Een aangepaste versie van dit artikel is op 11 december 2015 in het Reformatorisch Dagblad gepubliceerd.
Als er één
cultureel fenomeen in de VS is dat buitenstaanders niet begrijpen dan is het
wel de “vuurwapencultuur”. Ook in Amerika zelf wordt de roep om een einde aan
die cultuur luider. Na de terroristische aanval in San Bernardino (Californië)
nam de New York Times de hoogst uitzonderlijke
stap een redactioneel commentaar op de voorpagina te plaatsen met een
brandbrief aan Amerika: “Het is tijd om de vuurwapenepidemie een halt toe te
roepen.”
Helaas gaan zulke
oproepen volledig voorbij aan de feiten en de statistieken over vuurwapens en misdaad
in de Verenigde Staten. De hervormingsvoorstellen leggen allemaal de nadruk op
strengere regulering van legale vuurwapens. Dat is zeker in de nasleep van San
Bernardino bizar, aangezien het daar ging om aan IS gerelateerde terroristen en
niet om doorsnee-Amerikanen met een jachtgeweer of sportpistool. De manier
waarop het terroristenpaar aan hun wapens kwam is ook een krachtig argument
tegen het soort strengere regulering dat Democraten voorstaan. Californië heeft
immers al zulke regels, maar deze konden de schietpartij in San Bernardino niet
voorkomen.
Regulering van
legaal vuurwapenbezit belooft weinig rendement in een situatie waar de problemen
hoofdzakelijk voortkomen uit acties van criminelen, terroristen en
geesteszieken. Hoewel het aantal vuurwapenmoorden in de VS nog steeds erg hoog
is, moet de politiek zich rekenschap geven van twee belangrijke feiten.
Ten eerste zijn
de belangrijkste oorzaken voor vuurwapensterfte bende-oorlogen en zelfmoord.
Dat zijn beide aparte categorieën waar strengere antecedentenonderzoeken bij
legale wapenhandelaren niets of slechts marginaal iets aan kunnen veranderen.
Het tweede
belangrijke punt is dat het aantal vuurwapenmoorden de afgelopen twintig jaar gestaag
aan het dalen is, terwijl het legale vuurwapenbezit juist omhoog is gegaan. In Chicago, waar het stadbestuur in
2010 door het Hooggerechtshof werd gedwongen een verbod op vuurwapenbezit af te schaffen, kelderde
het aantal vuurwapenmoorden in 2014. De voorstelling dat er in Amerika nu een ongekende
crisis in de vuurwapencriminaliteit is klopt dan ook niet.
De huidige
obsessie in de politiek en de media met sociale ongelijkheid (zowel economisch
als juridisch) drijft het maatschappelijk debat tot een overdreven nadruk op
sensationele misdaden, zodat, gewild of ongewild, de onjuiste indruk wordt
gewekt dat massale schietincidenten of vuurwapenmoorden in het algemeen een
groeiend probleem zijn.
De absurditeit
van het publieke debat over vuurwapenmisdaad wordt misschien wel het beste
getekend door de reactie van president Obama op de schietpartij in Colorado
Springs op 27 november. Zonder blikken of blozen beweerde hij vanuit Parijs,
een stad die 14 dagen eerder door een terroristische aanval was opgeschud, dat
massale schietpartijen buiten Amerika niet plaatsvinden.
De
vuurwapencultuur in de VS heeft eeuwenoude wortels in een erg landelijke
maatschappij waar de overheid of zelfs de naaste buur vaak ver weg waren en
jacht en zelfbescherming altijd belangrijk zijn geweest. Het is een cultuur die
voortkomt uit de klassiek-liberale Anglo-Amerikaanse traditie van
zelfbeschikking en die in de VS verankerd is in een onwrikbaar grondwettelijk
recht op vuurwapenbezit voor burgers. Die cultuur is pas in recente decennia langzaam
aan het afkalven met de groeiende urbanisatie en toenemende invloed van
Europese sociaal-democratische politieke modellen die een sterkere centrale
overheid kennen dan het traditionele gedecentraliseerde Amerikaanse
staatsbestel.
Als Amerika
verder wil komen in het aanpakken van vuurwapengeweld en terrorisme zullen politici
zich moeten verzoenen met deze nog steeds robuuste zuil in de Amerikaanse
maatschappij. Verzet tegen pogingen van Democraten om hele reeksen vaak
populaire sportgeweren onder de sinistere maar betekenisloze titel
“aanvalswapens” te verbieden, heeft weinig te maken met de schaduwachtige macht
van een wapenlobby, maar komt voort uit oprechte onvrede van getergde burgers
en sportschieters.
Willen
voorvechters van hervormingen zich minder belachelijk maken tegenover de
miljoenen wapenbezitters, dan zullen ze zich ook beter moeten informeren over
vuurwapens zodat ze bijvoorbeeld niet langer semi-automatische vuurwapens met
automatische machinegeweren (al sinds 1934 praktisch illegaal) verwarren.
Er is zeker
ruimte voor betere regulering en overheidscontrole, maar dat kan zonder
pogingen tot grootschalige confiscatie. Beleidsvoorstellen zullen ook moeten
kijken naar het bestrijden van bendes en andere criminaliteit, de groeiende
gemeenschappen van illegale immigranten en een betere registratie van
criminelen en psychiatrische patiënten. Vooral dat laatste is, vanwege een
overmatige bezorgdheid over de privacy van die patiënten, erg gebrekkig.
Maar bovenal moet
de nadruk van politici, zowel in Washington als in de individuele staten en
gemeenten, weg van pogingen om enkel weer nieuwe beperkingen voor het bezit en
meedragen van legale vuurwapens toe te voegen, iets dat breed wordt ervaren als
het pesten van brave burgers en buitenlui. En het vergroot de kloof tussen
burgers en Washington.