woensdag 20 augustus 2014

Volkskrant: Wanneer professioneel journalisme oppervlakkig betekent

Het artikel van Martin Sommer in de Volkskrant van afgelopen weekeinde ('Journalisten denken dat ze objectief zijn, maar publiek vindt van niet') is me uit het hart gegrepen. Aan het voorbeeld van de berichtgeving over Gaza illustreert Sommer hoe professionele berichtgeving -- d.w.z. met de beste bedoelingen en onder inhouding van de hoogste journalistieke standaards -- toch resulteert in bevooroordeelde berichtgeving.

Dat de journalistiek in Nederland (en in het Westen in het algemeen) doordrenkt is met ideologische vooroordelen wordt al decennia ontkend door de journalisten zelf. Immers, het repliek luidt: Hoe kan een objectieve weergave van hetgeen wordt waargenomen nu bevooroordeeld zijn? Sommer vat het verweer van de journalisten zo samen:
Laten we een hooglopend voorbeeld nemen: hoe zou het komen dat de progressieve kranten en actualiteitenrubrieken allemaal sympathiseren met de Palestijnen? Dit zal iedere journalist en zijn medium heftig ontkennen, en ik denk bovendien naar eer en geweten. Alle betrokkenen streven vast en zeker naar evenwichtige verslaggeving, zie de Ombudsvrouw van afgelopen zaterdag.
Het is zeker een eerlijk antwoord, maar het is evenzo naïef. De moderne drang om niet alleen maar journalistiek te bedrijven, maar te streven naar "berichtgeving" heeft zo van het middel het doel gemaakt. De moderne media zijn slaven geworden van dat tamelijk oppervlakkige middel en zo worden alle gebeurtenissen naar beste kunnen verslagen, zonder de reflectie over de vraag of over alles ook moet worden bericht. De kritische beoordeling waar de accenten moeten worden gelegd is steeds minder onderdeel van de taak van journalisten en wordt overgedragen aan redacteuren die zich op hun beurt m.i. teveel blind staren op de technische aspecten van de berichtgeving. De journalistiek van vandaag is allergisch geworden voor die kritische zelfreflectie, omdat het de postmoderne mens teveel aan die ouderwetse ideologieën van de twintigste eeuw doet denken. Geen ideologische vooringenomenheid, is tegenwoordig het devies. Objectiviteit in de berichtgeving betekent: "Alles berichten, zo evenwichtig mogelijk, en de lezer of kijker beslist wel het het moet worden geïnterpreteerd."

Die visie op de journalistiek is verwerpelijk. Sommer zegt over die visie: "Prima, maar dat kun je ook opvatten als het over de heg gooien van journalistieke halffabricaten met de mededeling dat de lezer het zelf maar uitzoekt." En dat is het probleem. Omdat de journalistiek geen context meer brengt, wordt de lezer of kijker door de journalisten in het diepe gegooid, zonder dat de dames en heren journalisten de consument waarschuwen hoe diep het is. Vaak weet de consument niet eens dat hij zich in diep water bevindt. De aanbidding van de professional, de technocraat -- overigens geen teken speciaal van deze tijd, maar wel een ernstig probleem tegenwoordig -- leidt ertoe dat veel burgers berichtgeving niet meer zelf verwerken of kritisch herkauwen, maar als hapklare brokken slikken. De trotse bewering van journalisten dat ze immers professioneel werken neemt de consument aan als verzekering dat het allemaal al gewogen en bijgeschaafd is en dat er niet meer over te twisten valt. Zo verliest Nederland een onafhankelijke pers die het waard is om die titel te dragen. Wie niet meer nadenkt of de beschreven ontwikkelingen wenselijk zijn of niet, kan net zo goed niks berichten. 

De kunstmatige scheiding in de media tussen de nieuwsredactie en de opinieredactie degradeert opiniejournalistiek. Wat er op de opiniepagina wordt geschreven -- zelfs als bijdragen komen van uitgenodigde experts op bepaalde thema's -- is tegenwoordig bij voorbaat verdacht. De mens, altijd geneigd tot simplistisch binair en zwart-wit denken, is het label "opinie" boven de pagina gaan opvatten als een tegenstelling tot "nieuws." Met dat label waarschuwt de krant dat de lezer zich niet langer aan de leidende hand van de professionele journalist bevindt, maar zich op eigen gevaar buiten de betreden paden bevindt, in een land waar amateurs zonder dezelfde journalistieke training er maar op los schrijven. Erger nog: op de opiniepagina's verschijnen artikelen waarin de lezer wordt uitgedaagd om stelling te nemen voor of tegen maatschappelijke standpunten, waarin auteurs argumenten aandragen die niet te rijmen zijn met de scenario's die de journalisten van de nieuwspagina's de lezer misschien wel op de vorige pagina heeft voorgeschoteld. De opiniepagina is voor politici en niemand vertrouwt politici.

Nederland is zeker niet het enige land dat hiermee kampt. In 2005 publiceerden de economen Tim Groseclose en Jeffrey Milyo van UCLA een baanbrekende studie "A Measure of Media Bias" (in The Quarterly Journal of Economics, band 120, nr. 4, blz. 1191-1237), waarin in wezen de dood van een onafhankelijke pers in de Verenigde Staten wetenschappelijk werd vastgesteld. (Ondanks veel razende reacties op blogs is er naar mijn weten nog geen wetenschappelijke studie gepubliceerd die de conclusies van Groseclose en Milyo weerlegt.) De o-zo professionele Amerikaanse pers is zo bevooroordeeld dat meer dan 90 procent van de politieke verslaggevers in Washington zelf zegt Democraat of links-progressief te zijn en de studie suggereert dat het overgrote merendeel van die verslaggevers zelfs radicaal links zijn, veel linkser dan de doorsnee-Democratische politicus. Objectief berichten betekent voor veel Amerikaanse verslaggevers dat ze kennis nemen van alles wat zich rechts van hen bevindt, hetgeen bijna het gehele politieke spectrum is; dat kan onmogelijk tot een evenwichtige berichtgeving leiden over wat heel het land bezighoudt.

Het trieste is dat veel journalisten weinig weten. Ze geloven na zes maanden in een bepaald land te begrijpen hoe het land, de politiek en de cultuur in elkaar zitten en geven zich ook geen rekenschap van het feit dat ze die zes maanden alleen maar hebben gezien wat hun met hun Nederlandse ogen opvalt (meestal omdat het zo anders is dan in het vertrouwde kikkerlandje aan de Noordzee). Erger nog is het met auteurs die enkel tweede-handskennis van een buitenland of een thema bezitten. Ik lees met enige regelmaat bijdragen van een zogenaamde kenner van de Verenigde Staten die het presteert om een hele reeks correcte feiten op te sommen en daar dan een conclusie aan te verbinden die geen Amerikaan zou kunnen begrijpen. Het is moeilijk om boos op de man te worden, omdat er van geen enkele kwade opzet sprake is en omdat hij zelfs over een indrukwekkende feitenkennis over de VS beschikt.

Maar zelfs de beste bedoelingen zijn maar een gedeeltelijke verzekeringspolis tegen bevooroordeling. De institutionele processen in de moderne media nodigen journalisten niet meer uit kritisch na te denken over hetgeen ze berichten. En te vaak worden onkundigen tot experts verheven, omdat ze journalist zijn.

Zucht.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten