zaterdag 7 mei 2016

Politiek in de VS in het tijdperk na Trump

Donald Trump in Arizona, 19 maart 2016. Foto door Gage Skidmore (CC via Flickr)
Veel Amerikanen reageerden met ongeloof op de ontwikkelingen in de voorverkiezingen van deze week. Met een monsterzege in Indiana verzekerde Donald Trump zich ervan dat de kandidatuur voor het presidentsschap hem niet meer kan ontgaan. Zijn laatste twee rivalen gooiden de handdoek in de ring, zodat de voorverkiezingen in de resterende staten nog slechts een formaliteit zijn. Zelfs als Trump niet daadwerkelijk de benodigde 1.237 gedelegeerden binnenhaalt tijdens die laatste voorverkiezingen, zal hij dichtbij genoeg komen om nog voor de aanvang van de conventie enkele zogenaamde “ongebonden gedelegeerden” (partijfunctionarissen die op de conventie naar eigen geweten mogen stemmen) over te halen hem te steunen om de chaos van een open conventie te voorkomen.

De gewaarwording dat het Trump nu daadwerkelijk is gelukt om de nominatie binnen te halen werkt als een schok in de Verenigde Staten en daarbuiten, maar met name binnen de conservatieve beweging waarvan de Republikeinse partij traditioneel de belangrijkste vertegenwordiger is. Trump is een noviteit in de Amerikaanse politiek en hij heeft al menig politieke wetmatigheid met voeten getreden. Maar de kans dat de vastgoedmagnaat ook in november de politieke zwaartekracht kan negeren is zo goed als nihil. Een ruime meerderheid van de Amerikanen gruwelt van Trump. Van de talloze opiniepeilingen over de vraag of Amerikanen liever Donald Trump of Hillary Clinton als president zien wint Trump er bijna geen. Trouwe conservatieve journalisten en academici, die al jaren argumenteren dat Hillary zich schuldig heeft gemaakt aan grove schendingen van de wet, concluderen nu openlijk dat Clinton de mindere van twee kwaden blijkt te zijn, en dat is een aardverschuiving in de Amerikaanse politiek.

Republikeinen moeten nu in het reine komen met twee welhaast onontkoombare feiten. Ten eerste is het nu zo goed als zeker dat Hillary Clinton in november de presidentsverkiezingen wint. Bijna alle peilingen wijzen uit dat Trump zelfs doorgaans veilige conservatieve staten aan Clinton zal verliezen. Vergeet het analytische geneuzel over “swing states” en het “Electorale College”. Hillary Clinton stevent af op een dramatische overwinning met wellicht meer dan veertig staten in haar kolom. De voorstelling dat Trump tussen nu en de verkiezingen iets aan zijn imago kan veranderen lijkt me irreëel. Ook de hoop dat er voor die tijd nog een dramatische wending komt in één van de onderzoeken naar Hillary’s mogelijke ambtsmisbruik tijdens haar tijd als minister is volgens mij niet realistisch. Hoewel het voor deze auteur als een paal boven water vaststaat dat ze wel degelijk de wet op schandalige wijze aan haar laars heeft gelapt – en dat de staatsveiligheid door haar gebruik van een onbeveiligde privéserver ernstig in gevaar was – leidt een realistische inschatting van de omstandigheden enkel tot de conclusie dat vervolging van Clinton onwaarschijnlijk is. Voor vervolging in zulke zaken ligt de bewijslast erg hoog en de regering-Obama zal zeker huiveren om de zeer gevoelige documenten die nodig zijn voor een vervolging als bewijsmateriaal in te dienen. Ook de politieke afweging dat een vervolging van Obama’s beoogde opvolgster niet in het belang van de partij is speelt niet alleen maar op de achtergrond mee.

Het tweede akelige feit is dat met de winst van Trump de Republikeinse partij in duigen ligt. Er ontstaan nu al scheuren tussen een groep die, met variërende maten van tegenzin, oproept tot een eensgezind steunen van de kandidaat enerzijds, en een groeiend aantal principiële conservatieven die zweren nooit voor Trump te zullen stemmen. Een dergelijke fundamentele splitsing moet binnen afzienbare tijd wel leiden tot een daadwerkelijke scheuring van de partij.

Heel concreet is de angst nu ook al groot dat de conservatief-liberale beweging ook in het Congres flink in haar hemd komt te staan. De afkeer van Trump is zo groot dat veel Republikeinse senatoren en afgevaardigden moeten rekenen op ongekende tegenwind. De naam Trump zal ook hen besmetten met dezelfde drek. Robert Tracinski schrijft in het conservative opinieblad The Federalist dat Amerika nu direct een derde partij nodig heeft waar bezwaarde Republikeinen naar toe kunnen vluchten om conservatief gedachtegoed tegen de besmeurende invloed van Trump te beschermen en – niet minder belangrijk – kandidaten een kans te geven zich van de presidentskandidaat te distantiëren.

Hoe reëel zulke plannen zijn valt te bezien. Hoewel Tracinski benadrukt dat Republikeinen nog zes maanden de tijd hebben om zich in een andere partij te organiseren, zal het moeilijk zijn om alle juridische papierwinkel voor oprichting van zo’n partij en voor het melden van de kandidatuur van eventuele politici van de partij op tijd in te dienen. Ook zullen bestaande kleine partijen, zoals de aan de conservatieven geliëerde libertairen, niet blij zijn met de oproep om een nieuw avontuur te beginnen, in plaats van aansluiting bij hen te zoeken.
Aan de andere kant bestaat er binnen de conservatief-liberale intelligentsia wel degelijk draagvlak voor een nieuwe partij. Vooraanstaande journalisten van conservatieve publicaties zoals National Review, The Weekly Standard en de reeds genoemde The Federalist, alsmede een steeds indrukwekkendere lijst conservatieve columnisten en academici geven openlijk te kennen tot de #NeverTrump-beweging te behoren en alternatieven te zoeken.

Hoe de toekomst van de Amerikaanse politiek eruit ziet is niet te voorspellen. De invloed van de regering-Clinton in de komende vier of acht jaar op het politieke en culturele klimaat van Amerika zal zeker niet voeren tot het helen van politieke wonden. De verbeten zoektocht naar een nieuwe politieke identiteit aan Democratische kant zorgt voor veel instabiliteit en dat proces zal ook na de verkiezing van Hillary in november niet zijn afgesloten. Het enorme enthousiasme voor haar rivaal Bernie Sanders, die als zeer goede tweede uit de Democratische voorverkiezingen naar voren is gekomen, betekent dat de aantrekkingskracht naar een meer Europees aandoend sociaal-democratisch model flink aan het groeien is.

Zolang beide partijen zich in flux bevinden is er echter nog weinig zinnigs te zeggen over de richting van de Amerikaanse politiek. Ontwikkelingen in beide partijen hebben indirect invloed op ontwikkelingen in de andere partij, aangezien de woede die momenteel leidt tot de wilde sprongen van zowel Democratische als Republikeinse kiezers met name voortkomt uit onvrede over de manier waarop de leiders van beide partijen het politieke gevecht met de tegenpartij aangaan. Amerikaanse kiezers willen een actievere, daadkrachtigere overheid om echte en vermeende maatschappelijke problemen op te lossen. De politieke impasse in Washington veroorzaakt steeds meer onvrede. Was deze onvrede eerst op de tegenpartij gericht, in 2016 beginnen steeds meer kiezers hun pijlen te richten op de leiding van ‘hun’ partij, die ze betichten van slappe compromissen en zelfs heimelijk heulen met de tegenpartij.


Dat is een ongezonde, enigszins neurotische politieke instelling, omdat het de drijfveren van partijleiders te veel versimpelt en zich geen rekenschap geeft van de vele politieke belangen die meespelen bij de keuzes van individuele politici, van overheidsfunctionarissen, en van partijen als collectief. Het groeiende ongeduld van kiezers met een “politieke klasse” of, zoals men het hier neerbuigend noemt, het “establishment”, dat in de ogen van velen alleen maar bezig is met zelfverrijking, drijft het politieke klimaat naar het kookpunt. Het lijkt er dan ook op dat de verhoudingen in rap tempo zullen veranderen, maar het zal in de nabije toekomst zeker niet leiden tot meer samenwerking tussen de grote machtsblokken in de Amerikaanse politiek. Die strijd hangt nu al als een donkere wolk boven het aankomende presidentschap van de eerste vrouwelijke president van Amerika en het zal zeker de aankomende jaren een zeer zware schaduw over alle beleidsvoorstellen van Hillary Clinton werpen.