De Volkskrant schreef in een commentaar van de hand van Fokke Obbema dat de aangekondigde bombardementen van IS-doelen in Syrië volkenrechtelijk niet door de beugel kunnen. Obbema schrijft:
Obama's legitimatie van de Syrische aanvallen loopt via een beroep op zelfverdediging. Dat is gekunsteld. Voor dit deel van zijn IS-strategie behoort hij te streven naar een mandaat van de Veiligheidsraad. Frankrijk wijst daar terecht op. Ook de Nederlandse regering, als fervent aanhanger van de internationale rechtsorde, dient voor die route te pleiten.Aan dit soort juridische muggenzifterij heeft niemand wat. Er zijn voldoende rechtvaardigingen onder bestaande internationale verdragen om President Obama en andere geallieerden de vrijheid te geven ook in Syrië bombardementen uit te voeren. De onbedwingbare drang om in het huidige conflict Obama’s handen aan een bureaucratische procedure te binden in plaats van de VS stevig te steunen in het bestrijden van een acuut gevaar van internationale terroristen getuigt van een perverse prioriteitenlijst.
Obbema’s commentaar, zoals dat van vele Europese commentatoren, zet in op een politieke en juridische oplossing van de problemen in het Midden Oosten. In die visie wordt het uitsluiten van grondtroepen toegejuicht, omdat langdurige stabiliteit alleen zou kunnen komen na een hervorming van de Iraakse politiek en het mobiliseren van locale etnische groepen, zoals de Soennieten in Noord-Irak, in het verdedigen van hun eigenbelang. Buitenlandse militaire inmenging zou, zo menen de aanhangers van deze visie, alleen maar averrechts werken.
Dit punt is hevig omstreden. Deze week liet de opperste bevelhebber van de Amerikaanse strijdkrachten, Generaal Martin E. Dempsey, weten dat hij grondtroepen helemaal niet uitsluit. Ook de tegenstanders van Amerikaanse grondtroepen geven toe dat enige ondersteuning van en coordinatie door militairen op de grond nodig zijn om de Amerikaanse bombardementencampagne te doen slagen, maar zij benadrukken dat “locale groepen” daarvoor moeten worden aangesproken. Wie daarmee wordt bedoeld is onduidelijk, want er zijn weinig goed getrainde groepen in Noord-Irak. Van de gematigde Syrische rebellen zijn er nu nog te weinig over om in Syrië veel te kunnen bijdragen.
Daarom zijn veel militaire experts van mening dat Obama’s strategie een wensdroom is die niet veel kan produceren. Militaire historici Fred en Kimberly Kagan schamperden in een reactie dat een dergelijke aanpak niet aansluit bij de realiteit: “Obama wil een anti-terrorisme-strategie gebruiken in een guerilla-oorlog. Dat heeft geen enkele kans op success.” Ook voormalig staatssecretaris voor defensie Bing West gelooft dat ten minste een beperkt aantal onderdelen van de Amerikaanse Special Forces zullen moeten worden gestuurd.
Zonder uitzicht daarop is Obama’s strategie een halve maatregel die op de lange termijn een stuk duurder zal kunnen uitvallen, zowel in geld als in menselijk bloed, dan een stevige militaire inzet nu. Het achteloze taalgebruik van President Obama over IS -- eerder dit jaar noemde Obama IS vrij vertaald de“reservebank van een schoolvoetbalteam” -- suggereert dat de Amerikaanse regering de militaire en terroristische dreiging van IS niet serieus neemt.
Een beschouwing van Obama’s temperament als president toont aan dat hij geen interesse in buitenlandbeleid heeft. Hij voelt zich primair geroepen om Amerika’s binnenlandse politieke bestel grondig te hervormen -- de “fundamental transformation of America”, zoals hij het tijdens zijn verkiezingscampagne van 2008 noemde -- met een groter macht voor de centrale overheid en een uitbreiding van de verzorgingsstaat en strakkere regulering van de economie.
Van dat project is overigens weinig terecht gekomen. De meeste plannen zijn verzand in een gebrek aan precieze uitwerking en in de alsmaar complexer wordende warboel van Amerika’s federale bureaucratie, waarin Obama’s eigen functionarissen te vaak persoonlijke belangen en die van de politieke partij de boventoon hebben laten voeren. De beschamende incompetentie en corruptie die zichtbaar werden bij het opzetten van Obamacare, wat hét symbool van een socialer Amerika onder Democratische leiding had moeten worden, zijn in plaats daarvan de beste karakterschets van een overmoedige en slordige politieke beweging die niet het geduld kon opbrengen om met verstand en consensus een prangend maatschappelijk probleem op te lossen.
Die elitaire, “wij-weten-alles-beter”-instelling blijft het beleid van Obama domineren en verklaart waarom de president op buitenlands gebied behalve de liquidatie van Osama bin Laden op geen enkel success kan bogen. En waarom de relatie met de Republikeinse oppositie in het Congres zo verzuurd is: de tamelijk grove praktijken die door Obama en zijn kompanen in de Senaat (en in 2009 en 2010 ook in het Huis) zijn aangewend sloten de Republikeinen bijna geheel uit van deelname aan de besluitvorming. Dat zorgde ervoor dat verbitterde Republikeinen in januari 2011, toen ze de meerderheid in het Huis kregen, een harde politiek van obstructionisme zijn gaan voeren: als noodrem op de voortdurende machtspolitiek door Obama en Democratisch senaatsvoorzitter Harry Reid, en natuurlijk ook uit revanchisme.
Die obsessie met interne politiek heeft ertoe geleid dat een aantal belangrijke booswichten in de wereld -- men denke met name aan Vladimir Poetin, maar ook de leiders van Iran, Noord-Korea, Syrië en de vele terroristencellen -- Obama als militaire macht niet meer serieus nemen. Daar komt nog bij dat President Obama er alle blijk van heeft gegeven dat hij gelooft in enkele extreem-linkse theorieën, zoals Howard Zinns historische visie of de Critical Race Theory van Derrick Bell, Obama’s rechtendocent aan Harvard. In die visies is Amerika een welhaast onredbaar zondige, militarische natie die al sinds de Stichting niets dan misdaden tegen de mensheid, met name minderheden en niet-Westerse bevolkingsgroepen, begaat. De problemen in het Midden-Oosten zijn direct toe te schrijven aan specifieke Amerikaanse acties en het ontstaan van Al-Qaeda is het gevolg van Amerikaanse misstappen.
Verlossing van die zonde is alleen mogelijk door een publiek boetekleed jegens benadeelde minderheden en een vrijwillig terugschroeven van inmenging in internationale aangelegenheden tot het niveau van, zeg maar, België, Estland, of Nepal. Die Verlossing wordt nu door Obama, in 2008 openlijk bejubeld als de politieke Messias die Amerika uit de zonden van acht jaren Republikeins bestuur zou verlossen, uitgevoerd.
Dit complex aan factoren heeft geleid tot de zeer onbevredigende strategie die President Obama nu heeft aangekondigd. Met bombardementen zal veel kunnen worden bereikt, maar een definitieve oplossing kan het niet zijn. Dat Obama met zo’n halfbakken plan komt -- bovendien met de waarschuwing dat volledige uitvoering zo’n drie jaar kan duren, waarmee hij het dus op het bordje van zijn opvolger schuift -- en ook nog eens vele maanden nadat de veiligheidsdiensten hem hebben gewaarschuwd over de groeiende dreiging is meer dan betreurenswaardig. Dit plan kan op de lange termijn niet lukken en dat zal de wereld duur komen te staan.
Die obsessie met interne politiek heeft ertoe geleid dat een aantal belangrijke booswichten in de wereld -- men denke met name aan Vladimir Poetin, maar ook de leiders van Iran, Noord-Korea, Syrië en de vele terroristencellen -- Obama als militaire macht niet meer serieus nemen. Daar komt nog bij dat President Obama er alle blijk van heeft gegeven dat hij gelooft in enkele extreem-linkse theorieën, zoals Howard Zinns historische visie of de Critical Race Theory van Derrick Bell, Obama’s rechtendocent aan Harvard. In die visies is Amerika een welhaast onredbaar zondige, militarische natie die al sinds de Stichting niets dan misdaden tegen de mensheid, met name minderheden en niet-Westerse bevolkingsgroepen, begaat. De problemen in het Midden-Oosten zijn direct toe te schrijven aan specifieke Amerikaanse acties en het ontstaan van Al-Qaeda is het gevolg van Amerikaanse misstappen.
Verlossing van die zonde is alleen mogelijk door een publiek boetekleed jegens benadeelde minderheden en een vrijwillig terugschroeven van inmenging in internationale aangelegenheden tot het niveau van, zeg maar, België, Estland, of Nepal. Die Verlossing wordt nu door Obama, in 2008 openlijk bejubeld als de politieke Messias die Amerika uit de zonden van acht jaren Republikeins bestuur zou verlossen, uitgevoerd.
Dit complex aan factoren heeft geleid tot de zeer onbevredigende strategie die President Obama nu heeft aangekondigd. Met bombardementen zal veel kunnen worden bereikt, maar een definitieve oplossing kan het niet zijn. Dat Obama met zo’n halfbakken plan komt -- bovendien met de waarschuwing dat volledige uitvoering zo’n drie jaar kan duren, waarmee hij het dus op het bordje van zijn opvolger schuift -- en ook nog eens vele maanden nadat de veiligheidsdiensten hem hebben gewaarschuwd over de groeiende dreiging is meer dan betreurenswaardig. Dit plan kan op de lange termijn niet lukken en dat zal de wereld duur komen te staan.