maandag 27 augustus 2012

Op naar de conventie

Vandaag begint officiëel de Republikeinse partijconventie. Ik sprak daarover gisterenavond laat in het NOS Radio 1 programma "Met het oog op morgen" samen met auteur Geert Mak, die net een nieuw boek over zijn rondreis door Amerika heeft gepubliceerd (Reizen zonder John). Een link naar de uitzending hier (mijn bijdrage begint op 32 minuten. Ik deed ook verder mee in de discussie met Geert Mak na het plaatje van Wounded Knee).

Het begint wel stormachtig voor Mitt Romney. De storm Isaac heeft al één dag van het programma afgehakt. Hoewel Isaac niet direct op Tampa afkomt, is men natuurlijk erg beducht voor alle afgevaardigden, journalisten, en andere gasten. Die moeten veilig kunnen reizen. Verder wil men ook mediaflaters zoals in 2005 toen George W. Bush een slecht figuur sloeg na orkaan Katrina voorkomen. Ook in 2008 werd het programma van de Republikeinse conventie (toen in de eerste week van september) ingekort, vanwege een orkaan in de Golf van Mexico, dus men is bij de Republikeinse Partij wel wat gewend. In principe heeft de storm weinig invloed op de conventie en op Romney, maar toch heeft hij wel één dag minder om zich aan Amerika bekend te maken. En dat zou iets kunnen schelen.

Maar er is ook die andere storm: de mediastorm rond Todd Akin en zijn schandalig domme uitspraak over verkrachting.  Het is even sensatie, en de Obama-campagne probeert ook om Akin aan het publieke imago van Romney en de Republikeinse Partij te knopen. Dat lukt ze op de lange termijn niet; daarvoor is Akin toch te marginaal en onbekend. Het geheugen van de doorsneekiezer is te kort om dat in november nog te weten. De hele partij heeft zich bijna zonder uitzondering van Akin verwijderd en oefent druk op hem uit om uit de race voor de senaat te stappen. Het kan wel invloed hebben op de senaatsverkiezingen, want het is nu bijna zeker dat de zittende senator (Democraat Claire McCaskill) de verkiezing in Missouri gaat winnen, terwijl ze eerst op flinke achterstand stond. De kans op een meerderheid in de Senaat is nu voor de Republikeinen kleiner geworden.

Het belangrijkste doel voor Romney is om zich op die conventie aan Amerika te presenteren. Er geldt een enorm verschil in naamsbekendheid tussen de zittende president Barack Obama en de voormalige gouverneur Mitt Romney. Veel mensen kennen Romney niet, of weten buiten zijn naam om maar heel weinig. Dat geeft Barack Obama de mogelijkheid om via campagnespotjes e.d. het publieke imago van zijn tegenstander als het ware vast te leggen.

Het is dus aan Romney om duidelijk te maken wie hij is en waar hij voor staat. Het mediabeeld van de kandidaat is in onze cultuur immers van groot belang in de campagne. De conventie is deze week het belangrijkste nieuws in Amerika. Voor het eerst zullen alle zenders en alle nieuwsuitzendingen aandacht geven aan de Republikeinse kandidaat; tot nog toe was het steeds maar samenvattinkjes van een paar minuten, waardoor veel Amerikanen zelden iets van Romney of de Republikeinen hebben gehoord of gezien. Nu wordt heel Amerika drie dagen lang met Republikeinen gebombardeerd.

Toch gaat het met Romney niet zo heel goed. Alle landelijke peilingen geven aan dat een meerderheid van de kiezers Obama niet zien zitten en ontevreden zijn met zijn economische beleid, maar ze tonen ook aan dat een krappe meerderheid toch de voorkeur aan Obama geeft. Men kent Romney niet. Obama’s naamsbekendheid is groter en Romney heeft nog geen overtuigend, gedetailleerd beleidsprogramma laten zien. Daar draait het ook in Tampa wel een beetje om. Ook de keuze voor Paul Ryan als zijn vice-presidentskandidaat heeft tot nu toe weinig bij de onafhankelijk kiezers teweeg kunnen brengen. Hij is eveneens te onbekend. Voor hem ligt dus in Tampa ook een belangrijke taak: laten zien dat hij een flinke kop met kennis op zijn schouders heeft. Wellicht dat men hem in het debat met Joe Biden (in oktober) pas echt zal leren kennen. Het is te verwachten dat Ryan met de onbenullige Biden de vloer aan zal vegen.
Verkiezingsprojectie 25 augustus 2012
(gele staten zijn onbeslist, rood is Republikeins, blauw is Democratisch / bron:  http://fivethirtyeight.blogs.nytimes.com/

Overigens gaat het in Amerika bij presidentsverkiezingen om de “swing states”, staten die de doorslag zouden kunnen geven (omdat men “punten” per staat verdient). In die staten staat Obama nog steeds op een krappe voorsprong: Florida, Virginia, Ohio, Wisconsin, Iowa, Colorado en Nevada (wellicht ook New Hampshire, maar dat is erg klein). Alleen Florida lijkt eerder naar de Republikeinen over te hellen, alle andere staten zijn eerder op Obama’s kant.

Wie het boek van Geert Mak heeft gelezen (ik heb alleen een vluchtige blik kunnen werpen op het boek), zal niet verbaasd zijn dat ik en dhr. Mak Amerika vanuit een andere hoek bekijken. Geert Mak heeft wel erg veel overduidelijke minachting voor FOX News: “Voor Fox is de waarheid– of, beter, het zoeken naar de waarheid – volstrekt irrelevant.” (blz. 269) Dat is een wel erg oppervlakkige analyse van Amerika -- eigenlijk typisch voor een Europese tourist die na een paar weken of maanden wel denkt het land te begrijpen.

Mak is erg bang dat Amerika gaat kiezen voor een afbouw van de sociale zorg. Hij gelooft dat meer overheid nodig is. Er zitten nogal wat haken en ogen aan een dergelijke stelling, omdat het uitgaat van twee vooraannames: (1) dat meer overheid automatisch betere zorg betekent; en (2) met overheid bedoelt Geert Mak te makkelijk de "federale" overheid. De Republikeinen willen wel degelijk flink snijden in de centrale macht van Washington, maar daarmee tornen zij zeker niet aan de macht van de overheid per se. Nog een aantal specifieke haken en ogen:

1.        Ten eerste is het niet waar dat Amerika nu helemaal geen sociale zorg heeft. Er is Medicare (ziekenfonds voor senioren), Medicaid (ziekenfonds voor armere Amerikanen en mensen met handicaps en andere bijzondere aandoeningen), Social Security (AOW) en foodstamps (voedselbonnen), om maar een paar belangrijke programma’s te noemen. Er zullen ongetwijfeld verbeteringen in die systemen kunnen komen en het is ook niet allemaal zo ingericht als in de meeste Europese landen, maar je kunt niet beweren dat er niets is.
2.        De staatsinrichting is ook heel anders. Amerika is een federale republiek en de landelijke overheid heeft onder de grondwet veel minder macht dan de landelijke overheid in Nederland; subsidiariteit is een veel krachtigere factor in de VS als in Nederland. Dus verwacht men hier in Amerika dat problemen vooral plaatselijk of op het niveau van de individuele staten worden opgelost, tenzij het een probleem is dat alle staten of een groot deel van de staten op precies dezelfde manier treft.
3.        Dat heeft ook te maken met de omvang van het land. Omstandigheden in het subtropische Florida zijn anders dan in het koude Minnesota of het woestijnachtige Arizona. Afstanden zijn groot, zodat het logistiek ook vaak niet goed is alles vanuit Washington te regelen.
4.        Verder ben ik erg pessimistisch over het success van de centralistische hervormingen die onder Obama zijn doorgevoerd. Obamacare is een poging om een landelijk probleem in de gezondheidszorg op te lossen en spreekt inderdaad veel verschillenden dingen aan, maar de wet is zo’n onoverzichtelijke warboel dat het volgens velen de gezondheidszorg alleen maar slechter maakt—en ook nog eens duur en inefficiënt is.
5.        Tenslotte is hetnu niet het moment om gigantische overheidsuitgaven te doen. Amerika is hard op weg om in de voetstappen van Griekenland te volgen. De staatsschuld (16 biljoen) is groter dan die van alle andere landen in de hele wereld bij elkaar. Over tien jaar begint de federale overheid failliet te gaan. Dit probleem is van zo’n enorme omvang dat het niet mogelijk is om met traditionele belastingverhogingen op rijkere Amerikanen genoeg belastinginkomsten te vergaren en het gat te vullen. De schuld is zo groot dat het vermogen van alle rijkste Amerikanen bij elkaar niet genoeg is om het begrotingstekort van één jaar op te lossen. Er moeten dus andere structurele oplossingen worden gezocht.
6.        Dat betekent overigens niet dat de Republikeinen voor een einde aan sociale zorg staan. Wel voor hervormingen, met lagere uitkeringen (of een einde aan AOW voor miljonairs) en privatisering van onderdelen, om de druk op de federale overheid te verminderen, meer vrijheid aan burgers te geven om zelf te investeren, en de hele sociale zorg van een fiscale implosie te redden. Liever 80% sociale zorg dan geen sociale zorg.

Dit alles wil niet zeggen dat het plan van de Republikeinen allemaal koek en ei is. Geert Mak wees terecht op het punt van de belastingen. Dat is inderdaad het zwaktepunt in mijn ogen van de Republikeinse benadering. Het is waar dat je niet flink belastingen moet gaan verhogen in een zwakke economie, zelfs niet op die superrijken "die het wel kunnen missen." Of ze het kunnen missen of niet is niet belangrijk; belangrijker is te vragen wat het effect op het economische gedrag van die superrijken zal zijn als ze dadelijk een procentje meer of minder, of tien procent, of vijftien procent meer moeten betalen. Aangezien de "superrijken" ofwel van investeringen leven (financiële leningen aan bedrijven) of zelf een bedrijf runnen, graai je dus die belastingcenten weg van de huidige bestedingswijze en ken ze aan de staat toe. Ik heb tot nog toe weinig in Washington gezien dat mij er gerust op maakt, dat de federale overheid dat geld nuttiger gaat investeren dan die vermaledijde superrijken. Het wordt tijd dat men eens ophoudt de rijke mensen neer te zetten als snode valsaards. Dat is een 19-eeuws Marxisme. Het meerendeel van de rijken zijn gewoon successvolle beoefenaars van de economie.

Toch komt er een grote Maar als afsluiting: de Republikeinen kunnen m.i. op geen enkele manier hard maken dat een matige belastingverhoging voor de rijken niet zou kunnen helpen. Zolang we maar niet praten over het "uitkleden" van de rijken, waar de Democraten voor staan, is het best mogelijk dat een paar procentjes meer pijn bij de rijken wellicht genoeg ruimte schept voor de overheid om iets flexibeler met hervormingen en bezuinigingen om te gaan. De starre weigering om nog geen dollar belastingverhoging voor tien dollar bezuinigingen te accepteren doet hen in het licht van de camera's weinig goed. Daar moet voor de verkiezingen nog aan gesleuteld worden, anders geven ze Obama te veel amunitie om Romney (zelf één van de superrijken -- evenals bijvoorbeeld John Kerry, Democratisch kandidaat in 2004, overigens) als ... eh, ja valse rijke snoodaard neer te zetten.

maandag 13 augustus 2012

Romney kiest met Paul Ryan voor inhoudelijke campagne


Met zijn keuze voor Paul Ryan heeft Mitt Romney – eindelijk – wat moed laten zien. Tot dusver heeft Romney een tamelijk timide campagne gevoerd. Daarom gingen velen ervan uit dat hij een omzichtige keuze zou maken bij de selectie van een vice-presidentskandidaat. Een degelijke, maar misschien ietwat saaie kandidaat, zoals Rob Portman of Tim Pawlenty. Romney zou niet, zoals John McCain in 2008 met Sarah Palin, een risico nemen met een controversiële kandidaat die bij nader inzien niet de nodige diepte en politieke vaardigheid blijkt te bezitten.

Maar zo kon het niet langer. Het Obama-kamp opende eind juli de frontale aanval met o.a. een aantal stevige campagnespotjes, waarin zijn carrière bij investeringsfirma Bain Capital en zijn persoonlijke rijkdom doelwit werden. Die aanval was succesvol. Romney had geen adequaat antwoord op de aantijgingen van de Democraten en hij zakte flink weg in zowel landelijke peilingen als in de cruciale ‘swing states’. De omstandigheden – en de strategie van zijn tegenstander – dwongen Romney voor een toch wat gewaagdere kandidaat te gaan.

Paul Ryan blaast zonder twijfel Romneys verkiezingscampagne nieuw leven in. Binnen zijn eigen partij is Ryan ongekend populair. Met zijn jeugdige uitstraling, zijn onbetwijfelde trouwheid aan conservatief gedachtengoed en ongeëvenaarde dossierkennis op het gebied van financiën neemt de 42-jarige afgevaardigde uit Wisconsin alle twijfels weg bij Republikeinen die Romney te gematigd of te afstandelijk vonden.

Maar bij het bredere electoraat is Ryan een uiterst controversiële keuze. De laatste jaren is Ryan uitgegroeid tot intellectueel leider van zijn partij op het gebied van de economie en staatsfinanciën. Zijn visie is somber: het sociale uitkeringssysteem staat binnen een decennium voor de afgrond en de enige uitweg is om nu in uitkeringen te gaan snijden om het systeem op lange termijn te redden.

Deze boodschap, die Ryan in zijn alternatieve begrotingsplan The Path to Prosperity (Het pad naar welvaart) heeft vastgelegd, wordt door Democraten gezien als de nekslag voor de sociale verzorgingsstaat en wordt steevast als ‘extreem’ bestempeld. Er ligt al een (uit 2010 gerecycled) campagnespotje klaar waarin een Paul Ryan-imitator een oud dametje met rolstoel en al de afgrond in duwt. Het laat weinig aan de verbeelding over: de Republikeinen zijn zelfzuchtige monsters die geen hart hebben voor de zwaksten in de samenleving.

Er zijn wel degelijk genoeg onvolkomenheden in de aanpak die de Republikeinen voorstaan. Zo is de Republikeinse weigering om geen cent belastingverhoging voor de hogere inkomens te accepteren ronduit onverantwoordelijk te noemen. De hardnekkig Republikeinse tegenstand tegen een aantal redelijke Democratische voorstellen om enkele matige tariefverhogingen voor de rijksten in een breed pakket bezuinigingen op te nemen is begrijpelijk aangezien de meeste voorstellen heimelijk waren opgetuigd met een reeks Democratische wensdromen. Toch hadden doortastende onderhandelingen wel degelijk tot een redelijk compromis kunnen voeren. In afwezigheid van een dergelijk compromis lijken Republikeinse begrotingsvoorstellen boekhoudkundig niet sluitend te krijgen.

Anderzijds hebben de planeconomische impulsen in Obama’s beleid van de afgelopen 3 jaar – en het ontbreken van een samenhangende visie op de toekomst bij de Democraten – geleid tot het zwakste economische herstel sinds de jaren dertig, een werkloosheid die nog steeds boven de 8 procent ligt en de grootste staatsschuld van enig land uit de geschiedenis. Tegen die achtergrond is een stevig debat over de geneugten van een vrije markt en een kapitalistische economie nuttig.

Door juist Paul Ryan te kiezen laat Romney zien dat hij dat debat aandurft, want Ryan bezit de vaardigheid om boven de tergend oppervlakkige kritiek uit te stijgen en de kiezer in gewone taal Amerika’s economische dilemma, de komende schuldencrisis en de noodzaak voor belasting- en financiële hervormingen uit te leggen. Dat is geen eenvoudige zaak, maar als de partijen eindelijk eens tot een inhoudelijk debat worden gedwongen – zou dat geen verademing zijn?