woensdag 28 december 2011

Republikeinen verdeeld over zwak kandidatenveld

Republikeinen en conservatieven zijn intern enorm verdeeld over de vraag wie de juiste kandidaat is om het in november tegen de zittende president op te nemen. Die verdeeldheid zou wel eens tot herverkiezing van Obama kunnen leiden.

Op 3 januari vinden in Iowa de caucuses plaats. Hoewel geen van beide partijen tijdens het ingewikkelde proces van deze burgerbijeenkomsten (er zijn er 1.784 in heel Iowa) direct afgevaardigden voor één van de kandidaten kiezen, worden de caucuses sinds de jaren ’70 algemeen opgevat als de start van de Amerikaanse voorverkiezingen.

Deze keer is het gehele nominatieproces voor de Republikeinse kandidaat uiterst tergend. Verschillende kandidaten hebben zich beurtelings kortstondig in een heftige populariteit kunnen baden (Michele Bachmann, toen Rick Perry, toen Herman Cain) om daarna in de vergetelheid weg te zinken.

Technisch gezien hebben de Republikeinen een groot voordeel: President Obama is onpopulair in eigen land. Getalsmatig heeft hij de electorale steun van de zwevende kiezers, waarmee hij in 2008 de winst binnenhaalde, volledig verloren.

Maar veel conservatieven vinden dat men dit jaar een uitermate zwak kandidatenveld opgesteld heeft. Kundige en succesvolle politici zoals Paul Ryan, Bobby Jindal, Mitch Daniels en Chris Christie hebben voor de eer bedankt en velen bewenen het vroegtijdige sneuvelen van de vakkundige maar saai aandoende Tim Pawlenty.

De nu overgebleven kandidaten zijn allen namen voor wie weinig mensen echt warmlopen. Ron Paul heeft een harde kern achter zich, maar heeft gezien zijn verwerpelijke denkbeelden over buitenlandbeleid en de alsmaar sterker wordende geur van antisemitisme en racisme geen enkele kans om de kandidatuur binnen te slepen. De meeste andere kandidaten (Bachmann, Rick Santorum, John Huntsman) hebben te weinig draagvlak om serieus als kandidaat te worden gezien.

Daarom lijkt de race nu af te stevenen op een worsteling tussen Mitt Romney, voormalig gouverneur van Massachusetts, en Newt Gingrich, de voormalige voorzitter van het Huis van Afgevaardigden. Romney is een succesvolle zij het ietwat saaie zakenman, maar wordt door de rechtervleugel gezien als wankele centrist wiens trouwheid aan het conservatisme wordt betwijfeld. Zijn betrokkenheid bij Romneycare, het gezondheidsstelsel van Massachusetts, is een enorme zwakte in de Republikeinse campagne tegen het in grote lijnen gelijke Obamacare.

Newt Gingrich wordt door sommigen op handen gedragen, omdat hij in 1994 voor het eerst sinds 40 jaar de Republikeinen de winst in het Huis van Afgevaardigden bezorgde. Maar Gingrich’ grillige bestuursstijl als voorzitter van het Huis wordt door velen binnen de partij als een catastrofe beschouwd. Het conservatieve opinieblad National Review wijdde zijn laatste nummer aan een heftige kritiek op Gingrich. In een redactioneel commentaar en een reeks artikelen door verscheidene auteurs werd hij afgeschilderd als een ongeleid projectiel dat met zijn vaak krankzinnige ideeën de partij en het land meer schade toebrengt dan goed doet.

Wat volgens sommigen in Romneys voordeel zou moeten spreken is zijn vermeende aantrekkelijkheid voor gematigde zwevende kiezers. Als gouverneur van het uiterst linkse Massachusetts was Romney bepaald geen rechtsextremist. Maar juist op dat punt krijgt Romney nu vanuit Democratische hoek veel kritiek te verduren. Om zichzelf voor zijn eigen partij acceptabel te maken heeft hij zijn ziel aan de uiterst conservatieve Tea Party verkocht, zo meent men. Op allerlei gebied is de Romney van 2012 een stuk minder gematigd dan de Romney van tien jaar geleden. En die ‘flipflops’ (een denigrerende term voor een politieke positiewijziging) zorgen tegelijk voor argwaan onder Republikeinen. Wil de echte Romney a.u.b. opstaan?

Complicerende factor dit jaar is dat de partijleiding enkele staten waar dit jaar de voorverkiezingen en caucasus tegen de afspraken in vervroegd zijn gaat bestraffen door het ontnemen van kiesmannen (en dus het aantal stemmen) voor de partijconventie. Als gevolg daarvan staat er tot april weinig op het spel. In die langdurige onduidelijkheid blijft de deur ook nog op een kier voor een ‘last-minute’ zwaargewicht om in de strijd te stappen.

Het is niet te ontkennen dat een belangrijk deel van de Republikeinse boodschap dit jaar is: Weg met Obama. De wanhoop over het in hun ogen desastreuze economische beleid van de president is tastbaar en er bestaat reële angst dat een herverkiezing van Obama zal leiden tot een hernieuwde economische crisis. Maar gezien de enorme verdeeldheid binnen de partij is het niet uitgesloten dat Obama als lachende derde toch nog met de winst gaat strijken.

dinsdag 18 oktober 2011

Occupy-beweging is zelf het probleem

Dit artikel is op 25 oktober 2011 in het Nederlands Dagblad verschenen.

… De Occupy Wall Street-beweging is een onsamenhangende beweging, gevoed door frustraties over de aanhoudende economische malaise en misvattingen over de werking van economie en politiek, maar die het aan leiding en intellectuele diepte ontbreekt.

De beweging symboliseert eerder het probleem dan de oplossing. Veel van hun eisen zijn tegenstrijdig en, erger nog, het zijn vaak dezelfde factoren die aan de recessie hebben bijgedragen. Terwijl de beweging zegt te protesteren tegen de oneigenlijke verstrengeling van kapitalistische motieven met het politieke systeem, wil ze tegelijk ook meer overheidsinmenging in de economie om de eerlijke verdeling van de rijkdom te bevorderen.

Het ontbrekende toezicht op de financiële markt van de opportunistische politici in Washington wordt vaak als hoofdreden aangewezen voor het catastrofale instorten van het financiële kaartenhuis in september 2008. Het tegendeel is waar: de crisis zit juist onder de vingerafdrukken van Democratische politici (waaronder Chris Dodd en Barney Frank) die in de jaren ‘90 en ‘00 dikke pakketten regelgeving hebben ingevoerd, die de financiële markten onoverzichtelijk maakten en banken dwongen hoge risico’s in de hypotheeksector aan te gaan, omdat die politici er baat bij hadden.

Het anarchistische karakter van de demonstraties, waarin leiding doelbewust ontbreekt, bevestigt de neomarxistische onderstroom, maar het zou oneerlijk zijn om de beweging als links, socialistisch of marxistisch te bestempelen. Er bestaan daarvoor te weinig samenhangende intellectuele argumenten binnen de beweging.

Daarom is een artikel als dat van Kathleen Rogers en Daniel Rosenberg (ND, 13 oktober) zo triest: het slaat de plank volledig mis als de auteurs beweren dat de beweging democratie op zijn best is. Er werden in Zuccotti Park geen plannen en ideeën besproken. Veel verder dan het scanderen van leuzen kwam het niet. Voor de rest werd het park meer een soort vlooienmarkt (letterlijk en figuurlijk). Met democratie heeft het niets te maken.

Wat de demonstranten gemeen hebben is niet in eerste instantie ‘betrokkenheid om de status quo te veranderen’, maar een naïef verlangen om terug te keren naar de zorgeloze dagen van voor de economische crisis. De beweging symboliseert een zorgelijke trend in veel westerse landen: het toenemende geloof dat ieder mens een door de overheid gegarandeerd recht heeft op voorspoed en persoonlijke welvaart. Dat is de waanidee waar Griekenland en de eurozone nu aan kapot gaan; het ideale welvaartsniveau voor de burgers ligt hoger dan de voorradige rijkdom. De zondige mens is immers liever lui dan moe.

De demonstranten – over het algemeen jonge volwassenen met minstens een bachelor-diploma, maar met een slechte of geen baan – zijn het slachtoffer van onderwijs dat al decennialang afkalft. Scholen en universiteiten in de VS zijn bastions van neomarxisme geworden, waar leerlingen worden volgepompt met postmoderne en vaak ook antichristelijke theorieën over de relativiteit van waarheid en moraliteit. Steeds minder studenten doen nog de broodnodige vakkennis op over economie, politiek en zelfs algemene vorming, of volgen een degelijke vakopleiding. De jongere generatie is hierdoor niet meer in staat betekenis te geven aan de werkelijkheid.

In het licht van de onwetendheid onder de demonstranten over basale economische principes of de rol van senatoren en afgevaardigden in de economische crisis, is het logisch dat het protest verzandt in een vage klacht tegen dikke directeuren. Maar veel demonstranten halen hun iPhone uit de zak om een rouwboodschap voor wijlen Steve Jobs op internet te zetten, de man die als directeur van Apple verantwoordelijk was voor een heel assortiment technische hebbedingetjes – en daar flink aan verdiende.

Die ironie gaat volledig aan de demonstranten voorbij, omdat er in het postmoderne waas waarin zij zijn opgegroeid geen samenhang meer bestaat tussen feiten. Daarom zijn de demonstraties niet het toppunt van democratie, maar niets meer dan ‘ijdelheid der ijdelheden’.

donderdag 18 augustus 2011

Race nu tussen drie topkandidaten

De race om het Witte Huis is binnen één week flink veranderd. Vorige week was het Republikeinse veld nog een tamelijk warrig grote groep waarin alleen Mitt Romney enig recht had zich de aanvoerder te noemen. Maar het afgelopen weekeinde vond er de traditionele ‘proefstemming’ plaats in het stadje Ames in de staat Iowa, thuisbasis van Iowa State University. De zogenaamde straw poll is een gigantische oefening voor de voorverkiezingen en is bedoeld om klaarheid te scheppen in een verdeeld kandidatenveld. De bijna 17.000 Republikeinse kiezers die deelnamen hebben inderdaad het veld flink herschapen.

Het eerste resultaat van de proefstemming in Ames is het opstappen van Tim Pawlenty, de voormalige gouverneur van Minnesota. De reacties op zijn bekendmaking zijn eigenlijk erg interessant. Pawlenty heeft in geen enkele peiling een goed resultaat of zelfs maar een middelmatig resultaat gehaald. Sommige commentatoren haalden dan ook hun schouders op toen Pawlenty, die een bedroevende derde plaats haalde met slechts 13,6% van de stemmen, op zondagochtend bekendmaakte dat hij er de brui aan gaf. Who cares?

Desondanks waren er commentatoren die vonden dat zijn vertrek emblematisch was voor de huidige politiek, want ondanks de slechte peilingen had Pawlenty alles wat men in een redelijke, niet-extreme Republikeinse kandidaat kon wensen: een goede staat van dienst als gouverneur, bovendien ook nog eens in een staat die tijdens zijn gehele ambtstijd door linkse Democraten in het staatsparlement werd gedomineerd, en een beleidsprogramma dat geen extreme standpunten bevat.

Pawlentys trieste resultaat tijdens zijn hele, uitstekend georganiseerde verkiezingscampagne is zeker ietwat verbazend. Velen zeiden dat de man gewoonweg te saai was. Het is leuk om de anti-Obama te willen zijn, zeggen zij, maar wat Obama goed kan is leuk overkomen op een camera. Toch vindt Ramesh Ponnuru van National Review dat saaiheid een te makkelijke verklaring is. Immers: Mitt Romney is nog veel saaier. Ponnuru argumenteert dat hij toch een aantal serieuze blunders heeft gemaakt tijdens zijn campagne. Zijn collega Reihan Salam bij National Review volgt de argumentatie van Josh Barro van City Journal die Pawlenty afschreef toen hij een waanzinnig onrealistisch plan voor belastinghervormingen presenteerde.

Zulke redenen gaan er bij mij gewoon niet in. De doorsnee-kiezer, of het nu Republikeinen of Democraten zijn, zijn niet allemaal politieke experts. Wat de zwaktepunten van Pawlentys belastingplannen ook waren, er zijn maar weinigen die Salams en Barros kritiek begrijpen. Komt het er niet gewoon op neer dat te weinig kiezers hem kenden? Ron Paul, Michele Bachmann en Mitt Romney zijn allen politieke figuren die om wat voor reden dan ook nationaal bekend zijn. Alle peilingen toonden aan dat zeer weinigen wisten wie Pawlenty was en toen puntje bij paaltje kwam kozen ook de kiezers in Iowa tussen twee bekende namen, waarvan er één een vaste harde kern volgelingen heeft (Ron Paul) en de andere in de staat is geboren (Bachmann).

Een tweede verandering dankzij de stemming in Iowa is dat Bachmann zichzelf nu definitief in de bovenste laag kandidaten geplaatst heeft. Daarmee neemt zij veel andere kandidaten zoals John Huntsman en Rick Santorum de wind uit de zeilen; hun kandidatuur zal wel niet lang meer duren. Dat is een flinke prestatie voor Bachmann, die tot enkele weken geleden hooguit als interessante achterhoede-kandidaat gold.

Desondanks zullen noch Bachmann noch Ron Paul, de twee winnaars in Iowa, de algemene verkiezingen kunnen winnen, en Ron Paul kan ook de nominatie niet binnenslepen omdat hij zelfs binnen de Republikeinse Partij een te marginale figuur is. Hij vertegenwoordigt als overtuigde libertair en protectionist slechts één van de drie belangrijke poten van de partij (fiscaal conservatisme). Kiezers die de andere twee poten vertegenwoordigen (sociaal conservatisme en voorstanders van sterke nationale veiligheid) zullen Paul nooit nomineren.

Met andere woorden, de race gaat in werkelijkheid tussen twee kandidaten die helemaal niet meededen in Iowa: Mitt Romney en Rick Perry. De laatste maakte op dezelfde dag als de proefstemming in Iowa zijn kandidatuur bekend--in South Carolina. Al lange tijd gonsden de geruchten en onlangs liet hij weten dat hij dit weekeinde officieel in de race zou springen. Binnen twee dagen schoot Perry in de peilingen omhoog. In een peiling van Fox News enkele dagen voor Perry's bekendmaking scoorde hij 13% tegen Romney 21%. Afgelopen maandag, twee dagen na Iowa en één dag na het vertrek van Pawlenty, mat Ramussen een enorm enthousiasme voor Perry in hun peiling. In één klap streefde hij Romney voorbij: Perry 29%, Romney 18%.

Als die peiling een trend aangeeft, zou de afgelopen week wel eens een enorme omslag in de race om de Republikeinse nominatie hebben kunnen betekend. De steun voor Perry komt zeker voor een groot gedeelte uit de hoek van Pawlenty-supporters en van hen die zich tot nu toe bij geen van de kandidaten thuis voelden (daarbij wellicht ook velen die Pawlenty wel goedgezind waren, maar niet in het succes van zijn kandidatuur geloofden). Er wordt nu ook al over gesproken dat Perry een deel van Pawlenty's organisatie zou kunnen overnemen. Gezien de grote overeenkomsten in beleid tussen Perry en Pawlenty is het goed mogelijk dat het vertrek van Pawlenty juist als katalysator voor de motor van Perry kan werken.

De race gaat op papier dus tussen drie kandidaten (Perry, Romney en Bachmann), maar enkel de eerste twee hebben een kans om Obama te verslaan. Toch is het niet helemaal irrelevant wat Bachmann doet. Met haar campagne zet ze natuurlijk ook de volgende stap in haar carrière voor het Congres én voor de ontwikkeling van de Tea Party-beweging, waar zij deel van uitmaakt. Hoe die beweging zich ontwikkelt kan van grote invloed zijn op de richting van de Amerikaanse politiek, zowel in de tijd vòòr de presidentsverkiezingen als die daarna. Sterker nog, de ontwikkeling van de Tea Party in de aanloop naar november 2012 kan zelfs doorslaggevend zijn voor de vraag of Obama wordt herkozen of dat het toch Romney/Perry wordt. Die vraag is in eerste instantie belangrijker.

vrijdag 12 augustus 2011

Economische crisis VS een politiek probleem

Een aangepaste versie is op 16 augustus 2011 in het Nederlands Dagblad gepubliceerd.

“Wij blijven gewoon een Triple-A-land.” Dat zei president Obama in een toespraak nadat S&P, één van de drie grote kredietbureaus in Amerika, de kredietwaardigheid van de federale regering naar beneden had bijgesteld.

Op hetzelfde moment nam de aandelenmarkt een duikeling, een teken dat de forse verliezen op Wall Street niet alleen maar zijn toe te schrijven aan de financiële situatie in Europa. De rol van de president in de recente onderhandelingen over het schuldenplafond was op zijn minst onbehulpzaam. Zo stuurde hij de onderhandelingen in een vroeg stadium terug de impasse in door een serieus compromis tussen zijn partijgenoot Harry Reid en de Republikeinse voorzitter van het Huis John Boehner af te wijzen, omdat het niet voldeed aan zijn onwrikbare eis dat de belastingen voor miljonairs verder omhoog moesten.

De recente confrontatie tussen Republikeinen en Democraten over de staatsfinanciën is het directe resultaat van de verkiezingen afgelopen november, toen economie flink inzet was. Met steun van de Tea Party pakten Republikeinen het Huis van Afgevaardigden terug.

Direct na het aantreden van het Huis in nieuwe samenstelling trokken Republikeinen flink aan de noodrem w.b. de overheidsfinanciën. Fiscale conservatieven hamerden erop dat, de Democratische kritiek over dure oorlogen in Irak en Afghanistan ten spijt, de echte nagel in Amerika’s schatkist de sociale zekerheidsprogramma’s zijn. Binnen enkele decennia zullen zij de gehele begroting opslokken; hervorming is dan ook dringend nodig.

Zowel Harry Reid als Nancy Pelosi, de Democratische leiders in resp. de Senaat en het Huis, blijven beweren dat er niets aan de hand is en betichten de Republikeinen ervan onder valse voorwendselen Amerika’s sociale vangnetten te willen ontmantelen.

Velen maken zich zorgen over de ontstane patstelling in de Amerikaanse politiek. Het uitblijven van rationele compromissen in een periode van economische wankelheid wordt gezien als een verontrustende situatie, waarvoor de sterk naar links neigende media in de VS de Tea Party verantwoordelijk houden.

Maar daarmee worden zowel de invloed als het vermeende extremisme van de Tea Party schromelijk overdreven. Het uiteindelijke compromis is met steun van beide partijen aangenomen. Ook stapt men met die analyse wel erg makkelijk over de opportunistische politiek van de Democraten heen. Obama’s obstructionisme was volledig ingegeven door zijn wens om de harde linkse kern van zijn eigen achterban een kluif toe te werpen.

Obama’s economische beleid is een volledige mislukking: de werkgelegenheid en de economie stagneren, de financiële markten blijven onzeker, en huizen blijven waarde verliezen. Na meer dan een biljoen dollar aan overheidsinvesteringen in infrastructuur en werkgelegenheid zou je meer verwachten. Het verweer van Christina Rohmer, de architecte van het stimuleringspakket van 2009, dat het beleid wel klopt maar dat het economische gat achteraf groter blijkt te zijn dan men aannam is de laatste uitvlucht van een mislukte economica.

De doorgaande roep van de Democraten om meer halfslachtige belastingmaatregelen en verdere overheidsinvesteringen, in feite een plan om rijke burgers meer geld uit te kloppen om de overheid op dezelfde voet te kunnen laten functioneren, is het belangrijkste bewijs dat zij de ernst van de situatie en de betekenis van het signaal van S&P niet doorzien.

Hierin schuilt het echte gevaar voor de stabiliteit van de Amerikaanse politiek en economie, en niet in de vermeende ideologische starheid van de Tea Party. Er bestaat geen enkel economisch argument voor lastenverzwaring in het huidige economische klimaat. Amerika heeft een probleem met de overheidsuitgaven, niet de -inkomsten. Bovendien is er ook onder supermiljonairs sowieso niet genoeg te halen om het kolossale gat van 14 biljoen dollar in de staatsfinanciën te dichten. De koppige verdediging van de status quo door Democraten stuurt Amerika des te rapper de financiële afgrond in.

Het is dan ook volkomen terecht dat Republikeinen genoeg hebben van de Keynesiaanse geldpomp op de rekening van de kleinkinderen. De Republikeinen waren de intellectuele drijfveer tijdens de onderhandelingen over de schuldencrisis (president Obama heeft geen enkel eigen voorstel gedaan) en alleen zij lijken zich te realiseren dat een stabilisering van de economie moet worden gezocht in drastische hervormingen en bezuinigingen in Washington.

Het probleem is dus niet het uitblijven van amicale compromissen, waarin beide partijen elk wat aan elkaar toegeven, maar in het feit dat één van de partijen met zijn vingers in de oren zit en maar om één ding zeurt: meer belastingen. In zo’n scenario kan alleen de kiezer uitkomst brengen.

donderdag 21 juli 2011

Verzet tegen Bende van Zes blijft groeien

Het verzet onder conservatieven tegen het plan van de Bende van Zes blijft groeien. Deze morgen heeft de redactie van National Review zich bij het nee-kamp aangesloten en sluit daarmee aan bij de algemene trend onder de schrijvers van het conservatieve blad. Daarnaast heeft ook het andere invloedrijke conservatieve blad, The Weekly Standard, de eerste kritische geluiden laten horen. Opinie-redacteur Matthew Continetti steunt de heftige kritiek van Stanford-econoom Keith Hennessey, die het bij verre het slechtste plan vindt. Hennessey schrijft dat conservatieven maar eens moeten ophouden te kwijlen over de beloofde verlagingen van de belastingtarieven:
Ik denk dat die lagere tarieven nooit zullen verschijnen, zowel voor rekenkundige als parlementaire redenen.
Maar nog belangrijker is volgens hem (1) dat de belastingen per saldo voor zowat iedereen hoger zullen uitvallen dan nu, en zelfs hoger dan onder alle plannen van de Democraten over de afgelopen jaren, en (2) dat de bezuinigingen zo vaag worden geformuleerd worden dat het bijna zeker is dat ze nooit zullen verschijnen. De enige bezuinigingen die echt duidelijk zijn omschreven vallen onder defensie, één van de weinige posten waar de rek helemaal uit is en waar gezien de drie actieve militaire interventies (Irak, Afghanistan en Libië) verder bezuinigingen onverantwoord zijn.

Maar niet alle conservatieven zijn mordicus tegen het plan van de Bende van Zes. Larry Kudlow, presentator op het zakenkanaal CNBC en tevens redacteur bij National Review, heeft zojuist een artikel geplaatst, waarin hij juist erg positief is over het plan van de Bende van Zes. Daarmee is hij totnogtoe een eenling bij National Review. Er zitten veel vraagtekens en slechte kanten aan het plan, vindt hij, maar de kern is wel een enorme versimpeling van het belastingstelsel. Dat, stelt hij, is wellicht doorslaggevend en daarom verdient het plan tenminste het voordeel van de twijfel, zo Kudlow. Afgaande op de reacties op zijn artikel zijn de lezers van National Review niet onder de indruk van Kudlows argumenten.

Ook de redactie van de zakenkrant Wall Street Journal vindt dat men het plan niet zomaar moet wegwuiven. Volgens de redacteuren wordt enkele belangrijke ontwikkelingen een duidelijk halt toegeroepen en mag men de bezuinigingen die al per meteen worden voorgesteld zeker ook niet al te makkelijk versmaden. Dat de drie Democraten in de groep impliciet toegeven dat ook Obamacare zal moeten worden herzien en dat de belastingtarieven naar beneden moeten i.p.v. naar boven vindt de krant een enorm positieve ontwikkeling.

woensdag 20 juli 2011

Conservatieven verwerpen Republikeins plan van "Bende van Zes"

Conservatieven en Republikeinen zitten met de handen in het haar. Het is absoluut noodzakelijk, zowel voor de financiële stabiliteit van het land als voor de eigen merknaam, dat Republikeinen in het Congres nog deze week met een werkbare oplossing voor de schuldencrisis. Van de president en zijn partij hoeft men niets meer te verwachten; elk voorstel dat uit die hoek kwam is een cynische poging om de huidige onhoudbare situatie zo lang mogelijk op te rekken. De president heeft totnogtoe helemaal niets voorgesteld en zich beperkt tot het bekritiseren van de verschillende voorstellen van anderen, voornamelijk Republikeinen, maar ook heeft Obama de conclusies van de onpartijdige Simpson-Bowles commissie volledig in de wind geslagen, terwijl hij die commissie zelf in het leven had geroepen. Kort gezegd, door de Democraten wordt er niet serieus onderhandeld.

In de tussentijd zijn er al een flink aantal Republikeinse voorstellen gekomen, waar de meeste partijgenoten niet blij mee zijn. Daaronder het vermaledijde McConnell-plan, dat volgens critici neerkomt op een volledige overgave aan Obama en kompanen. Maar gezien het uitblijven van serieuze alternatieven vinden steeds meer critici dat dat plan van McConnell wellicht de enige uitweg uit een mogelijk catastrofale situatie is, nl. als er op 2 augustus geen plan op tafel ligt om een kastekort te omzeilen.

Ook het laatste plan, het plan van de "Bende van Zes" dat gisteren met veel tam-tam werd gepresenteerd, wordt door velen aan de rechtervleugel van het politieke spectrum als volledige uitverkoop van de Republikeinse merknaam verworpen. Sterker nog, de analyse van James Capretta, toont aan dat het plan, ondanks het feit dat de doorgaans op fiscaal gebied betrouwbare Senator Tom Coburn als zesde persoon gisteren op het laatste moment ook zijn steun aan het plan gaf, een stuk slechter is dan het McConnell-plan. Het conservatieve tijdschrift National Review plaatste in de eerste 24 uur na bekendmaking van het plan (volgens de laatste telling) maar liefst zeven artikelen waarin het plan door verscheidene knappe koppen vernietigend wordt besproken.

Volgens de critici laten de Republikeinen veel te veel kansen schieten om het initiatief te nemen en de oplossing richting een lange-termijn hervorming te sturen. In plaats daarvan loopt de situatie nu uit op een crisisoplossing waarin de Democraten de termijnen dicteren: voornamelijk belastingverhogingen op de korte termijn (fnuikend voor de zwakke Amerikaanse economie) en opgevuld met hete lucht in de vorm van ongedefinieerde bezuinigingen op de lange termijn. Bij nadere beschouwing zal de hete lucht er zo uitlopen. Zulke "oplossingen" zijn de naam niet waardig en geven Obama alleen maar politiek voordeel en een oprekking van de kredietlimiet zonder echte hervormingen. Niet doen.

Het is echt aan de Republikeinen en de tijd begint weg te tikken.

zaterdag 2 juli 2011

Flinke scheuren in Pawlentys campagne

Het moment van de waarheid breekt aan voor Tim Pawlenty. Na slappe resultaten in de peilingen en een waardeloos optreden tijdens het tweede kandidatendebat moet de voormalige gouverneur nu heel snel zijn veelbelovende kandidatuur waarmaken. Als hij dat voor september niet doet, is het gedaan met zijn campagne. Helaas, er is deze week niets dan slechts nieuws voor hem te melden, en het lijkt erop alsof Pawlentys campagne het niet eens haalt tot september.

Zwakke peilingen, weinig geld
Ten eerste is er vooralsnog geen verbetering te zien in de peilingen. Sterker nog, in de meest recente peilingen (zie de samenvattingen bij RealClearPolitics) zakt Pawlenty nog verder weg, zeker nadat mede-Minnesotane Michele Bachmann haar kandidatuur heeft bekendgemaakt. Zonder weinig problemen heeft Bachmann haar rivaal voorbijgestreefd. De peiling van de conservatieve nieuwszender Fox News tekende het somberste beeld voor Pawlenty tot dusver: slechts 3% van de Republikeinse kiezers staat achter hem (en voor slechts 2% is hij de tweede keuze). Romney blijft topkeuze (18%) en Rick Perry staat opeens op nummer 2 (13%), terwijl Michele Bachmann met 11% een goede derde maakt. Bovendien is ze de tweede keuze van 17% van de Republikeinse kiezers.

Vandaag maakten de verschillende kandidaten bekend hoeveel geld ze hebben opgehaald tijdens het tweede kwartaal van het financiële jaar. Pawlenty haalde een schamele $4,2 miljoen op. Dat valt volledig in het niet bij de meer dan $20 miljoen die Mitt Romney deze week waarschijnlijk op tafel gaat leggen.

Rol in de regeringcrisis in Minnesota
Daarnaast is Pawlenty ook in een tamelijk twijfelachtig licht komen te staan door de regeringscrisis in zijn thuisstaat Minnesota. De Democratische gouverneur Dayton en de Republikeinse leiders in het staatsparlement konden het na maanden onderhandelen deze week niet eens worden over een begroting voor de staat. Klokslag 12 uur op 1 juli kwam de regering daardoor zonder geld te zitten en werd al het niet-essentiële personeel per direct met onbetaald verlof gestuurd; ook vrijwel alle subsidies en wegwerkzaamheden werden gestopt en alle staatsparken, de dierentuin en de meeste regeringskantoren zijn gesloten.

Patrick O'Connor en Neil King van de Wall Street Journal beschrijven dat deze problemen door Democraten en zelfs enkele Republikeinen op het bordje van de voormalige gouverneur Pawlenty worden geschoven. Externe kredietbureau's waarschuwen Minnesota al meer dan een jaar dat men in de staat te vaak boekhoudkundige trucjes toepast om begrotingsproblemen op de lange baan te schuiven. Om die reden zegt één van Pawlentys voorgangers, Arne Carlson (voormalig Republikein, tegenwoordig een Democraat), dat de huidige crisis in Minnesota "volledig de erfenis van Pawlentys ambtstermijn" is. "Deze gouverneur en dit parlement hebben dit probleem niet veroorzaakt. Ze hebben het geërfd."

Pawlenty spreekt deze analyse steevast tegen. Volgens Pawlenty bestaat er alleen een begrotingstekort op papier, uitgaande van een fictieve toename van de overheidsuitgaven die onder zijn bestuur sowieso nooit zouden hebben plaatsgevonden. Maar dat antwoord overtuigd velen niet geheel. Ondanks Daytons imago als een ultralinkse ideoloog hebben de gouverneur en zijn Republikeinse tegenstanders over het meerendeel van de begroting een overeenkomst kunnen sluiten, en Dayton heeft ook de meeste bezuinigingen die Pawlenty zou hebben doorgevoerd geaccepteerd.

Er lijkt dus wel degelijk een reëel probleem in de staatsfinanciën van Minnesota te zijn en Pawlenty komt niet geheel af van de wolk van verdenking die nu over zijn ambtstermijn in Minnesota hangt. Toch is daarmee de kandidatuur van Pawlenty niet zomaar ten einde, zo schrijft Chris Cilizza van de Washington Post. De schuldvraag hangt nogal af van de interpretatie van een heleboel feiten en het is helemaal niet duidelijk of het de Democraten of zijn Republikeinse rivalen zal lukken om Pawlenty ook aan de kiezer als onverantwoordelijke gouverneur af te schilderen. Gezien het gebrek aan media-aandacht voor zijn kandidatuur kan de extra belangstelling hem zelfs een duw in de rug geven, zolang kiezers maar de indruk krijgen dat Pawlenty oneerlijk beschuldigd wordt. Wat dat betreft blijft Pawlenty de juiste toon slaan door zich krachtig te verweren tegen specifieke beschuldigingen.

Visie voor Amerika in de wereld
Om de aandacht weer eens een beetje op zichzelf te sturen en wat presidentiëler over te komen, organiseerde Pawlenty aan het begin van de week een toespraak over een heel ander onderwerp: zijn visie op Amerika's buitenlandbeleid. Het is duidelijk dat Pawlentys team een les heeft geleerd van Sarah Palin, die in 2008 duidelijk geen kaas had gegeten van wat er buiten haar thuisstaat gebeurde.

Maar niet iedereen is erg onder de indruk van Pawlentys toespraak. Nicole Glass van Frum Forum schrijft zeer kritisch over Pawlentys doelstellingen. De conclusie is dat Pawlentys buitenlandbeleid vooral een samenraapsel van retorische standpunten is, maar gespeend van economisch realisme. Volgens Andrew Fieldhouse, een econoom bij het linkse Economic Policy Institute, kan Pawlentys economische beleid niet worden gekoppeld aan zijn tamelijk brede buitenlandvisie. Als Pawlenty vasthoudt aan zijn belofte een grondwetsamendement te steunen dat een sluitende begroting verplicht maakt, hakt hij $7,5 biljoen aan belastinginkomsten af, meent Fieldhouse, omdat dat amendement de federale begroting beperkt tot maximaal 18% van het BNP; de huidige begroting is ongeveer 24% van het BNP. In feite is er geen geld voor een beleid dat staat voor een krachtige militaire rol voor de VS en daarom is Pawlentys toespraak naïef en onverantwoordelijk.

Onvree leeft niet alleen onder linkse opponenten, ook binnen de conservatieve beweging is men niet allemaal even blij met Pawlentys toespraak. Andrew McCarthy van het conservatieve blad National Review ziet de toespraak zelfs als de laatste nagel in de doodskist van Pawlentys kandidatuur. In een vernietigend artikel sabelt hij Pawlentys toespraak neer als roekeloze struisvogelpolitiek, waarin alle fouten van het beleid van George W. Bush gecombineerd worden met de onkunde van de halfzachte vleugel van de Republikeinse Partij van senatoren John McCain en Lindsey Graham.

McCarthy is vooral ontevreden dat Pawlentys niet onderkent dat het principe achter de Bush-doctrine en het interventionistische beleid in het Midden Oosten hebben gefaald. De rol van de islam in Iraq, Iran en Afghanistan wordt door Team Pawlenty niet begrepen en het beleid dat de kandidaat voorstaat blijft dezelfde democratische wensdromen pushen, hetgeen alleen maar kan leiden tot verdere nutteloze en dure avonturen in het buitenland. Je hoeft geen "isolationist" zoals Ron Paul te zijn om het huidige militaire optreden van de VS in Libië of de strategie in Afghanistan af te keuren, zo meent McCarthy. Een echte leider accepteert dat islam een rol speelt in het Midden Oosten, zonder de islam als een positieve factor te proberen gebruiken. Een echte leider, zo zegt McCarthy, is niet bang militair in te grijpen, maar dan alleen als dat Amerika's directe belangen dient. Daar hoort het voeren van een beleid dat Islamisten aan de macht helpt niet bij.

Het tij keert
Vorige week nog vond ik dat Pawlenty een reële kans had om zich deze zomer naar de top te werken, als hij maar flink aan de geldboom zou schudden. Deze week lijkt zijn kandidatuur ras af te glijden naar het niveau van Newt Gingrich: volkomen ongeloofwaardig. Als Pawlenty deze maand niet meer geld bijeen kan sprokkelen en een duidelijkere en geloofwaardigere boodschap op eender welk thema de media in kan werken is het met Pawlenty gedaan. Natuurlijk is het waar dat de kandidatuur van Michele Bachmann hem ook in de weg is gaan zitten, want zij put steun uit hetzelfde thuiskamp als Pawlenty. (Nog steeds schat ik Bachmanns kansen om de nominatie te behalen niet hoog in, omdat ze teveel negatieve reacties van Democraten en zwevende kiezers trekt en daarom voor de partij onaantrekkelijk is.) Maar dat zijn kandidatuur zo zwakjes overkomt heeft Pawlenty volledig aan zichzelf te danken.

dinsdag 28 juni 2011

Obama als Willy Brandt

De Amerikaanse buitenlandpolitiek moet opnieuw worden uitgevonden. Het is niet maar een kwestie van bijstellen, maar een volledige renovatie. Als we een doctrine van mea culpa instellen zou dat onze geloofwaardigheid vergroten, doordat we dan laten zien dat we de zonden van onze voorgangers niet goedkeuren. Toen Willy Brandt in het ghetto van Warchau op één knie ging was dat een welkom gebaar voor de overlevenden van de Tweede Wereldoorlog, maar het was ook een veredelende zielereiniging voor Duitsland. Zou een dergelijk beleid nutteloos zijn voor de Verenigde Staten?
Zo schreef Samantha Powers, nu speciale assistente van president Obama, in 2003 in het linkse weekblad The New Republic. Volgens politieke veteranen Douglas Feith en Seth Cropsey, die in het aankomende nummer van Commentary Magazine een verhelderend artikel over het buitenlandbeleid van de president schrijven, vat dit citaat goed samen wat het achterliggende principe van dat beleid is.

Feith en Cropsey verwerpen de labels "weifelend" en "doelloos" die zo vaak voor het verwarrende buitenlandbeleid van Barack Obama worden gebruikt. In plaats daarvan zien ze een heel duidelijke lijn in dat beleid en het citaat van Powers vat goed samen vanuit welke visie op Amerika dat beleid voortkomt. Even afgezien van de feitelijke onwaarheden en fouten in haar beschrijving van Brandts knieval in Warchau (ze schrijft zijn naam verkeerd als "Willie" en beweert dat hij op één knie ging, terwijl hij op beide knieën neerzonk), is haar politiek-historische analyse van het moment faliekant verkeerd. Brandts knieval was geen onderdeel van zijn buitenlandbeleid. Brandt heeft later duidelijk omschreven dat de knieval uit een spontane emotie van het moment voortkwam, niet uit een berekening om daarmee de ziel van de Duitsers te reinigen.

Maar dat Powers dit beeld gebruikt voor een vergelijking met Amerika van nu is schandalig, want Powers impliceert met haar woorden dat Amerika voor net zulke verschrikkelijke daden als de Nazis moet boeten. Het is ook naïef en gevaarlijk om op de basis van een dergelijk verwrongen beeld van de geschiedenis en de huidige politieke werkelijkheid beleid te maken. Amerika is geen enkel opzicht te vergelijken met Duitsland: niet qua omvang, bevolkingsgrootte, geschiedenis, economie, en militaire macht.

Feith en Cropsey maken duidelijk dat president Obama zich heeft omgeven met een kader academici die echter Amerika's geschiedenis begrijpen als een welhaast niet aflatende stroom van internationale wandaden, waaronder de Vietnam-oorlog en het in hun ogen schurkachtige optreden van de VS in Irak en Afghanistan als kroongetuigen voor de aanklager optreden. Obama's buitenlandbeleid wordt dan ook van alle kanten ingegeven door mensen die ten diepste geloven dat het bloed van honderdduizenden, zo niet miljoenen onschuldige burgers in andere landen aan de handen van de Amerikaanse regering kleeft.

Vanuit die optiek bezien is het dan ook begrijpelijk dat Obama's adviseurs op beleid aandringen dat Samantha Powers in haar artikel ook predikte: zich zo snel mogelijk ontdoen van de middelen die de VS zo vaak in militaire uitstapjes in het buitenland heeft doen verzeilen. Feith en Cropsey stellen vast dat de regering Obama zich hecht probeert vast te bijten in allerlei internationale overeenkomsten en organisaties om zo voor nu en de lange toekomst de handen van de Amerikaanse regering te binden. Alleen zo kan voorkomen worden dat Amerika op eigen houtje militair ingrijpt.

Het beeld dat Feith en Cropsey schetsen is tamelijk pessimistisch, want tussen de regels door is duidelijk te verstaan dat de auteurs dit beleid als gevaarlijk voor de veiligheid van Amerika afwijzen. Daarin hebben zij gelijk in de mate waarin ze de juiste diagnose stellen. De vraag is: Hebben zij gelijk als ze beweren dat Obama geen starre ideoloog is, maar politiek flexibel genoeg is om principes op te geven voor het maximaal bereikbare? Het is m.i. zeker waar dat Obama een politiek behendig dier is - anders was hij nooit in het Witte Huis terechtgekomen. Toch moet niet vergeten worden dat Obama die weg daarheen wel erg snel heeft afgelegd en zijn duidelijke onkunde en tegenstrijdige beleid op velerlei beleidsterreinen tonen aan dat Obama niet de tijd heeft gehad om zich op zijn werk voor te bereiden. Daarom ontbreekt het hem aan de nodige kennis en ervaring om, zoals Feith en Cropsey beweren, een principieel beleid met een omlijnd lange-termijn doel uit te stippelen.

Het lijkt mij eerder dat Obama gevangen zit tussen de ideologie die Feith en Cropsey tekenen - de ideologie van multinationalisme - en de politieke werkelijkheid in de wereld. Het is op het snijpunt van die twee lijnen dat Obama's intellectuele armoede het schrikbarendst zichtbaar is geworden. Ook vanuit die optiek is te verklaren waarom Obama deze maand al het advies van zijn militaire adviseurs in de wind heeft geslagen en een terugtrekking van 10.000 soldaten uit Afghanistan tijdens het zomerseizoen heeft aangekondigd, wanneer het hardste wordt gevochten en een terugtrekking het gevaarlijkste is. Want hij is een starre ideoloog.

zaterdag 25 juni 2011

Weekend-update over race 2012

Karl Rove: "Why Obama Is Likely to Lose" (Wall Street Journal - 22 juni 2011)
De Republikeinse meester-strategist schrijft een zeer helder artikel, waarin hij argumenteert dat Obama vier belangrijke punten tegen zich heeft: (1) de economie is zwak en zal dat waarschijnlijk tot november 2012 blijven; (2) belangrijke strategische blokken kiezers keren hem de rug toe (m.n. Joodse kiezers, ouderen, studenten); (3) hij moet onpopulair beleid verdedigen; en (4) hij heeft slechte strategische beslissingen genomen. Rove is een expert en vriend en vijand weten dat men Karl Rove alleen op eigen gevaar negeert.

Deroy Murdock: "Who Is Mitt Romney?" (National Review Online - 24 juni 2011)
Murdock kaart aan dat Romney nogal een aantal tegenstrijdige standpunten heeft ingenomen. Zo liet hij in 2007 weten dat hij graag zelf in Vietnam had gevochten, terwijl hij dertien jaar eerder had gezegd dat hij destijds geen zin had om zijn land in Vietnam te dienen. Ook op abortus heeft hij nogal een draai gemaakt: eerst pro-choice, tegenwoordig pro-life. Zulke veranderingen van mening komen wel vaker voor, maar zijn moeilijk te verklaren. Murdock vindt dit terecht een groot probleem voor zijn mogelijke kandidatuur.

Daniel Halper: "A Word of Caution for Rick Perry" (The Weekly Standard - 25 juni 2011)
Halpers artikel is niet zozeer een waarschuwing als een smeekbede voor Perry om nu zijn kandidatuur bekend te maken. Hij tekent de problemen waar de VS zijns inziens mee kampen en concludeert dat Perry één van de weinige kandidaten zou zijn die een geloofwaardige campagne kan voeren om die problemen op te lossen. Maar, zo waarschuwt Halper, Amerikanen beginnen het zat te worden om door veelbelovende Republikeinse gouverneurs in de steek te worden gelaten. Perry moet niet met de Amerikaanse kiezer spelen, anders voegt hij de Republikeinse merknaam flinke schade toe.