Aanstaande maandag gaan kiezers in de Amerikaanse
staat Iowa naar de stemlokalen en daarmee begint officieel het ingewikkelde
verkiezingsproces voor het presidentsschap van 2016. Voor Nederlanders blijft
het Amerikaanse systeem voor presidentsverkiezingen toch erg ingewikkeld. Dat
geldt overigens niet alleen voor de doorsneeburger: wie afgaat op de berichtgeving
in de media in Nederland krijgt al snel de verkeerde indruk dat de race tussen voormalige
First Lady Hillary Clinton en mediamagnaat en miljardair Donald Trump gaat.
Hoewel beide kandidaten wel degelijk meedoen,
zijn er veel meer dan alleen die twee vooraanstaande persoonlijkheden. Zo doen
er aan Republikeinse zijde nog een dozijn andere kandidaten mee en heeft Hillary
Clinton aan haar kant ook concurrentie van de populaire senator Bernie Sanders.
Het proces dat maandagavond in Iowa begint is dan ook slechts een soort
kwalificatieduel: beide partijen komen gescheiden in de verschillende
stemdistricten samen om te beslissen wie de uiteindelijke kandidaat wordt om in
november op de kieslijst de partij te vertegenwoordigen.
Iedere staat hanteert zo zijn eigen regels voor
die voorverkiezingen, maar in de praktijk zijn er twee varianten. Veel staten gebruiken
daadwerkelijke voorverkiezingen, waar kiesgerechtigde burgers een stem in een
stembus schuiven (of gebruik maken van een stemmachine). Iowa maakt gebruik van
zogenaamde caucuses, een systeem
waarbij kiezers niet direct op de kandidaat stemmen, maar een bepaald aantal “punten”
toewijzen aan een bepaalde kandidaat, afhankelijk van het aantal stemmen dat
wordt uitgebracht op die kandidaat (bij de Republikeinen) of het aantal kiezers
dat zich aan het einde van de avond in de hoek voor een bepaalde kandidaat bevindt
(de Democraten proberen letterlijk hun buren in de gymzaal of het clubgebouw te
overreden over te lopen naar een andere kandidaat). De punten vertegenwoordigen
het aantal gedelegeerden op de partijconventie dat aan het einde van de
voorverkiezingen aan een kandidaat is verbonden. Maar let er wel op dat al die
gedelegeerden vrij zijn hun stem te veranderen als de partijconventie er in een
eerste stemronde niet uitkomt.
Wie zich bewust is van de complexiteit van dat
proces, begrijpt ook dat de landelijke peilingen, waarin Hillary Clinton en
Donald Trump aan kop gaan, niet alles zeggen. De beslissing wordt immers per
staat genomen en de populariteit van de verschillende kandidaten varieert nogal
per staat.
Met dit in achterhoofd rijst dan de vraag:
welke kandidaten maken dan echt de grootste kans om uiteindelijk op de
stemlijst te staan? Dat blijft op dit moment voor beide partijen nog koffiedikkijken.
Op papier lijken Trump en Clinton de hoogste ogen te gooien, maar of zij
daadwerkelijk aan het einde van het voorverkiezingsproces de meeste gedelegeerden
op de partijconventies van hun partij zullen hebben vergaard is zeer de vraag.
Aan Republikeinse zijde is Donald Trump veruit
de kandidaat met de meeste steun, maar dat is een vertekend beeld, omdat de
partij erg versplinterd is. Met zo’n 30 procent van de Republikeinse stemmen achter
zich betekent dat tegelijk ook dat bijna 70 procent van de Republikeinen hem niet steunt. Binnen de liberaal-conservatieve
beweging is er ook veel verzet tegen Trump. Drie invloedrijke liberale media –
FOX News en de opinietijdschriften National
Review en The Weekly Standard – verkeren
openlijk in een staat van oorlog met Trump die zij een vulgaire oplichter
vinden. In hoeverre dat georganiseerde verzet tegen de kandidatuur van Trump
ook invloed heeft op de achterban is onduidelijk, maar het kan niet worden gebagatelliseerd.
Naast Trump zijn er dan nog een aantal andere
kandidaten die wel degelijk een reële kans hebben om hem uiteindelijk van zijn
troon te stoten. Dat zijn met name Senator Ted Cruz uit Texas en Senator Marco
Rubio uit Florida. Hoewel Rubio ver achterloopt in veel peilingen, tonen diezelfde
peilingen ook aan dat hij de tweede keus is van veel kiezers. Als Trump óf Cruz
zou afhaken of anderszins in onmin zou geraken bij de Republikeinse achterban,
is het zeker niet onmogelijk dat Rubio ineens omhoogschiet. De andere
kandidaten aan Republikeinse zijde maken realiter weinig kans.
Aan Democratische kant was de verwachting dat Hillary
Clinton zonder veel oppositie vanuit de partij de nominatie zou opeisen. Als echtgenote
van de immens populaire Bill Clinton is ze al jaren de gedoodverfde kandidate
voor de partij. Maar twee factoren gooien roet in het eten en de strijd blijkt
toch een stuk ruiger uit te vallen dan verwacht.
Aan de ene kant vinden veel Democratische kiezers
dat President Obama de afgelopen zeven jaar niet fel genoeg naar links is gegaan.
Hillary Clinton, die in de eerste ambtstermijn van Obama minister in zijn
kabinet was, wordt door veel van de kiezers op de linkervleugel van de partij
met die te gematigde koers van Obama vereenzelvigd – en die vleugel is de
afgelopen jaren flink gegroeid. Die kiezers, vooral veel studenten en jonge,
hoogopgeleide kiezers, steunen Bernie Sanders, de eerste succesvolle politicus
in de Verenigde Staten die zich openlijk sociaal-democraat noemt en campagne
voert onder het motto dat Amerika zich naar Zweeds model moet hervormen: hogere
belastingen en een nationalisering van alle publieke diensten. Hoe gevaarlijk
Sanders uiteindelijk voor Clinton wordt is onduidelijk, maar zijn succes is duidelijk
groter dan verwacht.
De tweede factor is Clintons ambtstermijn als minister.
De schandalen uit die periode beginnen zich intussen zo hoog op te stapelen dat
Hillary ze steeds moeilijker onder het tapijt kan vegen. Met de recente release
van de film 13 Hours, waarin de incompetentie
en het desinteresse van Hillary’s departement met betrekking tot de terroristische
aanval in Benghazi (Libië) op meesterlijke wijze wordt aangeklaagd, komt de onverkwikkelijke
kant van Clintons verleden midden in het verkiezingsseizoen weer in de
schijnwerper.
Daarnaast beginnen er steeds meer geruchten
uit de FBI uit te lekken dat agenten haar willen aanklagen voor grove
overtredingen van de wettelijke regels voor de omgang met staatsgeheimen. Het
onderzoek naar Clinton heeft al stapels bewijs opgeleverd dat Clinton topgeheime
informatie via haar onbeschermde persoonlijke e-mailadres heeft verstuurd. Vervolging
is echter aan de minister van Justitie en het ligt niet voor de hand dat de
Democratische minister in een cruciaal verkiezingsjaar vervolging van de Democratische
kandidate zal goedkeuren. De onvrede onder de FBI-agenten begint te groeien en
als er niets blijft gebeuren dreigt er een zeer publieke rel binnen de FBI. Dat
kan ook niet goed zijn voor het imago van Hillary of de regering-Obama.
Kortom, de positie van Hillary is erg penibel.
Als ze voor november gedwongen wordt zich uit de race terug te trekken of zich
publiekelijk moet verantwoorden voor mogelijk strafbare feiten, staat de
Democratische partij voor een dilemma. Of Bernie Sanders in een algemene
verkiezingsstrijd een reële kans maakt tegen Republikeinse kandidaten is maar de
vraag.
Het duurt nog negen maanden tot de algemene
verkiezingen en er kan nog veel gebeuren tussen nu en dan. Of Hillary Clinton
en Donald Trump dan überhaupt op de stemlijst staan is nog erg onduidelijk.