dinsdag 12 april 2016

Obama, Hillary en staatsveiligheid

Wie zich afvraagt waar de berichtgeving over het lopende criminele vooronderzoek naar voormalige First Lady Hillary Clinton blijft, kreeg afgelopen zondag een portie nieuws uit onverwachte hoek: van president Obama op de conservatieve nieuwszender FOX News.

President Obama gaf een interview aan Chris Wallace van het actualiteitenprogramma FOX News Sunday. Het was het eerste interview van de president voor FOX: het is bekend dat Barack Obama bepaald geen vriend is van de zender die al jaren erg kritisch is op de president. Wallace, een zeer gerespecteerde veteraan van de politieke journalistiek (en zoon van de legendarische Mike Wallace), maakte er een zeer amicaal en bekijkenswaardig interview van. Uiteraard stelde hij de president enkele pittige inhoudelijke vragen, maar slaagde er ook in een zeer menselijke kant van Barack Obama te laten zien.

Dit soort interviews is over het algemeen eerder bedoeld om de ijdelheid van beide partijen te strelen: tv-zenders profiteren van de verhoogde kijkcijfers voor interviews met beroemdheden, terwijl de president gratis media-aandacht krijgt. Meneer Obama kwam extra presidentieel over door zich met een vriendelijk gezicht in het hol van de leeuw te wagen.

Wat in het interview de meeste aandacht trekt zijn de uitspraken van de president over zijn voormalige minister van buitenlandse zaken, Hillary Clinton. Wallace vroeg Obama op de man af of het niet erg problematisch is dat er door de FBI meer dan tweeduizend e-mails van Hillary zijn gevonden die topgeheime informatie bevatten, waarvan er 22 zo gevoelig zijn dat ze zelfs geredigeerd niet kunnen worden vrijgegeven. Het antwoord van de president sprak boekdelen. “Hillary Clinton was een uitstekende minister en ze zou nooit expres de veiligheid van het land in gevaar brengen” (nadruk toegevoegd).

Terecht wijzen Republikeinse critici op die uitspraak als een impliciete schuldigverklaring van Hillary Clinton. Immers,  Obama geeft toe dat de curieuze en zeer ongebruikelijke procedures die Hillary Clinton gebruikte om over staatsaangelegenheden te communiceren wel degelijk de veiligheid en de belangen van de Verenigde Staten hebben geschaad. Daarover bestaat volgens mij ook geen onenigheid meer. Experts zijn het erover eens dat de privéserver die zij voor haar e-mails gebruikte niet  afdoende was beveiligd en geëncrypteerd. Buitenlandse inlichtingendiensten hebben ongetwijfeld de server gehackt en kregen zo toegang tot topgeheime informatie, waarover Clinton via die server communiceerde, inclusief de 22 e-mails met kritieke informatie.

De bewering van Hillary Clinton en haar supporters, dat het hier alleen gaat om kleine procedurele foutjes, is onwaar. De publiek beschikbare informatie over de zaak toont aan dat Clinton verschillende wetten heeft overtreden (voor de preciezen: het gaat om 18 USC 1924 en USC 793(f)(1)-(2)). De vraag is alleen of de zaak juridisch sluitend kan worden gemaakt. Juristen die ervaring hebben met de wetten rond staatsveiligheid geloven dat er een heleboel bewijsmateriaal tegen haar pleit, maar tegelijk waarschuwen ze dat de wet de bewijslast erg hoog legt voor strafrechtelijke vervolging. Daarover moet uiteindelijk de minister van justitie een beslissing nemen.

Wat president Obama over dat onderwerp tegen Chris Wallace zei is weinig bevredigend. Braaf herhaalde hij het cliché dat het ongepast is als een president met zijn minister van justitie of met de FBI-directeur praat over lopende strafrechtelijke onderzoeken en dat hij alle vertrouwen heeft in de onpartijdigheid van het ministerie. Dat is volkomen ongeloofwaardig in het licht van een lange reeks politiek beladen schandalen binnen het ministerie (zoals de New Black Panther-affaire, Fast and Furious, Lois Lerner). Daarnaast doen uitgelekte verhalen vanuit het FBI-team dat Clinton onderzoekt vermoeden dat er binnen de FBI wel degelijk zware druk is om de zaak in de doofpot te stoppen. Die druk kan alleen maar politiek zijn. President Obama, wiens directe adviseurs ook deelnamen aan de uitwisseling van emails over ’s lands belangen via de onbeveiligde server van Clinton, heeft er geen belang bij als de zaak in het openbaar ruchtbaarheid krijgt.

Te vrezen valt dan ook dat de zaak uiteindelijk inderdaad in de doofpot verdwijnt. Onder het mom van zorgvuldigheid kan het onderzoek zonder al te veel problemen tot na de verkiezingen in november worden getraineerd. De kans op een zege door Hillary is dankzij de wanstaltige taferelen bij de Republikeinen tamelijk groot, zodat president Obama hoopt het uiteindelijk smoren van het onderzoek aan president Hillary te kunnen overlaten.

Als dat gebeurt is Amerika officieel afgegleden tot het niveau van een verachtelijke bananenrepubliek.

donderdag 7 april 2016

De onzichtbare hand tegen Trump

Donald Trump tijdens een campagnebijeenkomst in Arizona, 19 maart 2016. Foto door Gage Skidmore (CC via Flickr)
Na de winst van Senator Ted Cruz in de voorverkiezingen in Wisconsin krijgen veel anti-Trump-Republikeinen weer hoop. Hoewel het aantal gedelegeerden dat door de kiezers in Wisconsin wordt toegewezen relatief beperkt is, betekent de winst van Cruz dat Trump praktisch gezien niet meer de benodigde 1.237 gedelegeerden kan verzamelen om tijdens de partijconventie in Cleveland, aanstaande juli, de nominatie voor de partij direct op te eisen.

Dat Trump het in Wisconsin tegen Cruz moest afleggen toont eens te meer aan dat er voor de miljardair een reëel plafond is waarboven zijn steun niet kan uitstijgen. Trump lijkt een harde kern van ongeveer 30 - 35 procent van de Republikeinse kiezers achter zich te hebben, maar de rest van de partij gruwelt van hem. Enkele recente mediacontroverses van Trump en zijn campagne lijken het aantal “meelopers” onder de Trump-supporters enigszins te hebben uitgedund. Daar heeft vooral Ted Cruz profijt bij.

Dat alles betekent dat de Republikeinen in juli hun conventie beginnen met een onbesliste voorverkiezingsrace zodat de gedelegeerden, waarschijnlijk in meerdere stemronden, een partijkandidaat moeten aanwijzen. Onder de huidige regels zijn gedelegeerden verplicht in de eerste stemronde te stemmen voor de kandidaat waaraan zij als gevolg van de voorverkiezingen in hun respectievelijke staten zijn toegewezen. Maar de meeste gedelegeerden op de conventie zijn bij een onbeslist resultaat van die stemming (d.w.z. als er niemand 50 procent + 1 stem behaalt) in volgende stemrondes vrij om zelf te kiezen wie zij willen steunen, zelfs voor iemand die momenteel nog geen kandidaat is. In de wandelgangen wordt steeds vaker gesuggereerd dat de partijleiding Afgevaardigde Paul Ryan, de huidige voorzitter van het Huis van Afgevaardigden, wil bewegen zich op de conventie kandidaat te stellen. De kans dat Paul Ryan dat daadwerkelijk wil is uiterst klein.

Het ligt eerder voor de hand dat Ted Cruz uiteindelijk de compromiskandidaat wordt. Hoewel Cruz veel vijanden binnen de partij heeft, maken veel van zijn critici nu gemene zaak met zijn campagne uit angst voor een desastreuze Trumpkandidatuur. Maar de kansen voor Cruz zijn ook goed, omdat hij achter de coulissen een gewiekste “secundaire campagne” heeft gevoerd die lijkt te leiden tot een stuk onzichtbare steun voor de senator uit Texas die hem op de partijconventie van pas kan komen.

Omdat de beslissing uiteindelijk niet door de kiezers in de staten maar door de gedelegeerden op de conventie zal worden genomen, heeft Cruz veel geïnvesteerd in het paaien van de mensen die deze lente daadwerkelijk aangewezen worden namens de partijafdeling van de staat naar Cleveland af te reizen. Ook zijn veel van die gedelegeerden gevestigde partijleden die er baat bij hebben Trump te stoppen. Zodra zij na de eerste ronde van hun verplichting zijn ontheven voor de toegewezen kandidaat te stemmen, zouden veel van hen hun steun wel eens naar Cruz kunnen verschuiven. Een overwinning van Cruz in een tweede stemronde door de gedelegeerden op de conventie is niet uitgesloten.

Dankzij deze onzichtbare hand achter de dynamiek van de voorverkiezingen blijft de nominatie van Donald Trump ondanks de sensationele krantenkoppen uiterst onwaarschijnlijk. Of Republikeinen blij moeten zijn met het vooruitzicht de naam Ted Cruz namens hen op het stembiljet te zien prijken valt nog zeer te bezien, aangezien veel Amerikanen een negatief beeld van hem hebben. Toch zijn de electorale kansen van Cruz vele malen beter dan die van Trump. Het blijft momenteel onduidelijk hoeveel Republikeinse stemmen een kandidaat Cruz zou kwijtraken als gevolg van gebelgde Trump-supporters die weigeren een andere kandidaat te steunen, of als Trump zou besluiten als onafhankelijke kandidaat de race tegen Cruz en Hillary Clinton in te stappen, hetgeen tot stemmenverlies bij de Republikeinen zou leiden.
                                                                                 
In ieder geval zou zo’n scenario de toekomst van de Republikeinse partij veilig stellen, iets waarover veel Republikeinen zich momenteel terecht ernstig zorgen maken. De “Never Trump”-beweging is weliswaar klein, maar is niettemin groot genoeg om de partij in geval Trump de kandidaat wordt te splijten. Dat anti-Trumpers in november thuisblijven is het doembeeld van veel conservatief-liberale Amerikanen, want het zou de Republikeinse partij voor langere tijd van de politieke kaart vegen en zou betekenen dat Amerika in rap tempo een de facto één-partijenstaat onder leiding van de Democraten wordt. Dat zou erg ongezond zijn voor de democratische grondrechten in het land.

Het blijft nog steeds onmogelijk om echt iets zinnigs te zeggen over de uitkomst van de presidentsverkiezingen in november, maar de kansen van Hillary Clinton stijgen duidelijk gestaag. Hoe langer de crisis bij de Republikeinen aanhoudt, des te slechter wordt het imago van de partij onder de doorsneekiezers. De voortdurende kandidatuur van Kasich – de nummer drie op grote afstand – verlengt de crisis kunstmatig, omdat Cruz daardoor geen ruim baan krijgt om steun van de anti-Trump-kiezers te vergaren. Maar er zijn twee belangrijke redenen, waarom Kasich tot aan de conventie wil volhouden. Ten eerste hoopt hij op een betwiste conventie nog een kans te maken om de nominatie in de wacht te slepen, zodra de kandidatuur van Trump door een tekort aan steun in een eerste stemronde in duigen valt. Ten tweede is Kasich een wet in zijn thuisstaat Ohio indachtig die voorschrijft dat de gedelegeerden die hij in de voorverkiezingen in die staat heeft gewonnen aan de nummer twee van die race worden vergeven als hij uit de race zou stappen: dat is Donald Trump. Een voortijdig stoppen door Kasich zou Trump dus onbedoeld over de drempel kunnen helpen. Het is dus voor de anti-Trump-beweging van belang dat Kasich doorgaat.

Aangezien ook Hillary Clinton nog in de schaduw van een nog broeiend schandaal opereert en de Sanders-campagne zich zeker na de groeiende reeks overwinningen (inclusief in Wisconsin deze week) ook niet zomaar gewonnen geeft, blijft het politieke spel nog erg spannend en kan er zeker nog niet in zekerheden worden gesproken over de uitkomst van het spel.

zaterdag 2 april 2016

Campagnemanager Trump gearresteerd voor mishandeling

Illustratie: DonkeyHotey (Flickr, CC)
Afgelopen dinsdag is Corey Lewandowski, de manager van Donald Trumps presidentiële campagne gearresteerd voor mishandeling. Dat is natuurlijk groot nieuws. Dat het kleine akkefietje tussen Lewandowski en een journaliste van een bevriende nieuwswebsite niet in der minne is opgelost en in de strafrechtelijke vervolging van Lewandowski is uitgemond ligt voornamelijk aan Donald Trump en zijn betreurenswaardige manier van managen.

Vorige maand trad Lewandowski iets te hardhandig op tegen de journaliste in kwestie, Michelle Fields van Breitbart.com, een tamelijk controversiële conservatieve nieuwswebsite die tot dusver de kandidatuur van Donald Trump vierkant steunt. In het gedrang na een persconferentie van Trump sprong Lewandowski tussen de weglopende Trump en mevrouw Fields, greep haar bij de arm en trok haar bij zijn baas weg. Fields was boos en toonde kort daarna op Twitter een flinke blauwe plek op haar arm waar Lewandowski haar gepakt had.

Het trieste aan de zaak is dat Fields aangaf dat wat haar betrof met welgemeende excuses van Lewandowski de kous af was. Niets aan de hand, zou je zeggen. Foutje, kan gebeuren. Er gebeurden toen twee dingen. Ten eerste kregen Fields en al haar collega’s bij Breitbart.com van haar baas een doofpotcommando: niemand mocht er nog verder over praten. Dat er van hogerhand geen greintje medeleven kwam en, sterker nog, dat Fields geacht werd de zaak maar te slikken schoot haar in het verkeerde keelgat. Al borrelende onenigheid binnen Breitbart.com over het zwalkende bestuur door de nieuwe directie sinds de dood van oprichter Andrew Breitbart en de tanende kwaliteit van de website kwam naar de oppervlakte: Fields en een flinke groep verontruste journalisten namen pardoes ontslag.

Het tweede feit is nog verbazingwekkender: zowel Lewandowski als Donald Trump zelf beweerden bij hoog en laag dat Fields het voorval had verzonnen en bleven dit volhouden, zelfs nadat er meerdere video-opnamen opdoken die de beschuldigingen van Fields bewezen. Lewandowski beweerde haar nooit te hebben ontmoet. Trump beweert tot vandaag dat de videobeelden de onschuld van Lewandowski aantonen. Na een aantal weken van stijgende verontwaardiging heeft Fields uiteindelijk aangifte gedaan en na het zien van de videobeelden en het horen van getuigen – er stonden immers grote drommen journalisten van allerlei media bij – besloot de politie in het stadje Jupiter in Florida meneer Lewandowski op het bureau uit te nodigen, waar hij werd gearresteerd en in staat van beschuldiging gesteld.

Het had allemaal niet gehoeven, vooral omdat Lewandowski een volledig betekenisloze persoon is. Als campagnemanager heeft hij geen echte taak: Trump runt namelijk zijn eigen campagne, met verbazend veel succes. Donald Trump had Lewandowski dus eenvoudig als een baksteen kunnen laten vallen, en in plaats daarvan blijft hij hem verdedigen als een eerbaar persoon. Trump kijkt recht in de camera en liegt dat het gedrukt is, zo nodig in een split screen met de videobeelden die zijn leugens ontkrachten.

Trump heeft zijn eigen theorieën over media en politiek en hij gelooft dat alle publiciteit, ook slechte publiciteit, hem ten goede komt. Daarin vergist hij zich. Het is waar dat hij koploper binnen de partij is en dat zijn echte fans alles wat hij zegt, ook over deze affaire, voor zoete koek slikken. In die zin is zijn campagne eerder een persoonlijkheidscultus. Maar zijn draagvlak onder Republikeinen is beperkt en de #NeverTrump-beweging – de naam voor verontruste Republikeinen die weigeren Trump in november bij de stembus te steunen – groeit. Aan de marges begint zijn steun dankzij deze en de groeiende reeks andere affaires te ontrafelen.

Het is ontluisterend dat zoveel Amerikanen (we hebben het over een paar miljoen mensen) steun geven aan de openlijke charlatan Trump. Een goed deel van de kiezers doet dat uit pragmatische redenen: ze zien Trump als de nuttige sloophamer waarmee de Republikeinse partij kan worden vernietigd of tot ideologische zuivering (d.w.z. verrechtsing) kan worden gedwongen. Daaronder zijn zowel boze Republikeinse kiezers als opportunistische Democraten. Maar er zijn ook vele true believers die geloven dat Trump de prangende problemen van het moment kan oplossen door zijn geniale leiderschapsstijl.

Zulke mensen zijn blind voor het feit dat Trump een belabberd leider is wiens success in eerste instantie te danken is aan het toeval van het moment, omdat hij een groep woedende kiezers heeft aangeboord. Maar het verkneukelend genoegen van de media over het spektakel dat Trump levert draagt ook bij aan zijn voortbestaan als presidentskandidaat: hoe langer hij in het spotlicht blijft staan, des te beter zijn hun kijkcijfers. En dat het succes van Trump de kansen van hun voorkeurskandidaat – Hillary Clinton – vergroot, zullen zij ook niet erg vinden.