woensdag 25 mei 2011

De koppen verder in het zand

De verrassende overwinning door de Democraat Kathy Hochul in een bijzondere verkiezing voor een Congresdistrict in noord-west New York heeft de partij een prachtig excuus gegeven om de koppen verder in het zand te steken.

Steny Hoyer, één van de Democratische leiders in het Huis van Afgevaardigden, vatte de betekenis van de verkiezing zo samen:
The voters in [district] NY-26 sent a clear message that ending Medicare as we know it is not how we should tackle our nation’s deficits, and that’s a message that will reverberate across the country in 2012.
Met andere woorden, deze bijzondere verkiezing - die plaatsvond omdat de Republikeinse Afgevaardigde van het district ontslag moest nemen nadat hij halfnaakte foto's van zichzelf naar een kandidaat-maîtresse stuurde - was een referendum over de hervorming van Medicare, het ziekenfonds voor senioren. Ook de linkse media interpreteren de uitkomst van de verkiezing op een dergelijke manier. De New York Times kopte groot: "Democraten pakken Republikeins district; wordt gezien als afstraffing voor Medicare-plan". Dezelfde krant doet dezelfde analyse nog eens dunnetjes over in een tweede artikel ("Republikeinen in de verdediging nu kiezers hun Medicare-plan hebben verworpen"). Persburau Associated Press concludeerde eveneens dat de kiezers in de staat New York de Republikeinse kandidate Jane Corwin voor haar steun aan Paul Ryans Medicare-plan hebben afgestraft.

De redenering is vooral dat Paul Ryan, Republikeins Afgevaardigde uit Wisconsin, met zijn hervormingsplannen voor het seniorenziekenfonds de federale begroting over de ruggen van ouderen recht wil trekken. Hochul en vooraanstaande partijgenoten, waaronder Bill Clinton en Nancy Pelosi, hebben wekenlang de inwoners van het district in New York gebombardeerd met deze boodschap: een stem voor de Republikein Corwin is hetzelfde als oma het ravijn inkieperen, zoals dit campagnespotje erg subtiel suggereert.

Als deze interpretatie klopt is het gedaan met Amerika en kunnen kandidaten zoals Tim Pawlenty hun campagne nu wel opdoeken. De Democratische interpretatie is dat de Republikeinen nu eindelijk eens bereid moeten zijn een echt compromis over de hervormingen van de staatsfinanciën te sluiten. Vertaald naar normaal Nederlands: Het is tijd om belastingen te verhogen. Belastingen verhogen in het huidige economische klimaat is de waanzin ten top en is bovendien nutteloos: zelfs als alle rijke Amerikanen 100% van hun inkomen aan de belastingdienst zouden geven, krijgt Washington nog niet genoeg geld binnen om het begrotingstekort van één jaar te dichten. De Democratische oplossing is geen oplossing en is volledig gespeend van elke realiteitszin.

Als deze visie van Amerika in het debat over de staatsfinanciën wint, ziet het er erg somber uit. Dan zal een compromis onbereikbaar blijven en is het waarschijnlijk dat de huidige economische crisis nog decennia lang zal duren. De poet is op en Amerika's crediteuren bonzen nu al op de deur. Democraten zitten genoeglijk in de woonkamer tv te kijken en hebben zojuist het volume wat hoger gezet om dat bonzen maar niet te horen. Ze zeuren dat Republikeinen de tv uit willen zetten en aan het werk willen gaan.

Natuurlijk heeft Medicare in New York wel een rol gespeeld - de Democraten hebben genoeg energie in de wekenlange angstcampagne gestoken. Maar er is een veel eenvoudigere verklaring voor het verlies van Corwin in New York, een verklaring die m.i. veel te makkelijk onder het tapijt wordt geveegd: een derde kandidaat, Jack Davis, heeft roet in het eten gegooid. Dat is de eerste conclusie van Siobhan Hughes en Naftali Bendavid in de Wall Street Journal. Ook Chris Chocola, voorzitter van de Club for Growth, een libertaire lobbygroep, concludeert in National Review dat Republikein Jane Corwin een te zwak antwoord had op de boodschap van Davis dat "vrijhandel" slecht voor de Amerikaanse economie is. Daardoor verloor ze flink wat stemmen aan Davis. Gezien de standpunten van de drie kandidaten is het geheel redelijk te concluderen dat de 8% die Davis bij elkaar sprokkelde grotendeels van Corwins 42% kwamen. Zonder Davis had Corwin waarschijnlijk nipt gewonnen.

Wat betekent dit voor de algemene verkiezingen in 2012? Terwijl één columnist van Time voorspelt dat deze uitslag een ommekeer in de verkiezingskansen voor Democraten betekent, schrijft een andere columnist juist dat Democraten niet te vroeg moeten juichen en dat alles afhangt van een verder debat over Medicare. In werkelijkheid heeft de race in New York weinig betekenis voor 2012. Er waren teveel locale factoren in het geding om te concluderen dat deze zetel het begin van een trend is. In november 2012 zullen Democratische kandidaten samen met Barack Obama op het stembiljet staan en dat zal hun weinig voordeel opleveren.

maandag 23 mei 2011

Pawlenty heeft een geldprobleem

De linkse columnist en politiek analist Walter Shapiro schrijft vandaag in The New Republic dat Tim Pawlentys grootste probleem een gebrek aan geld is. Hoewel hij volgens Shapiro wel degelijk een serieuze kans maakt, hangt zijn succes vooral af van de vraag hoe hij twee belangrijke noodzaken weet te combineren: genoeg tijd in de belangrijke staten (met name Iowa) doorbrengen om zijn naamsbekendheid boven de 5 procent te trekken (een gigantisch probleem voor een ex-gouverneur van een buurstaat!) en rijke donoren in alle uithoeken van het land te fêteren om ze grote sommen gelds afhandig te maken. Met een heleboel geluk en een waanzinnig reisschema kris-kras door de gehele VS kan Pawlenty $40 miljoen bij elkaar sprokkelen, maar of dat genoeg zal blijken om zelfs maar de Republikeinse nominatie op zijn naam te kunnen schrijven betwijfelt Shapiro.

Aan de andere kant, de enige kandidaat die genoeg geld heeft om zichzelf in één ruk naar de toppositie in de peilingen te projecteren, Mitt Romney, schijnt zoveel gewone kiezers af te stoten door een onaantrekkelijke persoonlijkheid dat zijn nominatie de doodssteek voor de Republikeinse partij in de aankomende presidentsverkiezingen zou kunnen zijn. Onlangs concludeerde de Canadese commentator Mark Steyn in National Review eveneens dat de Republikeinen de onhebbelijkheid bezitten om de kandidaat te nomineren "wiens beurt het is" en dat dat deze keer Mitt Romney is, een keuze die hij, om het zacht uit te drukken, niet toejuicht.

Shapiro betreurt m.i. terecht dat geld een zo fnuikende rol speelt in de Amerikaanse politiek. Maar pogingen om via wetgeving de perverterende werking van geld in politieke campagnes terug te dringen heeft alleen maar meer schade aangericht dan goedgemaakt (zie McCain-Feingold en Citizens United).

UPDATE: Met zijn toespraak in Iowa, waarin hij aankondigt ethanol-subsidies gefaseerd af te schaffen, maakt Pawlenty waarschijnlijk niet al te veel vrienden in het cruciale Iowa: veel boeren in die staat zijn afhankelijk van die subsidies. Pawlenty maakt een erg grote gok hier: dat inwoners van Iowa langs hun korte-termijnbelangen kunnen kijken en het voordeel op lange termijn kunnen zien. Deze wurggreep van de federale landbouwbureaucratie toont maar weer eens aan hoe de Democraten decennia lang en stukje bij beetje het politieke landschap in hun eigen voordeel hebben gemanipuleerd.

Nee, de belastingen zijn niet te laag...

We Don’t Have a Revenue Problem | The Weekly Standard
Jeffrey Anderson van het conservatieve weekblad The Weekly Standard maakt zijn lezers erop attent dat de leugen van Democratische politici, dat belastingverlagingen onder Republikeinse presidenten hebben bijgedragen tot de huidige financiële en economische crisis, door de cijfers van de huidige regering niet worden gestaafd. In tegendeel, zegt Anderson: Pas in 2009, het eerste belastingjaar na het instorten van de hypotheekmarkt waarmee de crisis begon, zijn de belastinginkomsten van de federale regering gedaald. Van 1945 tot 2008 waren de inkomsten bijna elk jaar constant tussen 17,5 en 18 procent van het BNP (in 1949-1951 was er een dip rond 14,5 procent en in 1955 en 1959 zakten de inkomsten net onder de 17 procent), maar na het aantreden van de Obama-regering en het in kracht treden van de idiote stimuleringsprogramma's die de economie niet stimuleerden zakte dat cijfer voor het eerst sinds 1959 onder de 17 procent.

Uit de cijfers van het Office of Management and Budget van het Witte Huis blijkt dus, volgens Anderson, dat een daling van belastinginkomsten direct samenhangt met het uitblijven van economische groei en welvaart. Dat de huidige financiële problemen van de federale regering - en, ergo, van de economie - mede door belastingverhogingen zouden kunnen worden opgelost, is niet op feiten gebaseerd, maar enkel op de neo-socialistische lust van linkse politici die nivellering als morele noodzaak beschouwen. Keynesiaanse economische theorieën zijn meerdere malen in de VS uitgeprobeerd (m.n. onder de onterecht als economische redder beschouwde president Franklin D. Roosevelt) en hebben telkens gefaald (zie o.a. Burton Fulsomes New Deal or Raw Deal? en Amity Schlaes' The Forgotten Man). Het voortdurende fervente geloof in de correctheid van overheidssturing van de economie, ondanks het wetenschappelijke bewijs voor het tegendeel, lijkt in veel opzichten op een merkwaardige godsdienst. Tegelijkertijd voldoet het ook aan de definitie van de waanzin: constant hetzelfde blijven doen en een ander resultaat verwachten.

Ex-Gouverneur Tim Pawlenty glijdt de race in

Lang was Tim Pawlenty de enige serieuze Republikein die kenbaar had gemaakt dat hij een gooi naar het Witte Huis wilde maken. Gisterenavond laat maakte hij het officieel bekend met deze webvideo:



Als voormalig gouverneur van mijn thuisstaat Minnesota heb ik een zwak voor zijn kandidatuur. Hij heeft zich tijdens twee ambtstermijnen een bekwaam bestuurder getoond, die de gehele acht jaar met grote Democratische meerderheden in het staatsparlement heeft moeten werken. Dat was niet altijd een plezier en leidde in 2005, toen het parlement en Pawlenty niet tot een overeenkomst over een begroting konden komen, tot een sluiting van de staatsdiensten van enkele weken.

Pawlenty krijgt het bepaald niet makkelijk. Eén van zijn grootste zwaktes is het gebrek aan uitstraling waarvan hij beschuldigd wordt. Dat is een reële zwakte in de huidige race, maar wel een die grotendeels bestaat in de vergelijking met de excentrieke figuren die in de huidige verkiezingsronde hun opwachting hebben gemaakt: met name Donald Trump (nooit officieel in de race, maar wel spraakmakend) en Newt Gingrich (de voormalige Speaker van het Huis van Afgevaardigden, die last heeft van mond-diarree).

Pawlentys andere probleem is zijn volledig gebrek aan naamsbekendheid. Buiten Minnesota kent bijna niemand hem. In het voorlopig eerste debat van Republikeinse presidentskandidaten, eerder deze maand in South Carolina, miste Pawlenty volledig zijn kans om in de huiskamers van Amerika door te breken - iets dat de onbekende Herman Cain, een zakenman uit Atlanta, wel wist te doen.

En dat is jammer, want Pawlenty heeft inhoudelijk wel degelijk iets te bieden. Zijn staat van dienst is zeker niet ongeschonden. Zo heeft hij in het verleden zijn steun betuigd voor het vermaledijde Cap and Trade-systeem, een perverse versie van CO2-emissiehandel doordrenkt met cadeautjes voor Obama's politieke vriendjes. Maar hij heeft daarvan duidelijk afstand genomen en het als "jeugdzonde" afgezworen. Dat is een flink onderscheid tot partijgenoot Mitt Romney, die zich weigert te distantiëren van het desastreuze Romneycare, het staatsgezondheidsstelsel in Massachusetts dat hij als gouverneur van die staat heeft goedgekeurd en dat inhoudelijk niet verschilt van Obamacare.

Pawlenty kan als evangelicaal wel degelijk de steun krijgen van christelijk rechts, dat nu zonder hun favoriete kandidaat Mike Huckabee (die vorige week liet weten geen kandidaat te willen zijn) een beetje dwaalt. En als de enige voormalige gouverneur die ooit van het libertaire CATO-instituut een rapportcijfer 10 voor economisch beleid heeft gekregen, is hij intellectueel de meest degelijke kandidaat. Pawlentys taak is het nu om niet te degelijk - en daarmee te saai en onbekend - te zijn.

zondag 22 mei 2011

Americanicum: Een blog over Amerikaanse politiek en cultuur

In dit nieuwe blog wil ik aandacht geven aan de Amerikaanse politiek, en met name de aankomende verkiezingscampagnes voor de presidentsverkiezingen in 2012. Zelf woon ik sinds 2002 in Minnesota en volg al vele jaren de Amerikaanse politiek. De berichtgeving over Amerikaanse politiek in Nederland is m.i. tamelijk matig. Veel kranten en nieuwsuitzendingen baseren hun (vaak erg korte) berichten op de 'grote' media, zoals de New York Times en CNN, zonder zich daarbij schijnbaar te realiseren dat de meeste van deze media politiek linkse standpunten vertegenwoordigen.

Ik ben een conservatief. Ik geloof dat de Verenigde Staten gebaat zijn bij de principes van beperkte federale overheidsinmenging en dat dit land, door de omvang en grootte van de bevolking, beter op lokaal en staatsniveau geregeerd kan worden dan centraal vanuit het verre Washington. Vergeet niet dat Maryland, één van de kleinste staten, qua grootte vergelijkbaar is met Nederland. De op één na grootste staat, Texas, is vele malen groter, en bijna drie keer zo groot als het grootste Europese land, Frankrijk. Wat in Nederland, Frankrijk, Denemarken of Zwitserland werkt, werkt niet automatisch in Amerika.

De geschiedenis van de VS heeft aangetoond dat pogingen om landelijk een financieel en sociaal vangnet in te voeren, vergelijkbaar met veel Europese landen, in de VS onwerkbaar is, zowel vanwege de enorme omvang van het land als het ontbreken van draagvlak onder de bevolking. In de recente publieke debatten over de rol van de federale overheid in sociale programmas's als Medicare, Medicaid en Social Security, en het onlangs ingevoerde gezondheidsstelsel (Obamacare) is duidelijk naar voren gekomen, dat deze programma's niet effectief zijn en zowel voor de federale regering als voor de nationale economie desastreuze financiële gevolgen hebben. Als gereformeerd christen sta ik ook voor het traditionele gezin, een totaalverbod op abortus (behalve als de gezondheid van de moeder acuut in gevaar is), en een terugkeer naar de godsdienstvrijheid die momenteel door een hetze tegen het christendom en christelijke symbolen in openbare plaatsen wordt bedreigd.

Dat zijn standpunten waar ik me niet voor hoef te schamen. Het huidige economische beleid van de Obama-regering is op de reeds lang achterhaalde neo-socialistische economische theorieën van John Maynard Keynes gebaseerd en leidt, zoals verwacht, alleen maar tot diepere staatsschulden, zonder te leiden tot economisch herstel. En de meeste culturele en wettelijke 'innovaties' zijn pas in recente decennia, tegen heug en meug, aan de VS opgedrongen door een kleine, maar zeer actieve minderheid van linkse intellectuelen. Dat is overigens m.i. grotendeels door onwettige middelen bereikt: o.a. door manipulatie van parlementaire regels en openlijk misbruik van de rechterlijke macht.

Vanuit dit perspectief benader ik de Amerikaanse politiek. De lezer zij gewaarschuwd.