donderdag 18 augustus 2011

Race nu tussen drie topkandidaten

De race om het Witte Huis is binnen één week flink veranderd. Vorige week was het Republikeinse veld nog een tamelijk warrig grote groep waarin alleen Mitt Romney enig recht had zich de aanvoerder te noemen. Maar het afgelopen weekeinde vond er de traditionele ‘proefstemming’ plaats in het stadje Ames in de staat Iowa, thuisbasis van Iowa State University. De zogenaamde straw poll is een gigantische oefening voor de voorverkiezingen en is bedoeld om klaarheid te scheppen in een verdeeld kandidatenveld. De bijna 17.000 Republikeinse kiezers die deelnamen hebben inderdaad het veld flink herschapen.

Het eerste resultaat van de proefstemming in Ames is het opstappen van Tim Pawlenty, de voormalige gouverneur van Minnesota. De reacties op zijn bekendmaking zijn eigenlijk erg interessant. Pawlenty heeft in geen enkele peiling een goed resultaat of zelfs maar een middelmatig resultaat gehaald. Sommige commentatoren haalden dan ook hun schouders op toen Pawlenty, die een bedroevende derde plaats haalde met slechts 13,6% van de stemmen, op zondagochtend bekendmaakte dat hij er de brui aan gaf. Who cares?

Desondanks waren er commentatoren die vonden dat zijn vertrek emblematisch was voor de huidige politiek, want ondanks de slechte peilingen had Pawlenty alles wat men in een redelijke, niet-extreme Republikeinse kandidaat kon wensen: een goede staat van dienst als gouverneur, bovendien ook nog eens in een staat die tijdens zijn gehele ambtstijd door linkse Democraten in het staatsparlement werd gedomineerd, en een beleidsprogramma dat geen extreme standpunten bevat.

Pawlentys trieste resultaat tijdens zijn hele, uitstekend georganiseerde verkiezingscampagne is zeker ietwat verbazend. Velen zeiden dat de man gewoonweg te saai was. Het is leuk om de anti-Obama te willen zijn, zeggen zij, maar wat Obama goed kan is leuk overkomen op een camera. Toch vindt Ramesh Ponnuru van National Review dat saaiheid een te makkelijke verklaring is. Immers: Mitt Romney is nog veel saaier. Ponnuru argumenteert dat hij toch een aantal serieuze blunders heeft gemaakt tijdens zijn campagne. Zijn collega Reihan Salam bij National Review volgt de argumentatie van Josh Barro van City Journal die Pawlenty afschreef toen hij een waanzinnig onrealistisch plan voor belastinghervormingen presenteerde.

Zulke redenen gaan er bij mij gewoon niet in. De doorsnee-kiezer, of het nu Republikeinen of Democraten zijn, zijn niet allemaal politieke experts. Wat de zwaktepunten van Pawlentys belastingplannen ook waren, er zijn maar weinigen die Salams en Barros kritiek begrijpen. Komt het er niet gewoon op neer dat te weinig kiezers hem kenden? Ron Paul, Michele Bachmann en Mitt Romney zijn allen politieke figuren die om wat voor reden dan ook nationaal bekend zijn. Alle peilingen toonden aan dat zeer weinigen wisten wie Pawlenty was en toen puntje bij paaltje kwam kozen ook de kiezers in Iowa tussen twee bekende namen, waarvan er één een vaste harde kern volgelingen heeft (Ron Paul) en de andere in de staat is geboren (Bachmann).

Een tweede verandering dankzij de stemming in Iowa is dat Bachmann zichzelf nu definitief in de bovenste laag kandidaten geplaatst heeft. Daarmee neemt zij veel andere kandidaten zoals John Huntsman en Rick Santorum de wind uit de zeilen; hun kandidatuur zal wel niet lang meer duren. Dat is een flinke prestatie voor Bachmann, die tot enkele weken geleden hooguit als interessante achterhoede-kandidaat gold.

Desondanks zullen noch Bachmann noch Ron Paul, de twee winnaars in Iowa, de algemene verkiezingen kunnen winnen, en Ron Paul kan ook de nominatie niet binnenslepen omdat hij zelfs binnen de Republikeinse Partij een te marginale figuur is. Hij vertegenwoordigt als overtuigde libertair en protectionist slechts één van de drie belangrijke poten van de partij (fiscaal conservatisme). Kiezers die de andere twee poten vertegenwoordigen (sociaal conservatisme en voorstanders van sterke nationale veiligheid) zullen Paul nooit nomineren.

Met andere woorden, de race gaat in werkelijkheid tussen twee kandidaten die helemaal niet meededen in Iowa: Mitt Romney en Rick Perry. De laatste maakte op dezelfde dag als de proefstemming in Iowa zijn kandidatuur bekend--in South Carolina. Al lange tijd gonsden de geruchten en onlangs liet hij weten dat hij dit weekeinde officieel in de race zou springen. Binnen twee dagen schoot Perry in de peilingen omhoog. In een peiling van Fox News enkele dagen voor Perry's bekendmaking scoorde hij 13% tegen Romney 21%. Afgelopen maandag, twee dagen na Iowa en één dag na het vertrek van Pawlenty, mat Ramussen een enorm enthousiasme voor Perry in hun peiling. In één klap streefde hij Romney voorbij: Perry 29%, Romney 18%.

Als die peiling een trend aangeeft, zou de afgelopen week wel eens een enorme omslag in de race om de Republikeinse nominatie hebben kunnen betekend. De steun voor Perry komt zeker voor een groot gedeelte uit de hoek van Pawlenty-supporters en van hen die zich tot nu toe bij geen van de kandidaten thuis voelden (daarbij wellicht ook velen die Pawlenty wel goedgezind waren, maar niet in het succes van zijn kandidatuur geloofden). Er wordt nu ook al over gesproken dat Perry een deel van Pawlenty's organisatie zou kunnen overnemen. Gezien de grote overeenkomsten in beleid tussen Perry en Pawlenty is het goed mogelijk dat het vertrek van Pawlenty juist als katalysator voor de motor van Perry kan werken.

De race gaat op papier dus tussen drie kandidaten (Perry, Romney en Bachmann), maar enkel de eerste twee hebben een kans om Obama te verslaan. Toch is het niet helemaal irrelevant wat Bachmann doet. Met haar campagne zet ze natuurlijk ook de volgende stap in haar carrière voor het Congres én voor de ontwikkeling van de Tea Party-beweging, waar zij deel van uitmaakt. Hoe die beweging zich ontwikkelt kan van grote invloed zijn op de richting van de Amerikaanse politiek, zowel in de tijd vòòr de presidentsverkiezingen als die daarna. Sterker nog, de ontwikkeling van de Tea Party in de aanloop naar november 2012 kan zelfs doorslaggevend zijn voor de vraag of Obama wordt herkozen of dat het toch Romney/Perry wordt. Die vraag is in eerste instantie belangrijker.

vrijdag 12 augustus 2011

Economische crisis VS een politiek probleem

Een aangepaste versie is op 16 augustus 2011 in het Nederlands Dagblad gepubliceerd.

“Wij blijven gewoon een Triple-A-land.” Dat zei president Obama in een toespraak nadat S&P, één van de drie grote kredietbureaus in Amerika, de kredietwaardigheid van de federale regering naar beneden had bijgesteld.

Op hetzelfde moment nam de aandelenmarkt een duikeling, een teken dat de forse verliezen op Wall Street niet alleen maar zijn toe te schrijven aan de financiële situatie in Europa. De rol van de president in de recente onderhandelingen over het schuldenplafond was op zijn minst onbehulpzaam. Zo stuurde hij de onderhandelingen in een vroeg stadium terug de impasse in door een serieus compromis tussen zijn partijgenoot Harry Reid en de Republikeinse voorzitter van het Huis John Boehner af te wijzen, omdat het niet voldeed aan zijn onwrikbare eis dat de belastingen voor miljonairs verder omhoog moesten.

De recente confrontatie tussen Republikeinen en Democraten over de staatsfinanciën is het directe resultaat van de verkiezingen afgelopen november, toen economie flink inzet was. Met steun van de Tea Party pakten Republikeinen het Huis van Afgevaardigden terug.

Direct na het aantreden van het Huis in nieuwe samenstelling trokken Republikeinen flink aan de noodrem w.b. de overheidsfinanciën. Fiscale conservatieven hamerden erop dat, de Democratische kritiek over dure oorlogen in Irak en Afghanistan ten spijt, de echte nagel in Amerika’s schatkist de sociale zekerheidsprogramma’s zijn. Binnen enkele decennia zullen zij de gehele begroting opslokken; hervorming is dan ook dringend nodig.

Zowel Harry Reid als Nancy Pelosi, de Democratische leiders in resp. de Senaat en het Huis, blijven beweren dat er niets aan de hand is en betichten de Republikeinen ervan onder valse voorwendselen Amerika’s sociale vangnetten te willen ontmantelen.

Velen maken zich zorgen over de ontstane patstelling in de Amerikaanse politiek. Het uitblijven van rationele compromissen in een periode van economische wankelheid wordt gezien als een verontrustende situatie, waarvoor de sterk naar links neigende media in de VS de Tea Party verantwoordelijk houden.

Maar daarmee worden zowel de invloed als het vermeende extremisme van de Tea Party schromelijk overdreven. Het uiteindelijke compromis is met steun van beide partijen aangenomen. Ook stapt men met die analyse wel erg makkelijk over de opportunistische politiek van de Democraten heen. Obama’s obstructionisme was volledig ingegeven door zijn wens om de harde linkse kern van zijn eigen achterban een kluif toe te werpen.

Obama’s economische beleid is een volledige mislukking: de werkgelegenheid en de economie stagneren, de financiële markten blijven onzeker, en huizen blijven waarde verliezen. Na meer dan een biljoen dollar aan overheidsinvesteringen in infrastructuur en werkgelegenheid zou je meer verwachten. Het verweer van Christina Rohmer, de architecte van het stimuleringspakket van 2009, dat het beleid wel klopt maar dat het economische gat achteraf groter blijkt te zijn dan men aannam is de laatste uitvlucht van een mislukte economica.

De doorgaande roep van de Democraten om meer halfslachtige belastingmaatregelen en verdere overheidsinvesteringen, in feite een plan om rijke burgers meer geld uit te kloppen om de overheid op dezelfde voet te kunnen laten functioneren, is het belangrijkste bewijs dat zij de ernst van de situatie en de betekenis van het signaal van S&P niet doorzien.

Hierin schuilt het echte gevaar voor de stabiliteit van de Amerikaanse politiek en economie, en niet in de vermeende ideologische starheid van de Tea Party. Er bestaat geen enkel economisch argument voor lastenverzwaring in het huidige economische klimaat. Amerika heeft een probleem met de overheidsuitgaven, niet de -inkomsten. Bovendien is er ook onder supermiljonairs sowieso niet genoeg te halen om het kolossale gat van 14 biljoen dollar in de staatsfinanciën te dichten. De koppige verdediging van de status quo door Democraten stuurt Amerika des te rapper de financiële afgrond in.

Het is dan ook volkomen terecht dat Republikeinen genoeg hebben van de Keynesiaanse geldpomp op de rekening van de kleinkinderen. De Republikeinen waren de intellectuele drijfveer tijdens de onderhandelingen over de schuldencrisis (president Obama heeft geen enkel eigen voorstel gedaan) en alleen zij lijken zich te realiseren dat een stabilisering van de economie moet worden gezocht in drastische hervormingen en bezuinigingen in Washington.

Het probleem is dus niet het uitblijven van amicale compromissen, waarin beide partijen elk wat aan elkaar toegeven, maar in het feit dat één van de partijen met zijn vingers in de oren zit en maar om één ding zeurt: meer belastingen. In zo’n scenario kan alleen de kiezer uitkomst brengen.