Een versie van dit artikel is op 25 augustus 2015 in het Nederlands Dagblad verschenen.
Terwijl de aandacht van de politieke pers in de VS de afgelopen weken is
afgeleid door de Republikeinse presidentskandidaten en het mediacircus rond
multimiljardair Donald Trump, is het onderzoek naar het e-mailschandaal rond
Hillary Clinton gestaag voortgegaan. Mevrouw Clinton blijft aantijgingen van
onoirbaar gedrag aangaande haar officiële e-mails als minister van buitenlandse
zaken wegwuiven als niets meer dan een politieke hetze van Republikeinen.
Nu de FBI een
actief onderzoek tegen haar is gestart is dat antwoord niet langer afdoende.
Federale agenten hebben vorige week beslag gelegd op Hillary’s fysieke server
en de onthullingen die sindsdien naar buiten zijn gekomen tonen aan dat de
situatie snel aan het escaleren is.
Waar de FBI zich
vooral zorgen over maakt is de onzorgvuldige wijze waarop Hillary met de
privéserver en de gegevens daarop is omgesprongen. Voormalig minister van
justitie Michael
Mukasey schreef
in de Wall Street Journal dat ze de meest basale regels in de
omgang met vertrouwelijke informatie systematisch heeft genegeerd.
Dat getuigt van
een volledig gebrek aan gezond verstand, vindt Mukasey. “Dat iets zo eenvoudigs
als de beveiliging van staatsgeheimen en officiële communicatie haar ontgaan
is, doet vragen rijzen over haar geschiktheid voor zowel het ambt dat ze hield
als het ambt dat ze nu ambieert.”
De reeks
onaanvaardbare handelingen is eindeloos. De server stond in een onbeveiligde
ruimte en werd onbeschermd in een badkamer in een flat in Denver gevonden. De
beveiliging was zo zwak dat Hillary’s account regelmatig door
buitenlandse veiligheidsdiensten gehackt werd. Gebruik van een privéserver
onttrok haar communicatie van verplichte backups en officiële audits. Een
USB-stick met geheime documenten gaf ze aan een onbevoegde advocaat in
bewaring. De overdracht van de server aan een niet-geautoriseerde privéfirma om
de gegevens te laten wissen is een ernstige overtreding van veiligheidsregels.
Het überhaupt wissen van gegevens op een server die rechtens eigendom werd van
de overheid op het moment dat ze haar eerste officiële e-mail via die server
verstuurde is onverdedigbaar.
Het is eigenlijk
van weinig belang of er daadwerkelijk staatsgeheimen op die server hebben
gestaan, hoewel er nu al aanwijzingen zijn dat dat wel degelijk het geval was.
Alleen al de lakse manier waarop mevrouw Clinton is omgesprongen met
staatsveiligheid maakt dat de reactie niet beperkt mag blijven tot lichte
uitbranders in de media.
Generaal David
Petraeus, voormalig directeur van de CIA, werd eerder dit jaar veroordeeld voor
overtreding van de spionagewet als gevolg van relatief kleine slordigheden in
het omgaan met vertrouwelijke informatie. Hillary Clinton moet met dezelfde
maat als Generaal Petraeus gemeten worden en haar overtredingen waren een stuk
erger: niet maar enkele nalatigheden, maar bewust en systematisch.
De Democratische
partij doet er goed aan om nu al de conclusies te trekken en mevrouw Clinton te
bewegen haar kandidatuur voor het presidentsschap terug te trekken, niet alleen
als signaal dat de partij voor recht en orde staat, maar om niet zonder
alternatief te staan als Clinton in een later stadium politiek of juridisch
gedwongen wordt uit de verkiezingsrace te stappen.
Daarmee staat de partij wel voor een groot dilemma aangezien er niet veel alternatieve kandidaten beschikbaar zijn die voor een groot aantal Amerikanen acceptabel zijn of die voldoende naamsbekendheid genieten en goed genoeg georganiseerd zijn. Daarom blijven Democraten krampachtig de ernstige wolken boven Clinton negeren en aan haar vasthouden in de hoop dat het schandaal overwaait. Die instelling is op haar beurt onacceptabel voor een partij in een democratische rechtsstaat en die, indien hardnekkig volgehouden, een afstraffing van de kiezers verdient.