zaterdag 25 februari 2012

Obama in de swing states

Wie de Republikeinse voorverkiezingen een beetje heeft gevolgd, weet dat de vier kandidaten tamelijke problemen hebben om de eigen achterban echt enthousiast te maken. Ron Paul heeft dan wel zijn trouwe schare om zich heen, maar de andere drie kandidaten kunnen nauwelijks bogen op een echte natuurlijke doelgroep waarop ze kunnen bouwen. Zowel de peilingen als de resultaten van de inmiddels gehouden voorverkiezingen en caucuses tonen aan dat de Republikeinse kiezers gewoonweg niet overtuigd zijn van de geschiktheid, aantrekkelijkheid en electorale kansen van de vier Republikeinse kandidaten.

Ook in de conservatieve opiniebladen begint men steeds vaker op de onrusttrommel te roffelen. Bill Kristol van The Weekly Standard roept al sinds december dat een zogenaamde brokered convention geen onmogelijke uitkomst is -- hij deed dat weer in het praatprogramma Fox News Sunday van afgelopen zondag -- of dat men rekening moet houden met het late toetreden van een nieuwe kandidaat zoals Jeb Bush, Marco Rubio of Mitch Daniels. National Review, dat onofficieel en tussen de regels door de kandidatuur van Mitt Romney als het meest wenselijke acht voor de algemene verkiezingen in november, weet niet goed waar de race heen gaat. In een forumdiscussie over het meest recente debat in Arizona merkte columniste Mona Charen op dat alle zogenaamde verkiezingsexperts maar eens heel klein moesten zijn:
This is the most unpredictable political year in living memory. Every pundit should pound his chest and repeat, “I know nothing. I know nothing.”

Charen reageerde, net zoals veel andere kenners, op de zwakke prestaties van Rick Santorum tijdens dat debat. Santorum werd bijkans de hele avond in het nauw gedreven door Mitt Romney en Ron Paul. Die twee kandidaten lijken dezer dagen een soort verstandshuwelijk te hebben gesloten, omdat beide heren er voordeel van hebben door gezamenlijk tegen Santorum en Gingrich op te treden. Als gevolg van Santorums knudderige debat zakt hij ook weer in de peilingen, waardoor Romney in de aanstaande voorverkiezingen in Arizona en Michigan toch weer hogere ogen gooit.Sinds het debat zijn er in Michigan al twee peilingen gedaan die aantonen dat Santorums voorsprong aan diggelen is; Romney die op maandag nog 6 punten achterstond, gaat nu met 4 punten op kop. Charen waarschuwde conservatieve lezers een dag later ook nog eens expliciet om Rick niet de kandidaat van de partij te maken, omdat hij het te druk zal hebben "om Satan achter zich te krijgen" om tegen Obama echt van leer te kunnen trekken.

Het sentiment dat Charen uitdrukte verwoordt goed de onrust die er in deze verkiezingscampagne leeft. Als het electoraat bij de lichtste windvlaag omslaat als een blad aan een boom, wat wil dat dan zeggen over de tevredenheid van de kiezers over de kandidaten? Na het debat laaide het stiekeme gefluister opnieuw op over de mogelijkheid dat er toch nog een last-minute kandidaat komt als Romney het in Arizona verbruit. Ik zou er maar niet te veel om verwedden dat er nu nog een kandidaat komt; sorry, folks. This is it.

Het gevoel van een fait accompli neemt de laatste weken ook nog eens toe door de lichte kentering in de electorale kansen van de uiteindelijke tegenstander in november: Barack Obama. Na positieve economische cijfers over januari, met name wat betreft de werkloosheid, is zijn rapportcijfer in de laatste peilingen weer licht gestegen. Volgens het gemiddelde van RealClearPolitics staat Obama nu op 48,1%, een niveau dat hij sinds juni 2011 niet meer heeft gehaald. In veel staten is een lichte stijging van de positieve oordelen over de president te zien. Toch blijft Obama met een percentage onder de 50% in zijn derde ambtsjaar een flinke uitzondering onder recente presidenten. Alleen Carter en George H.W. Bush hadden zulke lage cijfers op dit moment in hun ambtstermijn (Carter rond de 45% en Bush schommelde rond de 40%). Beiden verloren die november hun herverkiezing. Reagan, Clinton en zelfs de nu zo verguisde George W. Bush haalden de 50% nog (Reagan zat zelfs met gemak rond de 55% en zat net als Clinton in een stijgende lijn).

De pratende hoofden in kranten en op tv willen met zulke cijfers graag laten geloven dat een president met een rapportcijfer onder de 50% niet herkozen kan worden. Dat is zeker niet waar. Harry Truman lukte het om in november 1948 herkozen te worden, ondanks het feit dat hij in de lente van dat jaar (zijn derde ambtsjaar) goedkeuring van slechts 36% van de kiezers genoot. Maar Truman is wel de enige na-oorlogse president die dat kunstje geflikt heeft.

Er is in deze discussie echter meer van belang dan alleen de wanhoop onder conservatieven dat de lichting van 2012 het toch niet is om het in november op te nemen tegen Obama, en dat zijn de herverkiezingskansen voor Barack H. Obama zelf. Republikeinen vrezen dat een groeiende en gezonder wordende economie hun het beste argument in de verkiezingscampagne zou kunnen ontnemen, namelijk de boodschap dat Obama het economisch herstel verprutst heeft. De stijgende lijn van Obama nemen zij dan ook met huivering waar. Maar heeft Obama zijn herverkiezing dan echt al binnen?

Ik dacht het niet.

Waar veel cijferfreaks elke vier jaar tegen beter weten in toch weer niet aan denken (en daaronder ook veel buitenlandse journalisten) is het getrapte systeem van de Amerikaanse presidentsverkiezingen. De stemmen van gans het volk worden niet eenvoudig op een hoop gegooid en dan geteld. Elke staat kiest afzonderlijk één van de kandidaten en wijst dan het aantal kiesmannen dat die staat is toebedeeld aan. In feite een puntensysteem gebaseerd op het aantal afgevaardigden in het Huis plus het aantal senatoren, plus Washington DC dat drie kiesmannen krijgt (vandaar het getal 538 en de naam van het New York Times blog FiveThirtyEight: 100 senatoren + 435 afgevaardigden + 3 kiesmannen voor Washington).

Het merendeel van de staten is zo veilig in handen van één van de twee partijen, dat zij in geen enkele berekening worden bekeken. Alleen de 'swing states', die staten waar het verschil tussen Democratische en Republikeinse stemmen klein is, staan echt op het spel. Hoe Obama het doet in die staten is afgebeeld in onderstaande tabel.

bron: TalkingPointsMemo / RealClearPolitics • 24 februari 2012 • (c) Americanicum



Deze cijfers tonen aan dat Obama wel degelijk in de lift zit in dit groepje staten. Maar de vraag is hoeveel en of het wat uit zal maken. In 2008 won Obama al deze staten behalve Arizona. In Iowa, North Carolina en Ohio komt Obama wel vooruit, maar houdt hij per saldo een negatieve beoordeling. In Florida, Minnesota, New Hampshire, Virginia en Wisconsin is er sprake van een stijgende lijn met een per saldo positieve beoordeling, maar in de eerste twee krijgt de president van minder dan de helft van de bevolking een positief cijfer. (Voor de mensen die dat proberen na te rekenen: de truc is dat in die staten veel "ik weet niet" antwoorden zijn gegeven, eveneens een teken dat men niet uitermate enthousiast is over de president.)

Wie van de vuistregel uitgaat dat Obama alle staten zal verliezen waar hij nu beneden de 50% scoort (zoals boven gezegd, het is geen waterdicht argument) zal concluderen dat Obama met 251 kiesmannen zal verliezen van de nog onbepaalde tegenstander die er dan 287 zal opstrijken. In werkelijkheid is het moeilijk voor te stellen hoe Obama Virginia blijft winnen. De staat verkeert al vele jaren op een wankele bres tussen de twee partijen en hoewel de trend door de inmigratie van veel Democratische bureaucraten uit de omgeving van Washington DC in de richting van de Democraten lijkt te zijn, is er ook veel kritiek op de president. De stijgende trend is zeer recent en enigszins twijfelachtig. Streep je Virginia voor Obama weg, dan staat de president zelfs maar op 238 kiesmannen met 300 voor Gingrom Paultorum. Wie zich teveel doodstaart op de gebreken onder de Republikeinen ziet over het hoofd hoe diep Obama in de nesten zit. De kiezers om wie het in november echt draait zien Obama eigenlijk niet meer zitten.

Oplettende lezers zullen overigens hebben gezien dat er één staat eigenlijk niet in deze lijst thuishoort: Arizona. De staat is al enkele decennia lang een veilige Republikeinse staat. De linkse columnist Juan Williams presenteerde op Fox News deze week echter een interessant scenario: Arizona zou wel eens voor Obama kunnen gaan. Volgens Williams heeft het campagneteam van de president de ogen op de staat in het zuidwesten gericht. Jim Messina, campagnevoorzitter van Barack Obama, herinnerde de Democratische supporters aan twee feiten: (1) in 2008 kwam Obama's tegenstander uit Arizona; het is bijna onmogelijk om de thuisstaat van de tegenstander te pakken, maar John McCain won zijn eigen staat maar met een voorsprong van 8 procent; en (2) de controversiële immigratiewet van Arizona (SB 1070) heeft veel zwevende kiezers en mensen die normaal niet stemmen in het geweer gebracht tegen gouverneur Jan Brewer. Volgens Messina is het in het geheel niet uitgesloten dat de verontwaardiging over SB 1070 zo groot is dat het gat van 8 procent van 2008 is te dichten, vooral als men nieuwe kiezers kan aanwerven.

Op het moment lijkt dat scenario eerder een wensdroom dan werkelijkheid. Zoals de tabel aangeeft zijn de kiezers in Arizona uitgesproken negatief over Obama's functioneren; en de trend is in negatieve richting. Er zijn overigens relatief veel peilingen in Arizona, zodat er een tamelijk goed overzicht is over de situatie in de staat. Desondanks moeten Messina's opmerkingen wel serieus worden genomen. Republikeinse kiezers lopen niet warm voor de huidige kandidaten. En onder het motto "better the devil you know" (kies maar liever voor een kwaad waarmee je bekend bent) zouden zwevende kiezers wel eens de afweging kunnen maken dat een zwakke Obama beter is dan eender welke Republikein. Er zijn tien kiesmannen te verdienen in Arizona, niet genoeg om echt veel gewicht in de waagschaal te leggen.

Als voorspelling moet deze bijdrage niet worden gelezen. Ik lig immers op de grond voor mijn computer en sla mij op de borst: "Ik weet niets. Ik weet niets." Daar ben ik me des te meer van bewust. Toch geloof ik dat deze dingen wel het overdenken waard zijn. Met onze aandacht zo sterk op de Republikeinen gericht zijn we geneigd alles te overanalyseren. De gewone man in de straat leeft in een zwakke economie en maakt zich weinig zorgen over het conservatieve quotiënt van de Republikeinse kandidaten. Los van de Republikeinse voorverkiezingen blijft de gewone man van de straat nog steeds in groten getale wars van Obamacare.

Als het de Republikeinen lukt om die twee aspecten (economie en Obamacare) genoeg onder de neuzen van de gewone man (en vrouw) in de swing states te wrijven, heeft Obama genoeg zorgen aan zijn hoofd om zich in ieder geval nu nog niet rijk te rekenen.

dinsdag 21 februari 2012

Michigan en Arizona inzet van slag tussen Romney en Santorum

In een week tijd kan er veel gebeuren in een verkiezingscampagne. De campagne van Rick Santorum heeft na zijn overwinning in Minnesota, Missouri en Colorado, flink nieuw leven gekregen. Die nieuwe levensadem komt allereerst in de vorm van een hoop geld van donoren; en niet alleen voor Santorums campagne zelf, maar ook voor de lobbygroep (een zog. 'Super PAC') die hem steunt (het 'Red, White and Blue Fund'). Super PACs zijn niet gebonden aan regels voor maximum contributies per persoon (elke burger mag maximaal $2.500 per verkiezingsronde aan een kandidaat doneren en bedrijven mogen aan kandidaten helemaal niets geven). Als gevolg van dat extra geld heeft Red, White and Blue flink wat tv-zendtijd gekocht voor verkiezingsspotjes in Michigan.

Ook in de peilingen in Michigan, waar op 28 februari voorverkiezingen plaatsvinden, en landelijk, hebben de overwinningen van begin februari Santorum geen windeieren gelegd. Vooral de voorsprong van Santorum in Michigan is pijnlijk voor Romney, wiens vader een zeer populaire gouverneur van de staat was. De huidige gouverneur Rick Snyder heeft onlangs aangekondigd Romney als kandidaat te steunen. Maar een gemiddelde van recente peilingen door RealClearPolitics toont aan dat Santorum intussen 5 procent voorsprong heeft op Romney. Tot het begin van deze maand stond Romney in Michigan nog op een voorsprong variërend van 5 tot 32 procent. Peilingen in andere staten, waaronder de gigant Texas (waar de voorverkiezingen wellicht pas eind mei plaatsvinden), geven Santorum ook een flinke voorsprong. 

Voor Romney zou het verlies in Arizona en Michigan funest kunnen zijn. Romneys kandidatuur is tot dusver vooral gebaseerd op zijn staat van dienst, en niet op een uitgesproken eigen karakter of visie. Met andere woorden, Romney heeft kunnen profiteren van naamsbekendheid, zijn ontzagwekkende persoonlijke fortuin, en zijn prestaties buiten de politiek. Maar hoe verder de strijd vordert, des te duidelijker lijkt te worden dat hij voor veel Republikeinen niet meer dan tweede keus blijft.

En dus gaat Romney in de aanval. Aanhangers van Mitt Romney hebben via het Super PAC (lobbygroep) Restore Our Future de aanval op Rick Santorum geopend. Met dit campagnespotje wil men Santorum, die in Michigan krap aan de leiding staat tegen Romney, afschilderen als hypocriet en geldverkwister:



Michael Warren, die het spotje in het blog van The Weekly Standard bespreekt, is niet erg onder de indruk. Hij vraagt zich af: "Is dit alles wat het Romney-kamp kan inbrengen?" Hij vindt het -- terecht -- ook wel erg gemakkelijk om stemmen van een senator in een uit zijn verband gerukte statistiek samen te vatten en daaruit heel creatief nieuwe conclusies te trekken over de achterliggende filosofie van een kandidaat. Santorums eigen campagne heeft als antwoord dit spotje in elkaar gezet, waarin geen van de aantijgingen direct worden besproken, maar Romney als een met modder (beeldspraak voor leugens en andere lelijke woorden) schietende maniak wordt afgeschilderd, en waarbij kartonnen Santorums steeds schoon blijven.

Santorum begint sinds het weekeinde overigens wel wat terug te zakken. Waar hij eind vorige week soms nog een voorsprong van 9 punten of meer had in peilingen in Michigan, is dat nu nog maar 4 of 5. Dat hangt minder samen met Santorums domme en onware uitspraken over euthanasie van bejaarden in Nederland (zie dit filmpje op de Youtube website van de ultra-linkse actiegroep People for the American Way).

Het heeft meer te maken met klunzige uitspraken over de "theologie" van president Obama. Volgens Santorum draait het bij links Amerika allemaal om een "nep-ideaal, een nep-theologie, die niet op de bijbel is gebaseerd." Media en de Obama-campagne sprongen op die woorden. Chris Van Hollen, Democratisch afgevaardigde uit Maryland, beschreef Santorums uitspraak als een "nieuw dieptepunt" in de Amerikaanse politiek. Dit alles had als gevolg dat Santorum de volgende twee dagen bezig was om vooral te onderstrepen dat hij niet twijfelde aan het christelijke geloof van de president. Santorums uitspraken kwamen gedeeltelijk voort uit zijn kritiek op Obamacare en de linkse visie op gezondheidszorg in het algemeen. Santorum werd door de media verder ook flink belaagd over zijn kritiek op prenatale tests zoals vruchtwaterpuncties.



Volgens de kandidaat dienen die geen echt medisch doel. Tijdens een interview met Sean Hannity van FOX News herhaalde Santorum die kritiek en beweerde dat ze alleen maar bedoeld zijn om de artsen juridisch in te dekken, omdat men met die tests naarstig op zoek gaat naar een excuus om bij zwangere vrouwen een abortus uit te voeren. Veel van die beslissingen tot abortus zijn medisch en moreel aanvechtbaar, zoals bij kinderen met het Syndroom van Down, van welke groep er volgens Santorum 90% wordt geaborteerd (een getal dat volgens verschillende studies lijkt te kloppen).

Zulke ontwikkelingen zullen de Republikeinse Partij wel flinke hoofdbrekens bezorgen. Uiteindelijk moet de Republikeinse kandidaat wel verkiesbaar zijn in een race tegen Barack Obama. Michigan blijft in ieder geval een veilig Democratische staat. Volgens het linkse onderzoeksbureau Public Policy Polling gaat Obama in die staat duidelijk aan kop, met 11 punten voorsprong op Santorum, 16 punten op Romney, en 22 punten op Gingrich. Alle Republikeinse kandidaten hebben een negatief waarderingsquotient onder onafhankelijke kiezers in Michigan (Romney scoort 32% positief en 52% negatief, Gingrich 15% positief en 71% negatief, en Santorum 43% positief en 44% negatief).

Dat blijft weinig opbeurend voor de Republikeinse Partij en het is dan ook begrijpelijk dat er in de wandelgangen steeds vaker over een "brokered convention" wordt gefluisterd, een rare situatie waarin geen van de kandidaten de voorverkiezingen duidelijk wint, zodat er pas op de partijconventie een kandidaat wordt gekozen--en dat kan dan ook een geheel nieuwe kandidaat zijn (Jeb Bush, Marco Rubio, Paul Ryan, Sarah Palin?). Onder de belangrijkste conservatieve kenners geloven Bill Kristol, redacteur van The Weekly Standard, en Jonah Goldberg van National Review reëel in de mogelijkheid van zo'n scenario, terwijl Karl Rove, de meester-strateeg van George W. Bush' verkiezingen, erg sceptisch blijft.

Er is dus geen zinnig woord over te zeggen, behalve dat de onvrede binnen de Republikeinse Partij blijft borrelen.

dinsdag 14 februari 2012

Voor Obama is begroting alleen maar politiek

De machtigste democratie op deze planeet functioneert al sinds het aantreden van president Obama zonder een federale begroting. Het is nu al meer dan duizend dagen geleden dat de Senaat een begroting heeft aangenomen, ondanks het feit dat de grondwet jaarlijks een nieuwe begroting eist.

De Democraten in het Congres en het Witte Huis lijken zich daaraan niet te storen. Vorig jaar werd de begroting die president Obama had ingediend in de Senaat met 97-0 verworpen – m.a.w. zelfs de meest fanatieke supporters van de president keurden het pakket financiële sprookjes die het Witte Huis had ingediend geen blik waardig. 

De begroting voor volgend jaar die Obama deze week heeft ingediend is zelfs nog erger. Maar dat maakt niet uit, want Obama’s begroting is niet bedoeld als serieus beleid. Het is een gigantische, op kosten van de belastingbetaler op duizenden vellen papier gedrukte campagneadvertentie voor president Obama. Senator Mitch McConnell, leider van de Republikeinse minderheid, voorspelde dat de president alleen maar van plan is met de snoepjes uit deze begroting mensen zoet te maken, zoals het invoeren van een “rijke-stinkerdsbelasting” van 30%. Maar wat de president er niet bij zal vertellen, zo McConnell, is dat deze begroting weer meer dan een biljoen dollar aan de staatsschuld toevoegt en de economie schaadt.

Republikeinen hebben gelijk dat ze deze begroting afwijzen. Stephen Hayes van de Weekly Standard kon van ongeloof nauwelijks uit zijn woorden komen toen hij de begroting beschreef: “Het is onmogelijk om over deze begroting überhaupt een serieus debat aan te gaan. Dit is fabeltjesland.”

In dit voorstel, zo vatte politicoloog Yuval Levin in National Review samen, wordt weer meer uitgegeven dan dit jaar, zijn broodnodige hervormingen van het sociale zekerheidsstelsel volledig afwezig en worden de extra kosten via boekhoudkundige trucjes betaald uit bezuinigingen die zo overduidelijk niet bestaan (zoals bezuinigingen op nooit gemaakte oorlogskosten in Irak en Afghanistan) dat Levin ze “transparant en beledigend” noemt.

Zo mogelijk nog schofferender was de perspromotie door Jack Lew, de chef staf van het Witte Huis en voormalig directeur van het bureau voor de federale begroting (OMB), die op zondag alle praatprogramma’s afliep met de bewering dat er zestig stemmen in de Senaat nodig zijn om een begroting goed te keuren. Daarmee maakt hij Republikeins obstructionisme verantwoordelijk voor het uitblijven van een officiële begroting sinds 2009. Een grove leugen, want voor begrotingen is een gewone meerderheid van 51 voldoende. Democraten hebben 53 senatoren en hebben dus in principe vrij spel. Met dit smoesje verdoezelt Lew de ongenadige 97-0 nederlaag van vorig jaar.

Onder president Obama is het proces dat moet leiden tot een federale begroting tot een puberale publiciteitsstunt verworden. De grote media in de VS zijn er in ieder geval voor gevallen. Jackie Calmes van de New York Times wuift de Republikeinse kritiek in een halfzinnetje weg als “de gebruikelijke protestaties” en wijdt daarna een flinke lap tekst aan een bemoedigende analyse van Obama’s voorstel.

De Washington Post is in een redactioneel commentaar ook erg positief. Republikeinse alternatieven worden afgeschilderd als onrealistische – zelfs afschrikwekkende – spookplannen. “De president biedt tenminste een serieuze, zij het onvolkomen, poging het land weer op de been te helpen,” zo schrijft de krant.

Maar zelfs die kranten – en andere linkse media – ontkomen er in hun adoratie van de president niet aan, te spreken over een lang proces. Jim Kessler van denktank Third Way noemt het “een redelijke openingszet voor stevige onderhandelingen” die zijns inziens uiteindelijk pas in november (na de verkiezingen) tot een echt resultaat zullen leiden.

Het is de waanzin ten top dat een president zo’n koers vaart. Onderhandelingen zijn gewoon, maar grondwettelijk voorgeschreven werk verschuiven tot na de verkiezingen is een wel erg cynische stap. Een dergelijk niveau van plichtsverzuim was tot de zittende president ongekend. Het toont eens te meer aan dat president Obama, als hij zelfs het financiële beleid ondergeschikt maakt aan de politieke noden van zijn herverkiezingscampagne, in november door de kiezers uit zijn ambt gestemd dient te worden.

woensdag 8 februari 2012

De avond van Santorum

Een lachende Rick Santorum vorige maand in New Hampshire. 
Nu heeft Santorum echt wat te lachen.
Foto: Patrick Gensel (CC) 

 Rick Santorum heeft gisterenavond zijn comeback in de race gemaakt. In drie staten -- Colorado, Missouri en Minnesota -- waren op dinsdag voorverkiezingen en caucuses. In alle drie heeft Santorum, die sinds de caucuses in Iowa niets meer had gewonnen en in de peilingen steeds rond de 15 procent bleef steken, flink gewonnen. In geen van de drie staten kwam de gedoodverfde winnaar Mitt Romney er aan te pas. In Minnesota kreeg Santorum 45% van de stemmen, in Missouri 55%. In Colorado was Santorums voorsprong minder spectaculair -- hij kreeg 40% met Romney slechts 5 punten achter hem -- maar dat doet weinig af aan de prestatie die Santorum gisteren heeft geleverd.

Santorum heeft gedeeltelijk ook geprofiteerd van zijn onkreukbare imago als vroom katholiek in de nog nadreunende nasleep van de publieke rel rond abortus en religie. Het is echter nog maar de vraag of de voormalige senator uit Pennsylvania deze overwinningen nu zal kunnen vertalen in campagnecontributies, want Santorum heeft geld hard nodig om zich te kunnen meten met de beter gefinancierde Mitt Romney. Dat is vooral belangrijk in de lange maand van februari waarin nu drie weken niets op het program staat (Arizona en Michigan zijn op 28 februari aan de beurt).

Overigens hebben de uitslagen in geen van de drie staten officiële status. De gisteren bekend gemaakte resultaten zijn niet meer dan een grote peiling van de aanwezige kiezers. De caucuses zijn eigenlijk partijbijeenkomsten (al hoeft men in Minnesota geen partijlid te zijn om deel te nemen), en het officiële gebeuren beperkt zich bijna geheel tot het verkiezen van afgevaardigden uit de groep aanwezige kiezers die dan op de regionale partijbijeenkomst op hun beurt weer gedelegeerden kiezen. Zij stemmen uiteindelijk op de partijconventie van de respectievelijke staten voor de presidentskandidaat. Het is dus theoretisch mogelijk dat de gedelegeerden op die partijconventies in april een andere kandidaat aanwijzen dan de kiezers in de voorverkiezingen en caucuses.

Desondanks zijn deze resultaten een flinke nederlaag voor Newt Gingrich, omdat Santorum nu reëel kan beweren de "anti-Romney" (een conservatiever alternatief voor Romney) te zijn. Bovendien deed Gingrich in Missouri niet aan de verkiezingen mee, omdat hij zich door gebrek aan professionele organisatie niet op tijd kon registreren. Ook Mitt Romney, die met name in Colorado en Minnesota op een sterker resultaat had gehoopt, kreeg een flinke knauw. Er komt ook langzamerhand steeds meer inhoudelijke kritiek op Romneys ambtstermijn als gouverneur van Massachusetts. Zo wordt steeds luider gezegd -- ook binnen de eigen partij -- dat hij wellicht toch niet zoveel banen heeft geschapen als tot dusver beweerd.

Toch blijft Romney ook na gisterenavond nummer één in de race, en wel met een flinke voorsprong: als men de gedelegeerden (in principe het aantal punten in de race om 1144 punten) van gisterenavond zou toekennen op grond van de presidentiële peilingen tijdens de caucuses blijft Romney met 91gedelegeerden nog steeds flink op voorsprong t.o.v. Rick Santorum, die dan op 44 zou kunnen rekenen (Newt Gingrich staat op de derde plaats met 29 gedelegeerden).

dinsdag 7 februari 2012

Abortusmaffia

Het politieke nieuws in de VS van de afgelopen dagen draaide allemaal om abortus en religie. Dat Mitt Romney de caucuses in Nevada had gewonnen met een verpletterende voorsprong van 50,1% tegen 21,1% voor zijn directe uitdager Newt Gingrich had in feite weinig nieuwswaarde voor veel media. De explosie van verontwaardiging over juist dit zogenaamde 'sociale' thema is een scherpe terechtwijzing voor alle politieke experts die meenden dat alleen de economie dit jaar van belang zal zijn voor de uitkomst van de verkiezingen in november.

De eerste rel ontstond toen de Amerikaanse conferentie van Rooms-Katholieke bisschoppen publiekelijk hun ontsteltenis uitsprak over het feit dat minister Kathleen Sebelius van gezondheid religieuze instellingen vanaf volgend jaar gaat dwingen om alle vormen van geboortebeperking in het verzekeringspakket voor hun werknemers te vergoeden. In lokale kerken in heel het land werd een boodschap voorgelezen waarin aan de gemeente werd meegedeeld dat de kerk niets anders overbleef dan burgerlijke ongehoorzaamheid jegens de overheid als deze regel volgend jaar daadwerkelijk van kracht wordt. De Rooms-Katholieke Kerk verbiedt enige vorm van geboortebeperking. De afkondiging van de regel door de Obama-regering betekent in feite dat katholieke (en andere religieuze instellingen die godsdienstige bezwaren tegen geboortebeperkende medicijnen hebben) gedwongen worden medicijnen en behandelingen te vergoeden die de kerk afkeurt, waaronder medicijnen die door veel christenen als abortus-provocerend worden gezien, zoals de morning-after pill.

Burgerlijke ongehoorzaamheid kan een duur grapje worden. Weigering om vanaf volgend jaar aan de maatregel gehoor te geven kan resulteren in torenhoge boetes door de federale overheid; slechts weinig religieuze instellingen zullen die boetes kunnen overleven. In feite, zo schreef de bisschop van Pittsburgh, vertelt de regering ons, "Loop naar de hel met je religieuze overtuigingen."

De kerk komt van een koude kermis thuis, omdat de leiding van de Amerikaanse Rooms-Katholieke Kerk, die overwegend Democratisch is, juist de afgelopen drie jaar flink campagne heeft gevoerd voor de president en zijn beleid. Hoewel de leiding van de kerk zich grotendeels op de vlakte hield tijdens het debat over Obamacare, waren er wel degelijk vooraanstaande katholieke groepen die destijds een lans hebben gebroken voor Obama's hervorming van het gezondheidsstelsel. Die komen nu bedrogen uit. Het Witte Huis weigert pertinent om religieuze instellingen toestemming te geven om op godsdienstige redenen van de wettelijke voorschriften af te wijken. Weigerpastoors, om het zo maar te vertalen, worden niet geduld. Ook Democratische politici die destijds voor Obamacare stemden krabbelen nu terug.

Kathy Dahlkemper, voormalig afgevaardigde uit Pennsylvania en zelf ook katholiek, liet weten dat ze nooit voor Obamacare had gestemd, als ze had kunnen voorzien dat de minister van gezondheid een dergelijke wettelijke maatregel zou afkondigen. Dat is overigens wel het toppunt van naïviteit, gezien het feit dat Republikeinen er juist intens op hebben gehamerd dat de structuur van Obamacare (in werkelijkheid heet de wet de Affordable Care Act, ofwel de "Betaalbare Ziekenzorgwet") juist dit soort centrale overheidsdictatuur bevorderde.

Met de afkondiging zet de Obama-regering een al langer bestaande beleidslijn extra dik voort, waarin men laat zien van traditionele godsdienst geen kaas te hebben gegeten. De nutteloze vervolging van een Lutherse school over het ontslag van een docente eindigde vorige maand in een vernederend verlies voor een unaniem Hogerechtshof. Alle negen hogerechters, inclusief de meest links-progressieve rechters, waren het er tamelijk makkelijk over eens dat de vrijheid van godsdienst, verankerd in het Eerste Amendement van de Amerikaanse grondwet, religieuze instellingen zoals scholen volledig vrijwaart van inmenging van de staat w.b. hun personeelsbeleid. Daarom menen de meeste juristen, dat de Obama-regering met deze maatregel over geboortebeperkende medicijnen ook hier overduidelijk de grondwet overtreedt.

Dat de zenders ABC en CBS in hun avondnieuws nog steeds met geen woord hebben gerept over dit thema --terwijl heel Amerika er over praat -- is overigens veelzeggend.

De tweede schokkende ontwikkeling rond abortus -- en vrouwenrechten -- was de reactie van linkse politici en linkse media op de beslissing van de Susan G. Komen stichting, een privé-instelling die al sinds jaar en dag voor de genezing van borstkanker strijdt, om niet langer geld te doneren aan Planned Parenthood, Amerika's grootste, en door de overheid gesubsidieerde, abortusklinieken. Nancy Brinker, voorzitster van de stichting, liet weten dat de relatie met Planned Parenthood was herzien, omdat er te weinig overlapping was tussen de doelen van de twee organisaties.

Links Amerika trok subiet de hakbijlen uit de kast en ging Nancy Brinker metaforisch te lijf. Ook de media lieten alle schijn van onpartijdigheid varen. Met name NBC-journaliste Andrea Mitchell, die zelf aan borstkanker heeft geleden en veel voor de Susan G. Komen heeft gedaan, liet de stichting vallen als een baksteen. In een enorm vijandig interview op de nieuwszender MSNBC wilde ze Brinker eens flink de oren wassen.

Na enkele dagen waarin Planned Parenthood en bijna de gehele media Brinker beschuldigden van politieke spelletjes rond het geld, en waarbij de stichting er openlijk van werd beschuldigd te spelen met de gezondheid van vrouwen, krabbelde Susan G. Komen terug. Afgelopen vrijdag werd meegedeeld dat men zal doorgaan met donaties aan Planned Parenthood.

Conclusie van veel pro-lifers in Amerika is dat links Amerika zijn ware gezicht heeft laten zien: abortus, en het ongelimiteerde recht voor vrouwen om er gebruik van te maken, is het hoogste sacrament in de religie van de progressieve kerk. Zelfs een liefdadigheidsinstelling die al zoveel goeds voor de gezondheid van vrouwen heeft gedaan als de Susan G. Komen stichting zou zonder pardon worden geofferd op het altaar van de abortus provocatus. Met een toespeling op een bekend Amerikaans gezegde over de maffia, schreef James Taranto in de Wall Street Journal: "De bittere campagne van Planned Parenthood -- gesteund door linkse activisten en de media -- tegen (de Susan G. Komen stichting) kan worden vergeleken met de bekende chantage-praktijk: Hé, leuke instelling heb je daar. 't Zou toch erg zijn als er wat mee zou gebeuren. De boodschap aan andere Planned Parenthood-donoren is dat als ze niet braaf zijn en geld blijven ophoesten, dat ze dan net als de Komen-stichting zullen worden behandeld." Met andere woorden, de arm van Planned Parenthood is lang en zal je krijgen als je niet naar hun pijpen danst.

En zo heeft de werkelijkheid de verkiezingen ook weer ingehaald. Op de vraag waarom de Obama-regering zo dom is gestruikeld over zo'n controversieel thema -- en in een verkiezingsjaar nog wel -- antwoordde Liz Marlantes van de Christian Science Monitor dat de regering ervan uit was gegaan dat men de afweging had gemaakt dat er weinig protest tegen de verzekeringsregel zou zijn. Het was een onderwerp waar Obama de eigen achterban wel warm mee zou kunnen krijgen. Aangezien veel katholieke vrouwen, tegen de leer van de kerk in, wel degelijk de pil en andere geboortebeperkende middelen gebruiken, gokte men er waarschijnlijk op dat er weinig verzet zou komen.

Die berekening is duidelijk verkeerd geweest. En daar zou juist Rick Santorum, zelf een gelovig katholiek en de enige kandidaat die 'sociale thema's in zijn campagne benadrukt heeft, voordeel van kunnen hebben. Juist vandaag vinden er in Minnesota en Missouri voorverkiezingen plaats. In beide staten kan Santorum eerste of sterke tweede worden. Terwijl de campagne van Gingrich deze week een half miljoen dollar in het rood is gezakt, lijkt de ster van Santorum weer iets helderder te gaan fonkelen.

donderdag 2 februari 2012

Romney wint Florida... of niet?

Mitt Romney heeft laten zien dat hij zich kan herpakken na een nederlaag. Hij won de voorverkiezingen in Florida met een gigantische voorsprong: 46% tegen 32% voor Newt Gingrich. Romneys winst was al verwacht en Gingrich kon alleen maar hopen dat zijn nederlaag beperkt zou blijven. Dat Romney hem nu vermorzeld heeft, is toe te schrijven aan verschillende factoren.

Ten eerste de bevolking. Florida heeft meer oudere en hoger opgeleide mensen dan South Carolina. Gingrich trekt meer mensen aan met een lagere opleiding, zodat hij in Florida minder kans maakt.

Ten tweede geld. Florida heeft tien onafhankelijke mediamarkten, wat adverteren in de staat erg duur maakt; adverteerders moeten in tien aparte markten tv-zendtijd kopen om campagnespotjes te kunnen uitzenden. Mitt Romney heeft diepe zakken en daarnaast heeft zijn SuperPAC (de semi-onafhankelijke lobbygroep die zijn kandidatuur steunt) ook een flinke schatkist ter beschikking. Cijfers lieten zien dat Romney en de lobbygroep samen vijf keer zoveel geld (bijna $11 miljoen) hebben uitgegeven dan Newt Gingrich en de lobbygroep die hem steunt (samen maar ongeveer $2 miljoen). Toch heeft ook Gingrich' lobbygroep onlangs een flinke donatie gekregen, maar dat geld spaart men liever voor de lange maand februari, waarin slechts één debat plaatsvindt. De vele debatten in dit verkiezingsjaar zijn juist de redding geweest voor Newt Gingrich, omdat het een goedkope manier is voor een arme campagne om toch publiciteit te krijgen.

Een derde factor die mogelijk voor een andere dynamiek in Florida zorgde was de uitermate vuiligheid van de campagnespotjes in Florida. Hoewel het er sowieso al erg hard aan toe ging, kwamen er in Florida wel erg onfaire spotjes. Eén zogenaamde "robocall" (geautomatiseerde telefoontjes van campagnes met opgenomen boodschappen) van de lobbygroep voor Newt Gingrich waarin Mitt Romney van een gebrek aan eerbied voor godsdienstvrijheid jegens joodse Holocaustoverlevenden werd beticht (waarvan er nogal veel in Florida wonen) was bijzonder leugenachtig. Omdat het zo schandalig was, is het niet onmogelijk dat weifelende Republikeinen uit pure walging toch naar Romney zijn overgestapt.

Door deze enorme nederlaag rijzen er flinke vragen over de houdbaarheid van de kandidatuur van Newt Gingrich. De voormalige voorzitter van het Huis van Afgevaardigden heeft weinig geld. Bovendien heeft hij de inschrijvingsdeadline voor de voorverkiezingen in Virginia gemist, waardoor hij daar niet op de stembiljetten zal staan. Bovendien doet Gingrich het vooral goed in de zuidelijke staten (Gingrich zelf komt uit Georgia), maar in de komende maand vinden de meeste voorverkiezingen en caucuses in het westen (Nevada en Colorado) en het noorden (Minnesota, Michigan, Maine) plaats. Het ligt dan ook in de lijn der verwachting dat Romney in de meeste van die staten zal winnen.

Maar terug naar Florida, want alweer is die staat het middelpunt van een electorale strijd. Sinds de presidentsverkiezingen van 2000, toen kandidaten George W. Bush en Al Gore het tot aan het Hogerechtshof uitvochten wie de verkiezingen in Florida had gewonnen, geldt de staat aan de Golf van Mexico als de risee van de natie. De campagne van Newt Gingrich is nu van plan de toebedeling van alle gedelegeerden van die staat aan Mitt Romney bij het partijbestuur aan te vechten. Bill McCollum, voormalig minister van justitie van de staat Florida en nu campagnemedewerker van Newt Gingrich, verklaarde tegenover Fox News dat die "winner take all" toebedeling in strijd is met de partijregels. Volgens de campagne van Gingrich moeten de gedelegeerden proportioneel verdeeld worden -- ondanks het feit dat Florida altijd al zijn gedelegeerden aan de winnaar geeft -- als gevolg van een weinig bekende regel afgekondigd als strafmaatregel tegen Florida omdat de staat zijn voorverkiezingen tegen de afspraak in vervroegd had.

Hoe ver Gingrich met die procedure komt is onduidelijk. Het is geen hopeloze poging, maar het tekent wel de wanhoop binnen de campagne van Gingrich.

Aan de andere kant is Mitt Romney bezig om de doorsnee-Amerikanen van zich te vervreemden. Dat deed hij deze week weer door deze ondoordachte uitspraak:



Hoewel Romneys opmerking, in de juiste context geplaatst, wel te begrijpen is, mag Romney zich wel degelijk schamen dat hij na zoveel jaren politieke ervaring en zoveel maanden intensief campagne voeren nog steeds niet weet hoe hij de gewone burger aanspreekt. Zelfs de redactie van de conservatieve zakenkrant Wall Street Journal begint een beetje moe te worden van Romneys klunzigheid.

Romney heeft Florida dan wel gewonnen, maar misschien niet voor lang. En als hij zo doorgaat gooit hij uiteindelijk de echte verkiezingsstrijd tegen Obama te grabbel.