacare te verdedigen. Kirsten Powers zei: “People who have supported this law, who support universal health care are constantly put in a position of having to defend this President who has really incompetently put this together, rolled it out.”

woensdag 11 maart 2015

Hillary lapt de wet aan haar laars

Hillary Clinton spreekt tijdens de Vrouwenconferentie van de VN in New York, 10 maart 2015.
Foto: UN Women / J Carrier (CC 2.0)
Het schandaal rond Hillary Clintons e-mails escaleert nu er meer details over haar wetteloze gedrag bekend worden. Het schandaal brengt haar mogelijke kandidatuur voor het presidentschap in gevaar.
“Ik heb geen enkele wet of regel overtreden,” verklaarde Hillary Clinton afgelopen dinsdag in een persconferentie. De gedoodverfde Democratsiche presidentskandidate in 2016 reageerde hiermee op het onlangs uitgelekte nieuws dat al haar officiële e-mailverkeer als minister via een zelf aangelegde server in haar eigen huis heeft plaatsgevonden.

De hele affaire is ernstig verdacht. Aanvankelijk durfde niemand te beweren dat Bill en Hillary Clinton, beiden zeer intelligent en advocaten, dom genoeg zouden zijn geweest om willens en wetens, of zelfs maar uit onachtzaamheid, de wet te overtreden, maar bij nadere beschouwing lijken er meerdere wetten met voeten zijn getreden.

Volgens Shannen Coffin, voormalig juridisch adviseur van president George W. Bush, is alleen al het feit dat Clinton pas twee jaar na haar vertrek als minister, en niet al voor het ontruimen van haar kantoor in Washington, haar e-mails aan overheidsfunctionarissen overdraagt strafbaar. En zolang Hillary Clinton de e-mails zelf beheerde waren ze niet beschikbaar voor parlementair toezicht. Dat is een kwalijke zaak in het licht van de hardnekkige pogingen door het Congres de afgelopen twee jaar om informatie over haar rol in het Benghazi-schandaal bij het ministerie los te peuteren.

De details van de zaak worden met de minuut merkwaardiger. De persconferentie riep nog meer vragen op dan dat ze beantwoordde en dat had gedeeltelijk te maken met de manier waarop die persconferentie was georganiseerd: veel journalisten konden niet meer tijdig een perspas voor het gebouw van de VN krijgen, waar de persconferentie was belegd. Was dit een tactiek om lastige journalisten en serieuze vragen te ontwijken?

Wat Clinton meedeelde bevatte meerdere tegenstrijdigheden, en zelfs enkele domme leugens. Zo beweerde ze dat ze persoonlijk e-mails van haar man had verwijderd, terwijl deze tot op vandaag beweert in zijn hele leven maar twee e-mails te hebben verstuurd, geen van beide aan Hillary. Ook beweerde ze nooit vertrouwelijke informatie te hebben verzonden via haar eigen e-mailadres, iets wat zelfs de linkse New York Times ongeloofwaardig vindt.

Dit kan en mag door de pers niet worden afgedaan als een slordige organisatie van legitieme activiteiten. Als Clinton in 2016 kandidate voor het presidentsschap wil zijn, zal ze moeten aantonen dat ze de wet respecteert en openheid van zaken geven over haar ambtstijd als minister.

Alles in haar gedrag in deze zaak wekt de indruk dat ze op heel brutale wijze van tevoren heeft gepland om wat betreft haar officiële communicaties als minister een soort dubbele boekhouding te voeren door alle e-mails aan de controle van overheidssystemen te onttrekken. Zolang die fysieke mailserver bij de Clintons thuisblijft en niet door de overheid op knoeien wordt gecontroleerd, kan Hillary zelf volledig het beeld scheppen wat over haar ambtstijd als minister naar buiten komt.

Ook andere functionarissen in de regering-Obama hebben hun e-mailverkeer op slinkse wijze gemanipuleerd, waaronder minister van Justitie Eric Holder, die blijkbaar drie aparte adressen onder pseudoniemen gehad schijnt te hebben. Maar niemand is zo onbeschaamd geweest als Clinton.

Het persbureau AP heeft nu een kort geding aangespannen tegen de regering-Obama om inzage in de e-mails van Hillary Clinton te krijgen. Twee jaar lang krijgt AP al nul op het rekest van een regering die zich in stilte en geheimzinnigheid hult. Hillary doet verwoede pogingen de zaak in de doofpot te stoppen, maar dit schandaal is al geen schandaaltje meer.

Het lastige is dat de e-mails van Clinton weinig bewijzen kunnen, maar de enorme onzekerheid die door deze affaire is geschapen zal haar nog lange tijd achtervolgen en kan haar tijdens de verkiezingscampagne in de weg zitten. En dat ligt nu eens niet aan Republikeinse samenzweerders. Dat heeft ze aan zichzelf te danken.