vrijdag 28 februari 2014

De broeiende Republikeinse Burgeroorlog

Met het begin van het voorverkiezingsseizoen in de Verenigde Staten is de ideologische strijd binnen de Republikeinse partij in alle heftigheid losgebrand. Voor veel Tea Party-leden is de maat vol: zij zijn niet van zinnen zich in november door de partijleiding opnieuw af te laten schepen met zouteloze gematigde kandidaten voor de dan te houden Congresverkiezingen.

Deze ideologische harde kern vindt dat de partijleiders – de ‘gevestigde orde’ zoals men hen denigrerend noemt – te vaak met de Democraten heulen en niet echt voor conservatieve principes staan. Misnoegde Tea Party’ers richten daarom in de voorverkiezingen hun pijlen op John Boehner, de Republikeinse voorzitter van het Huis van Afgevaardigden, en Mitch McConnell, de Republikeine oppositieleider in de Senaat, in de hoop hen te vervangen door conservatievere kandidaten.

Deze samenzweerderige visie van Washington dreigt de kansen van de Republikeinen in 2014 (en in 2016) te beschadigen. Het doet ook geen recht aan de verdiensten van Boehner, McConnell en anderen in de partijleiding die de afgelopen jaren vanuit een minderheidspositie de scherpste kantjes van het Democratische beleid wisten af te halen. Onbezonnen wetsvoorstellen waar Democraten op korte termijn politiek voordeel uit konden halen werden geblokkeerd, waaronder een strenge maar ongrondwettelijke vuurwapenwet en een immigratiewet zonder handhavingsmechanisme. Ook hebben Boehner en McConnell de president tot minder roekeloos financieel beleid gedwongen.

Wat Boehner en McConnell niet hebben gedaan is deelnemen aan de politieke chantage van stokebrand Ted Cruz (Republikeins senator uit Texas), die afgelopen herfst de regering over een begroting gijzelde en deze maand concessies van Obama eiste alvorens in te stemmen in een hoger schuldenplafond. Boehner en McConnell zien in dat zulke veldslagen onwinbaar zijn gegeven hun zwakke machtsbasis en kiezen daarom voor tactische terugtrekking en compromis. De opiniepeilingen na de sluiting van de federale overheid afgelopen herfst bevestigden hun wijsheid: woedende burgers gaven Republikeinen de schuld voor het ongemak van de sluiting van de federale overheid.

Ook in de denktanks en conservatieve media woedt de strijd om de ziel van de Republikeinse partij. In een column voor National Review was econoom Thomas Sowell flink gebelgd over de wens van Cruz om Boehner en McConnell te wippen: “De meest welwillende interpretatie van Ted Cruz en de zijnen is dat ze de Republikeinse partij op de korte termijn willen verzwakken in de hoop dat ze haar op de lange termijn als een gereinigde conservatieve partij op het juiste spoor kunnen zetten.” Sowell heeft gelijk: uitschakeling van kandidaten die ‘onvoldoende puur’ zijn in partij-interne voorrondes vergroot het risico op Democratische zeges in de algemene verkiezingen in november.

De partij worstelt met de vraag: hoe maximaliseer je de kansen op electoraal succes? Want als de partij echt iets wil doen aan wanbestuur moet ze maar verkiezingen winnen. En dat is een kwestie van tactiek, inschatting en geduld.

De strijd in de partij is niet echt tussen gematigden en extreem-rechts, maar tussen puristen en realisten. De twee kampen verschillen nauwelijks op ideologisch niveau, maar de Tea Party’ers hebben weinig geduld met de realisten, die zij al te gemakkelijk voor slappelingen en verraders uitmaken.

Boehner en McConnell zijn in deze moeilijke tijden voor het conservatisme in Amerika wijze leiders. In de wetenschap dat Amerikanen met name door het fiasco Obamacare op de president en zijn partij zijn afgeknapt zijn zij content met kalmte en afwachten. Er wordt in de denktanks hard gewerkt aan een goedomlijnde politieke visie, iets wat in 2012 node ontbrak.

De provocerende acties van Ted Cruz en zijn medestanders dreigen de partij juist nodeloos in allerlei ideologische en controversiƫle debatten te storten, iets waarbij alleen Democraten garen spinnen.