Ook de debatten
hebben een veel grotere invloed dan gewoon. Er is ten eerste veel meer inhoud
en dat is positief. Maar ze zijn ook ongekend grof. Dat was het opvallendst
tijdens het vice-presidentiële debat tussen Joe Biden en Paul Ryan. Democraten
waren aanvankelijk erg opgelucht dat vice-president Biden met zijn agressieve
prestatie Ryan flink in de verdediging dwong en de herinnering aan het slappe,
haast narcoleptische optreden van president Obama leek te hebben uitgewist. Ook
Obama vond men in zijn tweede debat een stuk overtuigender. Biden en Obama
werden enthousiast tot winnaars uitgeroepen.
Maar nu de
peilingen een duidelijke kentering in de richting van Romney en Ryan laten zien,
voert een andere analyse de boventoon. Niemand praatte achteraf over de punten
die Obama en Biden scoorden, maar wel over het feit dat velen Biden en Obama erg
onbeleefd vonden. Dat is ook historisch, schreef Peggy Noonan afgelopen vrijdag in The Wall Street Journal. Daar stond de president van het machtigste
land ter wereld en hij verklaarde dat de man naast hem op het podium een
egoïstische gierigaard was. Zelden was er een dergelijk tastbare antipathie
tussen twee kandidaten.
De misrekening
die Obama en Biden hebben gemaakt is het debat in te gaan als een bokswedstrijd
waarin de tegenstander moest worden overwonnen. Romney en Ryan zagen in het
debat eerder een kans om kiezers voor zich te winnen. De peilingen laten zien
welke benadering juist is gebleken—en dat de kiezers een beperkte tolerantie
voor grofheid hebben.