Nu de verkiezingen achter de rug zijn moet de aandacht weer naar andere onderwerpen gaan. Eén van de eerste dringende zaken is de zogenaamde ‘fiscale afgrond’ waar Amerika tegen aanhikt. Op 1 januari schieten alle tarieven voor inkomstenbelasting namelijk automatisch omhoog. De huidige tarieven zijn onder George W. Bush verlaagd in een poging de economie, die na de terroristische aanvallen van 11 september 2001 in het slop was geraakt, te stimuleren. Die tariefverlaging had maar een beperkte duur. Twee jaar geleden verlengde president Obama de lagere tarieven, omdat er brede consensus was dat een belastingverhoging middenin een recessie geen goed idee was.
Gezien de zwakke economie is men het er nog steeds over eens dat de belastingen niet omhoog moeten, maar wel bestaat er nu heftige onenigheid over de vraag of Amerika’s belastingen genoeg nivelleren. De zwaarste schouders moeten immers de zwaarste lasten dragen, zo gaat het gezegde. Democraten vinden dat de allerrijksten wel wat meer kunnen betalen om zo het begrotingstekort te dichten. Republikeinen zijn het daarmee in principe wel eens, maar willen de ongelijkheid met name via het afschaffen of beperken van belastingaftrek aanpakken, terwijl Democraten vasthouden aan het verhogen van de tarieven voor de hoogste inkomensgroepen, iets wat voor Republikeinen onbespreekbaar is.
Het debat over deze onenigheid is een stuk complexer dan de simpele boodschap dat Republikeinen tegen het verhogen van belastingen voor de allerrijksten zijn. Sommige conservatieve commentatoren wijzen erop dat verzet tegen tariefverhogingen (ofwel het gewoon laten verlopen van de verlaagde tarieven voor de allerrijksten) een belangrijke uitgangspositie is in de onderhandelingen met het Witte Huis, omdat de president en zijn partij te weinig bezuinigingen op de gigantische federale bureaucratie op tafel hebben gelegd. De onderhandelingen over de ‘fiscale afgrond’ staan ook in de bredere context van onontkoombare hervormingen van de staatsfinanciën, waaronder sociale zorgprogramma’s inbegrepen zijn, in de komende tweede ambtstermijn van Barack Obama. Verder is het zeker waar dat de Democraten de opbrengst van een tariefverhoging schromelijk overdrijven. Er wordt te vaak geroepen dat een dergelijke verhoging makkelijk 800 miljard dollar binnenhaalt, een getal dat dan op onheuse wijze naast de 1,1 biljoen dollar van het “begrotingstekort” wordt geplaatst. Men zegt er dan niet bij dat het begrotingstekort jaarlijks meer dan 1 biljoen dollar bedraagt en dat de 800 miljard dollar een totaalbedrag over tien jaar is. In feite is het dus nauwelijks meer dan een druppel op de gloeiende plaat.
Toch spelen Republikeinen de Democraten volledig in de kaart door zo halsstarrig te blijven weigeren over het verhogen van belastingtarieven te praten. Als zelfs conservatieve economen menen dat een lichte verhoging van de tarieven voor de hoogste inkomens (van 35 procent nu naar 37 of 38 procent in 2013) geen noemenswaardige negatieve effecten op de economie zal hebben, dan spelen Republikeinen een hoog spel op een onhoudbare positie.
Alles in de Amerikaanse politiek komt in wezen neer op het correct spelen van het media-spel. Gegeven dat alle grote media in de VS, met uitzondering van de opinie-pagina van deWall Street Journalen de nieuwszender Fox News, op de hand van de Democraten zijn, is het de Republikeinen eraan gelegen om zo toegeeflijk als mogelijk over te komen. Dat betekent niet dat de partij principes hoeft op te geven, maar zeker in de schaduw van de recente verkiezingen, waarbij kiezers – en velen die thuisblijven – de partij als onserieus verwierpen, moeten de Republikeinen zich realiseren dat de meerderheid van de kiezers een uitblijven van een compromis op konto van de Republikeinen zullen neerschrijven. De samenvatting van de huidige Republikeinse positie is dat “de Republikeinen voor de rijken zijn”. Dat is niet waar, maar het past wel lekker makkelijk op een bumpersticker en is goed te verkopen aan de kiezers. In hoeverre de partij daar op lange termijn last van zou houden is onduidelijk (want het geheugen van de kiezer is kort), maar heeft de partij behoefte aan een dergelijk riskant spelletje blufpoker?