dinsdag 28 juni 2011

Obama als Willy Brandt

De Amerikaanse buitenlandpolitiek moet opnieuw worden uitgevonden. Het is niet maar een kwestie van bijstellen, maar een volledige renovatie. Als we een doctrine van mea culpa instellen zou dat onze geloofwaardigheid vergroten, doordat we dan laten zien dat we de zonden van onze voorgangers niet goedkeuren. Toen Willy Brandt in het ghetto van Warchau op één knie ging was dat een welkom gebaar voor de overlevenden van de Tweede Wereldoorlog, maar het was ook een veredelende zielereiniging voor Duitsland. Zou een dergelijk beleid nutteloos zijn voor de Verenigde Staten?
Zo schreef Samantha Powers, nu speciale assistente van president Obama, in 2003 in het linkse weekblad The New Republic. Volgens politieke veteranen Douglas Feith en Seth Cropsey, die in het aankomende nummer van Commentary Magazine een verhelderend artikel over het buitenlandbeleid van de president schrijven, vat dit citaat goed samen wat het achterliggende principe van dat beleid is.

Feith en Cropsey verwerpen de labels "weifelend" en "doelloos" die zo vaak voor het verwarrende buitenlandbeleid van Barack Obama worden gebruikt. In plaats daarvan zien ze een heel duidelijke lijn in dat beleid en het citaat van Powers vat goed samen vanuit welke visie op Amerika dat beleid voortkomt. Even afgezien van de feitelijke onwaarheden en fouten in haar beschrijving van Brandts knieval in Warchau (ze schrijft zijn naam verkeerd als "Willie" en beweert dat hij op één knie ging, terwijl hij op beide knieën neerzonk), is haar politiek-historische analyse van het moment faliekant verkeerd. Brandts knieval was geen onderdeel van zijn buitenlandbeleid. Brandt heeft later duidelijk omschreven dat de knieval uit een spontane emotie van het moment voortkwam, niet uit een berekening om daarmee de ziel van de Duitsers te reinigen.

Maar dat Powers dit beeld gebruikt voor een vergelijking met Amerika van nu is schandalig, want Powers impliceert met haar woorden dat Amerika voor net zulke verschrikkelijke daden als de Nazis moet boeten. Het is ook naïef en gevaarlijk om op de basis van een dergelijk verwrongen beeld van de geschiedenis en de huidige politieke werkelijkheid beleid te maken. Amerika is geen enkel opzicht te vergelijken met Duitsland: niet qua omvang, bevolkingsgrootte, geschiedenis, economie, en militaire macht.

Feith en Cropsey maken duidelijk dat president Obama zich heeft omgeven met een kader academici die echter Amerika's geschiedenis begrijpen als een welhaast niet aflatende stroom van internationale wandaden, waaronder de Vietnam-oorlog en het in hun ogen schurkachtige optreden van de VS in Irak en Afghanistan als kroongetuigen voor de aanklager optreden. Obama's buitenlandbeleid wordt dan ook van alle kanten ingegeven door mensen die ten diepste geloven dat het bloed van honderdduizenden, zo niet miljoenen onschuldige burgers in andere landen aan de handen van de Amerikaanse regering kleeft.

Vanuit die optiek bezien is het dan ook begrijpelijk dat Obama's adviseurs op beleid aandringen dat Samantha Powers in haar artikel ook predikte: zich zo snel mogelijk ontdoen van de middelen die de VS zo vaak in militaire uitstapjes in het buitenland heeft doen verzeilen. Feith en Cropsey stellen vast dat de regering Obama zich hecht probeert vast te bijten in allerlei internationale overeenkomsten en organisaties om zo voor nu en de lange toekomst de handen van de Amerikaanse regering te binden. Alleen zo kan voorkomen worden dat Amerika op eigen houtje militair ingrijpt.

Het beeld dat Feith en Cropsey schetsen is tamelijk pessimistisch, want tussen de regels door is duidelijk te verstaan dat de auteurs dit beleid als gevaarlijk voor de veiligheid van Amerika afwijzen. Daarin hebben zij gelijk in de mate waarin ze de juiste diagnose stellen. De vraag is: Hebben zij gelijk als ze beweren dat Obama geen starre ideoloog is, maar politiek flexibel genoeg is om principes op te geven voor het maximaal bereikbare? Het is m.i. zeker waar dat Obama een politiek behendig dier is - anders was hij nooit in het Witte Huis terechtgekomen. Toch moet niet vergeten worden dat Obama die weg daarheen wel erg snel heeft afgelegd en zijn duidelijke onkunde en tegenstrijdige beleid op velerlei beleidsterreinen tonen aan dat Obama niet de tijd heeft gehad om zich op zijn werk voor te bereiden. Daarom ontbreekt het hem aan de nodige kennis en ervaring om, zoals Feith en Cropsey beweren, een principieel beleid met een omlijnd lange-termijn doel uit te stippelen.

Het lijkt mij eerder dat Obama gevangen zit tussen de ideologie die Feith en Cropsey tekenen - de ideologie van multinationalisme - en de politieke werkelijkheid in de wereld. Het is op het snijpunt van die twee lijnen dat Obama's intellectuele armoede het schrikbarendst zichtbaar is geworden. Ook vanuit die optiek is te verklaren waarom Obama deze maand al het advies van zijn militaire adviseurs in de wind heeft geslagen en een terugtrekking van 10.000 soldaten uit Afghanistan tijdens het zomerseizoen heeft aangekondigd, wanneer het hardste wordt gevochten en een terugtrekking het gevaarlijkste is. Want hij is een starre ideoloog.

zaterdag 25 juni 2011

Weekend-update over race 2012

Karl Rove: "Why Obama Is Likely to Lose" (Wall Street Journal - 22 juni 2011)
De Republikeinse meester-strategist schrijft een zeer helder artikel, waarin hij argumenteert dat Obama vier belangrijke punten tegen zich heeft: (1) de economie is zwak en zal dat waarschijnlijk tot november 2012 blijven; (2) belangrijke strategische blokken kiezers keren hem de rug toe (m.n. Joodse kiezers, ouderen, studenten); (3) hij moet onpopulair beleid verdedigen; en (4) hij heeft slechte strategische beslissingen genomen. Rove is een expert en vriend en vijand weten dat men Karl Rove alleen op eigen gevaar negeert.

Deroy Murdock: "Who Is Mitt Romney?" (National Review Online - 24 juni 2011)
Murdock kaart aan dat Romney nogal een aantal tegenstrijdige standpunten heeft ingenomen. Zo liet hij in 2007 weten dat hij graag zelf in Vietnam had gevochten, terwijl hij dertien jaar eerder had gezegd dat hij destijds geen zin had om zijn land in Vietnam te dienen. Ook op abortus heeft hij nogal een draai gemaakt: eerst pro-choice, tegenwoordig pro-life. Zulke veranderingen van mening komen wel vaker voor, maar zijn moeilijk te verklaren. Murdock vindt dit terecht een groot probleem voor zijn mogelijke kandidatuur.

Daniel Halper: "A Word of Caution for Rick Perry" (The Weekly Standard - 25 juni 2011)
Halpers artikel is niet zozeer een waarschuwing als een smeekbede voor Perry om nu zijn kandidatuur bekend te maken. Hij tekent de problemen waar de VS zijns inziens mee kampen en concludeert dat Perry één van de weinige kandidaten zou zijn die een geloofwaardige campagne kan voeren om die problemen op te lossen. Maar, zo waarschuwt Halper, Amerikanen beginnen het zat te worden om door veelbelovende Republikeinse gouverneurs in de steek te worden gelaten. Perry moet niet met de Amerikaanse kiezer spelen, anders voegt hij de Republikeinse merknaam flinke schade toe.

vrijdag 24 juni 2011

Het Republikeinse veld

Nu deze week ook voormalig gouverneur Jon Huntsman (Utah) zijn kandidatuur bekendmaakte is het legertje Republikeinse presidentskandidaten tot tien aangewassen. Het lijkt me tijd om eens op te houden zo meesmuilend te schrijven over het arsenaal van losse flodders waaruit het Republikeinse veld volgens de linkse media lijkt te bestaan.

Huntsman zelf heeft weinig steun. Zijn naamsbekendheid is gering en hij heeft bovendien de euvele pech dat hij als gematigd Republikein tot voor kort ambassadeur in China was -- als afgezant van Obama dus. Toch is er veel voor zijn staat van dienst te zeggen, meent Jim Geraghty van National Review Online. Jonathan Tobin van Commentary Magazine vindt hem niets meer dan een "leeg maatpak" dat niet in de schaduw van Ronald Reagan of zelfs maar John McCain kan staan. Dat zijn naam verkeerd werd gespeld op de perspassen voor de persconferentie waarin hij zijn kandidatuur aankondigde is misschien wel emblematisch voor het gebrek aan inhoud van zijn kandidatuur. In zijn toespraak maakte hij geen melding van enig beleidspunt, enkel maar dat hij het met Obama niet over alles eens is. Dat is een wel erg smalle basis voor een presidentiële campagne.

Mijn lijstje met serieuze kandidaten is momenteel (in volgorde van kansrijkheid--niet die van mijn voorkeur):
  1. Mitt Romney. Ondanks het feit dat ik hem ook een leeg maatpak vind, dat niet de moed heeft "Obamneycare" te verwerpen, heeft hij gewoon pragmatisch bekeken de beste kans om zowel de nominatie als de verkiezing binnen te halen.
  2. Tim Pawlenty. De grijze muis uit Minnesota heeft veel potentieel. Als hij de Obamneycare-grap had afgemaakt tijdens het debat, spraken nu meer mensen over Pawlenty. T-Paw moet Reagans elfde gebod ("Gij zult over uw mede-Republikeinen geen kwaadspreken.") zo snel mogelijk overboord gooien en zich realiseren dat hij het niet eens tot de voorverkiezingen in Iowa haalt als hij Romney niet genadeloos neersabelt.
  3. Rick Perry. Heeft nog niets bekend gemaakt, maar als de geruchten waar zijn dat hij een gooi naar het Witte Huis overweegt, staat hij bij mij op nummer drie.
  4. Herman Cain. Hij is volledig on bekend politiek, dus het is moeilijk hem te scoren. Maar voorlopig heeft hij nog geen fout gemaakt. Hij is een goed spreker, heeft nuttige ervaring als zakenman, en heeft geld. Het zou dom zijn te negeren dat de man zwart is: dat verschaft hem in deze race (tegen Barack Obama) een niet te onderschatten voordeel.
De overige kandidaten hebben m.i. geen reële kans de Republikeinse nominatie binnen te slepen.

Rick Santorum heeft zijn laatste senaatsverkiezing genadeloos verloren en nu zou hij zijn machtsbasis willen uitbreiden? Hij is geen slechte vent, maar is gewoon geen serieuze kandidaat.

Sarah Palin is volgens mij echt niet geïnteresseerd. (Ze moet nota bene nu verplicht als jurylid komen opdraven.)

Michele Bachmann, de vage verwante van tante Palin, lijdt net zo goed aan politieke mond-en-klauwzeer (ook bekend als mond-diarree) als Palin. (NB. Bachmann is mijn volksvertegenwoordigster en ik heb uit wanhoop inderdaad op haar gestemd. Het alternatief was zo mogelijk nog gekker.)

Ron Paul ... hahahahahahahahaha!

Newt Gingrich. Mijn mening is moeilijk in woorden te vatten. Met dit filmpje dan maar.

Update:
Nate Silver van FiveThirtyEight van de New York Times is het overigens met me eens over de top drie kandidaten. Ik kan met niet vinden in zijn redenering (wel erg lang...) over Michele Bachmann. Toch is zijn redenering, inclusief de update over de tweede divisie van kandidaten die hij net heeft gepost, één van de sterkste die ik tot nu toe gezien heb.

vrijdag 10 juni 2011

Campagne van Newt Gingrich loopt leeg

De presidentiële campagne van Newt Gingrich is op donderdag plots op een flinke klip gelopen nadat bijna zijn gehele staf en masse ontslag nam. Gingrich zegt nog wel dat hij door zal gaan, maar in werkelijkheid betekent dit zo goed als zeker het einde van zijn campagne. Intussen heeft Tim Pawlenty één van de belangrijkste adviseurs van Gingrich, voormalig gouverneur Sonny Perdue (Georgia), in zijn campagneteam opgenomen.

donderdag 9 juni 2011

Donkere wolken

De conservatieve krant Wall Street Journal drukte op woensdag verscheidene interessante artikelen af waarin de auteurs een zwart scenario voor Amerika onder Barack Obama tekende

Grace-Marie Turner berichtte over een analyse die zij had gemaakt van de waarschijnlijke gevolgen van Obamacare. Volgens Turner zal ongeveer de helft van de Amerikaanse bedrijven ervoor kiezen om in 2015 hun werknemers niet langer een gezondheidsverzekering aan te bieden. Dat is namelijk het eerste jaar waarin Obamacare, officieel bekend als de Affordable Care Act (ACA), volledig in werking treedt en burgers een verzekeringsplicht hebben. Turner schrijft dat veel meer bedrijven dan verwacht nu al besluiten dat het veel goedkoper is om hun werknemers per 1 januari 2015 in het gesubsidieerde overheidssysteem te dumpen dan om zelf hun polissen te herschrijven om te voldoen aan de waanzinnige regels van de ACA. Als gevolg van deze berekeningen vermoedt Turner dat de Amerikaanse overheid minstens 1 biljoen [sic] dollar meer zal moeten ophoesten voor subsidies dan in de originele wet voorzien was. Nog een teken dat de ACA een slecht doordacht stuk bureaucratische politiek is.

Tegelijkertijd publiceerden Daniel Henninger en Martin Feldstein elk een artikel waarin de staat van de Amerikaanse economie als nog veel slechter wordt voorgesteld als men doorgaans gelooft. Beide auteurs houden de president verantwoordelijk voor een economisch beleid dat de huidige economische crisis verergert en verlengt. Obama lijkt met de kop in het zand te regeren; hij wil de donkere wolken die zich boven Amerika samenpakken niet erkennen: een weer stijgende werkeloosheid en een verslechterende huizenmarkt.

Henninger ziet tegelijkertijd ook een kentering in de kansen voor de Republikeinen. Met name Tim Pawlenty blonk volgens hem uit door een duidelijk alternatief voor Obama's economische beleid te presenteren. "Of de oplossingen van Pawlenty ook werken is van minder belang", schrijft Henninger. "Belangrijker is dat hij een duidelijk alternatief presenteerde." Daar profiteert niet alleen de voormalige gouverneur van Minnesota van--alle Republikeinse kandidaten kunnen zich Pawlenty's merk eigen maken.

dinsdag 7 juni 2011

Weiner verstrikt in sexting en leugens

Wat donderdag al overduidelijk was heeft afgevaardigde Anthony Weiner vandaag (hier in de VS is het nog maandag) dus eindelijk toegegeven: de onzedelijke foto's die via Twitter op het web zijn gekomen zijn wel degelijk van hem en zijn door hem verstuurd. Na drie dagen liegen en konten draaien kon Weiner er niet meer omheen. Hij bood zijn excuses aan, maar weigerde ontslag te nemen.

Weiner zal binnenkort wel op die beslissing terugkomen. CNN bericht nu al dat zijn eigen partij, waaronder voormalig voorzitster van het Huis Nancy Pelosi, om een onderzoek door de parlementaire ethiekcommissie heeft gevraagd - dat de ultra-linkse Pelosi een lid van haar eigen partij zo voor de leeuwen gooit is tamelijk ongewoon.

Weiners schandaal is bijna identiek aan het schandaal dat de Republikeinse afgevaardigde Chris Lee zijn zetel in noord New York kostte (en de Republikeinen verloren de zetel enkele weken geleden aan Democrate Kathy Hochul). Na zijn persconferentie is duidelijk dat Weiner niet handhaafbaar is als volksvertegenwoordiger; hij doet er beter aan om zo spoedig mogelijk ontslag te nemen en psychiatrische hulp voor zijn onaanvaardbare onzedelijke gedrag te zoeken.

Jonah Goldberg schrijft terecht in het blog The Corner van National Review Online dat Weiner ondanks zijn opmerking dat hij "volledige verantwoordelijkheid" voor dit schandaal op zich neemt, dat duidelijk niet doet door niet op te stappen. Maar nog erger vindt Goldberg dat Weiner de afgelopen drie dagen mee heeft geholpen de indruk te wekken dat de conservatieve blogger Andrew Breitbart verantwoordelijk was voor een heimelijk complot tegen Weiner. Goldberg en Breitbart vinden dat Weiner zich daarmee schuldig heeft gemaakt aan smaad. Juridisch heeft Goldberg daarin geen gelijk, maar zijn conclusie is wel terecht:

Te claimen dat iets niet illegaal is, is de laatste uitvlucht van een oneervol man.

maandag 6 juni 2011

Obama's leugenachtige auto-reddingsplan

Voorstanders van nieuwe financiële stimuleringspakketten wijzen graag naar de succesvolle redding van autofabrikanten GM en Chrysler door de federale regering. President Obama zei vorige week nog dat de autoindustrie er zo'n 113.000 nieuwe banen bij heeft sinds de nationalisering van die twee autofabrikanten. John Berlau legt uit in National Review Online dat die uitspraak, regelmatig herhaald door het Witte Huis, een zeer leugenachtige versie van de werkelijkheid is.

Het is waar dat er in de autoindustrie tussen de 72.000 en 115.000 nieuwe banen zijn geschapen sinds de Democraten in de federale regering met hun tengels achter de fabriekspoorten van GM en Chrysler begonnen te rommelen, maar Berlau doet nauwkeurig uit de doeken dat die banen allemaal bij andere autofabrikanten, veelal buitenlandse merken zoals Toyota en Honda, zijn ontstaan, en dan ook nog eens in staten in het zuiden van de VS, waar geen vakbonden zijn. Sterker nog, in werkelijkheid hebben GM en Chrysler sinds 2009 meer dan 16.000 banen verloren. Daarbij komen dan ook nog eens de vele tienduizenden banen die zijn verloren in de verwante bedrijven en sectoren (zoals autodealers) toen Obama's automaffiosi bij het uitvoeren van de gedwongen nationalisering en uitverkoop van GM en Chrysler bijvoorbeeld 25 procent van de autodealers dwong op stel en sprong de deuren te sluiten, een stap waarvoor geen enkele legitieme reden bestond.

Uiteindelijk was de 'redding' van GM en Chrysler door het Witte Huis niets meer of minder dan een politiek spelletje waarbij de vakbonden (in dit geval de UAW) een enorme pot geld kregen toegeschoven als terugbetaling voor hun steun tijdens Obama's verkiezingscampagne. Op dat geld had de UAW geen recht en het Witte Huis heeft de wet schromelijk overtreden om dat geld, door omzeiling van de geldende regels voor faillissementen, te bemachtigen. Daarvan zijn gewone werknemers, maar ook deelnemers in beleggingsfondsen die in GM en Chrysler hadden geïnvesteerd (waaronder veel pensioenfondsen van gewone arbeiders), de dupe geworden. En nu het eens te meer duidelijk is geworden dat de federale regering 14 miljard dollar heeft verloren in dit spelletje (en dat bedrag dus bij de staatsschuld kan worden geteld) moeten Obama, Geithner en kompanen maar eens ophouden dit politieke balletje-balletje als 'normaal' en succesvol economisch beleid te verkopen.

donderdag 2 juni 2011

Worst van Weiner

De Amerikaanse media doen alle moeite om met een uitgestreken gezicht te berichten over Weinergate, het broeiende schandaal rond Democratisch afgevaardigde Anthony Weiner, een wetgever uit de staat New York. Weiner, wiens naam hetzelfde klinkt als een platte Amerikaanse uitdrukking voor het mannelijke geslacht, beweert dat een foto waarop een tamelijk gevulde mannenonderbroek te zien is niet door hem via Twitter aan een dame in Seattle gestuurd is.

Men krabt zich tamelijk achter de oren, want Weiner gaf dan wel een verontwaardigde persconferentie waarop hij beweerde dat men zijn Twitter-account gehackt zou hebben, maar op de vraag of de foto zijn ondergoed toonde, antwoordde hij met de nietszeggende woorden: "Er is geen zekerheid over te krijgen of dit een echte foto of een gemanipuleerde foto is." Met andere woorden: het zou best wel eens worst van Weiner kunnen zijn. De linkse komiek Jon Stewart, een goede persoonlijke vriend van Anthony Weiner, verdedigde Weiner in zijn The Daily Show, dagen na het schandaal bekend werd (fragment van de show is te bekijken op Hulu, voor Nederlandse surfers ook hier via The Washington Post te zien).

Wat de consequenties van Weiners merkwaardige gedrag zullen zijn is moeilijk te voorspellen. Intussen is Mitt Romney de enige die echt last heeft van Weiners schandaaltje, want hij wilde vandaag zijn kandidatuur voor het Witte Huis bekendmaken. De media hebben echter meer interesse in onderbroeken vandaag.

woensdag 1 juni 2011

Medicare-onzin ontmaskerd

In het publieke debat over hervormingen van het senioren-ziekenfonds Medicare (wat in werkelijkheid geen debat is maar een schreeuwfestijn), beweren Democraten regelmatig dat Republikeinen Medicare willen afschaffen. Een aantal van deze leugens heeft Glenn Kessler van de Washington Post in zijn Fact Checker column ontmaskerd. Dat wil niet zeggen dat de plannen van Republikeins afgevaardigde Paul Ryan financieel waterdicht zijn, maar de bangmakerij van de Democraten neemt intussen zulke buitensporige proporties aan dat het hoog tijd is voor een aantal feitencorrecties.

Californië als mislukte staat

Walter Russell Mead pleit hier voor het opsplitsen van Californië in vijf verschillende staten. Uiteraard is dit pleidooi volledig retorisch, want staten opsplitsen is grondwettelijk zo goed als onmogelijk. Maar zijn artikel is desondanks een nuchtere analyse van de problemen in Californië - en in Amerika in het algemeen.

Mead gebruikt de recente uitspraak van het Hooggerechtshof in de zaak Brown vs. Plata, waarin de staat Californië door de federale rechters gesommeerd wordt om 46.000 gevangenen vrij te laten, om te argumenteren dat Californië een "mislukte staat" is geworden. "Hoge belastingen, strenge regelgeving, omkoperij, langzame bureaucraten: Californië heeft het allemaal", schrijft Mead.

In feite is Californië, met een torenhoge staatsschuld en een begrotingstekort van $25 miljard, onbestuurbaar. Dat ligt bijna geheel aan de parasitaire ambtenarenvakbonden, die de staat met riante pensioenregelingen financieel leegzuigen. Maar ook de onoverzichtelijke lappendeken van gerechtelijke uitspraken en een voortdurende afwezigheid van een intelligente immigratiewet hebben ervoor gezorgd dat Californië verworden is tot de vuilnisbelt van Amerika. Er bestaat grootschalige bestuurlijke chaos, wat volgens Mead heeft geleid tot een situatie waarin de staat veel meer criminelen produceert dan er gevangenissen bestaan om ze in op te sluiten - vandaar de uitspraak in Brown vs. Plata.

In het licht van zijn analyse is zijn idee om Californië op te splitsen inderdaad een logisch voorstel om de problemen die hij aankaart op te lossen. Het geeft zeker te denken over hoe diep Amerika in de penarie zit.