dinsdag 18 oktober 2011

Occupy-beweging is zelf het probleem

Dit artikel is op 25 oktober 2011 in het Nederlands Dagblad verschenen.

… De Occupy Wall Street-beweging is een onsamenhangende beweging, gevoed door frustraties over de aanhoudende economische malaise en misvattingen over de werking van economie en politiek, maar die het aan leiding en intellectuele diepte ontbreekt.

De beweging symboliseert eerder het probleem dan de oplossing. Veel van hun eisen zijn tegenstrijdig en, erger nog, het zijn vaak dezelfde factoren die aan de recessie hebben bijgedragen. Terwijl de beweging zegt te protesteren tegen de oneigenlijke verstrengeling van kapitalistische motieven met het politieke systeem, wil ze tegelijk ook meer overheidsinmenging in de economie om de eerlijke verdeling van de rijkdom te bevorderen.

Het ontbrekende toezicht op de financiële markt van de opportunistische politici in Washington wordt vaak als hoofdreden aangewezen voor het catastrofale instorten van het financiële kaartenhuis in september 2008. Het tegendeel is waar: de crisis zit juist onder de vingerafdrukken van Democratische politici (waaronder Chris Dodd en Barney Frank) die in de jaren ‘90 en ‘00 dikke pakketten regelgeving hebben ingevoerd, die de financiële markten onoverzichtelijk maakten en banken dwongen hoge risico’s in de hypotheeksector aan te gaan, omdat die politici er baat bij hadden.

Het anarchistische karakter van de demonstraties, waarin leiding doelbewust ontbreekt, bevestigt de neomarxistische onderstroom, maar het zou oneerlijk zijn om de beweging als links, socialistisch of marxistisch te bestempelen. Er bestaan daarvoor te weinig samenhangende intellectuele argumenten binnen de beweging.

Daarom is een artikel als dat van Kathleen Rogers en Daniel Rosenberg (ND, 13 oktober) zo triest: het slaat de plank volledig mis als de auteurs beweren dat de beweging democratie op zijn best is. Er werden in Zuccotti Park geen plannen en ideeën besproken. Veel verder dan het scanderen van leuzen kwam het niet. Voor de rest werd het park meer een soort vlooienmarkt (letterlijk en figuurlijk). Met democratie heeft het niets te maken.

Wat de demonstranten gemeen hebben is niet in eerste instantie ‘betrokkenheid om de status quo te veranderen’, maar een naïef verlangen om terug te keren naar de zorgeloze dagen van voor de economische crisis. De beweging symboliseert een zorgelijke trend in veel westerse landen: het toenemende geloof dat ieder mens een door de overheid gegarandeerd recht heeft op voorspoed en persoonlijke welvaart. Dat is de waanidee waar Griekenland en de eurozone nu aan kapot gaan; het ideale welvaartsniveau voor de burgers ligt hoger dan de voorradige rijkdom. De zondige mens is immers liever lui dan moe.

De demonstranten – over het algemeen jonge volwassenen met minstens een bachelor-diploma, maar met een slechte of geen baan – zijn het slachtoffer van onderwijs dat al decennialang afkalft. Scholen en universiteiten in de VS zijn bastions van neomarxisme geworden, waar leerlingen worden volgepompt met postmoderne en vaak ook antichristelijke theorieën over de relativiteit van waarheid en moraliteit. Steeds minder studenten doen nog de broodnodige vakkennis op over economie, politiek en zelfs algemene vorming, of volgen een degelijke vakopleiding. De jongere generatie is hierdoor niet meer in staat betekenis te geven aan de werkelijkheid.

In het licht van de onwetendheid onder de demonstranten over basale economische principes of de rol van senatoren en afgevaardigden in de economische crisis, is het logisch dat het protest verzandt in een vage klacht tegen dikke directeuren. Maar veel demonstranten halen hun iPhone uit de zak om een rouwboodschap voor wijlen Steve Jobs op internet te zetten, de man die als directeur van Apple verantwoordelijk was voor een heel assortiment technische hebbedingetjes – en daar flink aan verdiende.

Die ironie gaat volledig aan de demonstranten voorbij, omdat er in het postmoderne waas waarin zij zijn opgegroeid geen samenhang meer bestaat tussen feiten. Daarom zijn de demonstraties niet het toppunt van democratie, maar niets meer dan ‘ijdelheid der ijdelheden’.