maandag 24 december 2012

Roep om vuurwapenverbod na massamoord in basisschool

Na de massamoord in het kleine forensenstadje Newtown (Connecticut), waarbij 20 jonge kinderen en 6 volwassenen onder het schoolpersoneel van basisschool Sandy Hook omkwamen, schreit Amerika. Het is alweer de zoveelste schietpartij in een publieke ruimte. Een zichtbaar geëmotioneerde president Obama zuchtte tijdens een persconferentie: “Ik sta hier te vaak om over dit soort incidenten te praten.”

Er is een luide roep om een resolute ommezwaai in de vuurwapencultuur van het land te maken. Dat is sterke taal en het is niet onmogelijk dat de president genoeg steun zal krijgen om een verbod op bepaalde aanvalswapens weer in te voeren. Maar juist daar gaat de discussie mank, want over welke wapens hebben we het eigenlijk? De engelse termassault weapon is misleidend, want het is in wezen een volledig lege term. Welk wapen is geen ‘aanvalswapen’? Het is een politieke en juridische term die verwijst naar een lange lijst van specifieke wapens die van 1994 tot 2004 waren verboden. Hoe gaat die term in 2013 ingevuld worden bij een hernieuwd verbod?

Daarnaast roept ook de term “semi-automatisch” onder wapenonkundige commentatoren te vaak onterecht het beeld van zware militaire wapens op, terwijl de term enkel betekent dat het wapen zelf herlaadt, zolang er kogels in het magazijn zitten. Veel handvuurwapens zijn ook semi-automatisch en zijn daardoor niet per se “zware wapens.” Het is de vraag in hoeverre het type geweer dat de schutter in Newtown gebruikte (de Bushmaster AR-15) als zwaar wapen kan worden aangemerkt – er zijn genoeg zwaardere en makkelijkere wapens legaal in omloop.

Het publieke debat zou zich minder moeten concentreren op het kwaad dat vuurwapens symboliseren en meer op het versterken van één van de basistaken van de overheid: het beschermen van de goeden en de zwakken tegen hen die kwaad willen. Er is niets op tegen om de mazen in de huidige wet te dichten en bezit en verkoop van vuurwapens aan te scherpen, maar daarmee ben je er niet. Ten eerste zijn er immense logistieke en constitutionele bezwaren tegen een erg breed verbod op vuurwapenbezit: er zijn teveel wapens in omloop om volledige uitbanning van vuurwapens realistische na te streven, en het tweede amendement van de grondwet garandeert het recht op vuurwapenbezit. Ten tweede zijn de ordelievende burgers die ook de verscherpte wetten zullen naleven niet het probleem. Criminelen en psychisch labiele personen zullen dan net als nu lak hebben aan de regels en de middelen gebruiken die zij binnen handbereik hebben om dood en verderf te zaaien. Hoe streng de regels ook worden gemaakt, zij zullen toch wel aan vuurwapens kunnen komen. Ten derde zetten vergelijkingen met Groot Britannië en Australië grote vraagtekens bij de effectiviteit van een vuurwapenverbod. Beide landen hebben de afgelopen decennia bezit van vuurwapens grotendeels uitgebannen, maar met name in Engeland is sindsdien het aantal vuurwapenincidenten enorm toegenomen. De vertaling naar de Amerikaanse situatie geeft weinig hoop op de wenselijkheid van een wijdreikend verbod van vuurwapens.

Wat in de discussie – met name in het betweterige buitenland – wordt gemist is de duik in de diepte van de feiten en cijfers. Hoewel het aantal vuurwapenincidenten in Amerika hoog blijft, is het percentage incidenten per hoofd van de bevolking al jaren gestaag aan het dalen. Het beeld van een samenleving in crisis en toenemend vuurwapengeweld is een mythe. En ondanks de emotionele lading bij een incident zoals in Newtown, Connecticut en enkele andere recente voorvallen, is het niet zo dat dit soort incidenten aan het toenemen is. Het dieptepunt van dit soort geweld (uitgerekend per hoofd van de bevolking) was in de jaren twintig van de vorige eeuw.

Ook vinden zulke incidenten bijna altijd plaats in ruimtes waar een goedbedoelende overheid ‘wapenvrije zones’ heeft geschapen. Met als gevolg dat schutters daar vrij spel hebben. Durven politici en de linkse massamedia eraan te herinneren dat gewapende burgers meer dan eens schutters tot stoppen hebben gedwongen (en zeker niet altijd door hen genadeloos neer te knallen)? De roep door wapenliefhebbers om zulke wapenvrije zones terug te dringen wordt te makkelijk afgedaan als geschift. CNN-presentatoren Soledad O’Brien en Piers Morgan zetten zichzelf meer voor gek dan hun gasten toen zij met huivering terugdeinsden voor het voorstel om “meer wapens” toe te laten in publieke ruimtes. Waarom is het zo gek om toe te staan dat burgers zichzelf en hun naasten adequaat zouden mogen beschermen in een situatie waarin criminelen toegang hebben tot vuurwapens?

Tenslotte gaat het debat helemaal voorbij aan het schandaal van Amerika’s psychiatrie. De behandeling van mensen met psychische stoornissen is de afgelopen decennia een stuk slechter geworden. Steeds meer staten hebben wetten aangenomen die het zo goed als onmogelijk maken om patiënten tegen hun wil op te laten nemen, terwijl de pyschiatrie steeds meer hun heil zoekt in medicijnen. Met als gevolg dat er steeds meer mensen op straat rondlopen die te weinig gecontroleerd worden. De moeder van de schutter in Newtown was radeloos over haar psychisch onhandelbare zoon, maar gedwongen verpleging is in Connecticut (zo goed als) verboden. En dus modderde ze maar aan in een onhoudbare en uitzichtloze situatie. Tot hij haar vermoordde en op pad ging.

woensdag 5 december 2012

Obama's fiscale voorstel is 'niet serieus'

Vorige week kwam president Obama met zijn compromisvoorstel om tot een oplossing voor de dagende fiscale crisis te komen. Maar John Boehner, de Republikeinse voorzitter van het Huis van Afgevaardigden, noemt het voorstel 'niet serieus'.

De Republikeinen zitten in een lastig parket. Na het verlies bij de verkiezingen hebben ze een veel zwakkere onderhandelingspositie en aangezien president Obama expliciet campagne voerde voor het verhogen van de belastingen voor de rijkste Amerikanen, mogen Republikeinen nu niet kniezen dat de president vast van plan is die belofte te verzilveren. Er is over dat punt flink wat gemor binnen de Republikeinse Partij. Enkele vooraanstaande Republikeinen in het Huis en de Senaat hadden sinds de verkiezingen al laten doorschemeren dat ze het niet langer verantwoord vonden om vast te houden aan hun plechtige belofte nooit voor enige verhoging van de belastingen te stemmen.

Dat is een correcte opstelling. Belastingverhogingen zijn weliswaar in het algemeen een slechte zaak voor de economie -- en dus ronduit gevaarlijk in een wankele economische situatie als de huidige -- maar marginale aanpassingen en zelfs tariefverhogingen binnen een breed pakket aan fiscale hervormingen zijn de enige weg vooruit in het immer dieper wordende Amerikaanse fiscale moeras. De hardnekkige tegenstand onder veel vooraanstaande conservatieven, binnen en buiten de partij, tegen het zelfs maar bespreekbaar maken van maatregelen om de belastinginkomsten iets te verhogen is dan ook onverdedigbaar. De waarschuwing van een Brent Bozell, Jr., directeur van het invloedrijke Media Research Center en een belangrijke fondsenwerver voor Republikeinen, dat hij niet langer geld zal inzamelen of spenderen aan de partij als ze niet onwankelbaar vasthoudt aan de belastingbelofte, is als de zang van de Lorelei op de rivier. De partij moet er geen aandacht aan schenken.

Het probleem is dat Boehner gelijk heeft: Obama's voorstel is niet serieus. Met het voorstel gooit de president de hakken in het zand met een nog extremere linkse positie dan hij zelfs tijdens de heetste campagne-toespraken had ingenomen. Minister Geithner van Financiën gaf een schandalig amateuristische verdediging van het voorstel ten beste in het nieuwsprogramma Fox News Sunday van 3 december en Afgevaardigde Boehner liet er dan ook, tijdens dezelfde uitzending, geen spaander van heel. De broodnodige bezuinigingen bij de federale overheid zijn, zoals zo vaak in Democratische voorstellen, enorm vaag en niet-specifiek, worden uitgesmeerd over tien jaar (terwijl belastingverhogingen per direct zullen ingaan) en zijn ook nog eens kleiner uitgevallen dan een aantal nieuwe stimuleringspaketten die de president uiteraard ook zo spoedig mogelijk wil invoeren.

Maar het meest schofferende uit Obamas voorstel is dat hij wil dat het Congres alle grondwettelijke macht om mee te beslissen over verhoging van het schuldenplafond voor altijd aan de president afstaat, zodat deze dan op eigen houtje het krediet van de federale overheid kan oprekken. Een dergelijke toezegging zou een spies door het hart van het conservatieve principe van de gescheiden machten drijven en is waarschijnlijk ook nog eens ongrondwettig. Het is daarom onbespreekbaar.

Dat Boehner dus nogal lacherig over dit voorstel deed is enigszins begrijpelijk; verontwaardiging zou eigenlijk nog beter op zijn plaats zijn. Het is in ieder geval duidelijk wat de strategie van president Obama is: hij hoopt misbruik te maken van de onenigheid onder Republikeinen en zo zijn eigen zin helemaal of bijna helemaal door te drijven. Eveneens rekent hij erop dat de burgers de schuld voor een eventuele mislukking van de onderhandelingen op het bordje van de Republikeinen zullen schuiven. Er wordt dan ook al onder conservatieven gespeculeerd dat Obama eigenlijk uit is op mislukking, zodat hij dan in 2013 een hele reeks belastingverlagingen voor de middeninkomens kan voorstellen. Welke Republikein zou daartegen durven stemmen?

De opstelling van president Obama gaat voorbij aan de fiscale noodsituatie binnen de federale overheid en is alleen maar gericht op het naar zich toe trekken van zoveel mogelijk politieke macht, zowel op de korte als de lange termijn. Dat is niet alleen niet serieus, het is onverantwoord en toont aan dat Obama ongeschikt is om president te zijn. Amerika en de wereld zullen de komende vier jaar nog flink spijt krijgen van zijn onbegrijpelijke herverkiezing.