De Amerikaanse buitenlandpolitiek moet opnieuw worden uitgevonden. Het is niet maar een kwestie van bijstellen, maar een volledige renovatie. Als we een doctrine van mea culpa instellen zou dat onze geloofwaardigheid vergroten, doordat we dan laten zien dat we de zonden van onze voorgangers niet goedkeuren. Toen Willy Brandt in het ghetto van Warchau op één knie ging was dat een welkom gebaar voor de overlevenden van de Tweede Wereldoorlog, maar het was ook een veredelende zielereiniging voor Duitsland. Zou een dergelijk beleid nutteloos zijn voor de Verenigde Staten?Zo schreef Samantha Powers, nu speciale assistente van president Obama, in 2003 in het linkse weekblad The New Republic. Volgens politieke veteranen Douglas Feith en Seth Cropsey, die in het aankomende nummer van Commentary Magazine een verhelderend artikel over het buitenlandbeleid van de president schrijven, vat dit citaat goed samen wat het achterliggende principe van dat beleid is.
Feith en Cropsey verwerpen de labels "weifelend" en "doelloos" die zo vaak voor het verwarrende buitenlandbeleid van Barack Obama worden gebruikt. In plaats daarvan zien ze een heel duidelijke lijn in dat beleid en het citaat van Powers vat goed samen vanuit welke visie op Amerika dat beleid voortkomt. Even afgezien van de feitelijke onwaarheden en fouten in haar beschrijving van Brandts knieval in Warchau (ze schrijft zijn naam verkeerd als "Willie" en beweert dat hij op één knie ging, terwijl hij op beide knieën neerzonk), is haar politiek-historische analyse van het moment faliekant verkeerd. Brandts knieval was geen onderdeel van zijn buitenlandbeleid. Brandt heeft later duidelijk omschreven dat de knieval uit een spontane emotie van het moment voortkwam, niet uit een berekening om daarmee de ziel van de Duitsers te reinigen.
Maar dat Powers dit beeld gebruikt voor een vergelijking met Amerika van nu is schandalig, want Powers impliceert met haar woorden dat Amerika voor net zulke verschrikkelijke daden als de Nazis moet boeten. Het is ook naïef en gevaarlijk om op de basis van een dergelijk verwrongen beeld van de geschiedenis en de huidige politieke werkelijkheid beleid te maken. Amerika is geen enkel opzicht te vergelijken met Duitsland: niet qua omvang, bevolkingsgrootte, geschiedenis, economie, en militaire macht.
Feith en Cropsey maken duidelijk dat president Obama zich heeft omgeven met een kader academici die echter Amerika's geschiedenis begrijpen als een welhaast niet aflatende stroom van internationale wandaden, waaronder de Vietnam-oorlog en het in hun ogen schurkachtige optreden van de VS in Irak en Afghanistan als kroongetuigen voor de aanklager optreden. Obama's buitenlandbeleid wordt dan ook van alle kanten ingegeven door mensen die ten diepste geloven dat het bloed van honderdduizenden, zo niet miljoenen onschuldige burgers in andere landen aan de handen van de Amerikaanse regering kleeft.
Vanuit die optiek bezien is het dan ook begrijpelijk dat Obama's adviseurs op beleid aandringen dat Samantha Powers in haar artikel ook predikte: zich zo snel mogelijk ontdoen van de middelen die de VS zo vaak in militaire uitstapjes in het buitenland heeft doen verzeilen. Feith en Cropsey stellen vast dat de regering Obama zich hecht probeert vast te bijten in allerlei internationale overeenkomsten en organisaties om zo voor nu en de lange toekomst de handen van de Amerikaanse regering te binden. Alleen zo kan voorkomen worden dat Amerika op eigen houtje militair ingrijpt.
Het beeld dat Feith en Cropsey schetsen is tamelijk pessimistisch, want tussen de regels door is duidelijk te verstaan dat de auteurs dit beleid als gevaarlijk voor de veiligheid van Amerika afwijzen. Daarin hebben zij gelijk in de mate waarin ze de juiste diagnose stellen. De vraag is: Hebben zij gelijk als ze beweren dat Obama geen starre ideoloog is, maar politiek flexibel genoeg is om principes op te geven voor het maximaal bereikbare? Het is m.i. zeker waar dat Obama een politiek behendig dier is - anders was hij nooit in het Witte Huis terechtgekomen. Toch moet niet vergeten worden dat Obama die weg daarheen wel erg snel heeft afgelegd en zijn duidelijke onkunde en tegenstrijdige beleid op velerlei beleidsterreinen tonen aan dat Obama niet de tijd heeft gehad om zich op zijn werk voor te bereiden. Daarom ontbreekt het hem aan de nodige kennis en ervaring om, zoals Feith en Cropsey beweren, een principieel beleid met een omlijnd lange-termijn doel uit te stippelen.
Het lijkt mij eerder dat Obama gevangen zit tussen de ideologie die Feith en Cropsey tekenen - de ideologie van multinationalisme - en de politieke werkelijkheid in de wereld. Het is op het snijpunt van die twee lijnen dat Obama's intellectuele armoede het schrikbarendst zichtbaar is geworden. Ook vanuit die optiek is te verklaren waarom Obama deze maand al het advies van zijn militaire adviseurs in de wind heeft geslagen en een terugtrekking van 10.000 soldaten uit Afghanistan tijdens het zomerseizoen heeft aangekondigd, wanneer het hardste wordt gevochten en een terugtrekking het gevaarlijkste is. Want hij is een starre ideoloog.