woensdag 27 augustus 2014

Obama's eindeloze vakantiekiekjes op de golfbaan

Barack Obama op de golfbaan. Foto van Talk Radio News Service via Flickr.

Terwijl de wereld brandt, staat de president aldoor op de golfbaan. Dat is zo’n beetje de samenvatting van de kritiek op president Obama deze maand. De voorzitter van de Republikeinse partij, Reince Priebus, laakte de president voor een gebrek aan serieus gedrag op een moment dat er zowel in eigen land (Ferguson) als in het buitenland kritieke ontwikkelingen gaande zijn (Oekraïne, Gaza, de onthoofding van een Amerikaanse journalist door ISIS).

Het kan u ontgaan zijn, maar de Republikeinse media staan al weken vol met verzuchtingen over het pijnlijke beeld dat Obama schept door zichzelf geregeld te laten fotograferen met een golfclub in zijn handen, terwijl Amerika en de wereld, volgens hen, juist ferme taal van een man in een zakelijk pak verwacht. “Obama’s eindeloze vakantie,” schreef Matthew Continetti in het conservatieve tijdschrijft National Review.

De kritiek komt echter niet alleen van Republikeinen. Komiek Jimmie Fallon grapte in “The Tonight Show” dat de president wel erg weinig in het Witte Huis wordt gezien en dat mensen hem toeroepen weer aan het werk te gaan. Maar ook de New York Times, doorgaans een Democratisch mediabastion, moest in een artikel toegeven dat het er toch wat wrang uitziet als het avondnieuws tegelijk gruwelijk nieuws over een hele reeks kritieke situaties brengt en dan afsluit met vrolijke vakantiekiekjes van een luierende president.

Er is intussen een debat losgebarsten over de vraag of de critici niet overdrijven. De schrijvers van dat New York Times-artikel merken op dat alle presidenten leren om zichzelf emotioneel af te schermen van de hardvochtige beslissingen die zij -- en alleen zij -- moeten maken. Het linkse blog Huffington Post voegt daar aan toe dat president Reagan, zo vereerd door Republikeinen, in de jaren tachtig minstens zo lomp en lui was als Obama, door tijdens verscheidene crises stug te weigeren van de golfbaan of van zijn paard te komen of zelfs maar zijn pyjama uit te trekken en aan het werk te gaan.

Dat is allemaal best redelijk als antwoord op de kritiek, vooral als je bedenkt dat president Obama veel minder vakantietijd als zijn voorganger heeft genomen. Volgens Mediaite nam George W. Bush drie keer zoveel vakantie. De oneerlijke aandacht voor Obama’s voorliefde om zijn stress op de golfbaan af te reageren wordt zeker mede-veroorzaakt door het feit dat Bush in 2003 besloot niet meer te golfen, om te voorkomen dat er foto’s van een golfende president zouden worden gepubliceerd op dagen dat er veel doden in Irak of Afghanistan vielen. Obama mag niet worden afgerekend op het feit dat hij zijn persoonlijke grenzen anders trekt.

Dus wie heeft er gelijk? Is het gezever over Obama’s golfspel echt overdreven en moeten Republikeinen, met de waarheid over Reagan en Bush in het achterhoofd, ophouden zo hypocriet te zijn? Mag Obama niet gewoon een rondje golfen?

Tja, als het een rondje hier of een rondje daar was, dan was dat nog tot daar aan toe? Als de president zich af en toe ook eens liet fotograferen in een serieus zakelijk gesprek, dan was de kritiek minder zwaarwegend. Maar Obama doet als Reagan en weigert de kritiek op zijn publieke image serieus te nemen. Het dominerende beeld van de president is dat van een luierende man en te vaak lijken staatszaken te moeten wijken voor alweer een rondje van zijn favoriete sport. Het enige andere 'werk' dat hij lijkt te doen is fondsen werven voor Democratische kandidaten in de aanstaande Congresverkiezingen. Dat andere presidenten ook lang hebben geweifeld om in crisistijd terug naar hun officiële kantoor in Washington, D.C. te komen betekent niet dat Obama de PR-blunders van zijn voorgangers moet herhalen.

De golf-affaire draagt bij aan een al bestaand kritisch beeld van Obama, namelijk dat van een afwezige president die weinig interesse heeft in het moeilijke werk van een president, een man die zelfs wegloopt van zijn kantoor op het moment dat er een flinke stapel werk ligt te wachten. Van dat beeld moet Obama zich bewust zijn. Dat hij daar lak aan lijkt te hebben, spreekt, alle mooie praatjes te zijner verdediging ten spijt, niet in zijn voordeel. Het zegt wel degelijk iets over het karakter van de zogenaamd machtigste man ter wereld, zodat de vraag gesteld mag worden: Wie past er op de winkel, terwijl de president buitenspeelt?

woensdag 20 augustus 2014

Volkskrant: Wanneer professioneel journalisme oppervlakkig betekent

Het artikel van Martin Sommer in de Volkskrant van afgelopen weekeinde ('Journalisten denken dat ze objectief zijn, maar publiek vindt van niet') is me uit het hart gegrepen. Aan het voorbeeld van de berichtgeving over Gaza illustreert Sommer hoe professionele berichtgeving -- d.w.z. met de beste bedoelingen en onder inhouding van de hoogste journalistieke standaards -- toch resulteert in bevooroordeelde berichtgeving.

Dat de journalistiek in Nederland (en in het Westen in het algemeen) doordrenkt is met ideologische vooroordelen wordt al decennia ontkend door de journalisten zelf. Immers, het repliek luidt: Hoe kan een objectieve weergave van hetgeen wordt waargenomen nu bevooroordeeld zijn? Sommer vat het verweer van de journalisten zo samen:
Laten we een hooglopend voorbeeld nemen: hoe zou het komen dat de progressieve kranten en actualiteitenrubrieken allemaal sympathiseren met de Palestijnen? Dit zal iedere journalist en zijn medium heftig ontkennen, en ik denk bovendien naar eer en geweten. Alle betrokkenen streven vast en zeker naar evenwichtige verslaggeving, zie de Ombudsvrouw van afgelopen zaterdag.
Het is zeker een eerlijk antwoord, maar het is evenzo naïef. De moderne drang om niet alleen maar journalistiek te bedrijven, maar te streven naar "berichtgeving" heeft zo van het middel het doel gemaakt. De moderne media zijn slaven geworden van dat tamelijk oppervlakkige middel en zo worden alle gebeurtenissen naar beste kunnen verslagen, zonder de reflectie over de vraag of over alles ook moet worden bericht. De kritische beoordeling waar de accenten moeten worden gelegd is steeds minder onderdeel van de taak van journalisten en wordt overgedragen aan redacteuren die zich op hun beurt m.i. teveel blind staren op de technische aspecten van de berichtgeving. De journalistiek van vandaag is allergisch geworden voor die kritische zelfreflectie, omdat het de postmoderne mens teveel aan die ouderwetse ideologieën van de twintigste eeuw doet denken. Geen ideologische vooringenomenheid, is tegenwoordig het devies. Objectiviteit in de berichtgeving betekent: "Alles berichten, zo evenwichtig mogelijk, en de lezer of kijker beslist wel het het moet worden geïnterpreteerd."

Die visie op de journalistiek is verwerpelijk. Sommer zegt over die visie: "Prima, maar dat kun je ook opvatten als het over de heg gooien van journalistieke halffabricaten met de mededeling dat de lezer het zelf maar uitzoekt." En dat is het probleem. Omdat de journalistiek geen context meer brengt, wordt de lezer of kijker door de journalisten in het diepe gegooid, zonder dat de dames en heren journalisten de consument waarschuwen hoe diep het is. Vaak weet de consument niet eens dat hij zich in diep water bevindt. De aanbidding van de professional, de technocraat -- overigens geen teken speciaal van deze tijd, maar wel een ernstig probleem tegenwoordig -- leidt ertoe dat veel burgers berichtgeving niet meer zelf verwerken of kritisch herkauwen, maar als hapklare brokken slikken. De trotse bewering van journalisten dat ze immers professioneel werken neemt de consument aan als verzekering dat het allemaal al gewogen en bijgeschaafd is en dat er niet meer over te twisten valt. Zo verliest Nederland een onafhankelijke pers die het waard is om die titel te dragen. Wie niet meer nadenkt of de beschreven ontwikkelingen wenselijk zijn of niet, kan net zo goed niks berichten. 

De kunstmatige scheiding in de media tussen de nieuwsredactie en de opinieredactie degradeert opiniejournalistiek. Wat er op de opiniepagina wordt geschreven -- zelfs als bijdragen komen van uitgenodigde experts op bepaalde thema's -- is tegenwoordig bij voorbaat verdacht. De mens, altijd geneigd tot simplistisch binair en zwart-wit denken, is het label "opinie" boven de pagina gaan opvatten als een tegenstelling tot "nieuws." Met dat label waarschuwt de krant dat de lezer zich niet langer aan de leidende hand van de professionele journalist bevindt, maar zich op eigen gevaar buiten de betreden paden bevindt, in een land waar amateurs zonder dezelfde journalistieke training er maar op los schrijven. Erger nog: op de opiniepagina's verschijnen artikelen waarin de lezer wordt uitgedaagd om stelling te nemen voor of tegen maatschappelijke standpunten, waarin auteurs argumenten aandragen die niet te rijmen zijn met de scenario's die de journalisten van de nieuwspagina's de lezer misschien wel op de vorige pagina heeft voorgeschoteld. De opiniepagina is voor politici en niemand vertrouwt politici.

Nederland is zeker niet het enige land dat hiermee kampt. In 2005 publiceerden de economen Tim Groseclose en Jeffrey Milyo van UCLA een baanbrekende studie "A Measure of Media Bias" (in The Quarterly Journal of Economics, band 120, nr. 4, blz. 1191-1237), waarin in wezen de dood van een onafhankelijke pers in de Verenigde Staten wetenschappelijk werd vastgesteld. (Ondanks veel razende reacties op blogs is er naar mijn weten nog geen wetenschappelijke studie gepubliceerd die de conclusies van Groseclose en Milyo weerlegt.) De o-zo professionele Amerikaanse pers is zo bevooroordeeld dat meer dan 90 procent van de politieke verslaggevers in Washington zelf zegt Democraat of links-progressief te zijn en de studie suggereert dat het overgrote merendeel van die verslaggevers zelfs radicaal links zijn, veel linkser dan de doorsnee-Democratische politicus. Objectief berichten betekent voor veel Amerikaanse verslaggevers dat ze kennis nemen van alles wat zich rechts van hen bevindt, hetgeen bijna het gehele politieke spectrum is; dat kan onmogelijk tot een evenwichtige berichtgeving leiden over wat heel het land bezighoudt.

Het trieste is dat veel journalisten weinig weten. Ze geloven na zes maanden in een bepaald land te begrijpen hoe het land, de politiek en de cultuur in elkaar zitten en geven zich ook geen rekenschap van het feit dat ze die zes maanden alleen maar hebben gezien wat hun met hun Nederlandse ogen opvalt (meestal omdat het zo anders is dan in het vertrouwde kikkerlandje aan de Noordzee). Erger nog is het met auteurs die enkel tweede-handskennis van een buitenland of een thema bezitten. Ik lees met enige regelmaat bijdragen van een zogenaamde kenner van de Verenigde Staten die het presteert om een hele reeks correcte feiten op te sommen en daar dan een conclusie aan te verbinden die geen Amerikaan zou kunnen begrijpen. Het is moeilijk om boos op de man te worden, omdat er van geen enkele kwade opzet sprake is en omdat hij zelfs over een indrukwekkende feitenkennis over de VS beschikt.

Maar zelfs de beste bedoelingen zijn maar een gedeeltelijke verzekeringspolis tegen bevooroordeling. De institutionele processen in de moderne media nodigen journalisten niet meer uit kritisch na te denken over hetgeen ze berichten. En te vaak worden onkundigen tot experts verheven, omdat ze journalist zijn.

Zucht.

zondag 17 augustus 2014

De voorbedachte moord op Amerika's steden

Demonstratie in Washington tegen het politiegeweld in Ferguson, Missouri, 14 augustus 2014
Elvert Barnes via Flickr (CC)
Kevin D. Williamson legt in een artikel voor National Review Online uit waarom gemeentes als Ferguson, Missouri, waar deze week hevige protesten tegen brutaal politiegeweld uitbraken, er zo slecht aan toe zijn. Hij beschrijft Ferguson, een klein stadje van net meer dan twintigduizend inwoners, als volgt:
Ferguson was hardly a happy suburban garden spot until the shooting of Michael Brown. Ferguson is about two-thirds black, and 28 percent of those black residents live below the poverty line. The median income is well below the Missouri average, and Missouri is hardly the nation’s runaway leader in economic matters. More than 60 percent of the births in the city of St. Louis (and about 40 percent in St. Louis County) are out of wedlock.
 Williamson hangt zijn verhaal op aan de protestaties van de beroemde (beruchte) burgerrechtenactivist Jesse Jackson. Dit heerschap duikt steevast op als er ergens in Amerika een brandhaard van geweld is waar zwarte Amerikanen op de een of andere manier het slachtoffer zijn of zelfs maar als slachtoffer zouden kunnen worden voorgesteld gegeven de 'juiste' interpretatie. Het verbaast dan ook niet dat Jackson, in de nasleep van het neerschieten van de zwarte Michael Brown, de mediamicrofoon heeft gegrepen om te ageren tegen het brede racisme in Amerika's politiediensten.

In zijn artikel stelt Williamson een vraag aan Jackson: Wie is er al decennia lang de baas in al die rampsteden met al die hoge criminaliteit en kapotte binnenwijken? Newark (New Jersey), Chicago, Detroit, Los Angeles en nog meer?
The answer is: People who see the world in much the same way as does the Reverend Jackson, who take the same view of government, who support the same policies, and who suffer from the same biases.
Dat is een belangrijk feit. Er bestaat een enorm grote correlatie tussen al die probleemstatistieken en de aanwezigheid van bestuur door kompanen van Jackson en andere gelijkdenkende links-progressieve welvaartsstaat-bureaucraten. Het ergste schrikbeeld voor Amerika's toekomst -- en tegelijk het beste voorbeeld van wat er gebeurt als de corrupte vleugel van links Amerika aan de macht komt -- is Detroit, Michigan. Ooit de rijkste stad ter wereld is de stad door decennia lang wanbestuur door corrupte Democratische burgemeesters en stadsbesturen compleet vernietigd. Ongeveer de helft van de bevolking is sinds de hoogtijdagen in de jaren vijftig en zestig uit de stad gevlucht, de economie is volledig vermorzeld, de gewelddadige criminaliteit is torenhoog, hele straten, wijken  en fabrieksterreinen staan vol met verlaten en vervallen gebouwen. Dit allemaal omdat Democratische machtswellustelingen de publieke kas geroofd hebben om hun eigen zakken en die van hun vrienden te vullen. Allerlei soorten belastingen en leges zijn sinds de jaren zeventig omhoog gekrikt om het bodemloze gat in de stadskas te vullen, zodat leven en werken in de stad snel onbetaalbaar werden.

Hetzelfde gebeurt overal in de VS. Overal waar Democraten alleen aan de macht zijn gekomen zijn de publieke voorzieningen achteruit gegaan en is de inkomensongelijkheid enorm gegroeid. Het is een onvermijdelijk gevolg van de bestuursfilosofie van de radicale linkse stroming die sinds begin jaren zeventig de Democratische partij is gaan beheersen, een visie waarin Moedertje Staat voor alles dient te zorgen, zodat de belangen van alle andere privé-partijen, zowel burgers als bedrijven, ondergeschikt worden gemaakt aan de belangen van "de Staat." In de praktijk betekent dat dat kleinere en grotere dictators binnen het almaar groeiende staatsapparaat, zowel op locaal als regionaal en landelijk niveau, naar eigen goeddunken beslissen wat het beste voor de samenleving is en Jan Modaal heeft het maar te slikken.

Het is nu al jaren chic om, op ouderwetse Marxistische wijze, Republikeinen en hun vermaledijde liefde voor kapitalistische economische theorieën verantwoordelijk te houden voor het plunderen van publieke voorzieningen. Williamson toont aan dat het juist Democraten zijn geweest die de meeste verantwoordelijkheid dragen voor de groeiende economische en sociale achterstand van precies de mensen die zij tot hun eigen achterban rekenen.

zaterdag 16 augustus 2014

Hillary’s breuk met Obama verstevigt haar positie voor 2016

Het interview dat Hillary Clinton afgelopen weekeinde aan Jeffrey Goldberg van The Atlantic gaf was een flinke bijdrage aan haar nog altijd officieuze campagne voor het presidentschap in 2016. Dat Clinton binnen afzienbare tijd ook officieel in de race zal stappen betwijfelen steeds minder mensen, ook al blijven sommige conservatieve complottheoristen (zoals Karl Rove) nog steeds geruchten over haar zogenaamd fragiele gezondheid herhalen. De recente publicatie van Clintons memoires van haar tijd als minister van buitenlandse zaken (Hard Choices) liet daarover al weinig twijfels bestaan, ook al wordt het boek door veel politieke kenners als een inhoudelijk zeer zwak document omschreven.

Het interview met Goldberg deed politiek Washington kortstondig op zijn grondvesten schudden, want Clinton laat geen spaander heel van het buitenlandbeleid van haar voormalige baas Barack. Dat is wel enigszins bevreemdend, want Clinton was als minister van buitenlandse zaken natuurlijk het gezicht van het beleid waarvan ze zich nu distantieert. Het interview is zo kritisch op de president dat het conservatieve opinieblad The Weekly Standard onderdelen van Clintons interview integraal als “gastcommentaar” afdrukt, met een proefbaar leedvermaak over de interne strijd tussen Clinton en Obama.

Clinton legt de vinger precies op de wond van Obama’s buitenlandbeleid: d.w.z. er is geen samenhangend beleid. “Great nations need organizing principles and ‘Don’t do stupid stuff’ is not an organizing principle,” zegt ze. Daarmee zegt ze open en bloot wat elke weldenkende Amerikaan al zes jaar vindt: de president praat tenenkrommend veel in clichés, maar het ontbreekt hem aan echte inhoud. Terwijl de wereld in 2008 genoeg had van het militaristische buitenlandbeleid van George W. Bush, kan men nu simpelweg geen kritiek leveren op de richting van Obama’s buitenlandbeleid, omdat dat beleid geen enkele richting of inhoud heeft, afgezien dan van Obama’s allergische hekel aan buitenlandbeleid. Door die onwil van de president om zich intellectueel met het buitenland te bemoeien, zo meent Clinton, hebben de schurken van de wereld vrij spel gekregen. Irak en Syrië zijn door het islamistische ISIS (tegenwoordig gewoon “de Islamitische Staat” of IS) bijna volledig ontmanteld, omdat Obama het te druk op de golfbaan had om een proactieve strategie tegen IS te ontwikkelen.

De voormalige First Lady en minister van buitenlandse zaken loopt zo het rijtje blunders van Barack Obama langs (Iran, Israël, Syrië, Oekraïne) in een overduidelijke poging zichzelf neer te zetten als de gepasseerde expert en een nieuwe, andere richting voor 2016. Daarmee probeert ze handig gebruik te maken van het brede sentiment onder de bevolking dat de president gefaald heeft en zo met een eigen alternatief beleid de wind uit de zeilen van de Republikeinen te nemen.

Of dat uiteindelijk effectief zal zijn zal moeten blijken. Dat ze zelf jaren als minister verantwoordelijk was voor dit beleid betekent dat een tamelijk bittere pil zal zijn om deze boodschap aan het Amerikaanse volk te verkopen en Republikeinen zullen het zeker niet nalaten om de kiezers eraan te herinneren dat ze datzelfde mislukte beleid op bepaalde punten met hand en tand heeft verdedigd. Haar gepassioneerde verdediging van de blunders in Benghazi tijdens een hoorzitting in het Congres -- één van de meest arrogante en schofferende optredens van eender welke politicus in de geschiedenis van de VS -- kan voldoende blijken om Amerikanen eraan te herinneren wie Clinton ook alweer is: jawel, de wederhelft van de gladde Bill Clinton die de afgelopen vijftien jaar alle integriteit heeft opgeofferd om het imago van de Clinton-merknaam op te krikken, de familieschandalen (Monica Lewinsky, Whitewater, Hillarycare) onder het tapijt te vegen en haar eigen positie in de politiek te verstevigen.

Hillary Clinton is een gewiekste politica die de afgelopen maanden verwoede pogingen doet om een positie te verwerven als staatsvrouw en gedegen kandidaat voor het Witte Huis in 2016. De dosis hypocrisie die nodig is om dat beeld van haar te scheppen is niet klein.

woensdag 13 augustus 2014

De schoothond van Obama blaft alleen naar Republikeinen

Eén van de meest zorgelijke aspecten aangaande de toestand in het Amerikaanse democratische bestel is de manier waarop het land een onafhankelijke pers grotendeels verloren heeft. De Nederlandse pers blijft klakkeloos berichten uit de Amerikaanse media overnemen, zonder zich rekenschap ervan te geven dat de ideologische (politieke) diversiteit in de Amerikaanse media de laatste decennia schrikbarend is verminderd. Het boek Left Turn (2011) van UCLA econoom Tim Groseclose en zijn wetenschappelijke studie "A Measure of Media Bias" uit 2005 in The Quarterly Journal of Economics (samen geschreven met Jeffrey Milyo) waarop dat boek is gebaseerd hebben al afdoende aangetoond dat alle grote kranten, de drie grote tv-zenders (ABC, NBC, CBS) en twee van de drie populaire nieuwszenders op de kabel (CNN en MSNBC) al grotendeels zijn gelijkgeschakeld: ze zijn in wezen schoothonden van president Obama. (Groseclose verklaart niet, hoe dat zo is gekomen, maar de lange reeks voorbeelden en de wetenschappelijke berekening van de ernst van deze scheve verhoudingen blijven tot op heden onweerlegd door andere wetenschappers.)

Verscheidene mediawaakhonden houden eveneens een oogje in het zeil. Gisteren publiceerde L. Brent Bozell II, directeur van de conservatieve mediawaakhond Media Research Center, een artikel in National Review Online waarin hij een verdere reeks voorbeelden van de schaamteloze bevooroordeling van de media in het voordeel van de Democraten aanvoert. Bozell beschrijft de manier waarop de Amerikaanse media de afgelopen jaren over schandalen rond politici hebben bericht.

Zijn conclusie: als het schandalen door Republikeinen betreft, is de berichtgeving prompt en breed uitgemeten en steevast wordt onderstreept dat de desbetreffende politicus een Republikein is. Soms doet men er nog een schepje bovenop en vraagt men zich hardop af of de Republikeinse partij ooit nog de klap van dit schandaal te boven zal komen.

The previous month, Senator Larry Craig of Idaho had been arrested at the airport in Minneapolis for the infamous toe-tapping men’s-room solicitation. When the news became public in August, the networks jumped on the story. Every morning and evening news show pointed out he was a Republican. On NBC’s Today, Lauer drilled further, tying him ideologically to conservatives. “Can the right wing withstand yet another scandal involving one of its own?”
Als het echter Democraten betreft is de berichtgeving erg summier of zelfs volledig afwezig. Tot nog toe heeft geen van de drie grote tv-zenders bericht dat senator John Walsh (Democraat van Montana) zich vanwege een plagiaat-schandaal heeft teruggetrokken als kandidaat voor herverkiezing. Wie dus voor zijn nieuwsvergaring afhankelijk is van de drie etherzenders weet niet eens dat er een schandaal is.

In andere schandalen rond Democratische politici wordt gemakshalve zelden vermeld dat het om Democraten gaat. Bijvoorbeeld:
  1. De Democratische burgemeester van San Diego Bob Filner moest in 2013 aftreden na meerdere beschuldigen van aanranding van vrouwelijke ondergeschikten. Alleen CBS liet de kijker weten dat de man Democraat was.
  2. De Democratische burgemeester van Detroit Kwame Kilpatrick werd in 2008 veroordeeld voor meineed en belemmering van de rechtsgang. ABC en NBC hebben nooit in ook maar een enkel bericht vermeld dat Kilpatrick een Democraat is.
  3. De Democratische gouverneur van Illinois Rod Blagojevich zit momenteel ook langdurig in de cel, vanwege corruptie (waaronder de poging om de senaatszetel die Barack Obama afstond om president te worden voor de hoogste prijs te verkopen). Geen van de drie zenders (ABC, NBC en CBS) hebben ooit vermeld dat Blagojevich een Democraat is -- in geen enkele nieuwsuitzending over de ether sinds 2009.
  4. De Democratische afgevaardigde William Jefferson (Louisiana) werd in 2009 veroordeeld voor omkoping, afpersing en fraude. ABC vermeldde zijn partij één keer, CBS en NBC hebben het nooit genoemd.
  5. De voormalige Democratische gouverneur van New Jersey Jon Corzine moest in 2011 aftreden als hoofd van het bedrijf MF Global, omdat hij honderden miljoenen dollars van cliënten "kwijt" was geraakt. ABC heeft er nooit over bericht, terwijl CBS en NBC nooit over zijn partijlidmaatschap hebben gerept.
  6. De voormalige Democratische afgevaardigde Jesse Jackson Jr. (Illinois), zoon van de beroemde burgerrechtenactivist, werd in februari 2013 aangeklaagd voor het verduisteren van $750.000. Geen van de drie tv-zenders deden moeite om hem als Democraat te benoemen.
Enzovoorts. 

Bozell is niet de eerste de beste; zijn Media Research Center houdt nauwkeurig de inhoud van alle nieuwsuitzendingen van de drie commerciële etherzenders bij en zijn artikel put dan ook uit de statistieken van het instituut.

Dergelijke conclusies weerleggen de vage veronderstelling in Europa dat Amerika een door conservatieve elites gedomineerd land is waarin Democraten tegen een overmacht moeten vechten om ook maar enigszins sociaal beleid te kunnen doorvoeren. In tegendeel: de Democraten beheersen de overgrote meerderheid van de persberichtgeving over politiek en bepalen dus het merendeel van het mediabeeld dat het land (en de wereld) van Amerika heeft.

Denkt u daar eens aan als u de volgende keer in de Nederlandse krant leest dat Republikeinen volgens deze of gene Amerikaanse media weer een snood plan ten uitvoer hebben gebracht.