donderdag 6 augustus 2015

Republikeinen moeten Trump neutraliseren

Een versie van dit artikel is op 6 augustus 2015 in het Nederlands Dagblad verschenen.

Aanstaande donderdagavond vindt het eerste debat tussen Republikeinse presidentskandidaten plaats. De meeste aandacht gaat momenteel uit naar multimiljardair en tv-persoonlijkheid Donald Trump, die in alle nationale peilingen met ruime afstand op kop loopt.

Dat is een probleem, want Trump is in zeer negatief opzicht een buitenbeentje in de partij. Niet alleen heeft hij geen enkele politieke ervaring, hij past daarnaast ook qua ideologie en persoonlijke stijl niet binnen de Republikeinse partij. Dat hij überhaupt kandidaat voor de Republikeinen is, is erg bevreemdend: tot voor kort gaf hij zelf aan Democratisch-gezind te zijn en hij huldigt standpunten die niet bij het klassieke liberalisme passen die de kern van het Republikeinse conservatisme vormen. Zo is Trump voorstander van een nationaal ziekenfonds, à la Groot Britannië, en is hij radicaal pro-abortus. Daarmee past Trump beter bij de Democraten. In 2007 was Trump ook een donor voor Hillary Clinton, die nu de gedoodverfde Democratische kandidate is.

Dat Trump desondanks aan kop ligt komt vooral door een groeiend maatschappelijke onrust die alternatieve kandidaten aan beide kanten van het politieke spectrum momenteel een flinke steun in de rug geeft. Voor de Democraten is dat Bernie Sanders, senator voor Vermont, die zichzelf trots “democratisch socialist” noemt (traditioneel een scheldwoord in de VS), maar desondanks volle zalen in universiteitssteden trekt. Trump heeft de gave om op mediagenieke wijze heilige huisjes binnen beide partijen om te schoppen, tot groot genoegen van Republikeinse kiezers die genoeg hebben van de fluwelen handschoenen waarmee partijleiders omgaan met een president wiens beleid zij rampzalig en corrupt vinden.

Ondanks feit dat de media de kandidatuur van Trump erg hypen, maakt hij geen enkele kans om daadwerkelijk genomineerd te worden. Zijn lompe schofferingen van Vietnam-veteraan en voormalig krijgsgevangene John McCain en kort daarna van senator Lindsey Graham tonen aan dat Trump het niveau van het politieke debat niet zal verhogen. Trump spreekt clichématig over controversiële onderwerpen, maar het schort hem aan dossierkennis en details.

Ook moet de omvang van zijn achterban niet worden overdreven: met 17 officiële kandidaten in de partij is de steun voor iedereen tamelijk versplinterd. Zodra er kandidaten gaan afvallen en de percentages gaan verschuiven zullen andere kandidaten gemakkelijker de proteststeun van Trump-supporters kunnen overstemmen. Ook geeft zestig procent van de Republikeinse kiezers aan onder geen enkele voorwaarde voor Trump te stemmen; daarmee is Trump’s kans op de nominatie mathematisch onmogelijk.

Maar Trump kan op twee manieren flink spelbederver spelen. Dankzij de spelregels krijgt hij gegarandeerd een plaats op het podium in de eerste debatten, met als gevolg dat echte politici voor het dilemma staan hoe ze moeten omgaan met een onserieuze blaaskaak in een inhoudelijk debat. Wat doen de andere Republikeinen als hij hen voor de camera direct afvalt? Boos reageren of de man negeren? In beide opties schuilt het gevaar onredelijk over te komen, hetgeen schadelijk kan zijn.

Het tweede gevaar ligt op de loer nadat Trump afhaakt. Republikeinen zijn doodsbenauwd dat hij dan doorgaat als onafhankelijke kandidaat, iets waarover Trump al openlijk heeft gespeculeerd. Hij is rijk genoeg om zo’n monument aan zijn eigen ijdelheid lang genoeg uit te zingen. In dat geval krijgt Hillary Clinton de verkiezing op een zilveren dienblaadje aangereikt. Met de kleine marges tussen de twee grote partijen kan hij genoeg stemmen van de Republikeinen afsnoepen dat Hillary er als lachende derde met het spreekwoordelijke been vandoor gaat; een herhaling van de race tussen Bush sr. en Bill Clinton in 1992, toen Ross Perot de herverkiezing van vader Bush verknoeide.

Dit is allemaal nog zeer onzeker. Ook Hillary Clinton heeft de nominatie van haar partij nog niet binnen, zeker niet nu er een crimineel vooronderzoek tegen haar loopt. Maar de sentimenten die Trump binnen de partij aanboort moeten door de partij serieus worden genomen, zodat hij zo snel en definitief mogelijk buiten de race gesloten wordt. Alleen dan krijgt de partij ruim baan om het indrukwekkende aantal getalenteerde kandidaten  met echte inhoudelijk ideeën aan Amerika voor te stellen en de clownshow waar de media-geile Trump op aast te voorkomen.


zaterdag 28 maart 2015

Vertrek van een geweldenaar

Harry Reid in 2010
Foto: SEIU (CC 2.0)

Harry Reid, de machtige Democratische senator, ziet af van herverkiezing in 2016.Zijn meedogenloze en gewetenloze machtspolitiek hebben enorme schade aangericht aan de Senaat en de Amerikaanse democratie. Zijn vertrek kan niet snel genoeg komen.
Vrijdag kondigde senator Harry Reid aan dat hij na het aflopen van zijn huidige ambtstermijn met pensioen gaat. Als gevolg van een ongeluk met een hometrainer in januari zag de 75-jarige Reid er in de Youtube-video met de aankondiging enigszins gehavend uit: een gehoornde bril met één afgedekte lens moest de verwondingen aan zijn rechteroog verbergen. Het ongeluk en het feit dat artsen er tot dusver niet in zijn geslaagd het gezichtsvermogen in het oog terug te brengen hebben volgens Reid niets te maken met zijn beslissing af te treden. Desondanks maakte Reid een afgematte indruk.

Reid wordt door partijgenoten en linkse bondgenoten in de pers beschreven als een effectieve leider in de Senaat. Onder zijn leiding hebben Democraten een flink aantal links-progressieve paradepaardjes goedgekeurd gekregen. Reid is als weinig anderen in staat gebleken om zijn partij bijeen te houden tijdens cruciale stemmingen. Zonder de vastberaden blik van Reid en zijn gewiekste coördinatie met toenmalig voorzitster van het Huis van Afgevaardigden Nancy Pelosi was er in 2010 niets terecht gekomen van Obamacare. Reid wist de gelederen gesloten te houden. Ternauwernood en door handig gebruik van allerlei achterdeurtjes in de regels van het Congres wisten Reid en Pelosi de wet er samen door te drukken.

Als Democratisch fractieleider is Reid hét scharnier van het Congres: zonder hem gebeurt er niets. Dat geldt overigens net zo goed nu zijn partij niet langer de meerderheid in de Senaat heeft. Als leider van de meerderheid (van 2007 tot begin dit jaar) was zijn taak vooral die van goalkeeper: bijna alle belangrijke wetsvoorstellen die het sinds 2010 door Republikeinen beheerste Huis van Afgevaardigden naar de Senaat stuurde werden geweerd. De zittingsjaren 2011 en 2012 zijn de geschiedenisboeken ingegaan als die van het “Do-Nothing-Congress”, omdat er zo weinig wetten werden goedgekeurd. President Obama en Reid klaagden in die jaren bijna dagelijks dat de Republikeinen in het Huis het werk van het Congres uit afgunst en haat jegens de president sabotteerden, maar de belangrijkste reden voor het feit dat president Obama zo weinig wetten kreeg toegestuurd voor zijn bevestigende krabbel is de vakkundige blokkage van Harry Reid. Niets dat hem of zijn partijgenoot Obama onwelgevallig was werd toegelaten en zo werd Obama de noodzaak bespaard om persoonlijk zijn veto over controversiële zaken uit te spreken. Het was een uitgekookte opzet die het spotlicht van de president weghield en alle controverse dicht bij het Huis en dus de Republikeinse oppositie hield. Harry Reid fungeerde in wezen als Obama’s waakhond.

Maar ook nu Republikein Mitch McConnell de leiding in de Senaat heeft overgenomen, bedient Reid zich van zijn kennis van de regels van de Senaat om de Republikeinen te dwarsbomen. Momenteel liggen de benoeming van een nieuwe minister van Justitie én goedkeuring van een wet tegen mensenhandel stil, omdat Reid de deur op slot heeft gedaan. Zo lang Republikeinen vasthouden aan een clausule in de mensenhandelwet dat federale subsidies voor abortusbehandelingen verbiedt blokkeert Reid de mogelijkheid van een quorum en wordt er over het wetsontwerp niet gestemd. Republikeinen weigeren in reactie om over de bevestiging van Loretta Lynch, de door de president genomineerde opvolger van minister Holder van Justitie, te stemmen.

Reids onverbiddelijke standvastigheid laat nogal wat scherven achter. Er lijkt hem maar weinig heilig geweest te zijn. Eén van zijn meest geliefde manoeuvres was een praktijk die “filling the tree” heet: als leider van de Senaat eiste hij het recht op als eerste amendementen op een wet in te dienen en gebruikte dan het maximaal toegestane aantal amendementen in één keer op. Zo werd de Republikeinse oppositie het parlementaire recht op amendement ontnomen. Reid gebruikte deze manoeuvre vaker dan al zijn voorgangers.

Hij kende de parlementaire regels als de beste, overtrad ze geregeld en in 2013 veranderde hij debatsregels eigenhandig om de toenmalige Republikeinse minderheid dwars te zitten. Die zet legde een bom onder de toch al gespannen politieke verhoudingen in Washington en was volgens velen overduidelijk ontoelaatbaar onder de gegeven Senaatsregels.

De commentaren in de conservatieve media zijn dan ook niet mals. “(Harry Reid) is al lang één van de kwalijkste aspecten van de Amerikaanse regering: een zelfzuchtige, malafide, schijnheilige, gewetenloze charlatan,” schrijft de redactie van National Review. Michael Warren van het conservatieve weekblad The Weekly Standard schrijft: “In de kern is het verhaal van Reid, met name zijn acht jaar als leider van de Senaat, er één van een kortzichtige tiran die op de korte termijn politieke winst en tactische overwinningen boekte, en tegelijkertijd zowel de Senaat als instituut en zijn eigen partij schade toebracht.” De redactie van de Washington Examiner schrijft minachtend over het “lage gedrag” van Reid als leider van de Senaat. Hij misbruikte het spreekgestoelte van de Senaat om valse geruchten over Mitt Romneys belastingen te verspreiden en om een lastercampagne jegens libertaire miljonairs Charles en David Koch te voeren. Hij noemde George W. Bush een leugenaar en loser. Reids valse tactieken zijn verantwoordelijk voor het feit dat de Senaat een poel des verderfs is geworden. “Moge hij een lang pensioen genieten en moge de Senaat hem belonen door verschillende dumpplaatsen voor kernafval naar hem te noemen,” bijt de krant.

De persoonlijke rijkdom die Reid tijdens zijn drie decennia in de Senaat heeft vergaard is een symbool voor Reids prioriteten en de invloed in zijn thuisstaat Nevada. Schatting van zijn vermogen lopen uiteen maar met zes miljoen dollar heeft hij zijn bescheiden overheidssalaris tamelijk fortuinlijk kunnen vermeerderen. Andere inkomstenbronnen – waaronder de voor politici tamelijk gewone gages als consulent of spreker – moeten flink hebben bijgedragen aan dit financiële succes, maar de details van Reids financiën blijven even vakkundig verborgen als zijn sluikse parlementaire praktijken.

Er bestaat geen twijfel over dat Reid veel heeft gepresteerd waar Democraten tevreden over kunnen zijn. De prijs die het land daarvoor heeft moeten betalen is erg hoog. Door alle kaarten op het goedkeuren van zoveel mogelijk links-progressieve wensdromen te zetten, coûte que coûte, heeft Reid veel wetgevende macht aan de president afgestaan. Niet alleen Obamacare, maar veel van de wetten die Reid, met of zonder hulp van Nancy Pelosi, sinds 2009 door het Congres heeft gesluisd, bevatten stapels cadeaus aan de bureaucraten in de verschillende federale departementen en daarmee aan de Democratisch-gezinde overheidsvakbonden.

De regelgeving is enorm toegenomen onder president Obama. Alleen Obamacare bevat al twintigduizend bladzijdes nieuwe regelgeving voor de medische en verzekeringsindustrie, terwijl de EPA, de toezichthouder voor milieu, de afgelopen jaren als een wilde nieuwe richtlijnen, standaarden en bureaucratische regels uitvaardigt. Zaken waar het Congres voorheen toestemming voor moest geven liggen nu voor langere tijd geheel binnen de jurisdictie van ministeries en toezichthouders. Het verminderen van de macht van het Congres ten gunste van bureaucraten was één van de belangrijkste motivaties voor Harry Reid in de wetenschap dat zijn tijd op de tak waaraan hij zaagde sowieso beperkt was, maar ook dat hij daarmee eventuele Republikeinse opvolgers voor lange tijd buitenspel zou zetten. In ruil voor deze goede zaken is Reid rijkelijk beloond. Wie klaagt over het gebrek aan daadkracht bij het Amerikaanse Congres moet zich de rol van Reid bij het ontmannen van dat Congres goed realiseren.

Het lijkt er niet op dat Reid deze politiek gevoerd heeft uit een ideologische overtuiging. Van Barack Obama is bekend dat hij gelooft in een sterke centrale overheid met een  machtig staatsapparaat. Een dergelijk overtuiging ontbreekt ogenschijnlijk bij Reid. Zijn staat van dienst als gewetenloze machtswellusteling, die alles deed om de macht van zichzelf en zijn partij te vergroten, suggereert dat het hem eerder om persoonlijk gewin gaat. Deze aanpak speelde de opkomende links-progressieve extreme vleugel binnen de Democratische partij weliswaar in de kaart, maar Reid kijkt in eerste instantie naar zijn eigen belangen. Morele overwegingen zoals het belang van het land of de mensheid zijn hem vreemd.

In januari 2017 zal Harry Reid zijn kantoor definitief verlaten, maar de littekens die hij in de Senaat en de constitutionele orde heeft veroorzaakt zullen nog lang zichtbaar blijven. Zijn machtspolitiek is debet aan de huidige Koude Oorlog tussen Democraten en Republikeinen in het Congres, want onder zijn bewind werd de eigen partij gezuiverd van weifelaars en gematigden: de ene helft werd door Reid met de rug tegen de muur geworpen en de andere helft werd door de kiezer of door het eigen geweten van zijn senaatszetel ontheven. In het klimaat dat Reid, Pelosi en Obama hebben geschapen bestaan er geen mogelijkheden tot compromissen sluiten; elke poging daartoe werd doeltreffend neergesabeld of van tevoren al onmogelijk gemaakt. Voor Reid is het alles of niks, buigen of barsten, zijn wil is wet. Die onverbiddelijke houding spoorde gefrustreerde conservatieve kiezers al snel na de absolute machtsovername van de Democraten in Washington aan om het spel ook hard te spelen en de Tea Party werd geboren. De reeks onbuigzame Republikeinen die sinds 2012 in het Huis en de Senaat werd gekozen speelt het politieke spel met het mes op tafel, net als Reid. Ted Cruz, in de Democratisch-gezinde massamedia vaak neergezet als een onredelijke en extreme politicus, is in wezen gewoon de conservatieve tweelingbroer van Reid. Als het in het Congres hard tegen hard gaat ligt dat niet alleen maar aan de Republikeinen; er is hier duidelijk sprake van actie en reactie.

Het vertrek van Reid kan niet snel genoeg komen. Halfzachte evaluaties van Reid met termen als “effectief” en “kundig” zijn amorele miskenningen van de betekenis van Reid in Washington, zeker in de laatste tien jaar. Zij geven zich geen rekenschap van Reids verderfelijke invloed in Washington en doen geen recht aan de schande die Amerika moet dragen deze ellendeling als Senaatsleider te hebben gehad.

woensdag 25 maart 2015

Na vijf jaar blijft Obamacare impopulair

De officiële ondertekening van Obamacare, 23 maart 2010
Pete Souza (CC 2.0)

Deze week werd Obamacare vijf jaar oud. Je zou verwachten dat de regering-Obama groots en triomfantelijk feest zou vieren over dit heuglijke feit, gezien de tam-tam die destijds in 2010 over de ondertekening van de monsterwet werd gemaakt. Anno 2015 is de president een beetje stilletjes, want de wet blijft erg impopulair. Sterker nog, volgens The Weekly Standard is het zelfs al twee jaar en twee maanden geleden sinds er ook maar een enkele peiling was die meer steun voor dan verzet tegen de wet aantoonde.
Real Clear Politics has listed 178 polls on Obamacare. All 178 have found it to be unpopular. In addition, the Kaiser Health Tracking Poll — a left-leaning outlier that RCP doesn’t even list and which (contrary to essentially every other poll) actually claimed Obamacare was popular at the time of its passage — has released 22 polls on Obamacare during Obama’s second term. All 22 have found it to be unpopular. So, in all, Obamacare has gone 0-200 during Obama’s second term.
Tweehonderd peilingen op rij tonen aan dat een meerderheid van de Amerikanen ontevreden is over Obamacare. Dat zelfs de linkse pro-Obama-organisatie Kaiser een ongebroken reeks peilingen met een negatief resultaat voor Obamacare aantoont is frappant en onderstreept hoe zwaar de president en zijn partij hebben gefaald in hun poging het gezondheidsstelsel te verbeteren.

De mankementen in Obamacare zijn intussen genoegelijk bekend en er ligt intussen een flinke stapel Republikeinse tegenvoorstellen klaar, die alle een einde maken aan de inefficiëntie, de verstrikkende wirwar van regelgeving en de boekhoudkundige goocheltrucjes van de huidige wet. Als de Republikeinse partij en haar presidentskandidaat in 2016 een samenhangend hervormingspakket kunnen presenteren hebben ze een goede kans om volgend jaar de verkiezingen flink te winnen, want het is duidelijk: Amerika is Obama’s grootste en duurste mislukking meer dan zat.

P.s.: Ook vooraanstaande linkse journalisten Kirsten Powers (columniste voor The Daily Beast en USA Today) en Ron Fournier (National Journal) hebben recentelijk toegegeven dat ze er moe van zijn geworden Obamacare te verdedigen. Kirsten Powers zei: “People who have supported this law, who support universal health care are constantly put in a position of having to defend this President who has really incompetently put this together, rolled it out.”

woensdag 11 maart 2015

Hillary lapt de wet aan haar laars

Hillary Clinton spreekt tijdens de Vrouwenconferentie van de VN in New York, 10 maart 2015.
Foto: UN Women / J Carrier (CC 2.0)
Het schandaal rond Hillary Clintons e-mails escaleert nu er meer details over haar wetteloze gedrag bekend worden. Het schandaal brengt haar mogelijke kandidatuur voor het presidentschap in gevaar.
“Ik heb geen enkele wet of regel overtreden,” verklaarde Hillary Clinton afgelopen dinsdag in een persconferentie. De gedoodverfde Democratsiche presidentskandidate in 2016 reageerde hiermee op het onlangs uitgelekte nieuws dat al haar officiële e-mailverkeer als minister via een zelf aangelegde server in haar eigen huis heeft plaatsgevonden.

De hele affaire is ernstig verdacht. Aanvankelijk durfde niemand te beweren dat Bill en Hillary Clinton, beiden zeer intelligent en advocaten, dom genoeg zouden zijn geweest om willens en wetens, of zelfs maar uit onachtzaamheid, de wet te overtreden, maar bij nadere beschouwing lijken er meerdere wetten met voeten zijn getreden.

Volgens Shannen Coffin, voormalig juridisch adviseur van president George W. Bush, is alleen al het feit dat Clinton pas twee jaar na haar vertrek als minister, en niet al voor het ontruimen van haar kantoor in Washington, haar e-mails aan overheidsfunctionarissen overdraagt strafbaar. En zolang Hillary Clinton de e-mails zelf beheerde waren ze niet beschikbaar voor parlementair toezicht. Dat is een kwalijke zaak in het licht van de hardnekkige pogingen door het Congres de afgelopen twee jaar om informatie over haar rol in het Benghazi-schandaal bij het ministerie los te peuteren.

De details van de zaak worden met de minuut merkwaardiger. De persconferentie riep nog meer vragen op dan dat ze beantwoordde en dat had gedeeltelijk te maken met de manier waarop die persconferentie was georganiseerd: veel journalisten konden niet meer tijdig een perspas voor het gebouw van de VN krijgen, waar de persconferentie was belegd. Was dit een tactiek om lastige journalisten en serieuze vragen te ontwijken?

Wat Clinton meedeelde bevatte meerdere tegenstrijdigheden, en zelfs enkele domme leugens. Zo beweerde ze dat ze persoonlijk e-mails van haar man had verwijderd, terwijl deze tot op vandaag beweert in zijn hele leven maar twee e-mails te hebben verstuurd, geen van beide aan Hillary. Ook beweerde ze nooit vertrouwelijke informatie te hebben verzonden via haar eigen e-mailadres, iets wat zelfs de linkse New York Times ongeloofwaardig vindt.

Dit kan en mag door de pers niet worden afgedaan als een slordige organisatie van legitieme activiteiten. Als Clinton in 2016 kandidate voor het presidentsschap wil zijn, zal ze moeten aantonen dat ze de wet respecteert en openheid van zaken geven over haar ambtstijd als minister.

Alles in haar gedrag in deze zaak wekt de indruk dat ze op heel brutale wijze van tevoren heeft gepland om wat betreft haar officiële communicaties als minister een soort dubbele boekhouding te voeren door alle e-mails aan de controle van overheidssystemen te onttrekken. Zolang die fysieke mailserver bij de Clintons thuisblijft en niet door de overheid op knoeien wordt gecontroleerd, kan Hillary zelf volledig het beeld scheppen wat over haar ambtstijd als minister naar buiten komt.

Ook andere functionarissen in de regering-Obama hebben hun e-mailverkeer op slinkse wijze gemanipuleerd, waaronder minister van Justitie Eric Holder, die blijkbaar drie aparte adressen onder pseudoniemen gehad schijnt te hebben. Maar niemand is zo onbeschaamd geweest als Clinton.

Het persbureau AP heeft nu een kort geding aangespannen tegen de regering-Obama om inzage in de e-mails van Hillary Clinton te krijgen. Twee jaar lang krijgt AP al nul op het rekest van een regering die zich in stilte en geheimzinnigheid hult. Hillary doet verwoede pogingen de zaak in de doofpot te stoppen, maar dit schandaal is al geen schandaaltje meer.

Het lastige is dat de e-mails van Clinton weinig bewijzen kunnen, maar de enorme onzekerheid die door deze affaire is geschapen zal haar nog lange tijd achtervolgen en kan haar tijdens de verkiezingscampagne in de weg zitten. En dat ligt nu eens niet aan Republikeinse samenzweerders. Dat heeft ze aan zichzelf te danken.

zaterdag 28 februari 2015

Netwerken voor Republikeinse presidentskandidaten op CPAC

Republikeins Senator Rand Paul (Kentucky) spreekt de zaal toe tijdens CPAC
Foto: Gage Skidmore (CC 2.0)
Van 26 tot 28 februari vond het jaarlijkse CPAC-congres plaats in National Harbor in de staat Maryland. Tijdens dit congres voor conservatieve politieke activisten en journalisten kregen de Republikeinse presidentskandidaten – waarvan de meesten nog niet officieel hebben aangekondigd dat ze ook kandidaat zijn – de kans zich voor te stellen aan het politiek actieve deel van de conservatieve achterban. Een goed moment voor een graadmeter voor de langzaam opwarmende verkiezingscampagnes in de VS.

Over dit congres mocht ik afgelopen vrijdag in het NOS radioprogramma Met het oog op morgen één en ander uitleggen (link naar audio: segment begint op 49:30).

Wat is CPAC?

Het congres wordt georganiseerd door de American Conservative Union, een conservatieve vereniging en is bedoeld voor conservatieve activisten, journalisten en denkers en brede zin. Het is sinds de jaren tachtig flink uitgegroeid tot een grote beurs waarin niet alleen maar toespraken van vooraanstaande mensen in de beweging aantrekken, maar ook de mogelijkheden tot netwerken. Natuurlijk maken aspirerende politici van de rechterhelft van het politieke spectrum daar gebruik van om zichzelf voor te stellen. Dus komen er veel Republikeinse presidentskandidaten om een toespraak te houden of geïnterviewd te worden. In de marge van het congres zelf vinden er veel gesprekken over donaties aan mogelijk politieke campagnes plaats en proberen kandidaten hun boodschap aan de aanwezige conservatieve pers te verkopen.

Het is overigens geen gebeuren van de Republikeinse partij. De partijleiders zijn daar vaak niet welkom, omdat veel bezoekers van CPAC hen te gematigd vinden.

Wie zijn de belangrijkste sprekers?

Dit jaar zijn de belangrijkste sprekers met name Jeb Bush, Chris Christie, Scott Walker en Ted Cruz. De laatste twee zijn wat meer op eigen terrein op CPAC, omdat veel bezoekers een wat hardere ideologische lijn trekken en niet zo veel geduld hebben met gematigde kandidaten. Walker en Cruz hebben een goede staat van dienst wat dat betreft. Walker heeft in Wisconsin een aantal belangrijke misstanden aangepakt, met name het verplichte lidmaatschap in een vakbond voor ambtenaren van de staat; daarmee heeft hij de staat een hoop geld bespaard. Cruz trekt in de Senaat ook een harde lijn tegenover de partijleiders en de Democraten. Dat spreekt mensen op CPAC erg aan.

Jeb Bush en Chris Christie gelden als meer gematigd en zijn daarom minder populair. Hun opgave was het dus om in hun presentatie dat sceptische publiek voor zich te winnen. Dat is Bush slechts ten dele gelukt. Een niet onaanzienlijk deel van de aanwezigen is de zaal uitgelopen toen hij kwam spreken en enkele anderen lieten boegeroep horen. De kritiek op Bush is, vind ik, niet terecht: Bush is een stuk conservatiever dan zowel zijn vader als zijn broer, maar hij zegt een aantal onaangename waarheden over immigratie en onderwijsbeleid, waar een kleine groep binnen de conservatieve beweging niets van wil weten.

Chris Christie haalde in zijn toespraak vooral uit naar de media en Jeb Bush, een teken dat hij weet dat hij op achterstand staat.

Waar staat de Republikeinse partij?

Aan de ene kant staat de partij er goed voor. Veel Amerikanen hebben het met president Obama helemaal gehad en staan dus open voor een alternatief. Dat zag je ook tijdens de Congresverkiezingen in 2014 toen de Republikeinen flink zetels in de Senaat en het Huis wonnen. De conservatieve principes – een kleinere, minder dominante federale overheid, meer vrijheid voor de economie en groter respect voor rechten van burgers (met name geloofsvrijheid) – passen wel goed bij de problemen van het moment.

Aan de andere kant blijft de partij nog steeds kampen met twee belangrijke zwaktes. De partij heeft nog steeds geen duidelijk gezicht. Er is niemand die in het hele land als aansprekend symbool van de partij geldt en dat leidt ertoe dat veel Amerikanen aan de nog steeds zeer impopulaire George W. Bush blijven denken. Het verbaast dan ook niet dat een recente peiling aantoonde dat een meerderheid van de ondervraagden alle mogelijke Republikeinse kandidaten “een kandidaat van het verleden” vond, terwijl Hillary Clinton met een kleine meerderheid als “kandidate van de toekomst gold.”

Een ander probleem is dat de partij het nog steeds niet eens is over een goed omlijnd verkiezingsprogram. De Republikeinen blijven daarmee de “partij van nee”, wier beeld bijna volledig bepaald wordt door tegenstand tegen het beleid van president Obama en zijn partij. Daarmee zal de partij niet genoeg stemmen van zwevende kiezers kunnen aantrekken.

Dat wil overigens niet zeggen dat er geen ideeën of ontwerpplannen zijn. In tegendeel, er is een veelheid aan verschillende voorstellen. Met name rond Obamacare, waar alle Republikeinen zo snel mogelijk vanaf willen, zijn er meerder veelbelovende wetsontwerpen ontwikkeld. Maar het is de partijleiding niet gelukt om de partij rond één ontwerp te verenigen.

Wat betekent CPAC voor de Republikeinse partij?

De betekenis van CPAC is relatief beperkt. Omdat CPAC geen conferentie is van een doorsnee van de Republikeinse partij, maar eerder één vleugel van de partij vertegenwoordigt, kan de toon van deze jaarlijkse conferentie niet direct als graadmeter voor de richting van de partij worden geïnterpreteerd. Toch zegt het congres wel iets over de achterban. Het is duidelijk dat de onvrede van de achterban over de richting van de partij en het bestuur van de partijleiding groeit. Zoals verwacht won Rand Paul, de libertaire senator uit Kentucky, de peiling onder deelnemers van het congres, zoals ook zijn vader Ron Paul in voorbije jaren vaak favoriet was. De visie van vader en zoon Paul – een kleinere overheid en een minder interventionistische rol van de VS in de wereld – spreekt erg aan bij de bezoekers van CPAC.

Maar gouverneur Scott Walker nam een zeer vermeldenswaardige tweede plaats in bij die peiling. Dat is niet onbelangrijk. Dat betekent dat die achterban niet alleen maar gedachteloos aan protest en revolutie denken, maar bereid zijn om een realistische kandidaat met een gedegen staat van dienst als tweede keuze te overwegen. Dat tekent een vermogen tot pragmatisch denken onder conservatieve activisten en dat geeft hoop dat de partij niet voor eeuwig verzand zal blijven in intern geruzie over de richting van de partij.

zondag 2 november 2014

Verkiezingen in bitter gepolariseerd Amerika

Als de uitslagen van de Congresverkiezingen op woensdagochtend bekend worden weet Amerika wellicht nog steeds niet wie de Senaat in handen heeft. In verschillende staten is het verschil in de peilingen tussen de Republikeinse en de Democratische senaatskandidaat enorm klein.

In Louisiana en Georgia eist de wet bovendien dat kandidaten minstens vijftig procent van de stemmen moeten behalen om een tweede stemronde in resp. december en januari te voorkomen. Het zal dus misschien wel tot januari duren voor duidelijk wordt, welke partij de Senaat in handen krijgt.

Ideologisch

Die krappe marges tussen de twee partijen komt door de bittere polarisering van Amerika. President Obama is nog nooit zo impopulair geweest: in 43 staten geven kiezers hem nu een onvoldoende rapportcijfer. Democraten doen verwoede pogingen om Obama buiten de verkiezingen te houden: hij staat immers niet op het stembiljet. Tevergeefs: congresverkiezingen halverwege de tweede ambtstermijn van een president zijn altijd de facto een referendum over de president.

Zo argumenteerde de conservatieve columnist Dennis Prager vorige maand dat elke stem aan een Democraat een stem voor de president is. Onafhankelijke policiti bestaan niet meer: alle Democraten steunen de harde linkse koers van de president. Daar valt hier en daar wel wat op af te dingen, maar hij zit er niet ver naast. De goedkeuring van Obamacare, waarbij alle Republikeinen en slechts 34 Democraten in het Huis van Afgevaardigden tegen de wet stemden, is een sprekend voorbeeld van de ideologische puurheid in beide partijen. Op 4 na zijn al die Democraten intussen uit het Huis verdwenen.

Kiezers gedragen zich anders dan voorheen. Vroeger was het niet ongewoon dat burgers Democraten voor het ene ambt en Republikeinen voor het andere ambt kozen, een zogenaamde split ticket, ofwel een gemengd stembiljet. Die dagen zijn voorbij: meer kiezers dan ooit stemmen uitsluitend voor kandidaten van dezelfde partij voor alle ambten die dat jaar op het stembiljet staan, van president en congreslid tot de burgemeester, de sheriff en de onderwijsraad.

Stembusfraude

Er zijn ook zorgen over de integriteit van de verkiezingen zelf. Een nieuwe wetenschappelijke studie bewijst dat een klein, maar niet insignificant aantal buitenlanders illegaal stemt in de VS, en bijna allemaal voor de Democraten. In 2008 heeft dat de uitkomst van enkele congressionele verkiezingen beïnvloed.

Colorado zorgt voor nieuwe hoofdbrekens dit jaar. Daar schafte de Democratische provinciale regering de stembus helemaal af. Iedereen stemt nu per post. De nieuwe procedure lokt grootschalige stembusfraude uit aangezien er geen enkele controle is op de identiteit van de kiezers die formulieren insturen. Fraudeurs kunnen ongebruikte stembiljetten zonder problemen uit de recycling van burgers opvissen.

In het licht van legio dergelijke voorbeelden is het onbestaanbaar dat de Democraten, met vertrekkend minister Holder van Justitie voorop, beweren dat stembusfraude niet bestaat en een identificatieplicht bij de stembus onnodig is. Holder beticht voorstanders van zo’n identificatieplicht van racisme, omdat minderheden volgens hem sterker benadeeld worden door zulke regels dan blanken. Dat is een aanvechtbare bewering. Belangrijker is waarschijnlijker dat minderheden de voorkeur geven aan Holders partij. Met overdreven aantijgingen van racisme wil Holder met hulp van de sensationalistische pers zwarte kiezers tot genoeg verontwaardiging aansporen om op 4 november te stemmen.

Spiraal

De polariserende spiraal wordt gedreven door de sensationalistische mediacultuur, waarin de diepgang verloren gaat. Veel politici, die voor hun verkiezing van die media afhankelijk zijn, reduceren hun boodschap tot populistische kreten. Daaruit komen de vaak sterk verwrongen aantijgingen jegens de tegenkandidaat – de zogenaamde negatieve campagnespotjes – en de gênante optredens van kandidaten in komische talkshows zoals The Daily Show.

Een ander probleem is dat de nieuwsmedia en politici persoonlijk sterk verweven zijn. De directeuren van de nieuwsafdelingen van zowel ABC als CBS, twee van de grootste tv-zenders, hebben naaste familieleden in het Witte Huis. De vele topjournalisten met Obama-connecties doen twijfels rijzen over de onafhankelijkheid van de pers; de overgrote meerderheid van de politieke journalisten in Washington D.C. geeft toe Democraat te zijn.

De Canadese auteur Mark Steyn waarschuwde recent: de echte slag is om de bredere cultuur, niet om verkiezingen. Zolang de informatievoorziening van kiezers gedomineerd blijft door sensatiemedia, de softe propaganda die in veel amusementsprogramma’s verwerkt zit en de korte slogans op Twitter en Facebook zal er weinig veranderen in het politieke klimaat.

maandag 20 oktober 2014

Amerika's dilemma

Amerika staat voor een politiek dilemma: geen van beide politieke partijen biedt oplossingen voor de problemen waarin het land en de wereld verkeren. Het ideologisch bankroet van Amerika’s politiek vergroot de destabilisatie van de wereldeconomie en de internationale veiligheid.
De media verwachten dat Republikeinen bij de Congresverkiezingen op 4 november hun meerderheid in het Huis vergroten en de benodigde zes zetels in de Senaat pakken om ook daar de meerderheid te gaan vormen. Wat ontbreekt is enthousiasme voor de machtswisseling in het Congres, want de Republikeinen blijven hopeloos onpopulair.

Eerder in het jaar leken de Republikeinen af te stevenen op een historische zege. Een groeiende meerderheid van de kiezers is gigantisch teleurgesteld in president Obama. Het economisch herstel, voor zover de burger de optimistische statistieken van de regering überhaupt nog gelooft, is het langzaamste ooit. Daarenboven is Amerika ook moe van de corruptie en incompetentie van de regering-Obama. Amerikanen vinden in overgrote meerderheid dat de president en zijn partij op allerlei terreinen -- economie, financiën, defensie, immigratie, gezondheidszorg, milieu en buitenlandbeleid -- maar wat aan het klungelen zijn.

Met het falen van de man die in 2008 nog als de Messias van Amerika werd toegejuicht blijven er voor Amerika nog maar weinig alternatieven over. De afstraffing die de Democraten over twee weken ongetwijfeld zullen krijgen zal waarschijnlijk tamelijk mild blijven. Als de Democraten erin slagen de schade in de Senaat tot vijf zetels of minder te beperken en dus de meerderheid behouden -- niet erg waarschijnlijk, maar ook niet onmogelijk -- betekent dat een laatste waarschuwingsschot voor de Republikeinen.

Wil de conservatieve oppositie levensvatbaar blijven als politieke beweging, dan dient men in november een overtuigende overwinning te behalen. Dat Republikeinen in zoveel Senaatsverkiezingen zo’n magere voorsprong hebben is een aanklacht tegen de arrogantie en de fantasieloze leiding van de partij, waarmee Republikeinen de voeling met gewone burgers in allerlei lagen van de maatschappij hebben verloren.

Een massale overwinning blijft hen over twee weken grotendeels ontzegd, omdat de partij net als in 2012 geen positieve visie presenteert. De boodschap blijft volledig negatief: Obama en de Democraten hebben gefaald. Dat moge dan waar zijn, maar die boodschap trekt weinig zwevende kiezers aan. Ook al zijn de kandidaten een stuk beter dan in 2012, de Republikeinen blijven zonder een strak omlijnd program een zielloze entiteit die zich door gewiekste Democratische media-adviseurs te makkelijk een label (“harteloos”, “oorlogszuchtig”, “anti-vrouw”, “homofoob”, “racistisch”) laten opdrukken.

Er is reden tot flinke zorg over de toekomst van ‘s werelds machtigste democratie. Het huidige economische en fiscale beleid is onhoudbaar. Onder zowel Bush als Obama is de staatsschuld tot onbetaalbare hoogten gestegen. Obama is een fervent aanhanger van de progressieve theorie van een sterke, gecentraliseerde overheid en heeft zodoende sociale zorgprogramma’s en de federale bureaucratie gigantisch uitgebreid, maar ook zijn voorganger heeft zich teveel laten verleiden tot een beleid dat uitging van een door de overheid maakbare samenleving. Op de huidige weg is Amerika binnen twintig jaar failliet.

De Republikeinse critici van Bush’ onverantwoorde fiscale beleid hebben sinds diens vertrek de leiding in de partij overgenomen en maken zich sterk voor een verkleining van de federale overheid en daarmee van de staatsschuld. Maar de Republikeinen hebben alle sympathie in het land verloren en Democraten genieten voordeel door enkel de status quo van de verzorgingsstaat te verdedigen; een oplossing aanbieden voor de fiscale situatie is niet in hun electorale belang.

En dus gebeurt er niets. Elk beleidsdebat is een politiek machtsspel geworden, zodat Amerika fiscaal steeds zwakker wordt. Met een president wiens prioriteiten volledig bij het uitbreiden van sociale zorg liggen verwondert het dan niet dat de krapper wordende financiële middelen daar aangewend worden ten koste van kritieke overheidstaken zoals defensie, grensbescherming en buitenlandbeleid.

Als de peilingen kloppen zijn de kiezers bereid om Obama’s beleid in november op de korte termijn te beteugelen, maar een echte uitweg uit de politieke impasse ontbreekt node.

woensdag 17 september 2014

Halve maatregelen tegen IS

Na lang dralen de afgelopen weken en maanden heeft President Obama eindelijk gesproken. In een toespraak tot het volk maakte hij vorige week bekend wat zijn strategie was om IS aan te pakken. Niemand is eigenlijk tevreden met de aangekondigde plannen. Terwijl Europa, en met name de meer naar links neigende delen, te hoop loopt tegen het feit dat Obama’s plannen in strijd zijn met internationale verdragen, roepen veel militaire analisten in binnen- en buitenland juist dat de strategie te timide is.

De Volkskrant schreef in een commentaar van de hand van Fokke Obbema dat de aangekondigde bombardementen van IS-doelen in Syrië volkenrechtelijk niet door de beugel kunnen. Obbema schrijft:
Obama's legitimatie van de Syrische aanvallen loopt via een beroep op zelfverdediging. Dat is gekunsteld. Voor dit deel van zijn IS-strategie behoort hij te streven naar een mandaat van de Veiligheidsraad. Frankrijk wijst daar terecht op. Ook de Nederlandse regering, als fervent aanhanger van de internationale rechtsorde, dient voor die route te pleiten.
Aan dit soort juridische muggenzifterij heeft niemand wat. Er zijn voldoende rechtvaardigingen onder bestaande internationale verdragen om President Obama en andere geallieerden de vrijheid te geven ook in Syrië bombardementen uit te voeren. De onbedwingbare drang om in het huidige conflict Obama’s handen aan een bureaucratische procedure te binden in plaats van de VS stevig te steunen in het bestrijden van een acuut gevaar van internationale terroristen getuigt van een perverse prioriteitenlijst.

Obbema’s commentaar, zoals dat van vele Europese commentatoren, zet in op een politieke en juridische oplossing van de problemen in het Midden Oosten. In die visie wordt het uitsluiten van grondtroepen toegejuicht, omdat langdurige stabiliteit alleen zou kunnen komen na een hervorming van de Iraakse politiek en het mobiliseren van locale etnische groepen, zoals de Soennieten in Noord-Irak, in het verdedigen van hun eigenbelang. Buitenlandse militaire inmenging zou, zo menen de aanhangers van deze visie, alleen maar averrechts werken.

Dit punt is hevig omstreden. Deze week liet de opperste bevelhebber van de Amerikaanse strijdkrachten, Generaal Martin E. Dempsey, weten dat hij grondtroepen helemaal niet uitsluit. Ook de tegenstanders van Amerikaanse grondtroepen geven toe dat enige ondersteuning van en coordinatie door militairen op de grond nodig zijn om de Amerikaanse bombardementencampagne te doen slagen, maar zij benadrukken dat “locale groepen” daarvoor moeten worden aangesproken. Wie daarmee wordt bedoeld is onduidelijk, want er zijn weinig goed getrainde groepen in Noord-Irak. Van de gematigde Syrische rebellen zijn er nu nog te weinig over om in Syrië veel te kunnen bijdragen.

Daarom zijn veel militaire experts van mening dat Obama’s strategie een wensdroom is die niet veel kan produceren. Militaire historici Fred en Kimberly Kagan schamperden in een reactie dat een dergelijke aanpak niet aansluit bij de realiteit: “Obama wil een anti-terrorisme-strategie gebruiken in een guerilla-oorlog. Dat heeft geen enkele kans op success.” Ook voormalig staatssecretaris voor defensie Bing West gelooft dat ten minste een beperkt aantal onderdelen van de Amerikaanse Special Forces zullen moeten worden gestuurd.

Zonder uitzicht daarop is Obama’s strategie een halve maatregel die op de lange termijn een stuk duurder zal kunnen uitvallen, zowel in geld als in menselijk bloed, dan een stevige militaire inzet nu. Het achteloze taalgebruik van President Obama over IS -- eerder dit jaar noemde Obama IS vrij vertaald de“reservebank van een schoolvoetbalteam” -- suggereert dat de Amerikaanse regering de militaire en terroristische dreiging van IS niet serieus neemt.

Een beschouwing van Obama’s temperament als president toont aan dat hij geen interesse in buitenlandbeleid heeft. Hij voelt zich primair geroepen om Amerika’s binnenlandse politieke bestel grondig te hervormen -- de “fundamental transformation of America”, zoals hij het tijdens zijn verkiezingscampagne van 2008 noemde -- met een groter macht voor de centrale overheid en een uitbreiding van de verzorgingsstaat en strakkere regulering van de economie.

Van dat project is overigens weinig terecht gekomen. De meeste plannen zijn verzand in een gebrek aan precieze uitwerking en in de alsmaar complexer wordende warboel van Amerika’s federale bureaucratie, waarin Obama’s eigen functionarissen te vaak persoonlijke belangen en die van de politieke partij de boventoon hebben laten voeren. De beschamende incompetentie en corruptie die zichtbaar werden bij het opzetten van Obamacare, wat hét symbool van een socialer Amerika onder Democratische leiding had moeten worden, zijn in plaats daarvan de beste karakterschets van een overmoedige en slordige politieke beweging die niet het geduld kon opbrengen om met verstand en consensus een prangend maatschappelijk probleem op te lossen.

Die elitaire, “wij-weten-alles-beter”-instelling blijft het beleid van Obama domineren en verklaart waarom de president op buitenlands gebied behalve de liquidatie van Osama bin Laden op geen enkel success kan bogen. En waarom de relatie met de Republikeinse oppositie in het Congres zo verzuurd is: de tamelijk grove praktijken die door Obama en zijn kompanen in de Senaat (en in 2009 en 2010 ook in het Huis) zijn aangewend sloten de Republikeinen bijna geheel uit van deelname aan de besluitvorming. Dat zorgde ervoor dat verbitterde Republikeinen in januari 2011, toen ze de meerderheid in het Huis kregen, een harde politiek van obstructionisme zijn gaan voeren: als noodrem op de voortdurende machtspolitiek door Obama en Democratisch senaatsvoorzitter Harry Reid, en natuurlijk ook uit revanchisme.

Die obsessie met interne politiek heeft ertoe geleid dat een aantal belangrijke booswichten in de wereld -- men denke met name aan Vladimir Poetin, maar ook de leiders van Iran, Noord-Korea, Syrië en de vele terroristencellen -- Obama als militaire macht niet meer serieus nemen. Daar komt nog bij dat President Obama er alle blijk van heeft gegeven dat hij gelooft in enkele extreem-linkse theorieën, zoals Howard Zinns historische visie of de Critical Race Theory van Derrick Bell, Obama’s rechtendocent aan Harvard. In die visies is Amerika een welhaast onredbaar zondige, militarische natie die al sinds de Stichting niets dan misdaden tegen de mensheid, met name minderheden en niet-Westerse bevolkingsgroepen, begaat. De problemen in het Midden-Oosten zijn direct toe te schrijven aan specifieke Amerikaanse acties en het ontstaan van Al-Qaeda is het gevolg van Amerikaanse misstappen.

Verlossing van die zonde is alleen mogelijk door een publiek boetekleed jegens benadeelde minderheden en een vrijwillig terugschroeven van inmenging in internationale aangelegenheden tot het niveau van, zeg maar, België, Estland, of Nepal. Die Verlossing wordt nu door Obama, in 2008 openlijk bejubeld als de politieke Messias die Amerika uit de zonden van acht jaren Republikeins bestuur zou verlossen, uitgevoerd.

Dit complex aan factoren heeft geleid tot de zeer onbevredigende strategie die President Obama nu heeft aangekondigd. Met bombardementen zal veel kunnen worden bereikt, maar een definitieve oplossing kan het niet zijn. Dat Obama met zo’n halfbakken plan komt -- bovendien met de waarschuwing dat volledige uitvoering zo’n drie jaar kan duren, waarmee hij het dus op het bordje van zijn opvolger schuift -- en ook nog eens vele maanden nadat de veiligheidsdiensten hem hebben gewaarschuwd over de groeiende dreiging is meer dan betreurenswaardig. Dit plan kan op de lange termijn niet lukken en dat zal de wereld duur komen te staan.