Het nieuwe boek van
voormalig minister van defensie Robert Gates met de eenvoudige titel Duty (“Plicht”) baart veel opzien in Washington. Gates geldt onder zowel Republikeinen als Democraten als een
kundige, objectieve man en als één van de beste ministers van defensie sinds de
Tweede Wereldoorlog. Dat juist hij zo’n kritisch boek over president Obama
schrijft komt hard aan.
Het boek van
Gates is erg emotioneel. Zijn intense liefde voor de strijdkrachten en zijn
frustraties over president Obama, die volgens hem geen greintje sympathie voor
de soldaten aan het front had, speelden mee in zijn beslissing in 2011 om
ontslag te nemen. Zijn emoties begonnen zijn beoordelingsvermogen in de weg te
zitten.
Het boek staat
vol van kritiek op politiek Washington en dat beperkt zich niet tot de regering
Obama. Over zijn tijd onder diens voorganger merkt Gates op dat vice-president
Cheney wel degelijk op zoek leek te zijn naar een onnodig militair conflict in
Iran. En terwijl Gates veel van de noodmaatregelen van Bush na 11 september
2001 begrijpelijk vond, raakte hij gaandeweg toch gefrustreerd dat Bush die in
de loop der jaren niet systematisch herzag om dwalingen zoals het martelen en
het geheime uitleveren van gevangenen uit te bannen.
Ook heeft Gates
weinig geduld met parlementariërs die alleen maar oog hebben voor hun eigen
herverkiezing. Veel senatoren zijn volgens hem hypocriete windbuilen en leden van
het Huis van Afgevaardigden noemt hij “onbeschoft, gemeen en dom.”
Het meest
spraakmakende van het boek is echter de kritiek op president Obama. Gates
beschrijft een president die weliswaar lang delibereert – in tegenstelling tot
Bush, die zich moeilijk van diepe overtuigingen liet afbrengen – maar die
volkomen ongeïnteresseerd was in de missie. Met betrekking tot Afghanistan
merkt Gates op: “De president [Obama] vertrouwt zijn bevelhebber in het veld niet, kan [president] Karzai niet uitstaan, gelooft niet in
zijn eigen strategie en vindt het ook niet eens ‘zijn’ oorlog. Voor hem draait
het alleen maar om terugtrekken.”
Ook vond Gates
dat Obama zich teveel liet leiden door jonge, onervaren adviseurs uit zijn
eigen kring ten nadele van de oudere experts, en dat vice-president Joe Biden
de geest van de president vergiftigde door constant te herhalen dat militairen
niet te vertrouwen zijn.
Het boek
presenteert een enigszins tegenstrijdig beeld van president Obama, want naast presidentiële
desinteresse en onkunde beschrijft Gates ook dat Obama herhaaldelijk, tegen
advies van anderen in, de juiste tactische beslissingen heeft genomen. Maar in
het boek is Obama ook een president die het verschil tussen strategie en
tactiek niet kent en alleen maar over de korte termijn nadenkt. Het boek draagt
flink bij aan het beeld van Obama als een zelfzuchtige, ongeïnteresseerde man
die liever golf speelt dan regeert. Meer nog dan dat: Gates schetst een man die
weinig eigen meningen heeft en zich te makkelijk door zijn adviseurs laat
sturen.
Tenslotte krijgt
ook Hilary Clinton, de gedoodverfde presidentskandidate in 2016, een flinke
veeg uit de pan. Clinton gaf enkele jaren later in het bijzijn van Gates toe
dat haar tegenstand tegen de inzet van meer soldaten in Irak in 2007 niets met
militaire maar alles met electorale tactiek in de aanloop naar voorverkiezingen
in Iowa te maken had. (De president gaf schoorvoetend toe dat dezelfde
calculaties bij hem hadden meegespeeld.) De rasechte militair Gates was diep
geschokt dat Clinton en Obama de levens van soldaten ondergeschikt maakten aan
de stembus.
Rich Lowry,
redacteur van het conservatieve opinieblad National
Review, merkte droogjes op dat niemand echt verrast kan zijn over de
onthullingen van Gates. Toch is het een schok om je argwaan over de machtigste
man van de wereld door zo’n objectieve bron bevestigd te zien.