maandag 24 september 2012

Pers sabelt Romney te gretig neer

Dit artikel werd op maandag 24 september 2012 in het Nederlands Dagblad  gepubliceerd. (Link: alleen voor abonnees of betaald)

Er zit iets onbetamelijks in de gretige manier waarop de landelijke Amerikaanse pers elke uitspraak van Mitt Romney neersabelt. Zo lijkt er geen week voorbij te gaan waarin de pers de kandidatuur van de Republikeinse presidentskandidaat niet ten dode opschrijft.

Afgelopen week begon het linkse opinieblad Mother Jones met een serie onthullingen van geheime opnamen, gemaakt tijdens een etentje van de Amerikaanse presidentskandidaat Mitt Romney met donoren, afgelopen mei. De opnamen suggereren dat Romney geen hoge dunk heeft van pakweg de helft van het electoraat: 47 procent van hen betaalt geen inkomstenbelasting, en is gewend geraakt de hand bij de overheid op te houden. Op die mensen hoef ik me niet te richten; die stemmen toch niet voor mij, concludeerde Romney.

Er ontstond brede verontwaardiging, ook onder Republikeinen. William Kristol van het conservatieve weekblad The Weekly Standard noemde de uitspraken ‘dom en arrogant’. Ook het tijdschrift National Review liet geen spaander heel van Romney: niet alle mensen die geen inkomstenbelasting betalen, zijn Democraten of zitten allemaal in een sociaal zorgprogramma.

Toch is er iets onbetamelijks aan de gretige manier waarop de landelijke pers elke uitspraak van Romney neersabelt. Zo lijkt er geen week voorbij te gaan waarin de pers de kandidatuur van Romney niet ten dode opschrijft. De knulligheid van Romneys uitspraken wordt schromelijk overdreven. Obama was in 2008 minstens zo ‘dom en arrogant’ toen hij zich liet ontvallen dat conservatieve Amerikanen zich verbitterd ‘aan wapens of godsdienst’ vastklampten.

Romneys kritiek op het Witte Huis na de bestorming van de Amerikaanse ambassade in Egypte werd bekritiseerd als ‘onkies’ tijdens een moment van rouw over de dood van vier diplomaten in Libië. Dat Romneys uitspraak vóór het incident in Libië kwam, maakte voor de krantenkoppen de volgende ochtend blijkbaar niks uit.

Een analyse van het Media Research Centre toonde aan dat er twintig keer meer media-andacht voor Romney was dan voor de regering-Obama, die in de nasleep van het geweld uitgebreid excuses aanbood voor een derderangsinternetfilm en pas in tweede instantie klaagde over de schending van diplomatieke rechten. Weegt die film zwaarder dan de levens van diplomaten? Mag Romney niet vragen of Obama zich wellicht schaamt voor de meningsvrijheid in Amerika?

partijdig

Het zijn slechts enkele voorbeelden in een steeds groter wordende stapel bewijzen van de onprofessionele partijdigheid van de Amerikaanse pers. Republikeinse uitspraken worden op een goudschaaltje gelegd, terwijl men kritische vragen aan de Democratische kandidaten achterwege laat. Dat was in 2008 al zo, toen bijvoorbeeld CBS-journaliste Katie Couric Sarah Palin in een uiterst kritisch interview aan de schandpaal nagelde, terwijl ze de volgende week een zoetsappig onderonsje met Joe Biden uitzond.

De aandacht voor de onhandige uitspraken van Romney staat in schril contrast met de fluwelen handschoenen waarmee bijvoorbeeld de blamage over Jeruzalem en God in het Democratische verkiezingsprogramma werd behandeld. De toespraak van Paul Ryan op de Republikeinse conventie werd meermalen door fact checkers als leugenachtig bestempeld, maar zonder serieuze argumenten, terwijl niemand Obama om details van zijn financiële beleidsplannen vraagt, of waarom hij de belastingen nu wel wil verhogen, maar in 2010 niet.

links

Dit alles illustreert en bevestigt de conclusies van een studie uit 2005 van de sociologen Tim Groseclose en Jeff Milyo van de Universiteit van Californië in Los Angelos (UCLA), die aantoonden dat de grote kranten en tv-zenders bijna zonder uitzondering vanuit links oogpunt berichten.  En dat 93 procent van de politieke correspondenten toegeeft Democratisch te stemmen (terwijl het land in zijn geheel ongeveer fifty-fifty tussen de twee partijen kiest).

Het standaardantwoord, dat de conservatieve nieuwszender FOX News zoveel kritiek op Obama uitoefent, snijdt weinig hout. Het marktaandeel van de betaalde kabelzender is binnen het brede scala aan nieuwsprogramma’s relatief beperkt. Volgens de studie van Groseclose en Milyo is het belangrijkste nieuwsprogramma van Fox (Special Report) helemaal niet zo conservatief als mensen denken. Ook merken zij op dat de opinieredactie van de Wall Street Journal weliswaar uiterst conservatief is, maar de nieuwspagina’s van de zakenkrant bevatten volgens hun analyses de meest linkse berichtgeving van alle grote kranten.

Met dergelijke scheve verhoudingen verbaast het niet dat Romney zo’n negatieve pers krijgt. Maar wie de schreeuwende koppen in de krant en op tv negeert en naar de opiniepeilingen kijkt, ziet dat Romney afgelopen week juist zijn achterstand aan het inhalen was. Want veel Amerikanen zijn ondanks de perspropaganda tamelijk gedesillusioneerd als het gaat om Obama, onder wie de werkloosheid boven de 8 procent blijft hangen en de staatsschuld met 5 biljoen dollar is toegenomen. Dat is het echte verkiezingsnieuws.

woensdag 19 september 2012

Reactie op Radio 1 op de opnames van Mitt Romney

Gisterenavond was er weer nieuws heet van de naald vanuit Amerika: het linkse opinieblad Mother Jones had onthullingen over Mitt Romney. Hij had tijdens een fundraiser (een etentje om fondsen te werven) afgelopen mei allerlei niet-presidentiële en domme uitspraken gedaan. Dat was stiekem opgenomen en wordt nu in de openbaarheid gebracht. In de uitspraken die tot nu toe naar buiten zijn gebracht praat Romney over de 47 procent van de Amerikanen die toch geen belasting betalen en dus niet gemotiveerd zijn om voor zijn belastinghervormingen te stemmen, en over de Palestijnen die niet geïnteresseerd zouden zijn in vrede.

Ik sprak daarover in het Radio 1 programma Met het oog op morgen. De link naar de hele uitzending hier (begint rond de 20 minuten); een link naar een fragment met alleen mijn bijdrage hier.

woensdag 12 september 2012

Hoe ver stuitert Obama van Romney weg?


Nu allebei de partijen hun conventies achter de rug hebben, wordt de balans opgemaakt. Welke kandidaat en welke partij hebben het meeste voordeel van hun conventie gehad?

Veel analisten kijken natuurlijk naar de peilingen om te zien welke van de twee kandidaten het meeste voordeel uit de enorme mediapubliciteit voor de conventies heeft getrokken. Het antwoord op die vraag lijkt in ieder geval duidelijk: Barack Obama. De race die al sinds enkele weken statistisch gelijk opliep heeft na de Democratische Conventie een kleine, maar duidelijke voorsprong (een zogenaamde “bounce” of “stuitering”) voor President Obama opgeleverd. Zowel de peiling van Gallup als die van het conservatieve bureau Rasmussen Reports laten zien dat Obama zijn voorsprong met 5 procent heeft vergroot als gevolg van de Democratische conventie in Charlotte, North Carolina. Dat is precies het gemiddelde dat alle kandidaten na een conventie genieten.

Maar volgens de peilingen kreeg Mitt Romney geen enkel voordeel van de Republikeinse Conventie de week tevoren, en dat moet Republikeinen flink zorgen baren. De meeste kandidaten hebben een meetbaar voordeel van een conventie. Het is goed mogelijk dat enig voordeel dat Romney genoot direct weer werd opgeslokt door de media-aandacht voor de Democraten. Het is tamelijk ongewoon dat de twee conventies direct op elkaar volgen. Ook heeft de kandidaat die als laatste wordt gepresenteerd vaak meer voordeel dan de eerste kandidaat.

Dat de Democratische conventie een groter positief effect op haar kandidaat had vond ook David Brooks, de conservatieve columnist van The New York Times. Als commentator voor het nieuwsprogramma PBS News Hour (van de publieke omroep) liet hij zich na de Republikeinse conventie ontvallen dat Romney er weliswaar in was geslaagd zich als mens voor te stellen, maar de volgende week liet hij weten dat “de Republikeinse conventie er achteraf een stuk slechter uitziet” (volgens de linkse blogger Matt Yglesias op zijn Twitter-account).

Wat de peilingen betreft, wijzen veel Republikeinen en conservatieve commentatoren er – terecht – op, dat landelijke peilingen weinig betekenen in het licht van het getrapte electorale systeem in de VS. Maar toch ziet het er voor Obama een stuk rooskleuriger uit, ook in de swing states. Volgens Jim Vandehei en Mike Allen van Politico is het gezien de peilingen in de individuele staten voor Barack Obama een stuk makkelijker om de benodigde kiesmannen in de wacht te slepen. Met name in Ohio neemt Obama langzaam maar zeker een statistisch significante voorsprong. Zonder Ohio is het voor Romney een stuk moeilijker om het Witte Huis te pakken.

De redactie van het conservatieve (pro-Romney) opinieblad National Review probeert de moed erin te houden. In wezen zegt het blad: we kunnen er niet omheen dat Obama flink voordeel lijkt te hebben van de conventie en dat de race er voor hem nu beter uitziet, maar het voordeel lijkt vooral in de toch al veilige Democratische staten plaats te vinden. Met andere woorden, dat zijn weggegooide extra stemmen voor Obama die geen invloed hebben op de uitkomst van de verkiezingen en dus de landelijke peilingen vertekenen. Er blijven Romney nog verschillende routes (d.w.z. combinaties van andere staten) om alsnog de 270 punten te behalen.


Een dergelijke redenering is niet onmogelijk. Karl Rove onderschrijft die hypothese in ieder geval op zijn blog. Volgens hem is er in de individuele staten niets wezenlijks veranderd. De voorsprong in de schatting van het Electorale College die Obama heeft is slechts 34 punten, met nog veel grote staten zeer onduidelijk (met name Florida met 29 punten of kiesmannen, Ohio met 18, Michigan met 16, North Carolina met 15 en Virginia met 13). Zie de kaart hierboven.

Nate Silver van het FiveThirtyEight blog van The New York Times, een zeer gerespecteerd politiek analist, geeft Obama daarentegen een kans van 79,7% om herverkozen te worden, gebaseerd op zijn gewogen gemiddelden van de peilingen in de staten.

Wie gelijk heeft, is moeilijk te zeggen. David Fahrenthold van de Washington Post herinnerde zijn lezers er nog maar eens aan dat op dit moment in de race in 2008 Obama nog een achterstand had op McCain en dat “Joe the Plumber”, een loodgieter uit Ohio die in september 2008 bekendheid verwierf tijdens de campagne, niet meer was dan enkel “Joe, de een of andere loodgieter uit Ohio”. Er kan nog veel gebeuren.

zaterdag 8 september 2012

Na de conventies

Gisteren (vrijdag 7 september) was ik weer in Met het oog op morgen. Hier een link naar het fragment. Mijn bijdrage begint rond 15 minuten.

Mijn kijk op de conventies is dat de Democraten een betere conventie hebben gehad dan de Republikeinen. Hoewel de Republikeinen erin geslaagd zijn Romney eindelijk eens als mens neer te zetten (en niet als harteloze robot), was er te weinig inhoud bij de Republikeinen.

De Democraten hebben hun kans benut om de achterban erg enthousiast te maken. De toespraak van Bill Clinton gold voor velen als hoogtepunt. Toch vind ik dat hun conventie ook volledig gespeend was van economische argumenten. Er werd ook teveel nadruk gelegd op abortusrechten. Bijna de gehele eerste dag van de driedaagse conventie was gewijd aan toespraken door fervente voorstanders van de vrije abortus. Daarmee wilde de partij duidelijk de nadruk leggen op hun boodschap dat zij de partij voor de vrouwen zijn en de Republikeinen barbaarse middeleeuwers zijn. Of die boodschap aanslaat betwijfel ik zeer, aangezien (1) de verkiezingen over de economie gaan, en (2) het radicale pro-abortusstandpunt van de partij hen langzamerhand steeds meer kiezers kost. Een meerderheid van de Amerikanen vind abortus maar niets.