![]() |
| Illustratie: DonkeyHotey (Flickr, CC) |
Aan Democratische
kant is intussen duidelijk dat Hillary Clinton de uiteindelijke kandidaat voor
haar partij zal worden, aangezien Senator Bernie Sanders haar aantal
gedelegeerden niet meer kan evenaren. Bij de “Grand Old Party” - de bijnaam
voor de Republikeinen – blijft er onzekerheid vanwege de heftige afkeer van
grote groepen Republikeinen jegens de koploper, miljardair en reality-tv-ster
Donald Trump. Het uitblijven van een georganiseerd tegenantwoord op Trump
binnen de partij zorgt ervoor dat Trump de voorverkiezingen blijft domineren en
verder kan gaan met het vergaren van het grootste aantal gedelegeerden voor de
Republikeinse partijconventie die in juli in Cleveland (Ohio) zal plaatsvinden.
Wie de
uiteindelijke Republikeinse kandidaat is ondanks die duidelijke winst van Trump
in veel staten nog helemaal niet duidelijk, omdat Trump zeer waarschijnlijk
niet de drempel van 1.237 gedelegeerden zal halen. Volgens het partijregelement
kan een kandidaat niet genomineerd worden met steun van minder gedelegeerden.
Dat betekent dat er op de conventie meerdere stemrondes zullen plaatsvinden,
waarbij gedelegeerden tussen de stemrondes uiteraard flink gepaaid worden door
andere kandidaten in de hoop dat zij, na de eerste ronde bevrijd van hun
verplichte steun aan de toegewezen kandidaat, hun steun naar een ander
verschuiven. Dat kunnen in principe ook personen zijn die niet aan de
voorverkiezingen hebben deelgenomen, of die al vroeg zijn afgehaakt. Het is met
die dynamiek in het achterhoofd dat John Kasich, de gouverneur van Ohio die
totnogtoe enkel in zijn thuisstaat kon winnen, nog in de race blijft: hij hoopt
in juli in Cleveland in de tweede stemronde steun te kunnen winnen die groter
is dan zijn uiteindelijk vergaarde aantal gedelegeerden.
In de tussentijd
betekent de aanwezigheid van Kasich echter dat de anti-Trumpstemmen gesplitst
worden, hetgeen in het voordeel van Trump is. Er wordt met de dag luider
geroepen dat Kasich zijn campagne moet staken om de nummer twee, Senator Ted
Cruz, een degelijke kans te geven om in de buurt van Trump te komen en hem zo
het argument te ontnemen dat hij bij een relatief klein tekort aan
gedelegeerden toch recht zou hebben op de nominatie.
Duidelijk is in
ieder geval dat een nominatie van Donald Trump niet kan leiden tot zijn
presidentsschap: alle peilingen wijzen uit dat hij van Hillary Clinton op
beschamende wijze zou verliezen. Sommige analisten, die de demografische
samenstelling van individuele staten goed hebben bekeken, beweren zelfs dat
Clinton met minimaal 400 kiesmannen in het Electorale College een monsterzege
uit de bus zou kunnen slepen. Daarnaast vrezen veel Republikeinse
afgevaardigden en senatoren die in november op hetzelfde stembiljet als Trump
staan dat zij het slachtoffer zullen worden van de anti-Trumpsentimenten in
Amerika. Een president Hillary Clinton zou onder die omstandigheden zonder
twijfel kunnen rekenen op een Democratische Senaat en het is zelfs mogelijk dat
haar partij ook een meerderheid in het Huis van Afgevaardigden zou boeken.
Daarmee zou ze nagenoeg vrij spel krijgen om het beleid van Barack Obama voort
te zetten.
Ook voor de
Republikeinse partij zien de gevolgen van een Trump-kandidatuur er niet erg
rooskleurig uit. De nu al broeiende revolte zou tot uitbarsten kunnen komen. Onder
erg ongunstige omstandigheden zou er een serieuze splitsing kunnen ontstaan,
met de opkomst van een nieuwe conservatief-liberale partij, met als gevolg dat
Democraten voor meerdere jaren gegarandeerd het Witte Huis kunnen bewonen,
zolang de oppositie tussen twee partijen verdeeld blijft.
Aan de andere
kant blijven Republikeinen nog hopen op spoedig nieuws vanuit het Ministerie
van Justitie, dat al maanden het FBI-onderzoek tegen Hillary Clinton (voor het
schenden van de wet op de staatsgeheimen) traineert in een poging Clinton zo
over de verkiezingsdatum in november te helpen. Of het uitblijven van
rechtsvervolging van Clinton politiek gezien veel beter is voor haar is te
betwijfelen; toch kan ze in ieder geval rekenen op de steun van de
belangrijkste media, die tot dusver weinig aandacht geven aan het FBI-onderzoek
(of de parlementaire enquête onder leiding van Republikeins Afgevaardigde Trey
Gowdy). Ondanks die radiostilte is het moeilijk voor te stellen dat de
Republikeinse partij of aan de partij geliëerde belangenorganisaties in de
zomer en herfst geen geld zullen besteden aan reclamespotjes om de aantijgingen
jegens Clinton grotere ruchtbaarheid te geven. Als een andere kandidaat dan
Trump tegenover Hillary op het kiesbiljet staat, is het heel goed mogelijk dat
Clinton juist flink verliest.
Er zijn momenteel
echter te veel plausibele scenario’s mogelijk die allemaal tot radicaal andere
gevolgen leiden. Alle oude statistische modellen zijn dit verkiezingsjaar al
volledig nutteloos gebleken, dus het zou waanzin zijn om in maart van het jaar
al zinnige uitspraken te doen over de kansen van de twee partijen in november.
Het is duidelijk
dat Amerikaanse kiezers boos zijn – een vaststelling die weinig heel laat van
de bewering van de Democraten dat het land tevreden is over het beleid van
president Obama – maar er zijn verschillende uitlaatkleppen voor die woede. De
nu tanende kandidatuur van Bernie Sanders toont een heftige ontevredenheid
onder jonge Democraten over Hillary Clinton (die zij te zwak, te gematigd, te
oud en/of te leugenachtig vinden). Aan de andere kant verzamelt Donald Trump
een harde maar zeer diverse kern boze burgers achter zich, waaronder zeker ook
een percentage Democratische kiezers die Sanders juist weer te radicaal vinden,
maar die Clinton niet vertrouwen. Voor veel Trump-supporters is zijn
beleidsprogram niet belangrijk: zij zijn alleen maar geïnteresseerd in afbraak
van “het systeem” en een protest tegen “het establishment”, wat dat ook moge
betekenen. Een dergelijke emotionele stemming, die willens en wetens gespeend
is van rationele overwegingen, maakt het voorspellen van de uitkomst van de
verkiezingen onmogelijk.
